Zoekresultaten 18851-18900 van de 48227 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:77 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-083/DB/LI

    Advocaat heeft zijn cliënt willen behoeden voor het innemen van een ongeloofwaardig standpunt en heeft daarmee gehandeld in het belang van zijn cliënt. Een advocaat doet er verstandig aan om een intrekking van de opdracht door zijn cliënt schriftelijk te bevestigen. Nu klager de opdracht in niet mis te verstane bewoordingen heeft beëindigd en vervolgens een jaar niets meer van zich heeft laten horen valt de advocaat ter zake tuchtrechtelijk geen verwijt te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:78 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1021/DB/OB

    Dat verweerder in de bezwaarprocedure bij het UWV aspecten onderbelicht heeft gelaten is niet gebleken. Wel tekortgeschoten in de communicatie met klager: geen opdrachtbevestiging en geen schriftelijk advies aan klager gestuurd. Eveneens verzuimd om processtukken vooraf in concept aan klager toe te sturen en verzuimd te reageren op een aantal e-mails van klager. Klacht over onjuiste toevoegingsaanvraag ongegrond. Deels gegrond, deels ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.479

    Klager is gescheiden. De aangeklaagde huisarts is de huisarts van zowel klager als diens zoon. De huisarts heeft met toestemming van klager en zijn ex een consult gehad met alleen de zoon vanwege zorgen over diens suïcidale uitingen en heeft dit vastgelegd in een brief van 12 april 2018 aan klager en zijn ex. De huisarts heeft een melding Veilig thuis gedaan. Klager verwijt verweerster: 1. het doen van een onjuiste verklaring op 12 april 2018; 2. dat zij haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden doordat zij haar bevindingen aan de moeder van de zoon heeft afgegeven; 3. schending van de meldcode kindermishandeling; en 4. misleiding, omdat er contactmomenten/stukken/e-mails niet in het huisartsenjournaal van de zoon zijn opgenomen. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klachten als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:64 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-592/DH/DH

    Klacht over de kwaliteit van dienstverlening en over de declaratie is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:45 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-141/DH/RO-a-b

    Klaagster heeft zelf procedures gevoerd in eerste aanleg en in hoger beroep bij Kifid. Verweerders hebben voor klaagster een civiele procedure ingesteld tegen dezelfde partijen als waartegen klaagster bij Kifid procedeerde en in een kwestie waarin hetzelfde feitencomplex ten grondslag lag. Verweerders hebben onvoldoende onderzoek gedaan naar de samenloop tussen de procedures bij Kifid en bij de civiele rechter. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-474/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:58 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-708/DH/RO

    Klacht tegen advocaat wederpartij over onnodig grievende uitlatingen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:71 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-004/DH/DH

    Klacht gegrond. Verweerder heeft klager benadeeld door gedurende zeven jaren onvoldoende voortvarend te handelen en klager onvoldoende duidelijkheid te verschaffen in (de voortgang van) een ontbindingsprocedure. Verweerder is hiermee jegens klager tekortgeschoten en heeft niet gehandeld zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Gelet op de ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, de (negatieve) gevolgen hiervan voor klager en het tuchtrechtelijk verleden van klager, acht de raad de maatregel van berisping passend. Daarnaast ziet de raad in de omstandigheden van het geval aanleiding om tevens aan verweerder een voorwaardelijke geldboete op te leggen van € 1.500,- en daarbij te bepalen dat verweerder deze boete verschuldigd is indien hij niet uiterlijk veertien dagen na het onherroepelijk worden van deze beslissing aan klager, bij wijze van schadevergoeding, een bedrag van € 1.000,- heeft voldaan. Voor het overige wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:52 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-675/DH/DH

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Ten aanzien van klachtonderdeel a heeft klaagster de verwijten niet, althans onvoldoende, van feitelijke onderbouwing voorzien. Ten aanzien van klachtonderdeel b is niet gebleken dat verweerder moedwillig niet gelijktijdig een verweerschrift aan de advocaat van klaagster heeft verzonden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:59 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-704/DH/RO

    Verweerder heeft zich onnodig grievend uitgelaten tegen klager. Dit is niet zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De uitlating moet naar het oordeel van de raad echter worden bezien in de context van een hoog oplopend geschil tussen klager en zijn voormalig werkneemster mr. L (beiden advocaat). Het is de raad ambtshalve bekend dat klager daarbij niet schroomt om herhaaldelijk klachten tegen haar in te dienen. Deze context geeft de raad grond om aan verweerder geen maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-267

