Zoekresultaten 381-400 van de 48190 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2927 en C2025/2928
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:137
Klaagster heeft een aanvraag gedaan voor begeleiding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De verpleegkundige heeft in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan en een rapport/advies uitgebracht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat dit rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en een onjuist advies, met een onjuiste conclusie is. Verder verwijt klaagster de verpleegkundige dat hij het correctierecht niet goed heeft uitgevoerd en de rapportage niet op deze wijze naar de gemeente had mogen sturen. Ten slotte wordt de verpleegkundige verweten dat hij zonder toestemming van klaagster medische informatie in de tuchtrechtprocedure heeft ingebracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een deel gegrond verklaard en de verpleegkundige daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de klacht alsnog ongegrond verklaren.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2950
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:144
Klacht tegen een SEH-arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de SEH-arts werkzaam is. De moeder van klaagster (hierna: patiënte) was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH, en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden. Verweerster was de dienstdoend SEH-arts. Klaagster verwijt de SEH-arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de arts-assistent), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:138
Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:204 Hof van Discipline 's Gravenhage 260078
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:204
Beklag artikel 13 Advocatenwet niet-ontvankelijk. Tegen een beslissing tot toewijzing van een advocaat kan geen beklag worden ingediend. De voorziening van artikel 13 Advocatenwet is geen absolute waarborg voor daadwerkelijke toegang tot de rechter. Van de toegewezen advocaat kan niet gevergd worden dat hij een procedure opstart zonder zekerheid dat het verschuldigde griffierecht door de klager aan hem wordt voldaan.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:58 Accountantskamer Zwolle 25/3131 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:58
Ongegronde klacht. Het accountantskantoor waarvoor betrokkene werkt, heeft voor klagers opdrachten uitgevoerd (samenstellen jaarrekening, aangifte Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting (IB/Vpb), btw-aangifte). Het accountantskantoor is een buitengerechtelijk incassotraject gestart tegen klagers nadat een aantal facturen niet werd betaald. Het valt betrokkene niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zijn kantoor het geschil over de facturen niet voorlegt aan de Raad voor Geschillen van de NBA, maar aan de civiele rechter. Voor het overige is de klacht naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende door klagers onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2951
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:145
Klacht tegen een arts. Klaagster heeft klachten ingediend over de zorg die aan haar moeder is verleend in het ziekenhuis waar de arts als arts-assistent werkzaam was. De moeder van klaagster was bekend met onder meer astma, diabetes, een verhoogde bloeddruk, obstructieve slaapapneusyndroom, obesitas en borstkanker. Patiënte heeft zich in de avond gemeld op de SEH en is ‘s-nachts vanuit de SEH opgenomen in het ziekenhuis. De volgende ochtend is zij overleden.De arts was in het kader van haar opleiding tot militair arts net begonnen als arts-assistent op de SEH. De opname van patiënte op de SEH waar het in deze zaak om gaat, vond plaats aan het einde van haar vijfde dienst. Klaagster verwijt de arts dat zij ten onrechte behandelcode A heeft gewijzigd in behandelcode B, heeft belemmerd dat patiënte naar de intensive care is gegaan en patiënte in plaats daarvan naar een niet geschikte afdeling is gebracht zonder verdere monitoring (in samenwerking met de SEH-arts), de medicatielijst niet heeft aangepast aan de klachten die patiënte had. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege acht het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts geen contact heeft opgenomen met de longarts toen de omvang en complexiteit van de medicatielijst haar duidelijk werden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:148 Raad van Discipline Amsterdam 26-444/A/NH 26-446/A/NH/D
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 30-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:148
