Zoekresultaten 81-100 van de 48471 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:73 Accountantskamer Zwolle 25/3556 Wtra AK

    Deels gegronde klacht, berisping. Betrokkene is ingehuurd als externe complianceofficer voor een vermogensbeheerder. In haar compliancerapportage heeft betrokkene verklaard dat er door de vermogensbeheerder aan derden (zzp-ers) uitsluitend vaste vergoedingen worden betaald en geen omzetgerelateerde aanbrengprovisies. Dit is volgens klager niet waar en het is ook niet duidelijk op welke feiten en omstandigheden betrokkene zich heeft gebaseerd. De Accountantskamer verklaart de klacht deels gegrond. De compliancerapportage heeft geen deugdelijke grondslag, hoewel betrokkene vergaande conclusies trekt. Betrokkene wist bovendien dat haar rapport gebruikt zou worden in een gerechtelijke procedure. Daardoor heeft betrokkene in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:74 Accountantskamer Zwolle 25/3581 Wtra AK

    Klacht betreft de controle van de jaarrekening van een onderneming die handelt in (fysieke) goederen en (digitale) gamecodes. De controle is onvoldoende omdat de fysieke voorraad niet conform de toepasselijke Standaard is gecontroleerd. Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht m.b.t. het bestaan en de conditie van de voorraad digitale gamecodes en de (ratio van de) transacties met in Dubai gevestigde vennootschappen. Betrokkene wordt een (tijdelijke) doorhaling voor de duur van één maand opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9204

    Klager, toen 33 jaar, bezocht spoedeisende hulp vanwege aanhoudende ernstige buikpijn. Hij is een dag later door verweerder herbeoordeeld. Klachten worden geduid als passend bij gastritis/gastro-enteritis. Een aantal dagen later bleek klager een aortadissectie te hebben. Klager verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan waardoor hij deze diagnose heeft gemist. Het college oordeelt dat een dissectie een weinig voorkomende, lastig vast te stellen en voor deze patiënt niet voor de hand liggende aandoening was. Bij differentiaal diagnostisch ‘doorredeneren’ had de mogelijkheid van een dissectie of aneurysma echter wellicht wel in beeld kunnen komen, nu klager terug naar het ziekenhuis was gekomen met verergerde pijnklachten in de bovenbuik. Verweerder, die kort daarvoor arts was geworden en nog weinig ervaring had, heeft de casus en het voorgestelde beleid besproken met de dienstdoende chirurg-supervisor. Daarbij werd het beeld van de patiënt geduid als passend bij een gastritis/gastro-enteritis in combinatie met spierpijn als gevolg van het braken. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden heeft de verweerder voldoende zorgvuldigheid betracht en acht het college een tuchtrechtelijk verwijt niet op zijn plaats. De klachtonderdelen zijn dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klaagster vindt dat de internist haar dochter zelf fysiek had moeten onderzoeken en haar had moeten laten opnemen in het ziekenhuis. Haar dochter is na het bezoek aan de SEH enkele dagen later plotseling overleden. Het college overweegt dat patiënte die week driemaal is onderzocht en dat mede gelet op het feit dat er op redelijk korte termijn een gastroscopie gepland stond, de beslissing van de internist om patiënte niet op te nemen in het ziekenhuis met de kennis van dat moment verdedigbaar is. Dat de internist deze beslissing heeft genomen zonder patiënte zelf te zien, maakt het voorgaande niet anders.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:222 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9019

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Verweerster heeft in het kader van een aansprakelijkstelling een medisch advies uitgebracht aan de verzekeraar van de woningcorporatie. Klager verwijt verweerster, kort gezegd, dat het medisch advies onzorgvuldig is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9281

