Zoekresultaten 19451-19500 van de 47568 resultaten
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620744 / DW RK 1366.2016
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:81
De klacht betreft het verwijt dat de beslagvrije voet te laat is aangepast. De kamer overweegt dat de voor aanpassing benodigde stukken reeds op 10 december 2016 aan de gerechtsdeurwaarder waren toegezonden. Voor zover deze stukken onvoldoende waren, had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen daar eerder om te vragen dan gedaan. Gelet op het grote belang bij aanpassing van de beslagvrije voet dient een en ander zo snel mogelijk te worden opgepakt. Wellicht waren gegronde redenen om dat pas op 19 december 2016 te doen, echter die zijn niet aangevoerd. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd omdat kort die datum de beslagvrije voet is aangepast.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:101 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637576 / DW RK 17/1059
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 12-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:101
Beslissing op verzet. Conservatoir beslag. Belangenverstrengeling. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Het verzet wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:94 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631676 / DW RK 17/660
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 31-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:94
Beslissing op verzet. De klacht betreft de beslagvrije voet. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620354 / DW RK 1337.2016
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:75
De klacht gaat over de bejegening, een executie zonder rechtsgeldige titel, de hoogte van de gevorderde alimentatie en het feit dat door de wijze van aanpak de relatie tussen klager en zijn dochter onder druk is komen te staan en is verslechterd. De kamer verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/6616649 / DW RK 1094.2016 C/13/6220857 DW RK 1378.2016
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 28-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:88
De klacht betreft het verwijt dat de gerechtsdeurwaarder geen rekening heeft gehouden met de (juiste) beslagvrije voet; na bezwaar de beslagvrije voet niet voortvarend heeft aangepast; klager niet van de herberekening op de hoogte heeft gesteld en het als gevolg van deze herberekening aan hem toekomende bedrag niet heeft terug betaald. De kamer overweegt dat de beslagvrije voet eerst kan worden aangepast nadat de gevraagde gegevens door de gerechtsdeurwaarder zijn ontvangen. Klager is daartoe voldoende in de gelegenheid gesteld. Dat na het bezwaar van klager de beslagvrije voet niet voortvarend is aangepast, is in de hiervoor geschetste omstandigheden niet tuchtrechtelijk laakbaar. Dat klager niet op de hoogte is gesteld van de herberekening van de beslagvrije voet is onjuist. De eerst drie klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Erkend wordt dat een bedrag niet is terugbetaald. Die klacht wordt gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:82 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626979 / DW RK 395.2017
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:82
De klacht betreft het verwijt dat ten onrechte-: geen inlichtingen zijn verschaft, beslag is gelegd onder meerdere banken, onjuiste mededelingen zijn gedaan en executiekosten zijn berekend. De kamer overweegt dat het leggen van beslag onder één of meerdere banken zonder dat er een gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat een betrokkene daar bankiert, niet is toegestaan. Niet aangetoond is dat er een gerechtvaardigd vermoeden bestond dat klager bij beide banken bankierde. De klacht wordt op dit onderdeel gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:102 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626634 / DW RK 17/366
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:102
Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij nalatig is geweest inzake de afhandeling van een dossier waarover een verschil van mening was ontstaan tussen de gerechtsdeurwaarder en zijn opdrachtgever inzake het fixeren van de rente. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder te passief is opgetreden. Hij had zich meer moeten inspannen om het geschil met de opdrachtgever over de rente op te lossen. Dat had ook op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen, omdat het geschil nu juist door hem was veroorzaakt en klager hiervan de nadelen ondervond. De klacht wordt gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:95 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/636981 / DW RK 17/1029
