Zoekresultaten 18851-18900 van de 47613 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-059 DB/ZWB
- Datum publicatie: 18-03-2019
- Datum uitspraak: 06-03-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:33
Klager is in cassatie door cassatieadvocaat bijgestaan. Deze heeft een negatief cassatie-advies gegeven. Advocaat die klager eerder heeft bijgestaan in de strafzaak heeft geen opdracht aanvaard om de zaak in cassatie te behandelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:18 Accountantskamer Zwolle 18/805 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:18
De klacht ziet op de controle door betrokkene van de jaarrekening van een stichting die onderwijs aanbiedt op ruim dertig scholen. Klager verwijt betrokkene, samengevat weergegeven, dat hij a) het jaarverslag ten onrechte heeft goedgekeurd, b) zich niet integer heeft gedragen, c) heeft geprobeerd klager te intimideren en d) in strijd heeft gehandeld met het Onderwijsaccountantprotocol. De klacht is in al haar onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:44 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-950
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:44
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat is onvoldoende onderbouwd. Ook het klachtdossier biedt geen aanknopingspunten voor de verwijten van klaagster aan het adres van verweerster. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/378
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:37
Klacht tegen tandarts. Klager verwijt de aangeklaagde tandarts dat hij 1) klager inadequaat heeft geadviseerd en geïnformeerd over de voorgenomen behandeling en geen behandelplan of een begroting heeft gepresenteerd, 2) een inadequate behandeling heeft ingezet en een plaatje heeft geleverd dat niet goed past, 3) klager niet heeft geïnformeerd over de mogelijke vergoeding door de zorgverzekeraar en onjuiste declaraties heeft ingediend bij de zorgverzekeraar. Deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:19 Accountantskamer Zwolle 18/1122 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:19
De klacht is in al haar onderdelen niet-ontvankelijk in verband met overschrijding van de zesjaarstermijn respectievelijk driejaarstermijn als bedoeld in artikel 22, eerste lid Wtra (oud).
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:45 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-418
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:45
Betreft het handelen van verweerder in zijn hoedanigheid van (voormalig) deken. Een advocaat die ernstig ziek was, heeft zijn praktijk laten waarnemen door een advocaat die een uitgebreid tuchtrechtelijk verleden had. Geklaagd wordt door een partij, die cliënt was bij de zieke advocaat, over het optreden van verweerder als deken tegen de waarnemer van de zieke advocaat. De raad is van oordeel dat het niet de taak van de deken is om afspraken tussen advocaten over waarneming van de praktijk bij ziekte te accorderen. De wijze waarop de deken klachten onderzoekt en eventueel stappen onderneemt tegen een advocaat over wiens handelen wordt geklaagd, behoort tot de beleidsvrijheid van de deken. In dit geval is niet gebleken dat verweerder niet adequaat en voortvarend heeft gehandeld. Dat geldt ook voor de wijze waarop verweerder de kwestie van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de advocaat over wie werd geklaagd heeft aangepakt en voor het geplande kantoorbezoek. In dit geval was er ook geen rol weggelegd voor verweerder met betrekking tot de overdracht van de dossiers aan een andere advocaat. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/134
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:38
Klaagster dient de klacht in namens haar gehandicapte dochter. Klaagster verwijt de huisarts onvoldoende zorg en een verkeerde diagnose (kalknagels). De manier van werken van verweerster heeft geleid tot pijnklachten bij haar dochter en is haar deskundige medische verzorging onthouden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-461
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 21-01-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:46
De klacht betreft het optreden van verweerder als advocaat van de vrouw in de echtscheidingsprocedure met klager. Verweerder trad daarin op voor de vrouw, met wie hij een affectieve relatie had. Toen die relatie eindigde, heeft verweerder klager een deel van de kosten van rechtsbijstand alsnog in rekening gebracht. Klager beklaagt zich daarover en is daarin ontvankelijk. Ten aanzien van de kosten staat vast dat is afgesproken dat de kosten van rechtsbijstand aan de vrouw in rekening zouden worden gebracht, die op haar beurt die kosten zou verrekenen met klager. Derhalve ontbreekt de rechtsgrond om klager rechtstreeks aan te spreken voor de kosten van rechtsbijstand en heeft verweerder ten onrechte een nota gestuurd naar klager. Verder is niet komen vast te staan dat klager verweerder ook opdracht heeft gegeven om hem rechtsbijstand te verlenen. Een opdrachtbevestiging ontbreekt en ook uit bijkomende omstandigheden is van een opdracht niet gebleken. Klacht deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:20 Accountantskamer Zwolle 18/698 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:20
De klacht is niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 22, eerste lid Wtra (oud).