    Essentie:Kennelijk ongegronde klacht over een uitgevoerde gastroscopie door een MDL-arts. Klaagster is via de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis voor een eerstelijns gastroscopie. Klaagster is ontevreden over het uitvoeren van deze gastroscopie, omdat er volgens klaagster geen voorgesprek of overleg heeft plaatsgevonden, de medische voorgeschiedenis van klaagster is genegeerd en klaagster niet is verdoofd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 778990 / NT 25/45 778996 / NT 25/46 778999 / NT 25/47

    De klacht ziet op het inschrijven van een kadasterverklaring door de notaris, dan wel de kandidaat-notarissen die de kwestie zelf niet inhoudelijk hebben behandeld, maar alleen – als waarnemer – de verklaringen hebben afgerond die de notaris had voorbereid. In de kern komen deze klachtonderdelen erop neer dat de (kandidaat-)notarissen niet zorgvuldig hebben gehandeld door, zonder nader onderzoek, over te gaan tot inschrijving van de koop met de tien kadasterverklaringen.De notaris stelt dat de kandidaat-notarissen mochten afgaan op wat de notaris hen over de kwestie heeft meegedeeld en verklaard. Bij de behandeling van dit dossier hebben elk van beide kandidaat-notarissen zelfstandig, als waarnemer, één van de tien akten gepasseerd. De (kandidaat-)notarissen zijn daarom in gelijke mate tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hetgeen klager hen verwijt. De kamer constateert met de notarissen dat inschrijving van de koop op grond van artikel 7:3 BW niet expliciet is uitgesloten in de overeenkomst. Partijen twisten in dit verband over de vraag of de overeenkomst zich (daarmee) leent voor inschrijving. Het is echter niet aan de kamer om die vraag te beantwoorden. De vraag die voorligt, is of de notarissen in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig hebben gehandeld door tot inschrijving over te gaan. Naar het oordeel van de kamer is dat het geval en hebben de (kandidaat-)notarissen de zorgvuldigheidsnorm geschonden door na te laten nader onderzoek te doen alvorens tot inschrijving van de koop over te gaan. De kamer acht hiervoor de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:207 Raad van Discipline Amsterdam 26-679/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit de overgelegde e-mails blijkt dat tussen klaagster en verweerder diverse keren contact is geweest over het opstellen van een reactie aan de wederpartij en dat verweerder de suggesties van klaagster daarin heeft meegenomen. Verweerder heeft de reactie na telefonisch contact met klaagster en binnen een acceptabele termijn aan de wederpartij gestuurd. Daarna heeft verweerder zijn werkzaamheden geschorst omdat klaagster hem verbood nog contact op te nemen met de wederpartij. In de gegeven omstandigheden heeft verweerder zich voldoende ingezet om klaagster bij te staan. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:302 Hof van Discipline 's Gravenhage 260329

    Klacht tegen -voormalig- deken wordt niet verwezen. De vervaltermijn voor het indienen van een klacht is op grond van het bepaalde in artikel 46g lid 1 sub a drie jaren. Klager heeft zijn klacht echter pas ruim zeven jaar na de beslissing van de deken ingediend. Gelet hierop zal deze klacht niet worden verwezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:208 Raad van Discipline Amsterdam 26-690/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke kwestie. Verweerster mocht in het belang van haar cliënt vragen stellen over de door klaagster verstuurde (van elkaar verschillende) e-mails. Dat verweerster over de twee e-mails beschikte, betekent niet dat daarmee de onduidelijkheid was weggenomen. Van verweerster kan verder niet verwacht worden dat zij afspraken bevestigt waar haar cliënt het niet mee eens is. Niet blijkt dat die afspraken ter zitting ook zo concreet gemaakt zijn. Dat verweerster onbereikbaar zou zijn, blijkt ook niet. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:303 Hof van Discipline 's Gravenhage 260256

    Klacht wordt niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:202 Raad van Discipline Amsterdam 26-640/A/A 26-642/A/A