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 24-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:95
Beslissing op verzet. De klacht betreft de beslagvrije voet. Wie is de beklaagde gerechtsdeurwaarder en welke handelingen zijn door hem verricht. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620248 / DW RK 1331.2016
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:76
De klacht betreft het opvragen van gegevens op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders dat hij van het kastje naar de muur wordt gestuurd. De kamer overweegt dat een ieder op eenvoudige wijze kennis moet kunnen nemen van de gevraagde gegevens. Omdat klager niet is ingegaan op een verzoek van gerechtsdeurwaarder sub 1 om zich te legitimeren, wordt de klacht ongegrond verklaard. De klacht gericht tegen gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt eveneens ongegrond verklaard omdat de brief die hem was toegezonden niet aan hem was gericht en evenmin een aan hem gericht verzoek bevatte.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/628262 / DW RK 17/474
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 28-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:89
Beslissing op verzet. De klacht betreft de executie van een hypotheekakte. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:83 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633434 / DW RK 17/782
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 20-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:83
Beslissing op verzet. De klacht betreft het verwijt dat dat de gerechtsdeurwaarder niet akkoord gaat met haar betalingsvoorstel en is klaagster het niet eens met de vordering. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:103 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626886 / DW RK 17/392
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:103
De gerechtsdeurwaarder wordt verweten beslag te hebben gelegd terwijl er een betalingsregeling liep en geen rekening te hebben gehouden met de (juiste) beslagvrije voet. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat het in beide gevallen niet goed is gegaan. De regeling is ten onrechte beëindigd en ook bij het toepassen van de beslagvrije voet is het mis gegaan. De klacht wordt gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:96 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631705 / DW RK 17/662
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 31-08-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:96
Beslissing op verzet. De klacht betreft de tenuitvoerlegging van een vonnis en de bejegening. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621209 / DW RK 16/1400
- Datum publicatie: 31-12-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:77
Beslissing op verzet. De klacht betreft het verwijt dat de gerechtsdeurwaarder gelet op de geringe omvang van de uit handen gegeven vordering te veel kosten in rekening heeft gebracht, wetende dat er geen verhaal zou zijn. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het onder aanpassing van de motivering met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:71 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625771 / DW RK 17/299
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:71
De klacht betreft het toepassen van de beslagvrije voet en het over een bepaalde periode teveel inhouden van geld. De voorzitter heeft de klacht deels als zijnde kennelijk niet-ontvankelijk en deels als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:65 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616392 / DW RK 16/1079
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:65
De klacht betreft het feit dat het gelegde derdenbeslag niet formeel is aangekondigd, het proces-verbaal niet is betekend op een juist adres, de beslagvrije voet ten onrecht op nihil is gesteld en een brief niet is beantwoord. De kamer acht de klachtonderdelen met betrekking tot het betekenen op een onjuist adres en het niet beantwoorden van de brief gegrond. De andere klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Voor de grond verklaarde klachtonderdelen wordt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 055/2018
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 28-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:196
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen verweerster, die als forensisch arts toezag op het vervoer van klaagster van haar huis naar het justitieel centrum. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:72 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625722 / DW RK 17/297
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:72