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/246gzp
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:39
Klager verbleef in een penitentiaire inrichting en klaagt over een psycholoog en de medische dienst. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:21 Accountantskamer Zwolle 18/1865 Wtra AK
- Datum publicatie: 15-03-2019
- Datum uitspraak: 15-03-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:21
Opinie geschreven op verzoek advocaat van vrouw die is ingebracht in procedure over te betalen alimentatie. Opinie behelst een conclusie over de mogelijkheid om dividend uit te keren en ontbeert in vele opzichten een deugdelijke grondslag. Dat levert schending van het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid op. Verder geen voldoende waarborgen getroffen voor het naleven van het beginsel van objectiviteit (de vrouw is een vriendin van de echtgenote van de accountant). Geen enkel besef van de onjuistheid van het handelen getoond. Betrokkene hecht kennelijk ook geen enkel belang aan het naleven van de gedragsregels. Tijdelijke doorhaling voor drie maanden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-611 DB / LI
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:29
Verzetschrift is buiten de in artikel 46h Advocatenwet genoemde termijn van 30 dagen ter griffie ontvangen. Dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding is niet gesteld, noch gebleken. Verzet niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-923/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:30
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat hij in strijd met de kennelijke wil van klagers een schikkingsvoorstel aan de wederpartij heeft gedaan en daarvan geen afschrift aan klagers heeft gestuurd. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18112
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 13-03-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:21
Arts wordt verweten dat zij: - een onjuiste rapportage heeft opgesteld omdat zij daarin, gezien klagers ernstige slotklachten aan zijn linkerknie, ten onrechte heeft geoordeeld dat klager in staat is om zwaar huishoudelijk werk te doen; - klager niet heeft aangeboden om gebruik te maken van zijn blokkeringsrecht en haar advies (rapportage) zonder klagers toestemming en zonder dat klager van het advies op de hoogte was gebracht naar de gemeente Stein heeft verzonden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-865 DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:31
Verweerder is tekortgeschoten in zijn advisering over de mogelijkheid om een toevoeging aan te vragen en heeft onzorgvuldig gehandeld door eerst toe te zeggen een toevoeging aan te vragen en daarna op die toezegging terug te komen. Niet gebleken dat verweerder zijn macht heeft misbruikt door te dreigen. Voor zover de klacht ziet op optreden van verweerder in 2014 is de klacht niet-ontvankelijk ex artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Deels gegrond, deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen T2018/05
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 12-03-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:10
Klager verwijt verweerder dat hij in strijd zou hebben gehandeld met de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) nu hij geen zorg zou dragen voor een goede en correcte klachtafhandeling. Daarnaast verwijt klager verweerder samengevat dat hij onjuist declareert. Nu van een formele klacht geen sprake is geweest en verweerder het tussen hem en klager gerezen (financiële) geschil ten aanzien van een declaratie adequaat heeft afgehandeld is het eerste klachtonderdeel ongegrond. Ook is niet gebleken van onjuiste declaraties. Klager is alle met hem gemaakte (behandel)afspraken daadwerkelijk nagekomen, terwijl ook de overgelegde patiëntenkaart geen aanleiding geeft om te veronderstellen dat verweerder onjuist zou hebben gedeclareerd, zodat ook het tweede klachtonderdeel ongegrond is.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-448 DB ZWB
- Datum publicatie: 13-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:32
Klacht over kwaliteit van de dienstverlening ongegrond. Klager is kennelijk niet tevreden over de getroffen regeling, maar bij de totstandkoming daarvan werd hij niet bijgestaan door verweerster. Verweerster heeft klager correct geadviseerd. Niet gebleken dat verweerster excessief heeft gedeclareerd. Verweerster heeft voor klager een toevoeging aangevraagd en toen deze werd afgewezen heeft zij hem geadviseerd over de mogelijkheden. Niet gebleken dat klager verweerster heeft verzocht om specificaties. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/390
- Datum publicatie: 12-03-2019
- Datum uitspraak: 12-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:35
