ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/10273
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:156 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-09-2026 |
| Datum publicatie: | 02-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2026/10273 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen orthopedisch chirurg over het niet overdragen van allergiegegevens en morfinebeperkingen. Klaagster heeft eerder meerdere tuchtklachten tegen verweerder ingediend, Deze klachten zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van tuchtrecht. De voorzitter is van oordeel dat klaagster ook in de onderhavige klacht misbruik van recht maakt. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 2 september 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen:
[C],
orthopedisch chirurg,
werkzaam in [D],
verweerder.
1. De klacht
1.1 Klaagster verwijt verweerder dat hij geen overdracht heeft gedaan van de allergiegegevens
en
morfinebeperkingen.
1.2 De voorzitter is van oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in
haar klacht
wegens misbruik van recht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen
aan de partijen
te stellen en dat duidelijk is dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen.
Hierna licht
de voorzitter toe hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
1.3 Klaagster heeft tegen verweerder op dit moment twee tuchtklachten ingediend.
Het betreft de
zaken H2026/10209 en H2026/10273. Op de andere klacht heeft de voorzitter heden
eenzelfde
beslissing genomen.
2. De procedure
De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 16 juli 2026;
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 24 juli 2026 en ontvangen
op 28 juli 2026.
- het aanvullende klaagschrift met bijlagen, gedateerd op 27 juli 2026 en ontvangen
op 28 juli 2026.
3. Overwegingen
Klaagster heeft eerder drie tuchtklachten tegen verweerder ingediend. In de zaak
H2022/4425 heeft
het college de klacht van klaagster kennelijk ongegrond verklaard. In de zaak H2025/8427
(ECLI:NL:TGZRSHE:2026:71) heeft het college klaagster niet-ontvankelijk verklaard
op de grond
dat het een herhaalde klacht betreft waarover het college reeds een onherroepelijk
geworden
tuchtrechtelijke eindbeslissing heeft genomen. Het college heeft ten overvloede
overwogen dat
sprake kan zijn van misbruik van het tuchtrecht als sprake is van een situatie,
waarin het naar
maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een klager vraagt
om een oordeel
over zijn klacht. Die situatie zou zich kunnen voordoen in het geval een klager
opnieuw een
volgende klacht indient tegen een verweerder op grond van hetzelfde feitencomplex.
De voorzitter
van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft het beroep tegen deze
beslissing bij
beslissing afgewezen (ECLI:NL:TGZCTG:2026:127). In de zaak H2026/9650 (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121)
heeft het college klaagster niet-ontvankelijk in haar tuchtklacht verklaard wegens
misbruik van
tuchtrecht. Voor wat betreft de feiten in onderhavige tuchtklacht verwijst de voorzitter
naar wat
daarover in deze beslissingen is opgenomen.
4. De klacht
4.1 Klaagster verwijt verweerder dat hij geen overdracht heeft gedaan van de allergiegegevens
en
morfinebeperkingen.
4.2 In haar inleidende klaagschrift heeft klaagster, nadat zij heeft gewezen op
de gevolgen die
het handelen van verweerder volgens klaagster hebben gehad, het volgende geschreven:
“Zou
verweerder verantwoordelijkheid nemen voor zijn onzorgvuldig handelen, dan zou:
- dit verzekeringstechnisch opgelost kunnen worden middels de meerdere overgedragen
schadeclaims
aan MediRisk van zowel het [ziekenhuis 1] en het [ziekenhuis 2], door toewijzing
van een totale
schadeclaim van € 2.500.000,-
- ik alle tuchtklachten en procedures tegen (behandelaars van) het [ziekenhuis 1]
en het
[ziekenhuis 2], die samenhangen met het onzorgvuldig handelen van verweerder (…)”.
4.3 In haar aanvullende klaagschriften maakt klaagster verweerder een groot aantal
verwijten, die
er in de kern en samengevat op neerkomen dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld.
5. Overwegingen
Is klaagster ontvankelijk in haar klacht?
5.1 De voorzitter ziet zich gesteld voor de vraag of klaagster kan worden ontvangen
in haar
klacht.
5.2 Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
kan degene aan
wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op
grond van het
tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen
met een ander
doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid
tussen
het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid
niet tot
die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 BW vindt artikel 3:13
BW toepassing
buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen
niet verzet.