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Het College is van oordeel dat verweerder zorgvuldig tot zijn diagnosen is gekomen en deze weloverwogen heeft onderbouwd en kan geen fouten ontdekken wat betreft de voorgeschreven medicatie. Klager heeft onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd in welk rapport onjuiste verklaringen staan. Uit het dossier blijkt voldoende dat het klopt wat verweerder zegt dat hij zich heeft ingespannen om de juiste behandeling voor klager in te zetten en dit meermaals met klager besproken is. Hoewel het doorverwijzen naar een andere behandelaar voor klager mogelijk langer duurde dan gewenst, acht het College de door verweerder toegelichte gang van zaken adequaat en zorgvuldig. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:72 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-204/DH/RO/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-986/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft klager in drie procedures bijgestaan. Onvoldoende is gebleken dat verweerster zich jegens klager niet integer of onbehoorlijk heeft opgesteld. Evenmin is gebleken dat de adviezen van verweerster onbegrijpelijk of onjuist waren. Klacht kennelijk ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:66 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-055/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht dat verweerster heeft geweigerd om dossiers aan haar voormalig cliënt te verstrekken kennelijk ongegrond. Op verweerster rustte geen plicht meer om de dossier te bewaren op het moment dat klager daarom vroeg.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:47 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-777/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:60 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-002/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in een tragische letselschadezaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:41 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-627/DH/DH

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:73 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-1041/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:54 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-978/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Onvoldoende is gebleken dat verweerster zich jegens klager niet integer of onbehoorlijk heeft opgesteld. Evenmin is gebleken dat de adviezen van verweerster onbegrijpelijk of onjuist waren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:67 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-957/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Onduidelijke en niet onderbouwde klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:48 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-834/DH/RO

    Klachtonderdeel a niet-ontvankelijk omdat klager slechts een afgeleid belang heeft. De raad is, het hiervoor in 5.1 weergegeven. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:61 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-040/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat naar aanleiding van een spoedeisende bestuursrechtelijke kwestie deels kennelijk ongegrond en deels van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:42 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-465/DH/RO 18-846/DH/RO

    Verweerster heeft niet gehandeld zoals een advocaat betaamt doordat zij meermalen heeft geprobeerd om vertrouwelijke informatie over klaagster bij een derde op te vragen. Gelet op de ernst van deze verwijtbare (elkaar opvolgende) gedragingen en in aanmerking nemend de afwezigheid van een tuchtrechtelijk verleden van verweerster, acht de raad voor elke klachtzaak afzonderlijk een maatregel van waarschuwing passend en geboden. De raad neemt daarbij ook in aanmerking dat verweerster (ook ter zitting) niet heeft willen of kunnen inzien dat haar handelen tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:74 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-713/DH/DH

    Verweerster heeft klaagster ten onrechte heeft gedagvaard in kort geding, strekkende tot oplegging van een contactverbod en een straatverbod met haar voormalig schoonouders. Gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het nodeloos aangespannen kort geding en de hierin betrokken stellingen en gebezigde bewoordingen heeft verweerster de echtscheiding tussen de (ex-)echtgenoten onnodig gepolariseerd, terwijl het juist op de weg van verweerster had gelegen om in een dergelijke vaak emotionele kwestie een bepaalde mate van professionele terughoudendheid te betrachten en zo mogelijk alternatieven aan te dragen om de situatie te de-escaleren. Dit alles tezamen maakt dat de raad van oordeel is dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:55 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-977/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zich tot een kantoorgenote van verweerder gewend. Onvoldoende is gebleken dat verweerder zich jegens klager niet integer of onbehoorlijk heeft opgesteld. Evenmin is gebleken dat de adviezen van verweerder onbegrijpelijk of onjuist waren. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:68 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-816/DH/RO

    Voorzittersbeslissingen. Klaagster heeft in beide klachtzaken tegen verweerders slechts een afgeleid belang. Beide klachten zijn kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:49 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-295/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/355

    Klager verwijt verweerster ten onrechte zorg heeft geweigerd. Klager voelde zich niet serieus genomen door verweerster. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:62 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-587/DH/RO

    Citeren uit confraternele correspondentie, klacht gegrond, maar van onvoldoende gewicht omdat de betreffende correspondentie slechts ging over de procedurele kant van de zaak.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:43 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-583/DH/RO