Beslissing op verzet. De klacht betreft het feit dat het betekende dwangbevel niet is voorzien van de vereiste personalia. Op het woonadres zijn drie personen met de naam [ ] woonachtig; twee broers alsmede de vader. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616257 / DW RK 16/1063
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:66
De klacht betreft het leggen van beslag voordat de in Rv vermelde tweedagen termijn was verstreken, het onterecht openbaar betekenen van het proces-verbaal van het gelegde beslag en geen rekening houden met de beslagvrije voet. De kamer verklaart het klachtonderdeel met betrekking tot de openbare betekening gegrond. Uit de stukken en stellingen van partijen volgt dat klager een bekende woonplaats heeft in het buitenland. Dat het adres onvoldoende verifieerbaar was, is onvoldoende door de gerechtsdeurwaarder toegelicht. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Voor het gegrond verklaarde onderdeel van de klacht wordt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:244 Raad van Discipline Amsterdam 18-796/A/A/D
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:244
Gegrond dekenbezwaar. Verweerder heeft in strijd gehandeld met artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarde integriteit door cliënten en derden ertoe te bewegen betalingen aan hem te doen, terwijl de betaalde bedragen aan zijn kantoor toebehoorden, en door deze onregelmatigheden te trachten te verbergen door bankafschriften te vervalsen. Hiermee heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur ernstig geschaad. Schrapping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 183/2018
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 28-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:197
klacht tegen traumachirurg, die een forensisch arts assisteerde bij de vervoer van klaagster van haar huis naar het justitieel centrum. Klacht is kennelijk ongegrond”.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:73 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617152 / DW RK 16/1113
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:73
De klacht betreft de niet met elkaar in overeenstemming zijnde specificaties, de (hoogte van de) executiekosten en het in rekening brengen van nakosten. De kamer overweegt dat klager terecht klaagt over de verschillen tussen de specificatie zoals vermeld in het exploot van 26 augustus 2016 en de brief van 16 september 2016. De gerechtsdeurwaarder heeft destijds en ter zitting niet inzichtelijk kunnen maken waardoor de verschillen zijn veroorzaakt. Het door de gerechtsdeurwaarder ter zitting gedane aanbod om een specificatie te maken waarin de verschillen worden uitgelegd, is te laat gedaan. Die uitleg had al veel eerder moeten worden gegeven. In zoverre is de klacht van klager terecht voorgesteld. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard. Voor het gegrond verklaarde onderdeel van de klacht wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617772 / DW RK 16/1153
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:67
De klacht betreft het onterecht in rekening brengen van proces- en executiekosten. De gerechtsdeurwaarders hebben de klachten erkend zodat deze gegrond wordt verklaard. Nu er sprake is van diverse slordigheden die ook een grote impact hebben gehad op klaagster, acht de kamer het opleggen van de maatregel van berisping naast een geldboete passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:245 Raad van Discipline Amsterdam 18-568/A/A
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:245
Deels gegronde klacht. Anders dan klager primair stelt, betreft het een klacht over de advocaat van de wederpartij en niet een klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij de belangen van klager onevenredig geschaad. Verweerder had zich bij de uitvoering van de opdracht van zijn cliënte terughoudender moeten opstellen, bijvoorbeeld door klager uitgebreider voor te lichten over de risico’s van de geldlening dan wel af te zien van zijn dienstverlening aan zijn cliënte bij de totstandkoming van de leningovereenkomst. Waarschuwing + kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621906 / DW RK 17/24
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:74
De klacht is dat er door de gerechtsdeurwaarder onvoldoende onderzoek is gedaan, voordat de dagvaarding openbaar werd betekend. De kamer overweegt dat, nu een adres bekend was, onweersproken is gesteld dat degene die daar woonachtig was diverse malen op dat adres is aangeschreven, en mede gelet op het feit dat de degene die is aangeschreven op het moment van dagvaarden 104 jaar oud zou zijn, had door de gerechtsdeurwaarder voorafgaand aan de dagvaarding meer onderzoek moeten plaatsvinden dan het enkel afgaan op de gegevens uit de GBA. De gerechtsdeurwaarder had een poging tot betekening kunnen doen op voornoemd adres en in ieder geval had zij op dat adres nader onderzoek kunnen en moeten doen naar de verblijfplaats van betrokken. De klacht wordt deels gegrond verklaard. Geen maatregel opgelegd.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:68 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/619196 / DW RK 16/1265
