ECLI:NL:TGZRZWO:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 107/2017
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2018:59 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-03-2018 |
| Datum publicatie: | 06-03-2018 |
| Zaaknummer(s): | 107/2017 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen huisarts over het zonder noodzaak zeer langdurig voorschrijven van nitrofurantoïne, het nalaten van levercontroles en een gebrekkige communicatie. Verweerster heeft zich, gezien de omstandigheden waarin zij haar werk moest doen, voldoende ingespannen om goede zorg aan klaagster te verlenen. Ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE
Beslissing d.d. 6 maart 2018 naar aanleiding van de op 24 april 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van
A , wonende te B,
bijgestaan door mr. C. Sent, advocaat te Amsterdam,
k l a a g s t e r
-tegen-
C , huisarts, (destijds) werkzaam te B,
bijgestaan door mr. M.J. Bos, verbonden aan DAS Rechtsbijstand te Amsterdam,
v e r w e e r s t e r
1. HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Dit blijkt uit het volgende:
- het klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- medisch huisartsdossier van gemachtigde van klaagster d.d. 29 september 2017;
- de brief namens verweerster d.d. 16 oktober 2017.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid mondeling gehoord te worden in vooronderzoek.
De zaak is behandeld ter openbare zitting van 26 januari 2018, alwaar partijen met hun gemachtigden zijn verschenen, waarbij mr. M.J. Bos werd vervangen door mr. J.C.C. Leemans. Deze zaak vertoont samenhang met de zaken 106/2017, 108/2017 en 109/2017. Met goedvinden van partijen vond de mondelinge behandeling in de vier zaken gelijktijdig plaats.
2. DE FEITEN
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klaagster schreef zich in juni 2014 in bij de huisartsenpraktijk waar verweerster werkzaam was. Klaagster, geboren in het buitenland, beheerst de Nederlandse taal niet en is analfabeet. Kort na de inschrijving bestelde klaagster via de balie en/of telefonisch herhaalrecepten, waaronder die voor het middel nitrofurantoïne.
Verweerster zag klaagster voor het eerst in augustus 2014. Klaagster presenteerde zich met hoofdpijnklachten en zij was moe. Daarnaast had zij klachten aan het bewegingsapparaat. Verweerster verhoogde de dosering van de hoofdpijnmedicatie en verwees klaagster voor Cesartherapie. Het medisch dossier van de voormalige huisarts van klaagster ontbrak. Verweerster vroeg klaagster om een dubbele afspraak te maken zodra dit dossier binnen zou zijn.
Een volgende afspraak vond plaats in september 2014. Verweerster beschikte nog steeds niet over de gegevens van de vorige huisarts. Verweerster gaf klaagster een 4DKL mee en vroeg een uitgebreid laboratoriumonderzoek aan. Verweerster nam meerdere malen contact op met de voormalig huisarts van klaagster en de praktijkhouder, om te achterhalen waar het medisch dossier van klaagster was. Zij verklaarden ieder dat de ander de gegevens moest hebben. Ook nam verweerster contact op met de ziekenhuizen in B, waar klaagster bekend was bij diverse medisch specialisten. Aan klaagster werd verteld dat zij zelf bij deze specialisten gegevens op moest opvragen.
In oktober 2014, januari 2015, maart 2015 en in juli 2015 werden door verweerster herhaalrecepten uitgeschreven voor het middel nitrofurantoïne.
In september 2015 werd nogmaals bloed geprikt bij klaagster in verband met buikklachten. In verband met het aanhouden van de eerdere klachten besloot verweerster om klaagster door te verwijzen naar de neuroloog, MDL-arts en de reumatoloog. Het medisch dossier van de voormalige huisarts van klaagster was nog steeds niet terecht. De neuroloog vond spanningshoofdpijn en de MDL-arts vond geen afwijkingen.
Na het bezoek van klaagster aan de MDL-arts raakte verweerster ervan op de hoogte dat klaagster het middel nitrofurantoïne al zeer langdurig gebruikte: verweerster vernam van een familielid van klaagster dat klaagster het al ongeveer 15 jaar kreeg voorgeschreven. Verweerster besloot daarop om deze medicatie tot nader order (naar het college begrijpt: in afwachting van inzage in het volledige medische dossier) stop te zetten.
3. HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER EN DE KLACHT
Klaagster verwijt verweerster -zakelijk weergegeven- onzorgvuldig gehandeld te hebben door:
1. zonder noodzaak daartoe zeer langdurig nitrofurantoïne voor te schrijven;
2. niet op regelmatige basis de leverwaarden van klaagster te (laten) controleren, althans tenminste voor de periode van 17 juli 2006 tot en met 9 september 2016;
3. onvoldoende met klaagster te communiceren, althans zich er niet van te hebben vergewist of sprake was van informed consent, met betrekking tot het medicijngebruik en de mogelijke risico’s bij langdurig gebruik.
Het vierde klachtonderdeel, betreffende handelen in strijd met de bewaarplicht voor medische dossiers, werd door klaagster ter zitting ingetrokken.
4. HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER
Verweerster voert -zakelijk weergegeven- het volgende aan. Verweerster was niet op de hoogte van het langdurige gebruik van nitrofurantoïne, doordat het medisch dossier van de voormalig huisarts ontbrak. Verweerster heeft haar uiterste best gedaan om deze gegevens te achterhalen. De onvolledige gegevens die zij wel ontving zijn ingevoerd. Verweerster erkent dat ze een jaar lang herhaalrecepten uitschreef voor het middel nitrofurantoïne zonder hierover een gesprek aan te gaan met klaagster. Achteraf gezien en met de kennis van nu meent verweerster dat zij deze recepten ten onrechte uitschreef.
5. DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE
5.1
Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2
Op het moment dat verweerster klaagster onder behandeling kreeg ontbrak het medisch dossier van de vorige huisarts. Verweerster heeft vervolgens alles in het werk gesteld om om relevante medische gegevens betreffende klaagster te achterhalen. Het college acht die inspanning zonder meer voldoende. In afwachting van het medisch dossier voerde verweerster een tweesporenbeleid. Op klachten van klaagster werd telkens adequaat gereageerd, onder meer door klaagster te verwijzen voor Cesartherapie, (laboratorium)onderzoek te laten verrichten en klaagster te verwijzen naar diverse medisch specialisten. In het klinische beeld van klaagster waren geen aanwijzingen om alert te zijn op afwijkingen in de lever. Ondertussen besloot verweerster, ook op aandringen van klaagster, om de herhaalrecepten voor de medicatie die klaagster reeds ontving te accorderen. Hieronder vielen ook herhaalrecepten voor het middel nitrofurantoïne, dat verweerster op die manier uiteindelijk gedurende een jaar voorschreef. Op dat moment wist verweerster niet dat klaagster dit middel al zo’n 15 jaar kreeg voorgeschreven, zodat zij klaagster ook niet kon inlichten over eventuele risico’s van dit zeer langdurige gebruik. Toen verweerster daarvan op de hoogte raakte, heeft zij onmiddellijk ingegrepen. Daar kwam bij dat de communicatie met klaagster moeizaam verliep en consulten vaak langer duurden dan gebruikelijk. Het college heeft uit eigen waarneming ter zitting, waar klaagster met bijstand van een professionele tolk verscheen, moeten vaststellen dat de communicatie met klaagster buitengewoon problematisch is. Hoewel het, zoals verweerster zelf ook erkent, beter was geweest als zij een gesprek met klaagster was aangegaan over het gebruik van het middel nitrofurantoïne en spontaan had geëvalueerd of de indicatie nog steeds actueel was, kan het nalaten hiervan haar gezien voornoemde omstandigheden niet tuchtrechtelijk worden verweten. Voorts was het overige beleid van verweerster gezien de haar bekende informatie in overeenstemming met de medisch professionele standaard. Alledrie klachtonderdelen zijn gezien het voorgaande ongegrond.
6. DE BESLISSING
Het college wijst de klacht af.
Aldus gedaan door mr. A.M. Koene, voorzitter, dr. P.A.J. Buis en M.D. Klein Leugemors, leden-arts, in tegenwoordigheid van mr. M. Mostert, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2018 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
voorzitter
secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.