Zoekresultaten 1-10 van de 48364 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-530/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advies in een pensioenzaak. De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9969

    Voorzittersbeslissing. De klacht is onvoldoende duidelijk om in behandeling te kunnen nemen, zo is onder andere onbekend tegen wie de klacht zich richt. In de (gevraagde) aanvulling van de klacht noemt klager een andere zorgverlener en een andere behandeling dan in zijn initiële klaagschrift.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:186 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-906/AL/NN

    Herstelbeslissing vanwege kennelijke fout in de beslissing van 1 juni 2026.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:300 Hof van Discipline 's Gravenhage 260393

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Om te beoordelen of de door klager gewenste hoger beroepsprocedure kans van slagen heeft, is het – in het licht van de overwegingen van de rechtbank (zoals opgenomen in randnummer 2.4) – begrijpelijk dat de deken aan klager heeft gevraagd zijn vorderingen te onderbouwen met documenten. Op die wijze kon de deken beoordelen of het instellen van hoger beroep een redelijke kans van slagen had. Het hof stelt vast dat klager dat niet heeft gedaan ondanks een herhaalde uitnodiging daartoe van de deken. Zoals volgt uit de door deken aangehaalde uitspraak van het hof (HvD 24 augustus 2026, ECLI:NL:TAHVD:2026:276), dient de aanvrager van een aanwijzingsverzoek de informatie aan te leveren die nodig is om op het verzoek te kunnen beslissen. Deze verplichting houdt in dat er niet alleen aan de deken informatie verstrekt dient te worden, maar dat die informatie ook geordend moet zijn en van een duidelijke uitleg moet zijn voorzien. Hiermee wordt de deken in staat gesteld een goede afweging te maken en gemotiveerd te beslissen. De stukken die klager in de beklagprocedure heeft overgelegd (en wat klager in dat kader daarover heeft aangevoerd) geven onvoldoende duidelijkheid of klager in hoger beroep wel aan zijn stelplicht zal kunnen voldoen. Of een hoger beroepsprocedure een redelijke kans van slagen heeft, blijft daardoor niet toetsbaar.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-529/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:301 Hof van Discipline 's Gravenhage 260316

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft het aanwijzingsverzoek afgewezen omdat klaagster werd bijgestaan door een advocaat, die nog steeds bereid was om klaagster te blijven bijstaan, terwijl niet was gebleken van een onjuist professionele inschatting van de advocaat en evenmin van structurele onwil of onvermogen van de advocaat om rechtsbijstand te verlenen. Het hof onderschrijft dit oordeel, evenals het besluit van de deken om zijn beslissing niet te herzien nadat de advocaat zich (een maand na hervatting van de werkzaamheden) alsnog onttrok. Inmiddels heeft klaagster een andere advocaat gevonden, die haar wilde bijstaan. Zij heeft er echter zelf voor gekozen om met die advocaat niet in zee te gaan, waarbij (wederom) een verschil van inzicht speelde over de professionele beoordeling van de zaak. Dat klaagster geen bijstand van een advocaat heeft, terwijl de datum van de mondelinge behandeling in de lopende procedure nadert, komt voor klaagsters eigen rekening en risico. Artikel 13 Advocatenwet is voor deze situatie - klaagster wenst een advocaat die bereid is te doen wat zij van die advocaat verlangt - niet bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:200 Raad van Discipline Amsterdam 26-639/A/A 26-641/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaten van de wederpartij. Klachten zijn voor een groot deel niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop dan wel gebrek aan rechtstreeks eigen belang. Voor het overige zijn de klachten kennelijk ongegrond. Verweerders zijn partijdig, zij behartigen uitsluitend de belangen van hun cliënte en zij hebben veel vrijheid om de standpunten van hun cliënte naar voren te brengen, verweer te voeren tegen de vorderingen van een wederpartij en om informatie en feiten te interpreteren op een wijze die in het belang van hun cliënte is. De omstandigheid dat klagers andere standpunten innemen en een andere interpretatie hebben van de beschikbare informatie en feiten betekent niet dat verweerders de grenzen van de hen toekomende vrijheid als advocaten van de wederpartij van klagers hebben overschreden. Verder zijn de uitlatingen van verweerders binnen de context van een langlopend arbeidsrechtelijk geschil met bijbehorende emoties functioneel en naar objectieve maatstaven niet onnodig kwetsend. Verweerders kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de keuzes die hun cliënte heeft gemaakt ten aanzien van klagers en de acties waartoe zij heeft besloten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:296 Hof van Discipline 's Gravenhage 260112V

    Verzet tegen niet-verwijzing. Ongegrond. Klaagster heeft de mogelijkheid gehad om bij de raad haar standpunt over het handelen van de deken naar voren te brengen. Deze mogelijkheid is door klaagster echter niet benut, doordat zij er kennelijk voor heeft gekozen het griffierecht niet te betalen. Klaagster kan nu niet alsnog haar bezwaren over het handelen van de deken aan de orde kan stellen door middel van een klacht over de deken. Daar is het klachtrecht niet voor bedoeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:201 Raad van Discipline Amsterdam 26-651/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster is verantwoordelijk voor de behandeling van de zaak en het is aan verweerster om, in het belang van de (proces)positie van klaagster, de processtrategie te bepalen en te beoordelen welke stukken nodig zijn om de standpunten van klaagster in de echtscheidingsprocedure te ondersteunen. Het stond verweerster dan ook vrij om te weigeren stukken bij de rechtbank in te dienen die klaagster voor haar zaak relevant vond, maar die naar het oordeel van verweerster onvolledig of onoverzichtelijk en daardoor niet in het belang van klaagster waren. Uit de hoeveelheid e-mails blijkt dat verweerster klaagster stap voor stap heeft meegenomen in haar aanpak van de zaak en dat verweerster elke stap in de processtrategie heeft toegelicht en aan klaagster heeft uitgelegd. Klacht is in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:297 Hof van Discipline 's Gravenhage 260169

    Appelverbod. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Hoewel klager een beroep doet op schending van fundamentele rechtsbeginselen, heeft wat klager ter onderbouwing daarvan aanvoert naar het oordeel van het hof geen betrekking op een dergelijke schending, maar ziet dat op de behandeling van de onderliggende klachtzaak tegen de deken. Klager wil in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak. Dat levert naar vaste jurisprudentie geen grond op voor het aannemen van schending van fundamentele rechtsbeginselen en daarmee voor doorbreking van het appelverbod.