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:68
De klacht betreft het onaangekondigd leggen van beslag, het berekenen van hogere incassokosten; geen rekening houden met de afgesproken rentestop en het niet reageren op e-mailberichten. De kamer acht de eerste twee klachtonderdelen ongegrond. De laatste twee klachtonderdelen worden gegrond verklaard. De gerechtsdeurwaarder wordt de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:246 Raad van Discipline Amsterdam 18-870/A/NH
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:246
Voorzittersbeslissing. Klager heeft klacht, luidende dat verweerster originele stukken niet aan klager heeft geretourneerd dan wel heeft vernietigd, tegenover het gemotiveerde verweer van verweerster onvoldoende onderbouwd. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:62 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/633484 / DW RK 17/787
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:62
Beslissing op verzet. Meerdere klachtonderdelen waaronder de kosten, een gelegd loonbeslag en onbekendheid van klager met een aantal vorderingen. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:69 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/623472 / DW RK 17/122
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:69
Beslissing op verzet. Klacht over (niet) in beslag genomen zaken, niet reageren op klachten en weigeren afleggen rekening en verantwoording. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het onder aanvulling van de motivering met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:63 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631267 / DW RK 17/643
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:63
Beslissing op verzet. Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij door het gelegde beslag onvoldoende inkomen overhoudt. Daarnaast verwijt klager de gerechtsdeurwaarder dat hij een dwangbevel in behandeling neemt waarvan de vordering naar zijn mening niet klopt. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TSCTS:2018:12 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-12 "2018.V12 Nieuwe Diep"
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 28-12-2018
- ECLI:NL:TSCTS:2018:12
Omtrent een ongeval op zondag 4 maart 2018 in de haven van Terschelling aan boord van het Rijksvaartuig Nieuwe Diep waarbij een opvarende werd getroffen door een brekende tros.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:70 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626564 / DW RK 17/364
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:70
Beslissing op verzet. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. Het verzet is te laat gedaan en de kamer verklaart klager niet-ontvankelijk in het verzet.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:64 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/630294 / DW RK 17/597
- Datum publicatie: 28-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:64
Beslissing op verzet. De klacht betreft het leggen van beslagen die volgens klager niets opleveren. De voorzitter heeft de klacht als zijnde kennelijk ongegrond afgewezen. De kamer is het met de beslissing met de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 186/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:195
Klacht tegen psychiater. Klager is TBS gesteld en in het kader van zijn behandeling is hem voorgesteld medicatie te nemen. Klager verwijt verweerder dat hij hem gedwongen medicatie wilde opleggen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:243 Raad van Discipline Amsterdam 18-869/A/A
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 18-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:243
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:190 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 214/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:190
