Zoekresultaten 81-100 van de 46448 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8531
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 06-01-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:1
Klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster was in behandeling bij een therapeut. Verweerster was op dat moment de supervisor van deze therapeut. Nadat de therapeut vanwege ziekte uitviel, kwam klaagster in behandeling bij verweerster. In augustus 2024 werd de behandelrelatie tussen verweerster en klaagster beëindigd. Klaagster startte later opnieuw een behandeltraject bij de therapeut en informeerde verweerster hierover. Verweerster nam vervolgens contact op met de therapeut, waarop de therapeut de behandeling kort daarna beëindigde. Klaagster verwijt verweerster, samengevat, dat zij ten onrechte vertrouwelijke informatie heeft gedeeld, onvoldoende transparant was bij het begin van haar behandeling en onprofessioneel heeft gehandeld bij de klachtafhandeling. Het college oordeelt dat de meeste klachtonderdelen voortvloeien uit de rolvermenging die verweerster heeft laten ontstaan, verklaart de klacht grotendeels gegrond en legt de waarschuwing van een berisping op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:1 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771771 / DW RK 25/227 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:1
Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:4 Raad van Discipline Amsterdam 25-598/A/A
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:4
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is deels gegrond. Verweerster is klachtwaardig tekortgeschoten door geen navraag te doen naar het door klager op haar derdengeldenrekening gestorte bedrag dat bestemd was voor haar cliënt. Verweerster heeft dit bedrag ten onrechte op haar derdengeldenrekening laten staan, ook nadat klager had gevraagd om het bedrag aan hem terug te storten. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8201
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:7
Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klaagster is patiënt van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat zij klaagster ten onrechte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. De huisarts hoefde tijdens de huisvisite niet te vermoeden dat sprake was van een hersenbloeding en kan dan ook niet worden verweten dat zij die heeft gemist. Zij hoefde klaagster daarom niet naar het ziekenhuis te verwijzen. Wel had de huisarts de ernstig verhoogde bloeddruk als afzonderlijk probleem moeten onderkennen en daarop gericht beleid moeten voeren.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:132 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759953 / DW RK 24/403 EV/RH
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:132
Gebleken is dat er bij de registratie van de huwelijkse voorwaarden een fout is gemaakt; de registratie heeft niet plaatsgevonden op achternaam maar op voornaam. Deze fout kan de gerechtsdeurwaarder niet worden toegerekend. Naar het oordeel van de kamer kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten dat hij beslag heeft gelegd op goederen van de echtgenote van klager.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2815
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:8
De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:2 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/763888 / DW RK 25/37 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:2
De gerechtsdeurwaarder heeft de verschillen in de hoogte van de vordering onvoldoende onderbouwd en is niet inhoudelijk ingegaan op de bezwaren van klaagster. Klacht gegrond, maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in de proceskosten.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:5 Raad van Discipline Amsterdam 25-813/A/A
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:5
Voorzittersbeslissing; betreft een klacht over de advocaat wederpartij. Klaagster heeft geen rechtstreeks belang bij de verwijten dat verweerster klakkeloos standpunten van haar cliënte overneemt een daarmee niet onafhankelijk van haar cliënte optreedt, haar zorgvuldigheidsplicht schendt door een onvoldoende analyse te geven en haar cliënte onjuist juridisch advies geeft. Deze verwijten hebben betrekking op verweersters bijstand aan haar cliënte. Als wederpartij heeft klaagster geen bemoeienis met die bijstand en wordt zij hierdoor niet rechtstreeks in haar belangen getroffen. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Voor zover verweerster wordt verweten tegenstrijdige uitspraken te doen en daarmee haar waarheidsplicht te schenden, vertragend te werk te gaan en ontwijkend gedrag te vertonen, treffen deze verwijten ook geen doel. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7370
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8
Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klagers zijn patiënten van de huisarts. Zij verwijten haar onder meer dat zij ten onrechte heeft geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging te honoreren en onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking. Klager is in een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het oorspronkelijke verzoek van klaagster tot selectieve vernietiging was overzichtelijk en concreet. Van de huisarts kon redelijkerwijs worden gevergd hieraan gevolg te geven. Verschillende notities van de huisarts in het dossier van klaagster betreffen de visie van de huisarts op de gang van zaken rondom een consult en haar visie op de verzoeken tot vernietiging en correctie die daarna zijn gedaan. Deze gegevens en correspondentie horen niet thuis in het medisch dossier. Er bestond geen enkele noodzaak voor het maken van een notitie over de geestelijke gesteldheid van klaagster.
