Zoekresultaten 11-20 van de 48527 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:240 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-678/DH/DH 26-680/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:240
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civielrechtelijk geschil. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klager of bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. Klachten kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775086 / DW RK 25/324 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:82
Ondanks herhaalde verzoeken heeft klager niet de gevraagde specificatie ontvangen. Pas nadat klager had aangekondigd een klacht bij de kamer in te zullen dienen is aan klager de gevraagde specificatie verzonden. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd, geen veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770421 DW RK 25/190 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:89
De gerechtsdeurwaarder is in een beslissing van de kamer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van klager alsmede het door klager betaalde griffierecht. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat hij enkel het bedrag van de proceskosten aan klager diende te betalen. Nu de gerechtsdeurwaarder de duidelijke en onherroepelijke beslissing onjuist heeft gelezen en daarin bleef volharden, is dit deel van de klacht gegrond. Klacht is voor het overige ongegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd alsmede veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-009/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:117
Raadbeslissing. Samenhang met beslissing op dekenbezwaren 25-010 en 26-663/DB/ZWB/D. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning verrekend met zijn eigen declaratie, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd over de verrekening, de hoogte van de declaratie en welke werkzaamheden in rekening zijn gebracht. Verweerder heeft een deel van de opbrengst van de woning ter beschikking gesteld aan klaagsters ex-echtgenoot voor het inrichten van zijn nieuwe woning en het oprichten van een onderneming, zonder dat klaagster daarvoor toestemming heeft gegeven. Verweerder heeft de belangen van klaagsters ex-echtgenoot zwaarder laten wegen dat de belangen van klaagster. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van de schuldenafwikkeling en heeft klaagster niet betrokken bij de beslissingen. Verweerder heeft verzoeken van klaagster en de gemeente om het dossier over te dragen aan de gemeente genegeerd. Niet gebleken dat verweerder heeft gebankierd met zijn derdengeldenrekening, in zoverre ongegrond. Verweerder heeft gedurende lange periode de belangen van klaagster in zeer ernstige mate veronachtzaamd en het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad stelt voorts vast dat verweerder gedurende de behandeling van de klacht, die onder meer ziet op het verrekenen van derdengelden zonder toestemming, nog twee keer is overgegaan tot het verrekenen van aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Daarnaast heeft verweerder ter zitting van de raad van 31 augustus 2026 verklaard dat hij zich op 27 augustus 2026 heeft teruggetrokken als bestuurder van de Stichting Derdengelden, met als gevolg dat klaagsters advocaat geen zeggenschap meer heeft over aan klaagster (en de heer A) toekomende derdengelden. Op grond van de ernst van het vastgestelde tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen en het feit dat verweerder reeds meerdere malen tuchtrechtelijk is veroordeeld acht de raad oplegging van een schorsing voor de duur van zes weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:241 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-681/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-10-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:241
Voorzittersbeslissing. Klacht vormt deels een herhaling van een klacht van een derde, van wie klaagster de assistente is. De klacht is in zoverre kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk onder verwijzing naar dat eerdere oordeel. Geen sprake van een schending van gedragsregel 7. Ook in zoverre is de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/770816 / DW RK 25/201 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:83
Dagvaarding is aangebracht bij de civiele kamer van de rechtbank in plaats van de bij de kantonrechter. Gelet op de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder kan de stelling van klaagster dat de dagvaarding zonder overleg is uitgebracht niet worden vastgesteld. Verder kan het de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat de eerste dagvaarding niet is ingetrokken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:90 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771065 DW RK 25/204 BB/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 14-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:90
Klager beklaagt zich onder meer over de hoogte van de beslagvrije voet, de vordering en dat er bankbeslag is gelegd terwijl klager in detentie verbleef. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. De klacht ten aanzien van het niet tijdig reageren op zijn verzoeken om een overzicht is gegrond. Maatregel van waarschuwing opgelegd en veroordeling in de proceskosten van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:118 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-010/DB/ZWB/D 26-663/DB/ZWB/D
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 12-10-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:118
Raadsbeslissing. Samenhang met beslissing op klachten 25-009 en 26-453/DB/ZWB. Gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten ter zake van het optreden van verweerder tijdens zijn piketdienst, het optreden van verweerder in het schuldbemiddelingstraject van mevrouw Z en de daarmee samenhangende klacht, het optreden van verweerder bij de afwikkeling van de (klacht-)zaak van mevrouw G, de communicatie met en het verlenen van medewerking aan onder andere de deken en de naleving van de regelgeving ter zake derdengelden. De in de onderhavige dekenbezwaren gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten rechtvaardigen oplegging van een zware maatregel. Verweerder heeft gedurende lange periode en op meerdere manieren het vertrouwen in de advocatuur geschaad. De raad is van oordeel dat de door verweerder geschetste persoonlijke omstandigheden geen rechtvaardiging vormen voor de gegrond bevonden tuchtrechtelijke verwijten. Verweerders handelwijze is temeer verwijtbaar omdat hem eerder, na de behandeling van het dekenbezwaar op 24 februari 2025, uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden zijn gedrag te verbeteren en hij heeft toegezegd dat ook te zullen doen. Van de beloofde verbetering is echter niet gebleken, terwijl verweerder met zijn houding ter zitting van de raad er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen daadwerkelijk in te zien. Gelet op de samenhang met de klachten in de klachtzaken 26-453/DB/ZWB en 25-009/DB/ZWB, waarin door de raad bij beslissingen van vandaag aan verweerder een voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee weken respectievelijk een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van zes weken worden opgelegd, zal de raad in de onderhavige beslissing op de dekenbezwaren volstaan met oplegging van een schorsing voor de duur van 26 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:242 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-135/DH/DH
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:242
Herstelbeslissing behorend bij ECLI:NL:TADRSGR:2026:214
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:84 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773220 / DW RK 25/256 KM/WdJ
- Datum publicatie: 12-10-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:84
De gerechtsdeurwaarders hebben weliswaar geen gebruik gemaakt van briefpapier en enveloppen van het gerechtsdeurwaarderskantoor, maar hebben de envelop met de brief van 25 juni 2025 wel gefrankeerd met de frankeermachine van het kantoor. De brief is hiermee duidelijk herleidbaar tot het gerechtsdeurwaarderskantoor. Ook zijn e-mailberichten verzonden vanaf het kantoor e-mailadres van de gerechtsdeurwaarders en hebben zij een dossiernummer in hun e-mail van 3 juli 2025 vermeld. Verder zijn de brieven van de gerechtsdeurwaarders redelijk intimiderend van aard. Nu de gerechtsdeurwaarders bewust of onbewust de noodzakelijke terughoudendheid uit het oog zijn verloren en de schijn hebben gewekt hun ambtelijke gewicht ten eigen bate, althans ten bate van hun zoon te gebruiken, verklaart de kamer de klacht gegrond en wordt de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden geacht.