Klaagster dient namens haar overleden echtgenoot een klacht in tegen een neuroloog. Klaagster verwijt verweerder (onder meer) dat hij haar echtgenoot geen goede zorg en aandacht heeft gegeven, niet goed naar de uitslag van de CT-scan heeft gekeken en geweigerd heeft opnieuw een CT- scan te maken en dat de behandeling ten onrechte gericht is geweest op het onder controle krijgen van de epilepsie. Klaagster verwijt verweerder het overlijden van haar echtgenoot. Deels gegrond, waarschuwing
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/23
- Datum publicatie: 12-03-2019
- Datum uitspraak: 12-03-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:11
Klacht tegen verpleegkundige. Verweerder is korte tijd na het beëindigen van de behandelrelatie een relatie aangegaan met een (ex-)patiënte. De klacht, inhoudende dat verweerder zich seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen jegens patiënte, is gegrond. Voorwaardelijke schorsing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-236
- Datum publicatie: 12-03-2019
- Datum uitspraak: 12-03-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:48
Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klagers zijn niet-ontvankelijk in drie van de vier klachtonderdelen, omdat deze zien op de behandeling en de diagnose. Hierover heeft het College reeds eerder uitspraak gedaan (2018-064a). Klachtonderdeel 1, dat ziet op de dossiervoering, is ongegrond. Het dossier is zodanig gevormd en bijgehouden dat de voortgang van de behandeling adequaat kon worden gewaarborgd en dat rekenschap over de behandeling kon worden afgelegd. Dat het dossier geen vaste structuur bevat, past bij de gekozen behandelaanpak, terwijl deze wijze van dossiervoering op zich nog steeds geaccepteerd is in de beroepsgroep. Klagers deels niet-ontvankelijk, verder is de klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 192/2018
- Datum publicatie: 11-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:51
Klacht tegen huisarts op de HAP. Klager en zijn echtgenote vroegen zich af of een wond op de wang van hun zoontje van drie niet beter door een plastisch chirurg kon worden behandeld. Het gesprek is geëscaleerd, waarbij verweerder onder meer te kennen gaf: “Het interesseert me geen ruk wie je vrienden zijn, ik ben hier de huisarts en bepaal wat er gebeurt.” Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2019:52 Raad van Discipline Amsterdam 18-558/A/A en 18-559/A/A
- Datum publicatie: 11-03-2019
- Datum uitspraak: 11-03-2019
- ECLI:NL:TADRAMS:2019:52
Klacht over eigen advocaat (verweerder sub 1) en over advocaat in hoedanigheid van klachtenfunctionaris (verweerder sub 2). De tuchtrechter beoordeelt geen declaratiegeschillen, maar waakt wel tegen excessief declareren. Dat sprake is van excessief declareren wordt gemotiveerd betwist en is de raad ook niet gebleken. Tussen klager en verweerder sub 1 is in geschil wat er is afgesproken over het declareren van werkzaamheden voorafgaand aan de opdrachtbevestiging van 14 mei 2016. Klager beroept zich op de e-mailwisseling van 14 mei 2016, waaruit volgt dat tussen partijen is afgesproken dat verweerder sub 1 in beginsel geen kosten in rekening zou brengen tot 14 mei 2016. Verweerder sub 1 beroept zich op een afwijkende mondelinge afspraak van na die datum. Naar het oordeel van de raad had van verweerder mogen worden verwacht dat hij, als hij zich daarop wilde beroepen, de gestelde afwijkende mondelinge afspraak schriftelijk aan klager zou hebben bevestigd. Dat verweerder dit heeft nagelaten komt voor zijn rekening. Door de betreffende factuur op eerste aangeven van klager te crediteren voor wat betreft de voorafgaand aan de opdrachtbevestiging gemaakte uren, heeft verweerder sub 1 evenwel naar de door klager gestelde afspraak gehandeld. Klager is aldus niet in zijn belangen geschaad. De raad acht de enkele omstandigheid dat verweerder sub 1 een factuur heeft gestuurd voor werkzaamheden die zijn verricht vóórdat sprake was van een formele opdrachtbevestiging (ofwel in afwijking van een daartoe gemaakte afspraak, ofwel zonder de door verweerder sub 1 gestelde later gemaakte afspraak schriftelijk te bevestigen) op zichzelf van onvoldoende gewicht om tuchtrechtelijk verwijtbaar te zijn. Niet gebleken dat verweerder sub 2 bij de afhandeling van de klacht onjuist heeft gehandeld of beslist, dan wel zich anderszins zodanig heeft gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 229/2018
- Datum publicatie: 08-03-2019
- Datum uitspraak: 08-03-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:47
