Zoekresultaten 21621-21640 van de 47648 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:41 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-352
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 22-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:41
Verweerders staan een aantal vennootschappen bij. Klagers zijn certificaathouders van 2 daaraan gelieerde vennootschappen. De raad stelt vast dat het advocatenkantoor /verweerder met medeweten van de Nederlandse Orde van Advocaten een strategische alliantie heeft gesloten met de fiscale partners van Mazars. De raad ziet niet in in welke zin verweerders binnen dat samenwerkingsverband verweten kan worden dat zij over en weer vertrouwelijke informatie hebben uitgewisseld, temeer daar hun cliënten hen daarvoor toestemming hebben gegeven. Voor zover klagers stellen dat verweerders door hun samenwerking met Mazars ook toegang hebben gehad tot financiële (privé)informatie van één van klagers waarover Mazars beschikte zal die klager zich dienen te wenden tot Mazars; niet tot verweerders. Dat die persoonlijke informatie is uitgewisseld is de raad overigens niet gebleken. De raad begrijpt dat klagers een financieel belang hebben in hun geschil met hun vader en de aan hem gelieerde vennootschappen, maar daarvoor staan andere (juridische) wegen open. Op grond van het vorenstaande is de raad van oordeel dat verweerders met hun handelen in de kwestie van klagers het vertrouwen in de advocatuur niet hebben geschaad en voorts van oordeel dat verweerders daarbij op onafhankelijke en integere wijze zijn opgetreden. Ongegrond. Klagers worden in hun andere klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard. Klagers hebben geen toereikend (rechtstreeks) belang daarbij omdat zij certificaathouders zijn van 2 vennootschappen en geen aandeelhouders met de daaraan gekoppelde rechten. Het in dit klachtonderdeel gemaakte verwijt betreft klagers niet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:43 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180015
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:43
Verzoek aanwijzing van een advocaat om hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak in kort geding (artikel 13 Advocatenwet). Het beklag is ongegrond. De argumenten die klaagster in haar verzoek en in verdere correspondentie heeft vermeld, leveren onvoldoende grond op voor aanwijzing van een advocaat.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:42 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-349
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 15-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:42
Klacht tegen eigen advocaat. Niet is gebleken dat verweerster bij de behartiging van de belangen van klaagster buiten haar opdracht is getreden, nu de opdracht aan verweerster ruimer was dan klaagster thans heeft gesteld. Verder moet klaagster helder zijn geweest dat hoger beroep niet meer aan de orde was met het treffen van een minnelijke regeling. Klacht ongegrond. mededelingen van de griffier ter informatie:
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-230b
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:30
Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Van de huisarts had mogen worden verwacht dat zij lichamelijk onderzoek met een verder uitgediepte anamnese zou verrichten nu klaagster bijna tien jaar geleden de praktijk voor het laatst had bezocht. Enkel observeren is onvoldoende. Een doorverwijzing heeft plaatsgevonden. De klacht over een hoorbaar mondeling overleg over een patiënt in de wachtkamer is terecht, maar geen tuchtrechtelijk verwijt. Overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:217 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-834
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 10-04-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:217
Tussenbeslissing met terugverwijzing van de klacht naar deken voor nader onderzoek. Klacht over haar eigen advocaat die in langdurig echtscheidingsgeschil van klaagster werkzaamheden voor haar heeft verricht. Verwijten betreffen onder meer de kwaliteit van de dienstverlening die volgens klaagster onder de maat is geweest alsmede de hoogte van de declaraties van verweerder, die volgens klaagster te ruim in de zin van excessief waren. Het bindend advies van Geschillencommissie Advocatuur kan voor tuchtrechter relevant zijn, maar die beslissing bindt de tuchtrechter niet. De raad acht zich niet in staat op grond van de overgelegde stukken, in het bijzonder de processtukken en declaraties met urenspecificaties, om te beoordelen of verweerder verwijtbaar heeft gehandeld. De raad bepaalt dat na ontvangst van het onderzoeksverslag van de deken een nieuwe zitting zal worden gehouden en dat iedere verdere beslissing in afwachting daarvan wordt aangehouden.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:37 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1049
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:37
Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klachten over verweerster als advocaat van de wederpartij in een geschil over alimentatie kennelijk ongegrond. Pogingen tot minnelijke regeling mislukt maar daarmee niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken van het voeren van onnodige procedures op basis van onjuiste standpunten en feiten, die juist als processtrategie kunnen worden aangemerkt. Vrijheid van handelen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:39 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170225
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:39
Hoger beroep tegen de afwijzing door de raad van het wrakingsverzoek van klaagster. Geen rechtsmiddel. Aan de beoordeling of zich een uitzonderingsgrond voordoet wordt niet toegekomen nu het appel is ontvangen na afloop van de beroepstermijn. Het door klaagster opgeworpen bevoegdheidsincident wordt eveneens afgewezen, nu de benoemingen van de leden van de zitttingscombinatie voldoen aan alle wettelijke voorschriften.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:38 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1045
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:38
Voorzittersbeslissing: klacht tegen advocaat wederpartij in familiegeschil. Verzoek van verweerster aan wijkagent om te bemiddelen in geschil met klager over ongewenste documenten op zijn website. Naar oordeel van voorzitter stond het verweerster vrij om een dergelijk bemiddelingsverzoek te doen. De wijkagent heeft aan het verzoek van verweerster gehoor gegeven door daarna een bezoek te brengen aan klager. Dat klager dat bezoek van de wijkagent als intimiderend heeft ervaren, kan verweerster niet worden toegerekend. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:40 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170224
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:40
Hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het verzet door de raad. Appelverbod. Het beroep op doorbreking van het appelverbod gaat niet op. Het door klaagster opgeworpen bevoegdheidsincident, inhoudende dat de zittingscombinatie niet bevoegd is, wordt afgewezen op de grond dat bij de diverse benoemingen aan alle wettelijke voorschriften is voldaan.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:39 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-413
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:39
Verzet gegrond nu de voorzitter bij de beoordeling van de klacht geen kennis heeft gehad van het vonnis dat klager in verzet heeft overgelegd. Klacht ongegrond omdat het vonnis niet tot een ander oordeel leidt.
