Zoekresultaten 181-190 van de 48358 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-073/DB/LI 26-243/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door en financiële afspraken met de eigen advocaat. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft herhaaldelijk nagelaten belangrijke informatie schriftelijk vast te leggen. Zo is niet gebleken welke werkzaamheden hij heeft verricht en heeft hij in (nieuwe) zaken geen opdrachtbevestigingen verstuurd. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht of klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging, heeft geen deugdelijke tijd- en kosteninschattingen gegeven en heeft een financiële afspraak gemaakt waardoor zijn onafhankelijkheid in het gedrang is gekomen. Verweerder heeft vervolgens diverse facturen gestuurd die (ver) boven het afgesproken vaste bedrag van € 5.000,- reikten. Eén factuur die is verstuurd was niet bedoeld om daadwerkelijk te incasseren. Dat heeft verweerder niet als zodanig kenbaar gemaakt aan klaagster, maar ook is gepoogd om de rechtsbijstandsverzekeraar daarmee te misleiden. Schorsing van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-825/AL/OV

    Klager is ontvankelijk omdat hij binnen drie jaar na kennisname van het verweerder verweten handelen daarover bij de deken heeft geklaagd. Verweerder heeft met zijn optreden in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol waarin hij voor klager optrad heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder heeft daarbij onvoldoende professionele distantie betracht en had zich als advocaat beter niet kunnen inlaten met investeerders in grondtransacties in Turkije, waarbij klager en ook hijzelf een (al dan niet indirect) financieel belang hadden. Verweerder heeft tijdens de zitting van de raad duidelijk gemaakt dat hij hiervan achteraf ook spijt heeft en dat nooit had moeten doen. Verweerder heeft een blanco tuchtrechtelijk verleden en is in oktober 2025 als advocaat gestopt. Gelet op alle omstandigheden als hiervoor omschreven acht de raad een maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122

    .

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-385/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar stelbrief met verhinderdata niet zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden toen zij wel bekend raakte met zijn naam. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-067/AL/OV

    Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en bekwaam advocaat verwacht mag worden door zijn cliënten onvoldoende schriftelijk te informeren over zijn gewijzigde aanpak, over zijn ureninschatting voor de buitengerechtelijke werkzaamheden en over de risico’s en (proces)kosten. De raad ziet dat verweerder zich met goede intenties voor klaagster c.s. heeft ingezet maar ziet tegelijkertijd ook welke ernstige (financiële) gevolgen de negatieve uitspraak voor klaagster c.s. heeft gehad en nog heeft. De raad is uit de stukken echter niet gebleken dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt door het ontbreken van voldoende dossierkennis of deskundigheid. Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, is de raad van oordeel dat oplegging van een maatregel van waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152

    De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2940

    Klacht tegen een cardioloog. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die inmiddels is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het heeft daartoe overwogen dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

    herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:72 Accountantskamer Zwolle 25/2702 Wtra AK

    Klacht het handelen van betrokkene als executeur bij de afwikkeling van een nalatenschap. Betrokkene verleende ook dienstverlening als accountant aan de schoonmoeder, aan een vennootschap van de schoonzus van klaagster en aan een familiebedrijf opgericht door (wijlen) de schoonvader van klaagster. Klaagster meent dat betrokkene zich had moeten realiseren dat de verschillende rollen die hij vervulde ten opzichte van de familie een bedreiging vormden voor zijn objectiviteit. Ook verwijt klaagster betrokkene dat hij de door (wijlen) haar echtgenoot opgevraagde informatie niet heeft verstrekt. De klacht is geheel ongegrond. Betrokkene trad op als beheerder van de nalatenschap, waarvan (wijlen) de echtgenoot van klaagster was uitgesloten. Hij vertegenwoordigt de erfgenamen bij het afwikkelen van de erfenis. Als legitimaris is (wijlen) de echtgenoot daarentegen schuldeiser van de nalatenschap. Van een bedreiging van de objectiviteit waartegen betrokkene maatregelen had moeten nemen is onvoldoende gebleken. Betrokkene heeft zich laten bijstaan door een gespecialiseerde erfrechtjurist. Dat betrokkene een bepaald standpunt jegens klaagster heeft ingenomen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, ook niet als (later) zou blijken dat het standpunt niet juist is