Klacht tegen een fysiotherapeut. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg door vast te houden aan het concurrentiebeding met zijn voormalig werknemer. Klacht ontvankelijk op grond van de tweede tuchtnorm. Naar het oordeel van het college heeft verweerder zijn taak en verantwoordelijkheid als werkgever en praktijkhouder voldoende in acht genomen en gezocht naar een passend alternatief voor de zorgverlening. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 300/2018
- Datum publicatie: 08-03-2019
- Datum uitspraak: 08-03-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:48
Klacht tegen een fysiotherapeut. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg door vast te houden aan het concurrentiebeding met zijn voormalig werknemer. Klacht ontvankelijk op grond van de tweede tuchtnorm. Naar het oordeel van het college heeft verweerder zijn taak en verantwoordelijkheid als werkgever en praktijkhouder voldoende in acht genomen en gezocht naar een passend alternatief voor de zorgverlening. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 321/2018
- Datum publicatie: 08-03-2019
- Datum uitspraak: 08-03-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:49
Klacht tegen een fysiotherapeut. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg door vast te houden aan het concurrentiebeding met zijn voormalig werknemer. Klacht ontvankelijk op grond van de tweede tuchtnorm. Naar het oordeel van het college heeft verweerder zijn taak en verantwoordelijkheid als werkgever en praktijkhouder voldoende in acht genomen en gezocht naar een passend alternatief voor de zorgverlening. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 228/2018
- Datum publicatie: 08-03-2019
- Datum uitspraak: 08-03-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:50
Klacht tegen een fysiotherapeut. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg door vast te houden aan het concurrentiebeding met zijn voormalig werknemer. Klacht ontvankelijk op grond van de tweede tuchtnorm. Naar het oordeel van het college heeft verweerder zijn taak en verantwoordelijkheid als werkgever en praktijkhouder voldoende in acht genomen en gezocht naar een passend alternatief voor de zorgverlening. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.303
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:62
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde na overlijden van patiënt. Patiënt was na een operatie ter revalidatie opgenomen in het verzorgingshuis waar verweerder werkzaam is. Verweerder wordt verweten patiënt op de dag van het overlijden tijdens zijn visite niet goed te hebben onderzocht en geen actie te hebben ondernomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.449
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:56
De moeder van klager (patiënte) verbleef de laatste dagen van haar leven in het ziekenhuis waar de cardioloog werkzaam was. Klager verwijt de cardioloog ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan een ECG. Bovendien heeft de cardioloog geen onderzoeken uitgevoerd naar aanleiding van het toenemen van de klachten van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1883
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:12
Klacht deels gegrond. Klaagster, ex- echtgenote van patiënt van verweerder, ontvankelijk. Handelen verweerder beoordeeld volgens de tweede tuchtnorm. Artikel 7:456 BW, verstrekking van een afschrift blijft achterwege als dat noodzakelijk is in belang bescherming van persoonlijke levenssfeer van een ander. Verweerder had email van ex-echtgenote aan OM niet mogen doorsturen aan patiënt. Gevolgen van verweten handelen staan niet ter beoordeling. Voldoende inzicht getoond. Legt verweerder maatregel op, publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.306
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:63
Klacht tegen psychiater. Klaagster is door het Regionaal Tuchtcollege niet-ontvankelijk verklaard, omdat het klaagschrift niet voldeed aan de daaraan gestelde voorwaarde. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klaagster wel kan worden ontvangen in haar klachten. De klacht worden vervolgens ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.450
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:57
De moeder van klager (patiënte) verbleef de laatste dagen van haar leven in het ziekenhuis waar de internist werkzaam was. Klager verwijt de internist dat zij na het overlijden van patiënte heeft aangegeven dat de bloeduitslagen zijn beoordeeld, terwijl vast is komen te staan dat het niet is gelukt om bloed af te nemen. Verder heeft de internist verklaard dat het overlijden niets heeft te maken met de galblaasproblematiek van patiënte, maar niet hoe zij toe deze conclusie is gekomen en/of wat wel de doodsoorzaak is. Ten slotte heeft de arts patiënte niet onderzocht, ondanks de verslechtering van de situatie van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klachten af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager.