-
ECLI:NL:TGDKG:2025:133 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/768734 / DW RK 25/121 EV/RH
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGDKG:2025:133
Het is niet aan de kamer zelfstandig een inhoudelijke berekening te maken over de juistheid van de geinde bedragen. De kamer is daartoe niet bevoegd. Gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder meerdere malen contact heeft opgenomen met het CJIB ten aanzien van het te innen bedrag en de standpunten van klager aan deze professionele executant heeft voorgelegd, maar dat partijen niet tot elkaar komen. Voor een gerechtsdeurwaarder is geen verdere rol weggelegd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2583
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:9
Klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft door middel van Mohs-chirurgie bij klager een basaalcelcarcinoom verwijderd. Klager heeft klachten over de informatie die hem is verstrekt over deze vorm van chirurgie, de wijze waarop deze is uitgevoerd en de nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:6 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-334/DB/ZWB 25-792/DB/ZWB
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:6
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Gevoegde behandeling van twee klachtzaken. De klachten zijn gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in het beroepschrift van 7 augustus 2024 onnodig grievende uitlatingen te doen. Dat verhoudt zich niet met de de-escalerende aanpak die van verweerster in een familierechtzaak mocht worden verwacht. Verweerster heeft met haar handelwijze de belangen van klager onnodig geschaad zonder redelijk doel. De raad heeft bij beslissing van 10 maart 2025 reeds aan verweerster een berisping opgelegd voor in het beroepschrift 6 mei 2024 opgenomen uitlatingen met een gelijke inhoud of strekking als de in de onderhavige klachtzaak als onnodig grievend beoordeelde uitlatingen in het beroepschrift van 7 augustus 2024. Indien in die vorige klachtprocedure, ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd – wat goed mogelijk was nu het beroepschrift van 7 augustus 2024 dateert van voor de beslissing van de raad van 10 maart 2025 - zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGDKG:2026:3 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/752315 / DW RK 24/228 EdV/WdJ
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TGDKG:2026:3
De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op de e-mail van klager van 4 april 2024 met betrekking tot dossiernummer 1702691. Klager heeft het, gelet op de hoeveelheid identieke e-mailberichten die hij op 4 april 2024 aan de gerechtsdeurwaarder heeft verzonden, over zichzelf afgeroepen dat verwarring is ontstaan bij de gerechtsdeurwaarder waardoor niet op alle e-mailberichten van klager van die datum is gereageerd. De kamer volstaat met de constatering dat de klacht gegrond is.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:6 Raad van Discipline Amsterdam 25-809/A/A
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 05-01-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:6
Voorzittersbeslissing; klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Het declareren van een te hoog uurtarief levert geen tuchtrechtelijk verwijt op. Verweerder heeft dit na ontdekking direct gecorrigeerd. Ook was verweerder niet verplicht om een eindafrekening op te stellen. Wel is verweerder, zoals elke advocaat, gehouden zorgvuldig te handelen in financiële aangelegenheden en zijn honorarium in beginsel periodiek en deugdelijk gespecificeerd te declareren. Uit de onderliggende stukken volgt dat klager alle declaraties met specificaties heeft ontvangen en klager deze ook heeft voldaan.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:1 Accountantskamer Zwolle 25/1880 Wtra AK
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:1
Ongegronde klacht. Volgens klaagster heeft betrokkene vertrouwelijke gegevens gedeeld met een derde partij. Maar betrokkene heeft dat gemotiveerd betwist. De Accountantskamer is van oordeel dat klaagster er niet in is geslaagd de verweten gedraging aannemelijk te maken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:8 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-404/AL/MN