Deze artikelen brengen met zich dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde
zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid
wordt misbruikt.
Deze artikelen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een tuchtklacht
die misbruik
van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring
daarvan.
5.3 De voorzitter is van oordeel dat klaagster in onderhavig geval haar bevoegdheid
om een klacht
in te dienen heeft misbruikt. Daarvoor is in de eerste plaats redengevend dat, hoewel
klaagster
verweerder (en het ziekenhuis en het college) in onderhavige procedure telkenmale
wijst op het door
haar gestelde belang van goede en veilige zorg, óók telkenmale wijst op de mogelijkheid
van een
minnelijke regeling tussen partijen. Als verweerder zijn verantwoordelijkheid zou
nemen én haar
verzekeraar een bedrag van € 2.500.000,- zou betalen als schadeloosstelling, dan
zou klaagster haar
tuchtklachten intrekken. Dit voorstel levert op zichzelf geen misbruik van recht
op, want een goede
rechtsbedeling kan verlangen dat over de individuele zorgverlening afspraken worden
gemaakt. De
aard en inhoud, en de wijze waarop klaagster dat voorstel doet, leveren naar het
oordeel van de
voorzitter echter wel misbruik van recht op. De voorzitter wijst in dit verband
met name op het
gegeven dat klaagster herhaaldelijk, ook na de eerdere beslissingen, wijst op de
schadeloosstelling
die zij meent te moeten ontvangen. Klaagster wijst daarbij steeds op het feit dat
met betaling de
tuchtklachten zouden worden ingetrokken. Gelet op de feiten en omstandigheden in
deze zaak kan de
voorzitter niet anders dan concluderen dat klaagster haar recht om de tuchtklacht
in te dienen
gebruikt om anderen te dwingen om daarover met haar te onderhandelen. Klaagster
heeft de
tuchtklacht kortom enkel ingediend als instrument in het inmiddels voortslepende
conflict met
verweerder en het ziekenhuis.
5.4 Verder is redengevend dat klaagster, zoals zij ook op enig moment aan verweerder
terugkoppelde, een geschil heeft met de Raad van bestuur en de afdeling juridische
zaken van het
ziekenhuis. De voorzitter begrijpt dat die geschillen niet naar klaagsters tevredenheid
zijn
opgelost. Klaagster heeft zich daarbij echter niet neergelegd en is, naast het voeren
van diverse
procedures bij onder meer de Geschillencommissie, een enorme hoeveelheid berichten
gaan sturen aan
het ziekenhuis en aan verweerder. Dat resulteerde uiteindelijk in een contactverbod
dat door het
ziekenhuis werd opgelegd en later – vanwege haar handelen – ook in een toegangsverbod,
opgelegd
door het ziekenhuis. Die verboden hebben klaagster er niet van weerhouden contact
over de
geschillen te (blijven) zoeken. Ook het indienen van onderhavige tuchtklacht past
in dat patroon
van het omzeilen van het contact- en toegangsverbod. Zoals de voorzitter hiervoor
al constateerde,
heeft klaagster op dit moment twee tuchtklachten tegen verweerder ingediend en heeft
de voorzitter
eerder beslist dat klaagster in andere tuchtklachten kennelijk niet-ontvankelijk
is wegens misbruik
van tuchtrecht. In al deze klachten, waaronder onderhavige klacht, uit klaagster
haar onvrede over
het handelen van verweerder. Dat doet klaagster weliswaar iedere keer in (iets)
andere
bewoordingen, maar de essentie van de klachten is telkens hetzelfde. Door op deze
wijze steeds
opnieuw weer tuchtklachten in te dienen is duidelijk dat klaagster probeert om contact
te houden
met – in ieder geval – verweerder. Door dit handelen maakt klaagster misbruik van
recht. Het
tuchtrecht is immers niet bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klaagster om
haar onvrede over
verweerder telkens opnieuw, in iets andere vorm maar met op hoofdlijnen dezelfde
klacht, aan de
orde te stellen en contact te (blijven) zoeken met verweerder.
5.5 De conclusie van het voorgaande is dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk
is in haar klacht
wegens misbruik van tuchtrecht.
6. De beslissing
De voorzitter:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht.
Aldus gedaan op 2 september 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk,
voorzitter, in
tegenwoordigheid van G.J. Stoepker, secretaris.