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:8 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/342033 / KL RK 18-123
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 19-02-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:8
Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris het verzoek om het adres te wijzigen twee maanden nadat zij de akte van oprichting had gepasseerd, te lichthartig opgevat. De notaris had niet zonder meer mogen afgaan op de mededeling van [W] dat alles in orde was. Voordat de notaris overging tot het verlenen van haar medewerking aan het doorgeven van de adreswijziging aan de Kamer van Koophandel, had zij zelf onderzoek moeten doen door de huurovereenkomst of een eigendomsbewijs op te vragen.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18134a
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:13
Klacht van broer/dochter tegen psychiater in de GGZ na suïcide van zus/moeder. Klacht gegrond. Beslissing tot ontslag uit zorginstelling onbegrijpelijk. Voor ontslag was ingesteld zijn op Xeplion-depot bepalend, belangrijk tweede element, stabilisatie ten aanzien van suïcidaliteit, is niet dan wel onvoldoende meegewogen. Voorts was aan randvoorwaarden voor ontslag, oefenen met verlof en maken goede afspraken met familie, niet voldaan. Legt verweerster berisping op, onvoldoende zelf inzicht, publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:64 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.307
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:64
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.451
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:58
De moeder van klager (patiënte) verbleef de laatste dagen van haar leven in het ziekenhuis waar de arts werkzaam was. Klager verwijt de arts dat de in opdracht van de arts gemaakte longfoto niet is beoordeeld, althans niet is teruggekoppeld aan klager/patiënte. Daarnaast heeft de arts opdracht gegeven voor het afnemen van bloed, maar dit is niet gebeurd. Ten slotte heeft de arts patiënte niet onderzocht, ondanks de verslechtering van de situatie van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de thoraxfoto geen aanwijzingen voor een longontsteking of overvulling vertoonde. Nu er geen zorgen uit de thoraxfoto bleken, bestond er anders dan klager heeft aangevoerd, geen aanleiding om de bevindingen in de nachtdienst terug te koppelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2019:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18134b
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZREIN:2019:14
Klacht van broer/dochter tegen FACT-psychiater na suïcide van zus/moeder. Beide klachtonderdelen gegrond. Eerste klachtonderdeel, beslissing tot ontslag uit zorginstelling onbegrijpelijk. Voor ontslag was ingesteld zijn op Xeplion-depot bepalend, belangrijk tweede element stabilisatie ten aanzien van suïcidaliteit, is niet dan wel onvoldoende meegewogen. Voorts was aan randvoorwaarden voor ontslag, oefenen met verlof en maken goede afspraken met familie, niet voldaan. Tweede klachtonderdeel, onvoldoende oog voor het wankele evenwicht, niet proactief opgetreden maar afwachtend. Legt verweerster berisping op, onvoldoende zelf inzicht, publicatie.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:65 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.316
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:65
Klacht tegen psychiater. De psychiater heeft een herkeuring bij klager uitgevoerd in het kader van een vorderingsprocedure van het Centraal Bureau Rijbewijskeuringen op grond van de Wegenverkeerswet waarbij klager is onderzocht ter zake van zijn alcoholgebruik. Klager verwijt de psychiater dat hij 1) zijn beroepsgeheim heeft geschonden doordat de concept rapporten naar een onjuist (oud) huisadres gestuurd waar de nieuwe bewoner er kennis van heeft kunnen nemen, en 2) het eerste rapport zonder kennisgeving aan klager inhoudelijk heeft veranderd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/333
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:31
Klager verwijt een huisarts van een medisch specialist ontvangen informatie over klagers minderjarige dochter niet met hem te hebben gedeeld, ten onrechte geen standpunt inneemt met betrekking tot de diagnose automutilatie en ten onrechte de behandelrelatie met klager en zijn dochter probeert te beëindigen. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.007