Klacht tegen huisarts. De huisarts was als dienstdoende arts bij klaagster op huisbezoek geweest omdat zij klachten had van pijn op de borst. De huisarts ging na onderzoek uit van aspecifieke thoraxpijn en schreef morfine voor. Achteraf bleek (na bezoek van klaagster aan het ziekenhuis de volgende dag) dat zij een hartinfarct had gehad. De huisarts heeft daarna geprobeerd excuses aan te bieden en heeft een excuusbrief gestuurd. Een half jaar later heeft klaagster opnieuw contact opgenomen met de huisartsenpost wegens hevige buikpijn en intermenstrueel bloedverlies. De huisarts had visitedienst en heeft opnieuw een huisbezoek afgelegd. Hij heeft bij klaagster de anamnese afgenomen, lichamelijk onderzoek (waaronder inwendig onderzoek) verricht, een diagnose gesteld en zijn bevindingen met klaagster besproken. Omdat hij het idee had dat klaagster hem niet meer herkende, heeft hij ter sprake gebracht dat hij de arts was die een half jaar eerder de diagnose had gemist. Klaagster was daarna erg overstuur. Zij verwijt de huisarts bij het eerste huisbezoek niet adequaat te hebben gehandeld en bij het tweede huisbezoek misbruik te hebben gemaakt van zijn machtspositie door niet weg te blijven en onzorgvuldig en onethisch te hebben gehandeld. Het eerste klachtonderdeel is voor de zitting ingetrokken. Het college stelt vast dat de gang van zaken tijdens het tweede huisbezoek voor klaagster hoogst ongelukkig is geweest. Het college ziet echter geen grond voor het oordeel dat de huisarts daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld. De klacht wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:23 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643262/NT18-7
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:23
De notaris kan in tuchtrechtelijke zin geen verwijt worden gemaakt, nu hij niet betrokken is geweest bij de werkzaamheden betreffende de akte van rectificatie van 20 november 2017 en hij deze akte ook niet zelf heeft gepasseerd. Weliswaar draagt een notaris verantwoordelijkheid voor door medewerkers, waaronder kandidaat-notarissen, verrichte werkzaamheden of voor hun gedragingen en nalaten in de functie-uitoefening, maar deze gaat niet zover dat de notaris ook in tuchtrechtelijke zin voor iedere (vermeende) tekortkoming van met name kandidaat-notarissen aansprakelijk is. Dit geldt temeer nu kandidaat-notarissen zelf tuchtrechtelijk kunnen worden aangesproken voor hun handelen of nalaten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 086/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:191
Klaagster is bekend met osteogenesis imperfecta (O.I.) Klacht tegen verpleegkundig specialist, coördinator O.I. centrum. De klacht betreft de (coordinatie van de) zorg voor klaagster en de verslaglegging. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:24 Kamer voor het notariaat Amsterdam 647786/NT18-20
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 06-12-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:24
Vast staat dat de kandidaat-notaris de bewaringspositie niet heeft gecontroleerd op momenten dat dit wel had gemoeten, maar niet dat de bewaringspositie op enig moment tijdens de waarneming negatief is geweest. Ook staat vast dat de kandidaat-notaris bekend was met het feit dat op het notariskantoor twee uit het ambt ontzette notarissen werkzaam waren. Hij had niet mogen vertrouwen op de mededeling van de notaris dat sprake was van een gedogen van het BFT. Berisping. De gang van zaken met de notaris heeft de kandidaat-notaris zodanig aangegrepen dat hij momenteel niet in staat is om te werken. Aldus is ook de kandidaat-notaris slachtoffer geworden van het handelen van de notaris. De kamer ziet hierin aanleiding om de kandidaat-notaris niet te veroordelen in de kosten voor de behandeling van de klacht.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:48 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335083 KL RK 18-41
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:48
De Wna biedt geen mogelijkheid voor voeging en/of tussenkomst, zoals door [X] verzocht. De bepalingen in de Awb maken dit niet anders.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:192
Klaagster heeft haar klacht van 6 juni 2017 ter zitting van 6 februari 2018 ingetrokken en vrijwel dezelfde klacht nadien ingediend. Als uitgangspunt geldt dat, wanneer een klachtprocedure definitief is geëindigd door intrekking van de klacht (en dus geen onherroepelijke tuchtrechtelijke eindbeslissing voorligt), dat op zichzelf de mogelijkheid niet afsnijdt een nieuwe klacht in te dienen over handelen of nalaten waarover eerder is geklaagd. Voor een inhoudelijke beoordeling van een dergelijke opnieuw ingediende klacht is echter geen plaats, indien de klager daarmee misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen. Van dergelijk misbruik is sprake indien omstandigheden meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien een klager na intrekking van een klacht alsnog een inhoudelijk oordeel kan vragen over hetzelfde handelen of nalaten als waarop de ingetrokken klacht zag. In dit geval geen misbruik van bevoegdheid.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:25 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650230/NT18-29