Raadsbeslissing. Artikel 60b Advocatenwet en dekenbezwaar. De financiële problemen van verweerder laten zich op dit moment niet verenigen met het voeren van een behoorlijke advocatenpraktijk. Verweerder wordt voor onbepaalde tijd geschorst in de uitoefening van zijn praktijk. De schorsing gaat in na één maand. Dit biedt verweerder de gelegenheid om orde op zaken te stellen en concrete stappen te zetten om zo een verzoek tot opheffing van de schorsing voor te bereiden. Ook biedt de periode van een maand verweerder de gelegenheid zijn cliënten te informeren en lopende zaken af te ronden of over te dragen. De beslissing op het dekenbezwaar wordt aangehouden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3040
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:139
Klaagster werd vanuit het ziekenhuis verwezen naar de afdeling dermatologie in verband met huidklachten. Zij kreeg antibiotica voorgeschreven. Bij ‘verse’ plekken (huiduitslag) kon klaagster terugkomen. Klaagster werd vervolgens door de arts op consult voor een herbeoordeling gezien. Na onderzoek concludeerde de arts dat er op dat moment geen reden was voor aanvullende diagnostiek. Klaagster vindt onder meer dat zij onvoldoende behandeling heeft gekregen en er onterecht geen nader diagnostisch onderzoek is gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege komt tot datzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:205 Hof van Discipline 's Gravenhage 250436
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:205
Klacht over de eigen advocaat. De klacht van klaagster richt zich op de communicatie van verweerder met klaagster en de wijze waarop verweerder de zaak van klaagster inhoudelijk behandeld heeft. In tegenstelling tot de beslissing van de raad acht het hof de klacht van klaagster gedeeltelijk gegrond. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en legt aan verweerder de maatregel van een berisping op.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:59 Accountantskamer Zwolle 26/1104 Wtra AK
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:59
Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter is van oordeel dat klager onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:206 Hof van Discipline 's Gravenhage 250306W
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:206
Afwijzing wrakingsverzoek. Het hof ziet in de door verzoeker aangevoerde wrakingsgronden geen aanleiding het wrakingsverzoek toe te wijzen. Verzoeker benoemt in zijn wrakingsgronden dat hij de zitting als partijdig heeft ervaren. Partijdigheid en vrees voor vooringenomenheid is alleen een toewijzingsgrond van een wrakingsverzoek indien de vrees hiervoor objectief gerechtvaardigd is. Dat is hier niet het geval. Het feit dat er tijdens de zitting vragen werden gesteld door het hof aan verzoeker en/of anderszins (door de voorzitter) enige sturing werd gegeven aan het verloop van de zitting, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de tuchtrechters wier wraking wordt verzocht bevooroordeeld en/of vooringenomen, laat staan racistisch, zouden zijn.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2754
- Datum publicatie: 06-07-2026
- Datum uitspraak: 06-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:140
Klacht tegen een klinisch geriater. Klager is niet tevreden over de wijze waarop de klinisch geriater in opdracht van de rechtbank over zijn vader een deskundigenrapport heeft geschreven. Hij verwijt de klinisch geriater onder meer dat hij de ‘Leidraad deskundigen in civiele zaken’ niet heeft gevolgd en onvolledig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel a over het niet volgen van de leidraad deels gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht ook op andere onderdelen gegrond is en legt aan de klinisch geriater een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:143 Raad van Discipline Amsterdam 26-420/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:143
Voorzittersbeslissing; de klacht komt er grotendeels op neer dat verweerster zich in de procedure die klaagster namens haar cliënte voert volgens klaagster onbetamelijk heeft gedragen jegens haar cliënte. Bij klaagster als de advocaat van haar cliënte ontbreekt het aan een rechtstreeks eigen belang. De eventuele gevolgen van het handelen van verweerster treffen in de eerste plaats immers niet klaagster, maar haar cliënte. Klaagster - als advocaat - heeft hooguit een afgeleid belang bij de klacht over de houding van verweerster in onderliggende procedure en dat is onvoldoende om haar in haar klacht te ontvangen. De klacht is in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Het is de voorzitter verder niet gebleken dat verweerster in strijd gehandeld heeft met gedragsregel 24 of anderszins de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. De klacht is daarmee overigens kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250362