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:59
De moeder van klager (patiënte) verbleef de laatste dagen van haar leven in het ziekenhuis waar de verpleegkundige werkzaam was. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zijn zorgen als mantelzorger niet serieus heeft genomen, dat de verpleegkundige de laatste avond geen arts heeft geconsulteerd terwijl de toestand van patiënte achteruit ging en dat de verpleegkundige haar poging om bloed af te nemen te snel heeft gestaakt. Daarnaast heeft de verpleegkundige klager de bewuste avond weggestuurd en in het bijzijn van de patiënte ruzie met klager gemaakt. Ten slotte heeft de verpleegkundige nagelaten patiënte adequaat aan de nachtdienst over te dragen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:66 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.384
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:66
Klager, zelf arts, had jarenlang diverse klachten en heeft zichzelf daarvoor fluconazol voorgeschreven. Klager verwijt de internist dat zij klager niet zag als iemand die serieus ziek was en dat de internist is uitgegaan van het vermoeden van een andere arts dat er sprake was van een waanstoornis. De internist had volgens klager bovendien onvoldoende kennis, omdat zij er niet van op de hoogte was dat ook immuungezonde mensen een invasieve schimmelinfectie kunnen oplopen. Voorts verwijt klager de internist onheuse bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.063 en c2018.351
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:60
Klacht tegen psychiater. De psychiater heeft een keuring bij klager uitgevoerd in het kader van een vorderingsprocedure van het Centraal Bureau Rijbewijskeuringen op grond van de Wegenverkeerswet waarbij klager is onderzocht ter zake van zijn alcoholgebruik. Klager verwijt de psychiater 1) onzorgvuldige rapportage, 2) het klager ten onrechte niet in de gelegenheid stellen gebruik te maken van zijn inzage-, correctie-, en blokkeringsrecht alvorens het rapport door te sturen naar CBR, waardoor zij haar beroepsgeheim heeft geschonden, 3) dat klager vele nadelige effecten heeft ondervonden van het rapport en onkosten heeft moeten maken voor onder meer het ondergaan van een herkeuring. In een aparte klacht verwijt klager de psychiater valsheid in geschrifte. Het Regionaal Tuchtcollege heft de klachten in twee beslissingen afgewezen. Voor zover de klachten in beroep nog aan de orde waren heeft het Centraal Tuchtcollege het beroep in een gezamenlijke beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.385
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:67
Klager, zelf arts, had jarenlang diverse klachten en heeft zichzelf daarvoor fluconazol voorgeschreven. Klager verwijt de maag-darm-leverarts dat hij alleen op basis van de anamnese een ingrijpend onderzoek heeft voorgesteld en dat dat niet een endoscopie rechtvaardigt. De maag-darm-leverarts heeft te weinig informatie verstrekt over een endoscopie en reageerde gekrenkt toen klager het onderzoek had afgezegd. De maag-darm-leverarts heeft de klachten van klager ook niet goed begrepen. Door een waan te suggereren, zijn bovendien andere artsen terughoudend geworden in hun behandelingen. Daarnaast heeft de maag-darm-leverarts een psychiater gemanipuleerd door hem leugens te vertellen en door achter te houden dat hij een arts onder behandeling had. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klachten ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.100
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:61
Regionaal Tuchtcollege heeft klacht tegen psychiater over de werkwijze bij een keuring in opdracht van het CBR gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van gedeeltelijke ontzegging opgelegd, in die zin dat aan de psychiater de bevoegdheid wordt ontzegd deskundigenrapportages op te stellen. Beroep tegen uitsluitend de strafmaat slaagt. Centraal Tuchtcollege overweegt dat niet is gebleken dat de psychiater ook niet geschikt is tot het opstellen van deskundigenrapportages op andere gebieden en volstaat met maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van twee maanden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.448
