Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 37292 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:80 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-029/AL/OV

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk ten aanzien van haar strafrechtelijke verwijten. Als partijdig advocaat mocht verweerster het rechercherapport in rechte overleggen zoals gedaan, kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:81 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-832/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat er een affectieve en seksuele relatie tussen hen is geweest, dat klaagster voor hem is verhuisd en dat hij en zijn familie haar met veel dingen hebben geholpen, die niet vallen onder de juridische bijstand. De raad overweegt dat niet vast is komen te staan dat klaagster en verweerder een relatie hebben gehad. Ook is niet gebleken dat klaagster voor hem is verhuisd. Deze stellingen zijn door verweerder betwist en klaagster heeft deze verwijten niet onderbouwd. Wat wel vast is komen te staan, en door verweerder niet is betwist, is dat klaagster met haar kinderen heeft overnacht in het huis van verweerders ouders terwijl zijn ouders op vakantie waren, en dat hij de in de woning van klaagster verrichte verbouwingswerkzaamheden heeft gecontroleerd. Ook is gebleken dat klaagster via het e mailadres van verweerder een vakantie heeft geboekt. Gezien deze handelingen van verweerder is de raad van oordeel dat hij zich in onvoldoende mate rekenschap heeft gegeven van de professionele distantie ten opzichte van zijn cliënte die aangewezen was. De raad onderschrijft het dringende advies van de deken aan verweerder dat hij hier in de toekomst meer aandacht voor dient te hebben. De vastgestelde handelingen van verweerder zijn naar het oordeel van de raad echter van onvoldoende gewicht om te concluderen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:82 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-074/AL/GLD

    Verzet. De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:83 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-723/AL/NN

    Klaagster beklaagt zich erover dat verweerder zonder haar opdracht voor haar is opgetreden in een procedure over de aankoop van een woning tezamen met haar toenmalige partner. Verweerder erkent dat hij van klaagster geen opdracht heeft gekregen om voor haar op te treden en bij het aannemen van de opdracht volledig is afgegaan op de mededeling van die partner dat hij ook namens klaagster diende op te treden. Er is geen schriftelijke opdrachtbevestiging van klaagster. Dat klaagster hierdoor schade heeft geleden heeft zij niet onderbouwd. De klacht is gegrond maar er wordt daarom geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:84 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-468/AL/NN

    Klager klaagt over het optreden van verweerder als advocaat van zijn tegenpartij. Hij verwijt klaagster dat zij in een brief aan hem feiten heeft geponeerd waarvan zij wist of redelijkerwijs kon weten dat deze in strijd met de waarheid waren. Verweerster stelt dat zij zich heeft gebaseerd op informatie van haar cliënt. Zij heeft de feiten uitvoerig onderbouwd. Dat klager het niet eens is met de gestelde feiten moet in de lopende procedure door de civiele rechter worden beoordeeld. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond. Klager stelt dat de cliënt van verweerster een valse hoedanigheid als bestuurder van een Stichting heeft aangenomen. Klaagster heeft dit niet voldoende gecontroleerd. Verweerster heeft aangetoond dat zij het Handelsregister geraadpleegd heeft en dat daaruit van deze hoedanigheid bleek. Dat de WSNP op haar cliënt van toepassing was geweest wist zij niet en bleek ook niet uit het Handelsregister. Volgens de statuten van de Stichting was de cliënt daarom niet langer bestuurder. Verweerster heeft dit onmiddellijk in orde gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Dat geldt ook voor het verwijt dat verweerster in een procedure ten onrechte een oud-kantoorgenoot van klager in diskrediet heeft gebracht met als doel klager nadeel te berokkenen. Er was sprake van persoonsverwisseling en verweerster heeft dat onmiddellijk rechtgezet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:85 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-731/AL/NN

    In deze verzetzaak is het verzet deels gegrond verklaard omdat de voorzitter met een aantal feiten geen rekening heeft gehouden. Dit betreft het onderdeel van de klacht van klaagster dat verweerder toezeggingen heeft gedaan over te verrichten werkzaamheden en het contact daarover. Verweerder is deze toezeggingen niet nagekomen. Een kantoorgenoot heeft klaagster vervolgens meegedeeld dat het dossier gesloten werd. De raad beoordeelt deze wijze van optreden in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De klacht is op dit onderdeel gegrond. Er wordt echter geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-002/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij niet overschreden. Drie klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, een klachtonderdeel deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk en een klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1080

    Klacht tegen uroloog. Klager is door de huisarts naar het ziekenhuis verwezen voor een nadere analyse in verband met infertiliteit en klachten die mogelijk passen bij testosteron insufficiëntie. Klager was ontevreden over zijn consult bij de beklaagde uroloog. De behandeling is vervolgens overgenomen door een collega-uroloog. Klager klaagt over de bejegening van de uroloog. Volgens klager heeft de uroloog zijn hulpvraag niet gehoord en tijdens het consult insinuerende opmerkingen heeft gemaakt. Ook heeft de uroloog, toen zij hoorde dat haar collega aan klager een verkeerd medicijn had voorgeschreven, tijdens het telefoongesprek daarover een luchtige houding aangenomen. Zij is vergeten om lichamelijk onderzoek te verrichten en is de toezegging dat klager telefonisch een herhaalrecept kon krijgen niet nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is in beroep gegaan van drie klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.068

    Klacht tegen neuroloog. De neuroloog heeft in 2016 heeft bij klaagster de diagnose MS gesteld. Klaagster verwijt de neuroloog in de kern onder meer dat hij niet al in 2010, maar pas in 2016 de diagnose MS heeft gesteld en dat hij ten onrechte de behandelrelatie heeft beëindigd, onder de onjuiste overweging dat klaagster niet behandelbaar was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel betreffende het beëindigen van de behandelrelatie gegrond en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de neuroloog ook op het punt van de monitoring van klaagster vanaf 2010 in de zorg voor klaagster is tekortgeschoten en acht het beroep van klaagster in zoverre gegrond. Dit college ziet hierin echter geen aanleiding om aan de neuroloog een zwaardere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1028

    Klacht van tandarts tegen collega-tandarts. De beklaagde tandarts heeft tegenover een patiënt (onjuiste) uitlatingen gedaan over een door klaagster tijdens de spoeddienst bij die patiënt uitgevoerde behandeling. Klaagster heeft daarover een klacht ingediend bij het KNMT die gegrond is verklaard. Klaagster heeft de tandarts gevraagd de uitlatingen richting patiënt te corrigeren, maar de tandarts weigert dit. Klaagster heeft er als tandarts belang bij dat de onterechte beschuldigingen worden hersteld en dat het vertrouwen wordt hersteld (klachtonderdeel 1). De onjuiste mededeling van de tandarts aan de patiënt impliceert volgens klaagster bovendien dat de tandarts in een vergelijkbare situatie niet de juiste zorg zou verlenen. Daarmee rijst de vraag of de tandarts voldoende kennis heeft van het beoefenen van mondzorg (klachtonderdeel 2)Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 kennelijk ongegrond en verklaart klaagster niet-ontvankelijk in klachtonderdeel 2. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.