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:8
Verweerder heeft klager bijgestaan in een letselschade procedure. In een aantal verwijten is door klager te laat geklaagd zodat klager deels niet-ontvankelijk wordt verklaard. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder door zijn handelen de kernwaarde deskundigheid geschonden. De raad acht de handelwijze van verweerder ernstig laakbaar en ziet aanleiding om een onvoorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor vier weken op te leggen om de volgende redenen. Verweerder heeft onvoldoende regie genomen en klager onvoldoende deskundig geadviseerd en bijgestaan in zijn geschil met ASR. Klager is door verweerder ook niet serieus genomen. Dit terwijl klager zich vanaf de start van de werkzaamheden in april 2021 en de jaren daarna geduldig en begripvol heeft getoond en hoopvol was over de deskundige bijstand van verweerder in een procedure. Voor zover die verwachtingen van klager niet realistisch waren, had het op de weg van verweerder gelegen om daarover duidelijk met klager te communiceren en gemaakte afspraken schriftelijk vast te leggen. Dat heeft verweerder echter onvoldoende gedaan. Ook gedane toezeggingen is verweerder zowel richting klager als richting ASR niet nagekomen. Daarbij komt dat verweerder ter zitting geen blijk heeft gegeven het onjuiste en tuchtrechtelijk verwijtbare van zijn handelwijze in te zien.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-685/DB/LI
- Datum publicatie: 12-01-2026
- Datum uitspraak: 12-01-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:7
Raadsbeslissing. Klacht van derde gegrond. Het handelen van verweerder hangt zo nauw samen met verweerders beroepsuitoefening dat het advocatentuchtrecht in volle omvang van toepassing is. Verweerder had moeten begrijpen dat de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd onbetamelijk is. De raad is van oordeel dat het verweer van verweerder, dat klaagster geen getuige was, moet worden gepasseerd. Immers, niet kon worden uitgesloten dat klaagster als getuige zou worden opgeroepen. Het op min of meer indringende wijze voorhouden van de consequenties die de reeds afgelegde verklaring en verdere bemoeienissen met de zaak voor klaagster zouden kunnen hebben is in strijd met de strekking van de hiervoor genoemde gedragsregels. Verweerder heeft door de wijze waarop hij klaagster heeft benaderd in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. De raad heeft bij beslissing d.d. 13 oktober 2025 naar aanleiding van de door mevrouw H tegen hem ingediende klacht reeds aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Indien in die klachtprocedure ook het in de onderhavige klachtprocedure gegrond bevonden tuchtrechtelijk verwijt aan de raad ter beoordeling was voorgelegd, zou dit in die klachtprocedure naar alle waarschijnlijkheid niet tot oplegging van een zwaardere maatregel hebben geleid. Om die reden ziet de raad in dezen af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:5 Hof van Discipline 's Gravenhage 250029
- Datum publicatie: 09-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:5
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft samen met zijn kantoorgenoot klaagster bijgestaan in een huurgeschil. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan. Volgens klaagster is verweerder tekortgeschoten in zijn dienstverlening (waaronder onjuiste advisering en de juridische kwalificatie van het huurgeschil) en heeft hij niet conform de (al dan niet gegeven) opdracht gehandeld bij het instellen van hoger beroep. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken van klachtwaardig handelen van verweerder en heeft de klacht in beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof sluit zich bij dat oordeel van de raad aan. De klacht is ook in hoger beroep in beide klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-732/AL/NN
- Datum publicatie: 09-01-2026
- Datum uitspraak: 08-01-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:6
Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8234
- Datum publicatie: 09-01-2026
- Datum uitspraak: 09-01-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:7
Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest,. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.