Zoekresultaten 41-50 van de 48467 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:227 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9254

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft een medische verklaring opgesteld in het kader van de aanvraag van een crisismaatregel voor klager. Klager verwijt de psychiater in kwestie met name – samengevat – dat zij in haar medische verklaring feitelijke onjuistheden heeft opgenomen, waarbij zij deze verkeerde informatie heeft ontvangen van de ex-partner van klager. Daarnaast verwijt klager de psychiater dat zij haar diagnose heeft gebaseerd op basis van deze verkeerde informatie en daarnaast haar diagnose ook niet goed heeft onderbouwd. Het college kan de psychiater volgen in haar diagnostische overwegingen en voorlopige diagnose. Overige klachtonderdelen ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:317 Hof van Discipline 's Gravenhage 260192

    Beroep tegen beslissing op verzet. Appelverbod. De gronden van klager zien op schending verschillende internationaalrechtelijke beginselen. Het hof verwijst naar zijn vaste rechtspraak waarin reeds is beslist dat de tuchtrechtrechtspraak zoals die voor advocaten is georganiseerd niet in strijd is met het EVRM (zie Hof van Discipline, 8 april 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:87 en Hof van Discipline, 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:164 en de rechtspraak waarna in die laatste uitspraak wordt verwezen). De gronden raken niet aan de fundamentele rechtsbeginselen die mogelijk grond opleveren voor doorbreking van het appelverbod, zoals schending van hoor en wederhoor, (vergelijk: HvD 28 augustus 2017, ECLI:NL:TAHVD:2017:168, ECLI:NL:TAHVD:2017:169 en HR 23 juni 1995, NJ 1995/661).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:216 Raad van Discipline Amsterdam 26-699/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klager niet in zijn klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klager gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:228 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9373

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters en de zorgmachtiging is uiteindelijk niet aangevraagd. Klager verwijt de psychiater onder meer dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld in de diagnostiek en voorbereiding van de zorgmachtiging. Het feit dat de psychiater PTSS niet als primaire diagnose heeft gesteld acht het college navolgbaar. Van onzorgvuldigheid is niet gebleken. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:210 Raad van Discipline Amsterdam 26-118/A/A

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verstrijken. Verweerder heeft na ontdekking van de fout daarvoor excuses aan klaagster aangeboden en daarvan melding gedaan bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar en klaagster daarover geïnformeerd. Ook heeft verweerder klaagster duidelijk en herhaaldelijk schriftelijk uitgelegd dat erkenning van zijn beroepsfout niet automatisch betekent dat hij volledig opdraait voor de mogelijke financiële gevolgen daarvan voor klaagster. Klaagster had daarna de mogelijkheid om op zijn aanbod in te gaan om een civiele procedure te starten maar heeft daarvoor niet meteen gekozen. Nadat verweerder zich door de ontstane vertrouwensbreuk als haar advocaat heeft onttrokken, kon klaagster niet meer van verweerder verlangen dat hij alsnog werkzaamheden voor haar zou doen. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad aldus schadebeperkend en oplossingsgericht en ook in het belang van klaagster gehandeld. Een maatregel kan in dit geval dan ook achterwege blijven.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:229 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9375

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is op vrijwillige basis behandeld door verschillende psychiaters. Verweerder heeft een verklaring opgesteld in het kader van de voorbereiding van een zorgmachtiging. Het college kan de psychiater volgen in zijn diagnostische overwegingen om tot de voorlopige diagnose van psychotische stoornis en PTSS te komen. Alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:211 Raad van Discipline Amsterdam 25-903/A/A

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:212 Raad van Discipline Amsterdam 26-077/A/NH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:314 Hof van Discipline 's Gravenhage 260178

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De termijn voor het beroep tegen het vonnis van 4 mei 2021 is (ruimschoots) is verstreken. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de procedure die klager alsnog wil voeren kansloos is. Reeds om die reden is het beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:225 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9862

    Voorzittersbeslissing. Aan de hand van de stellingen van partijen concludeert de voorzitter dat inderdaad niet kan worden vastgesteld dat de huisarts een dergelijke vermelding (dat klaagster een lastige patiënt is) heeft gemaakt in het medisch dossier van klaagster. De stelling van klaagster dat deze opmerking staat vermeld is bovendien niet of althans onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.