-
ECLI:NL:TNORARL:2018:7 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/327807 KL RK 17-157
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 27-02-2018
- ECLI:NL:TNORARL:2018:7
Moeder was indirect partij bij een aandelentransactie in 2004. Klager en de echtgenoot van de zus waren eveneens bij die aandelentransactie betrokken. Als gevolg van die transactie is er bij de afwikkeling van de nalatenschap van vader een conflict ontstaan tussen klager en de zus. De notaris heeft de zus bijgestaan bij dit conflict. Dit heeft geresulteerd in een concept-vaststellingsovereenkomst, waarbij klager, moeder en de zus als partijen betrokken waren. In de concept-vaststellingsovereenkomst stond dat moeder in haar testament haar woning zou legateren aan de zus. Gelet op artikel 22 Vbg had de notaris het testament van moeder niet mogen passeren. De omstandigheid dat de eerste bespreking met moeder heeft plaats gevonden met een kandidaat-notaris van het kantoor, maakt dit niet anders aangezien artikel 22 Vbg ook geldt voor de kantoorgenoten van de notaris. Omdat de notaris eerder als partijadviseur van de zus betrokken is geweest bij de concept-vaststellingsovereenkomst, heeft de notaris niet meer objectief kunnen beoordelen of moeders wil tot uiting kwam in haar testament. Ter zitting heeft de notaris blijk gegeven dat hij zich dit tegenstrijdig belang gerealiseerd heeft. Gelet op dit tegenstrijdig belang had de notaris moeten doorverwijzen naar een andere notaris, niet verbonden aan zijn kantoor. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De kamer acht de klacht daarom gegrond. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing uit het ambt voor de duur van één week passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:41 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170241
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:41
Klacht van advocaat over advocaat wederpartij, inhoudende dat hij klaagster (opnieuw) heeft beschuldigd van het doen van onjuiste mededelingen aan de rechtbank, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. De reactie van de advocaat op het uitstelverzoek van klaagster was niet erg welwillend, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:40 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-834
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 19-03-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:40
Eindbeslissing in klacht van klaagster over haar eigen advocaat in een langdurige echtscheidingsprocedure. De deken heeft na tussenbeslissing van de raad nader onderzoek verricht naar mogelijk excessief declareren en naar de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder. Ondanks bezwaar daartegen door klaagster, worden de bevindingen van de deken door de raad meegenomen bij de beoordeling van de klachtonderdelen, want sprake van zorgvuldig onderzoek door de deken met toepassing van hoor en wederhoor. Het overgelegde bindend advies van de Geschillen Commissie Advocatuur over genoemde klachtonderdelen kan relevant zijn, maar bindt de tuchtrechter niet. Andere maatstaf van de raad voor beoordeling van verwijt dat sprake is geweest van ruim in de zin van excessief declareren. Dat laatste is de raad niet gebleken. Aannemelijk is dat de deken, anders dan bij de Geschillen Commissie het geval was, het gehele dossier van verweerder heeft ingezien. Weliswaar heeft verweerder volgens de GC een te hoog bedrag aan klaagster in rekening gebracht, maar gelet op de omvang van het gedeclareerde bedrag van ruim € 20.000,- in verhouding tot het totale gedeclareerde bedrag van ruim € 92.000,- en gezien de aard en de volgens verweerder arbeidsintensieve werkzaamheden voor klaagster in haar (v)echtscheiding met vele geschilpunten gedurende een periode van vier jaar en de omstandigheid dat het volgens de GC teveel betaalde bedrag van ruim € 20.000,- aan klaagster feitelijk is gerestitueerd, is naar het oordeel van de raad geen sprake van een exces met betrekking tot het declareren dat, naast de matiging door de GC waaraan uitvoering is gegeven, tot tuchtrechtelijk ingrijpen noopt. Ten aanzien van de klachtonderdelen over de kwaliteit van de dienstverlening is de raad, mede gelet op de bevindingen van de deken, van oordeel dat verweerder zich in de procedure in eerste aanleg voldoende en op deskundige wijze heeft ingespannen voor klaagster. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Overige klachtonderdelen over onnodige procedures en misbruik van vertrouwen worden eveneens ongegrond geoordeeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:42 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170279-W
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:42
