Zoekresultaten 81-100 van de 47425 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:49 Accountantskamer Zwolle 25/2146 Wtra AK

    Klacht is gegrond en de maatregel van berisping is opgelegd omdat de accountant de opdracht wegens een wijziging van het kantoorbeleid niet had moeten aanvaarden en eenmaal toch aanvaard de opdracht heeft teruggegeven zonder met de belangen van klaagster voldoende rekening te houden. Ongegrond is dat de klacht niet volgens de klachtenregeling van het kantoor binnen drie weken is afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-662/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klager, zijn cliënt, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240358

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld door zowel voor haar als (voormalig) cliënte van verweerder als voor de wederpartij op te treden in een geschil tussen hen beiden. De raad heeft geoordeeld dat de advocaat van klaagster (als voldoende gelijkwaardige partij) op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze namens klaagster heeft ingestemd met de bemiddeling door verweerder tussen klaagster en de wederpartij (gedragsregel 15 lid 4), Klaagster heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen het gedeeltelijk buiten behandeling laten door de raad van haar oorspronkelijk bij de deken ingediende klacht en heeft verzocht om terugwijzing naar de raad. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de raad en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. De in het beroepschrift geformuleerde beroepsgronden bevatten geen grief tegen het inhoudelijk oordeel van de raad, zodat dit (in beginsel) vast staat. Voorzover klaagster heeft bedoeld het hoger beroep eveneens te richten tegen de beslissing van de raad, is het hof het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137

    Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-666/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gedragsregel 6. Gedragsregel 24. De raad verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:147 Hof van Discipline 's Gravenhage 250259

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder onder andere dat hij de procedure tussen klaagster en zijn cliënte heeft gefrustreerd door gebruikmaking van een offensieve processtrategie, heeft gedreigd met een tuchtklacht om klaagster en diens advocaat te beletten bepaalde informatie te delen met de door de rechter benoemde deskundige, zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten en zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerder mocht afgaan op de uitlatingen van zijn cliënte en dat niet gebleken is dat er hier reden was voor verweerder om daaraan te twijfelen. Het hof is het verder eens met de beslissing van de raad en sluit zich hierbij aan. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:3 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441386 KL RK 24-138

    De notaris had klager opmerkzaam moeten maken op de nog geldende meerwaardeclausule conform haar notariële zorgplicht. Omdat dit geen evident nadeel op heeft geleverd voor klager legt de kamer geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:4 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/452755 KL RK 25-89

    Klagers hebben onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom erflater het testament taalkundig niet (voldoende) heeft kunnen begrijpen. Een beëdigde tolk is niet vereist. Klagers hebben onvoldoende aangevoerd ter onderbouwing van hun stelling dat de bij de notaris bekende (gezondheids)omstandigheden van erflater aanleiding hadden moeten zijn om verder onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflater te doen. Daarnaast is het testament ruim voor het overlijden van erflater gepasseerd en achtten klagers erflater kort na het passeren van het testament blijkbaar wel in staat tot het verrichten van een andere rechtshandeling. Klagers hebben onvoldoende onderbouwd waarom de notaris met de gesprekken onder vier ogen niet heeft gewaarborgd dat erflater zijn wil op onafhankelijke wijze aan de notaris heeft kunnen overbrengen. Ten slotte heeft de notaris voldoende inzichtelijk gemaakt, binnen de grenzen van zijn geheimhouding, hoe het testament tot stand is gekomen. De klacht ten aanzien van het testament is daarom ongegrond. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze ziet op het levenstestament.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-231/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Waar verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij aan klager rechtsbijstand heeft verleend en de voorzitter dit ook niet is gebleken uit de overgelegde stukken, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerster klager heeft bijgestaan. Omdat niet is gebleken dat verweerster klager heeft bijgestaan, mist de klachtonderdeel 1, dat betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening, feitelijke grondslag. Klachtonderdeel 1 is dus kennelijk ongegrond. Dat verweerster, in haar hoedanigheid van kantoordirecteur, klager heeft aangesproken op nakoming van de overeengekomen betalingsregeling, maakt niet dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Verweerster mocht klager namens het kantoor verzoeken tot betaling. Klachtonderdeel 2 is kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74

    De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 240046H

    Verzoek om herziening niet-ontvankelijk. De beslissing waar verzoekster zich op heeft beroepen (ECLI:NL:TAHVD:2022:141) betrof een beklag tegen een weigering van een deken om een advocaat toe te wijzen. Voor die procedures op grond van artikel 13 Advocatenwet, waarin de positie van een klager wezenlijk anders is dan in een klachtprocedure, heeft het hof een uitzondering gemaakt. Nu het hier echter een klachtprocedure betreft tegen een andere advocaat doet de uitzondering die het hof heeft gemaakt zich niet voor.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:47 Accountantskamer Zwolle 25/1518 Wtra AK

    Afdoebeslissing. Klacht na zitting ingetrokken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:91 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565

    Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334

    Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417

    Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250269

    Verweerster was de advocaat van de wederpartij van klaagster in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft namens haar cliënt de rechtsgeldigheid betwist van een aantal in de arbeidsovereenkomst van haar cliënt opgenomen bedingen. Daarnaast heeft verweerster uitleg gegeven over waarom haar cliënt na zijn uitdiensttreding bij klaagster gebruik is blijven maken van het handelsgegevenssysteem van klaagster. Daarbij heeft verweerster zich volgens klaagster onnodig grievend over klaagster uitgelaten (klachtonderdeel a) en onjuiste informatie aan de rechter verstrekt (klachtonderdeel b). De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.