    Klagers zijn niet – ontvankelijk in hun klacht. Klaagster is één van de vijf aandeelhouders van E. B.V. is. De klacht ziet primair op de verhouding tussen verweerder en zijn cliënte E. B.V. en de onderhavige klacht is niet (mede) namens E. B.V. ingediend. Klager als bestuurder van F. B.V. en klaagster als voormalig bestuurder en aandeelhouder van E. B.V. kunnen zeker enig belang hebben bij de onderhavige klacht maar dit betreft ‘slechts’ een afgeleid, en dus geen zelfstandig belang. Er is voor klagers derhalve geen tuchtrechtelijke ingang

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-963/DH/DH

    Verzet gegrond. Verweerder heeft een bericht van de wederpartij niet (tijdig) doorgestuurd naar klagers en hij heeft jegens de wederpartij toegezegd dat het kort geding zou worden aangehouden, terwijl klagers daarmee niet hadden ingestemd. In aanmerking genomen dat de onzorgvuldigheden zich hebben voorgedaan in een korte periode van twee werkdagen waarin intensief werd gecommuniceerd met betrokkenen in het kader van schikkingsonderhandelingen, acht de raad de maatregel van waarschuwing passend. De raad zal verweerder verder niet veroordelen in de kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:75 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-006/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat naar aanleiding van een spoedeisende bestuursrechtelijke kwestie deels kennelijk ongegrond en deels van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:56 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-824/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager is in een deel van zijn klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende is. Een ander deel van de klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:69 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-815/DH/RO

    Voorzittersbeslissingen. Klaagster heeft in beide klachtzaken tegen verweerders slechts een afgeleid belang. Beide klachten zijn kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:50 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-597/DH/DH

    Klacht ongegrond. Nadat klaagster verweerder schriftelijk had verzocht om betaling van de bij beslissingen van de Raad van Discipline en het Hof van Discipline opgelegde proceskostenveroordelingen, heeft verweerder deze bedragen voldaan. Dat verweerder zich aanvankelijk op verrekening heeft beroepen leidt niet tot een ander oordeel. De raad overweegt ten overvloede dat verweerder, als lid van de Raad van de Orde van Advocaten de functie van waarnemend deken bekleedt. Het heeft de raad (van discipline) daarom bevreemd dat de deken uit het eigen arrondissement de klacht tegen verweerder heeft onderzocht. Wat de raad betreft had het voor de hand gelegen dat de deken de voorzitter van het Hof van Discipline had verzocht om het onderzoek door een deken van een ander arrondissement te laten verrichten, zulks met (analoge) toepassing van artikel 46c, vijfde lid Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:63 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-595/DH/DH

    Klacht van twee notarissen over de advocaat van de wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:44 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-475/DH/DH

    Verweerder is de advocaat van de wederpartij in een vechtscheiding met minderjarige kinderen en een veelheid aan procedures. Een tussen klaagster en de man gewezen beschikking van de rechtbank is vervalst. De rechtbank heeft aangifte gedaan, waarin niet wordt gesproken over een mogelijke verdachte of een persoon die de schijn tegen zich heeft. Verweerder heeft in een procedure niettemin gesteld dat de rechtbank aangifte heeft gedaan “richting” klaagster. Deze uitlating is onvoldoende genuanceerd en niet zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt. Omdat klaagster, bijgestaan door haar advocaat, verweer heeft kunnen voeren tegen de uitlating van verweerder, acht de raad de gedraging echter van onvoldoende gewicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-301/DH/RO

    Verweerster heeft klaagster onvoldoende duidelijk geïnformeerd over de bijstand die zij zou verlenen, door afspraken niet schriftelijk vast te leggen. Als gevolg daarvan is tussen klaagster en verweerster een geschil ontstaan. Verweerster heeft gehandeld op een wijze die een behoorlijk handelend advocaat niet betaamt en dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster heeft ter zitting meegedeeld dat zij voor haar werkzaamheden niets in rekening heeft gebracht bij klaagster en dat zij haar werkzaamheden ook niet heeft gedeclareerd bij de Raad voor Rechtsbijstand. Verder heeft verweerster laten blijken spijt te hebben van en lering te hebben getrokken uit, de gang van zaken. Gelet op dit alles acht de raad de maatregel van waarschuwing passend waarbij verweerster niet zal worden veroordeeld in de kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:76 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-980/DH/RO

    voorzittersbeslissing. klacht tegen de eigen advocaat over kwaliteit van dienstverlening en de hoogte van de declaratie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-711/DH/RO