    Voorzittersbeslissing; klachten over wijze van beoordeling, declareren en klachtafwikkeling kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:203 Raad van Discipline Amsterdam 26-669/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is met zijn sommatiebrief en beslaglegging binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:204 Raad van Discipline Amsterdam 26-654/A/A 26-655/A/A 26-656/A/A 26-657/A/A 26-658/A/A

    Voorzittersbeslissing. Achttien gelijkluidende klachten over de advocaat van de wederpartij die is verwikkeld in een juridisch conflict met klaagster, over drie kantoorgenoten die hem daarbij hebben geadviseerd en/of anderszins ondersteund en over het advocatenkantoor waar deze vier advocaten aan verbonden zijn. De klachtonderdelen zijn deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Ten aanzien van twee klachtonderdelen geldt dat klaagster te laat heeft geklaagd over handelen dan wel nalaten van (één van) verweerders in 2015/2016. Bij zes klachtonderdelen wordt klaagster niet rechtstreeks in haar belang geraakt. In die onderdelen klaagt klaagster over belangenverstrengeling tussen verweerders en hun cliënt, over de wijze van declareren van verweerders aan hun cliënt en over het handelen van (één van) verweerders in een andere procedure met een andere wederpartij. Tien klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, te weten het verwijt dat op de website van het advocatenkantoor niet is vermeld dat één van verweerders rechter-plaatsvervanger is (geweest), verwijten over de wijze van betekening van een dagvaarding aan klaagster en verwijten over procesrechtelijk handelen en nalaten van (één van) verweerders in de procedure tussen klaagster en de cliënt van verweerders en over de wijze waarop de vordering van hun cliënt in de procedure is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102

    Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:205 Raad van Discipline Amsterdam 26-659/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klagers hebben een klacht ingediend over een accountant. Verweerder heeft deze accountant bijgestaan in die klachtzaak. Het gaat aldus om een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder had de vrijheid om te doen wat in het belang van de accountant was.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 781947 / NT 26-2

    De bestuurders van klaagster (de B.V.) zijn voormalig echtgenoten. De man heeft ten tijde van de scheiding, zonder medeweten van zijn medebestuurder (de vrouw), een hypotheekrecht gevestigd op vijf registergoederen in eigendom van klaagster. Klaagster, vertegenwoordigd door de vrouw, vindt dat de notaris in de kern heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat de vestiging van een hypotheekrecht berustte op volledige en juiste informatie, en onvoldoende zorg betracht voor de positie van klaagster, terwijl hij wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Gelet op de omvang van de financiering, in combinatie van een intern bestuursconflict en een lopende echtscheiding had de notaris daar volgens klaagster meer oog voor moeten hebben. De notaris is bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Daaruit bleek dat de man zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd was om klaagster te vertegenwoordigen. Van een conflictsituatie is de notaris niet gebleken. De kamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:206 Raad van Discipline Amsterdam 26-673/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft een klacht ingediend over verweerder als onzijdig persoon. De klacht gaat over het doorstorten van gelden. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9591

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager maakt de dermatoloog een groot aantal verwijten, waaronder dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over een proctoscopie, het onderzoek zonder verdoving heeft uitgevoerd, onvoldoende verslag heeft gedaan, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van zijn klachten en schade heeft veroorzaakt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de dermatoloog op basis van de destijds beschikbare informatie mocht uitgaan van perianaal eczeem, de proctoscopie een passende onderzoeksmethode was en de later vastgestelde zeldzame auto-immuunziekte ten tijde van de behandeling niet hoefde te worden vermoed. Ook kan de dermatoloog geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van de gestelde vertraging bij de afgifte van het medisch dossier.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-617/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerster mocht afgaan op de juistheid van de van haar cliënt ontvangen persoonsgegevens van klaagster zonder nader onderzoek. Niet is gebleken dat verweerster gedragsregel 3 en de AVG heeft geschonden. Verweerster heeft bij het partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënt. Het sommeren van klaagster was niet nodeloos, gezien het eerder door klaagster ingenomen standpunt. Kennelijk ongegrond.