Wraking. Ongegrond. Verzoeker is door de gewraakte leden van het hof tot twee maal toe in de gelegenheid gesteld om op een (veel) later tijdstip dan het geplande tijdstip zijn hoger beroep te komen toelichten. Hij mocht er niet op vertrouwen dat de leden van het hof zonder tijdslimiet op hem zouden wachten. Uit de weigering van het uitstelverzoek kan niet worden afgeleid dat verzoeker een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bij de leden van het hof kon koesteren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:37 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170298
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:37
Verzoek om aanwijzing van een advocaat. Beklag (art. 13). Ongegrond. Aanwijzing is zinloos nu de termijn voor het instellen van cassatieberoep is verstreken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:38 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170281
- Datum publicatie: 19-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:38
Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Klager is niet ontvankelijk in zijn (door de raad gegrond verklaarde) klacht, inhoudende dat verweerder in strijd met gedragsregel 17 heeft gehandeld door de rechtbank onjuist voor te lichten over de gang van zaken rondom het aanhoudingsverzoek, op grond van het ne bis in idem beginsel. De klacht is een herhaling van de klacht die de cliënte van klager eerder heeft ingediend tegen verweerder en waarop in een andere klachtprocedure onherroepelijk is beslist. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beroep (tegen het door de raad ongegrond verklaarde onderdeel van zijn klacht) omdat het beroep is ingediend na afloop van de beroepstermijn. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:12 Accountantskamer Zwolle 18/258 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-03-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:12
Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding zesjaarstermijn en het ne-bis-in-idem-beginsel.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 086/2017
- Datum publicatie: 16-03-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:66
Klacht tegen een radioloog, verband houdende met de door de radioloog voorafgaand aan een MRI-onderzoek verrichte gewrichtspunctie bij klager, die wegens een kunsthartklep antistollingsmedicatie gebruikte. Bij klager is na de gewrichtspunctie een hematoom opgetreden in het bovenbeen. Gezien het minimale risico op een (na)bloeding is de keuze om bij ingrepen als hier aan de orde, de antistollingsmedicatie bij patiënten met een kunsthartklep niet te staken, een gerechtvaardigde. Van een onzorgvuldige en gecompliceerd verlopen uitvoering van de gewrichtspunctie is geen sprake geweest. Bijzondere voorlichting was niet nodig. Verweerder kan niet worden verweten dat het, niet aan hem gerichte verzoek om afgifte van het medisch dossier, door het ziekenhuis niet volledig is overgelegd. Door verweerder in de procedure overgelegde medische gegevens zijn relevant in het kader van zijn verdediging en daarmee was het overleggen daarvan door verweerder toegestaan in een tuchtrechtelijke procedure. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:13 Accountantskamer Zwolle 17/1379 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-03-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:13
Betrokkene heeft zich aanvankelijk tegenover een van de belanghebbenden bij een entiteit gepresenteerd als adviseur van de andere belanghebbende nadat tussen hen beide geschillen waren gerezen. Vervolgens accepteert hij de opdracht tot het samenstellen van de jaarrekening van de entiteit en is hij aanwezig op de algemene vergadering waarop die jaarrekening wordt besproken. Onder deze omstandigheden moet een accountant extra bedacht zijn op naleving van alle fundamentele beginselen en in het bijzonder op het beginsel van objectiviteit. Schending 21 VGBA want bedreigingen en maatregelen niet schriftelijk vastgelegd. Schending van het fundamentele beginsel van objectiviteit en dat van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 088/2017
- Datum publicatie: 16-03-2018
- Datum uitspraak: 16-03-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:67
Klacht tegen kinderarts/intensivist over melding bij Veilig Thuis. Volgens de ouders heeft de arts de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld niet gevolgd. Het college komt, na toetsing aan de hand van het stappenplan in de meldcode, tot de conclusie dat de melding gerechtvaardigd was. De klacht wordt afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1081
- Pagina: 1082
- Pagina: 1083
- ...
- Pagina: 2383
- Volgende pagina zoekresultaten