    Klacht tegen advocaat wederpartij over rauwelijks dagvaarden en over het starten van een kansloze procedure ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-470/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2019:51 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-473/DH/RO

    Klacht ongegrond. Klacht gericht tegen verweerder als waarnemend deken. Uit de aan de raad overgelegde stukken is niet gebleken dat verweerder zich in die hoedanigheid zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd. De raad overweegt ten overvloede dat verweerder de functie van waarnemend deken bekleedt. Het heeft de raad (van discipline) daarom bevreemd dat de deken uit het eigen arrondissement de klacht tegen verweerder heeft onderzocht. Wat de raad betreft had het voor de hand gelegen dat de deken de voorzitter van het Hof van Discipline had verzocht om het onderzoek door een deken van een ander arrondissement te laten verrichten, zulks met (analoge) toepassing van artikel 46c, vijfde lid Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2017:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 053/2018A

    Klacht tegen gz-psychloog kennelijk ongegrond na terugverwijzing door Centraal Tuchtcollege. Wat betreft de rapportage van verweerster is het college van oordeel dat zij op inzichtelijke wijze tot haar conclusie en diagnose heeft kunnen komen. Klagers klacht over de bejegening treft evenmin doel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:61 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-107

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. In de kern verwijt klager verweerder dat hij namens zijn cliënte in de procedure tegen klager standpunten heeft ingenomen die onjuist zijn. Het is echter aan de civiele rechter om de stellingen van partijen over en weer te wegen, mede aan de hand van de overgelegde bewijsstukken. Dat de door verweerder namens zijn cliënte ingenomen standpunten op voorhand onjuist zijn, is niet gebleken. Dat verweerder blijkt geeft van diepe minachting voor de relevante wetgeving en/of de rechterlijke autoriteiten, zich inzet voor een zaak die hij niet kan geloven rechtvaardig te zijn en/of de procedure door zijn handelwijze onnodige vertraging heeft doen oplopen heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2019:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 18-63

    Klagers verwijten de notaris het volgende: 1. weigering van de notaris om stukken te tonen waaruit blijkt dat er een huwelijk heeft plaatsgevonden tussen erflater en de partner; 2. weigering van de notaris om klagers een kopie te verstrekken van de huwelijksvoorwaarden; 3. de notaris houdt belangrijke informatie achter voor klagers; 4. tijdens de bespreking op 22 augustus 2018 liet de notaris klagers weten dat het niet vaststond dat zij de kinderen van erflater waren; 5. de notaris heeft klagers onjuist geïnformeerd; 6. de notaris heeft zich opgeworpen als boedelnotaris en verricht allerlei werkzaamheden; 7. de notaris heeft geen gehoor gegeven aan het verstrekken van gegevens aan klagers die van belang zijn voor de beoordeling van hun positie; 8. de notaris werkt mee aan het frustreren van de rechten van klagers ten opzichte van hun “mogelijke” stiefmoeder.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:95 Raad van Discipline Amsterdam 18-1057/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder fouten heeft gemaakt of argumenten heeft laten liggen, die tot een andere uitkomst van de hoger beroepsprocedure zouden hebben geleid. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/637341 DW RK 17/1046

    Betekening dagvaarding. De kamer overweegt dat gerechtsdeurwaarder sub 1 en 4 beiden verantwoordelijk zijn voor de onjuiste betekening. Gerechtsdeurwaarder sub 4 vanwege het vermelden van een onjuist adres, maar ook gerechtsdeurwaarder sub 1 was verantwoordelijk, ondanks de afspraken die tussen de kantoren onderling bestonden, aangezien namens hem de ambtshandeling daadwerkelijk werd verricht. Het enkel controleren of het uittreksel niet ouder was dan 14 dagen is niet voldoende bij het verrichten van de ambtshandeling, wanneer men niet het adres verifieert. Toezicht op de toegevoegd gerechtsdeurwaarder in de zin van artikel 25 c Gerechtsdeurwaarderwet strekt niet zover dat de gerechtsdeurwaarder elke ambtshandeling zou moeten controleren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:62 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-067

    Ongegrond verzet tegen voorzittersbeslissing. De voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast. Niet gebleken is dat vastgestelde feiten op “nepstukken” zijn gebaseerd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:96 Raad van Discipline Amsterdam 18-968/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:97 Raad van Discipline Amsterdam 18-870/A/NH

    Ongegrond verzet.