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:25
De kandidaat-notaris had klaagster en haar echtgenoot moeten wijzen op de gevolgen van het finale verrekenbeding voor de te heffen erfbelasting indien klaagsters echtgenoot als eerste zou komen te overlijden. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 138/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:193
Klacht tegen KNO-arts. Klaagster heeft na een door verweerster uitgevoerde trommelvliessluiting een toegenomen gehoorverlies. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorvlies wordt deze gegrond verklaard. Hoewel het hier geen ingreep aan de gehoorbeenketen betreft kan mogelijk een (in)directe manipulatie van de deels tegen het trommelvlies gelegen gehoorbeenketen plaatsvinden. Dit betekent dat (ook) dit type operatie aan het oor een risico op blijvend gehoorverlies met zich brengt. Mede gelet op de ingrijpende gevolgen die een (toename van) gehoorverlies (van welke aard dan ook) voor een patiënt kunnen hebben, is de omstandigheid dat het risico daarop zeer gering is, geen reden dit risico geen onderdeel te laten zijn van het informed consent. Voor zover de klacht betrekking heeft op het niet-informeren van klaagster over het risico op toegenomen gehoorverlies wordt deze gegrond verklaard en volgt een waarschuwing. Het toegenomen gehoorverlies betekent niet dat bij de operatie een fout is gemaakt of dat deze anderszins onzorgvuldig is uitgevoerd. Het verslag van de operatie beschrijft een normaal uitgevoerde trommelvliessluiting, zonder dat zich daarbij bijzonderheden hebben voorgedaan. Enige aanwijzing dat verweerster een fout heeft gemaakt bij de uitvoering van de operatie ontbreekt. Het klachtonderdeel dat hierop is gericht slaagt niet.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:26 Kamer voor het notariaat Amsterdam 650257/NT18-30 650258/NT18-31
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 27-11-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:26
De klacht tegen de notaris is ongegrond. De kamer is van oordeel dat haar in tuchtrechtelijke zin geen verwijt kan worden gemaakt, nu zij niet betrokken is geweest bij de behandeling van het dossier en niet is gebleken dat de handelwijze van de kandidaat-notaris meer was dan een incident binnen het kantoor van de notaris. De kandidaat-notaris was immers behandelaar van het dossier en heeft, als (ruim) ervaren kandidaat-notaris, de hypotheekakte als waarnemer van de notaris gepasseerd. De klacht tegen de kandidaat-notaris is gegrond. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris zich ten onrechte verschuilt achter de Belehrungspflicht van notaris [A]. Zij had zelf (ook) de plicht om zich van de instemming van klager tot het vestigen van de hypotheek te vergewissen. Zij is immers niet benaderd door klager zelf maar door zijn zoon, die een eigen belang had bij de hypothecaire lening. Er werd een hypotheek gevestigd op het huis van klager in [plaats], terwijl een deel van het geleende bedrag, groot € 25.000, op de rekening van de zoon van klager gestort moest worden. De kandidaat-notaris heeft klager niet in persoon gezien of gesproken en hij zou bij het tekenen van de akte niet aanwezig zijn. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 129/2018
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 21-12-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:194
Klacht tegen gezondheidszorgpycholoog. Klager is TBS gesteld en in het kader van zijn behandeling is hem voorgesteld medicatie te nemen. Klager verwijt verweerster dat zij hem gedwongen medicatie wilde opleggen. Klacht kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:242 Raad van Discipline Amsterdam 18-875/A/A
- Datum publicatie: 21-12-2018
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:242
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Hieruit volgt immers dat verweerder tijdens de inhoudelijke behandeling van de zitting op de gang heeft verbleven en aan de rechtbank heeft aangegeven dat hij de wens van klaagster om van zijn diensten geen gebruik te willen maken respecteerde. Hiermee kan niet gezegd worden dat verweerder zichzelf als advocaat van klaagster bleef presenteren ondanks dat klaagster kenbaar had gemaakt dat zij van zijn diensten geen gebruik wenste te maken. Dat de rechtbank correspondentie aan verweerder heeft gezonden, ondanks dat hij klaagster niet langer als advocaat bijstond, kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten. Zowel klaagster als verweerder hebben tijdens de zitting immers aan de rechtbank kenbaar gemaakt dat verweerder klaagster niet langer als advocaat bijstond. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:195 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-644/DB/ZWB