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:200
Klager heeft een klacht ingediend over de advocaat van zijn ex-partner. Hij is met zijn ex-partner verwikkeld in een procedure over de beëindiging van hun samenlevingscontract en de omgang met hun kinderen. De klacht betreft door verweerder gekozen bewoordingen en uitlatingen in een conclusie van antwoord en tijdens een zitting bij de rechtbank. De raad van discipline Den Haag heeft overwogen dat, hoewel het de voorkeur had verdiend als verweerder zich minder scherp en ferm had uitgedrukt, geen sprake is van onnodig grievende bewoordingen en uitlatingen, gelet op de context waarin verweerder de bewuste bewoordingen heeft gebruikt en de uitlatingen heeft gedaan. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft klager hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8571
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:161
Gegronde klacht tegen een psychiater. Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld omdat zij, door het eenzijdig en onverwacht beëindigen van de behandeling van klager, diens belangen in ernstige mate heeft geschonden. Het college is van oordeel dat de psychiater, zoals zij zelf ook heeft erkend, de beëindiging van de behandelrelatie met klager onvoldoende zorgvuldig heeft gedaan. De psychiater is tuchtrechtelijk verwijtbaar tekortgeschoten door onaangekondigd en abrupt mee te delen dat zij de behandeling beëindigde, zonder te hebben zorggedragen voor een opvolging van de behandeling, voor overbruggingszorg, voor een overdracht naar de huisarts dan wel voor enige nazorg. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:144 Raad van Discipline Amsterdam 26-371/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:144
Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. Verweerder is in zijn bijstand aan de ex-partner van klager ruimschoots binnen de grenzen van het betamelijke gebleven
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:138 Raad van Discipline Amsterdam 26-403/A/A
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:138
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij treft geen doel. Er is geen sprake van intimiderende of ongepaste uitlatingen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 260103
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:201
Beklag art 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen. De door klager aan de deken te verstrekken gegevens moeten ten minste een begin van bewijs voor zijn stellingen vormen om in aanmerking te komen voor aanwijzing van een advocaat. In deze zaak zijn in het dossier onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor een redelijke kans van slagen van de door klager gewenste procedure.
-
ECLI:NL:TSCTS:2026:4 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2026-04 (2025.V9-THAMESBORG)
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 03-07-2026
- ECLI:NL:TSCTS:2026:4
Deze zaak gaat over een gronding op 6 september 2025 van het vrachtschip Thamesborg. Onderweg van Lianyungang (China) - via de Noordwestelijke doorgang (NWP) - naar Baie Comeau (Canada) is dit met carbon anodes beladen schip vastgelopen op een nog niet in kaart gebrachte ondiepte van 6,4 meter in de Franklin Strait, een Arctische zeestraat in Nunavut, Noord-Canada. Door de gronding raakten ruimten en tanks van het schip beschadigd en drong water binnen. De inspecteur vindt dat de kapitein heeft gehandeld in strijd met goed zeemanschap, doordat hij de vaarroute door een CATZOC C gebied met onbekende ondiepten en onbetrouwbare dieptepeilingen heeft laten gaan, terwijl enkele mijlen westelijk een alternatieve route beschikbaar was met een aanzienlijk grotere waterdiepte en een hogere CATZOC classificatie. Kritiek heeft de inspecteur vooral ook op het vervolgens niet met alle beschikbare middelen waarborgen van de veiligheid binnen dat vaargebied, waaronder het op juiste wijze gebruiken van het echolood. Nu is de Thamesborg met een snelheid van 14 knopen op een niet onderkende ondiepte gevaren. Wanneer men ervoor kiest om te navigeren in ondiepere wateren, met ook nog eens afwijkende en onbekende waterdiepten, is het van groot belang om de vaart aan te passen en het echolood continu te monitoren, aldus de inspecteur.Het tuchtcollege is het eens met de inspecteur en acht de tuchtklacht dan ook gegrond. Als maatregel volgt een schorsing van de vaarbevoegdheid voor de duur van zes weken waarvan drie weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:145 Raad van Discipline Amsterdam 26-424/A/NH
- Datum publicatie: 03-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:145
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. Dat verweerder zijn neef adviseert betreft een aangelegenheid tussen verweerder en zijn neef, waar klaagster als wederpartij buiten staat.