- Datum publicatie: 07-03-2019
- Datum uitspraak: 07-03-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:55
De moeder van klager (patiënte) verbleef de laatste dagen van haar leven in het ziekenhuis waar de cardioloog werkzaam was. Klager verwijt de cardioloog ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan een ECG. Bovendien heeft de cardioloog geen onderzoeken uitgevoerd naar aanleiding van het toenemen van de klachten van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2019:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-038/DB/ZWB
- Datum publicatie: 06-03-2019
- Datum uitspraak: 26-02-2019
- ECLI:NL:TADRSHE:2019:28
Het valt een advocaat niet te verwijten indien de wederpartij niet met een minnelijke regeling wenst in te stemmen. Advocaat heeft geen invloed op doorlooptijden in geval van een procedure. Advocaat mag werkzaamheden in geval van een vertrouwensbreuk neerleggen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2019:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-152
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRSGR:2019:55
Klacht tegen een arts niet-ontvankelijk. De arts heeft niet in de hoedanigheid van arts gehandeld. In het midden kan daarom blijven of het door klager in zijn klacht aan de orde gestelde handelen of nalaten (voldoende) weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:230 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 639429
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 26-10-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:230
beslissing op verzet. Betalingsregeling
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2018/05
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 05-03-2019
- ECLI:NL:TGZRGRO:2019:7
Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster werd door verweerder behandeld wegens pijnklachten met een laserapparaat op haar bovenrug. Tijdens de laatste behandeling ontstonden er op acht plaatsen blaren. Klaagster verwijt verweerder dat hij de laserbehandeling op een onjuiste wijze heeft uitgevoerd, geen nazorg heeft verleend en klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden jegens haar doordat hij zich tijdens een gesprek met de advocaat van klaagster over de situatie heeft laten vertegenwoordigen door een van zijn patiënten die op de hoogte bleek te zijn van klaagsters medische situatie. Het college verklaart drie van de vijf klachtonderdeel gegrond en berispt verweerder.
-
ECLI:NL:TADRARL:2019:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-427
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 04-03-2019
- ECLI:NL:TADRARL:2019:42
Klacht over onvoldoende inhoud van de processtukken en het ontbreken van verweer in reconventie, alsmede over onvoldoende voorbereiding voor de comparitie oordeelt de raad ongegrond, evenals de klacht over de onhandige bewoordingen van verweerster na haar onverwachte aansprakelijkheidsstelling door klaagster. Verweerster had echter de door haar gemaakte strategische keuze ten aanzien van de grondslag van de vordering in de dagvaarding, in afwijking van de polisvoorwaarden, schriftelijk aan klaagster moeten bevestigen (Gedragsregel 8 oud). Verweerster heeft zich, mede gezien de privésituatie bij klaagster, onvoldoende ervan vergewist dat klaagster de gekozen strategie had begrepen en de gevolgen ervan kon overzien. Gegrond. Waarschuwing met proceskostenveroordeling (oud).
-
ECLI:NL:TNORARL:2019:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/338729 KL RK 18-79 C/05/338730 KL RK 18-80
- Datum publicatie: 05-03-2019
- Datum uitspraak: 15-02-2019
- ECLI:NL:TNORARL:2019:7
Klaagster beklaagt zich over het gebrek aan voortgang in de afwikkeling van de nalatenschap en voorts het gebrek aan communicatie over de stand van zaken. De kamer heeft de klacht gegrond verklaard. Gelet op het feit dat de notarissen de door hen in hun brief van 30 maart 2017 gedane toezeggingen in december 2018 nog steeds niet volledig zijn nagekomen. Verder acht de kamer het verwijtbaar dat de notarissen klaagster onvoldoende hebben geïnformeerd over de stand van zaken in de afwikkeling. Aan zowel de notaris als de kandidaat-notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 377
- Pagina: 378
- Pagina: 379
- ...
- Pagina: 953
- Volgende pagina zoekresultaten