- Datum publicatie: 20-12-2018
- Datum uitspraak: 17-12-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:195
Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te weigeren een concept op een door klagers gewenst punt aan te passen, omdat verweerder kennelijk geen mogelijkheden zag om het standpunt van klagers met succes in rechte te bepleiten. Verwijten dat verweerder door klagers wederpartij is gemanipuleerd en dat hij heeft geweigerd om een belangrijke getuige op te roepen missen feitelijke grondslag. Klagers hebben geen eigen belang bij klacht over behandeling van een zaak van een andere cliënt, L B.V. Deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:332 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.318
- Datum publicatie: 20-12-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:332
Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is sinds 2011 in behandeling bij het Gender team in het ziekenhuis. In 2015 heeft klaagster een vaginaplastiek gekregen waarna zich complicaties hebben voorgedaan. In 2016 kreeg klaagster een secundaire verdiepingsplastiek en in verband daarmee is zij van 1 t/m 8 maart 2016 opgenomen geweest. Klaagster verwijt de verpleegkundige : a. dat er door de verpleging na de operatie in 2015 niet adequaat is gereageerd op pijnen en klachten die klaagster had, waardoor niets is gedaan tot het al te laat was; b. dat klaagster over de (voorbereiding op de) operatie in 2016 slecht is geïnformeerd, tegen haar wil is geplaatst op een kamer waar een asociale patiënte lag, waar niemand naast wilde liggen, en verkeerde medicatie heeft gekregen (alleen morfine werkte tegen de pijn, maar de verpleging weigerde dit steeds te geven); c. dat hij klaagster op een racistische manier heeft bejegend; d. dat hij samen met de zaalarts de zorg voor klaagster heeft verwaarloosd; e. dat hij niet wist hoe hij het antibiotica infuus moest instellen, waardoor het infuus niet werkte; f. dat hij weigerde zorg te verlenen omdat hij de wond van klaagster vies vond; g. dat hij andere patiënten meer prioriteit gaf; h. dat hij weigerde klaagster met mevrouw aan te spreken en in het bijzijn van anderen steeds meneer zei, en dat hij klaagster heeft uitgescholden voor kutwijf en andere racistische benamingen heeft gebruikt; i. dat zijn aandringen samen met de zaalarts om inwendig te spoelen, tegen de wens van klaagster in, ervoor heeft gezorgd dat de hechtingen los lieten, waardoor wonden zijn ontstaan en nog een hersteloperatie nodig is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:333 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.323
- Datum publicatie: 20-12-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:333
Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is sinds 2011 in behandeling bij het Gender team in het ziekenhuis, van welk team ook de aangeklaagde gz-psycholoog deel uitmaakt. Vanaf februari 2013 zijn tussen klaagster en de gz-psycholoog periodiek gesprekken gevoerd over behandeleffecten en (verdere) behandelwensen bij klaagster. In 2015 heeft klaagster een vagina plastiek gekregen, waarna zich complicaties hebben voorgedaan. In 2016 kreeg klaagster een secundaire verdiepingsplastiek. Na de operaties zijn de periodieke gesprekken voortgezet. Klaagster verwijt de gz-psycholoog: a. dat hij een afspraak voorafgaand aan de operatie zonder medeweten van klaagster heeft afgezegd omdat hij ervan uitging dat alles goed zou gaan; b. dat hij de afspraak om tijdens de opname in juli 2015 bij klaagster langs te komen niet is nagekomen; c. dat hij niets heeft gedaan met de klacht van klaagster dat een afspraak met de endocrinoloog weer werd geannuleerd en pas drie maanden later kon plaatsvinden; d. dat hij klaagster zwaar heeft vernederd na een gesprek door met collega’s hard te praten en te lachen, wat klaagster in de gang kon horen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk voor zover zij nieuwe klachten heeft geformuleerd en verwerpt het beroep voor het overige.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:334 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.473
- Datum publicatie: 20-12-2018
- Datum uitspraak: 20-12-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:334
Van de psychiater mag niet worden verwacht dat hij zes maanden na het uitbrengen van zijn rapport, dat is gebaseerd op een eenmalig adviesgesprek, op verzoek van klager opnieuw wijzigingen aanbrengt. Dit geldt temeer nu de verzochte aanpassingen geen invloed hebben op de in het rapport opgenomen conclusies. Verwerpt beroep.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 389
- Pagina: 390
- Pagina: 391
- ...
- Pagina: 952
- Volgende pagina zoekresultaten