Zoekresultaten 1-10 van de 48214 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:277 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:277
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:278 Hof van Discipline 's Gravenhage 260074 260076
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:278
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:279 Hof van Discipline 's Gravenhage 260053
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:279
Klacht over de eigen advocaat in een fiscale (bezwaar)procedure. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat verweerder duidelijk met klaagster heeft gecommuniceerd over de reikwijdte van zijn opdracht en ook zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad waarbij onder meer een maatregel is opgelegd en verklaart de desbetreffende klachtonderdelen alsnog ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:280 Hof van Discipline 's Gravenhage 250454 250455 250456
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:280
Deze procedure betreft een klacht die is ingediend door klaagster jegens vier verweerders allen van hetzelfde kantoor. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klachtonderdelen gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond verklaard. Klaagster is niet opgekomen tegen de beslissing van de raad over verweerder 4 (de klachtenfunctionaris van het kantoor). In hoger ligt allereerst de ontvankelijkheidstoets voor in verband met termijnoverschrijding. De raad heeft een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk verklaard in verband met het verstrijken van de driejaarstermijn. Het hof is van oordeel dat klaagster voldoende heeft onderbouwd dat zij pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend is geworden met de gevolgen van het handelen of nalaten van verweerders. Niettemin oordeelt het hof dat de termijn van artikel 46g lid 2 Advocatenwet is overschreden. Het hof bekrachtigt in zoverre de beslissing van de raad ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid. Met betrekking tot de inhoud van de overige klachtonderdelen oordeelt het hof dat klaagster niet kan worden ontvangen in het door haar ingestelde beroep, wegens gebrek aan gronden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:269 Hof van Discipline 's Gravenhage 250161
- Datum publicatie: 31-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:269
Het betreft een klacht tegen de eigen advocaat. De Raad van Discipline heeft de klacht ongegrond verklaard. Klaagster is in beroep gekomen. Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van de raad. Verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld jegens klaagster door haar niet te waarschuwen voor een belangrijke termijn die zou verstrijken en heeft haar belangen hiermee onvoldoende zorgvuldig behartigd. Maatregel beripsping.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:108 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-745/DB/LI
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:108
Verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet toegewezen. Onmiddellijke schorsing en treffen van voorzieningen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9147
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:206
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9152. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9152
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:207
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Samenhangende klacht met zaaknummer A2025/9147. Het college concludeert dat de huisarts te lang is blijven uitgaan van de aanvankelijke werkdiagnose aspecifieke mictieklachten, daar waar er meerdere signalen waren die tot een heroverweging daarvan hadden moeten leiden. In ieder geval had het gegeven dat patiënt zich bij het eerste consult meldde met mictieklachten (waaronder pijn) in combinatie met het aantreffen van erytrocyten in de urine ertoe moeten leiden dat na enkele weken het urine onderzoek was herhaald en dat een urinesedimentbepaling was verricht. En in die zin was de eerste werkdiagnose ook onvolledig althans gebaseerd op onvolledig onderzoek. Klachtonderdeel a en c slagen, met uitzondering van het onvoldoende serieus nemen van de pijnklachten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Volgt een waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9530
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:208
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft een groot aantal klachten geformuleerd, maar met uitzondering van de klacht over de onzorgvuldige klachtenbehandeling zijn ter zitting alle andere klachten uitdrukkelijk ingetrokken. Het college oordeelt dat klager ontvankelijk is, maar de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8914
- Datum publicatie: 28-08-2026
- Datum uitspraak: 28-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:209
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is niet-ontvankelijk voor zoverre zij namens haar zoon klaagt over zijn behandeling, klachtonderdeel d. Het college is van oordeel dat niet is gebleken dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld in het monitoren van de medicatie en in de verwijzingstrajecten. Ook de andere klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4822
- Volgende pagina zoekresultaten