We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TACAKN:2026:59 Accountantskamer Zwolle 26/1104 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2026:59
Datum uitspraak: 06-07-2026
Datum publicatie: 06-07-2026
Zaaknummer(s): 26/1104 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen: klacht kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht. De voorzitter is van oordeel dat klager onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 6 juli 2026 van de voorzitter op grond van artikel 39 lid 1 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 3 april 2026 ontvangen klacht met nummer 26/1104 Wtra AK van

X RA MSc

wonende te [plaats1]

K L A G E R

advocaat: mr. G.L.D. Thomas te Amsterdam

t e g e n

Y

registeraccountant

kantoorhoudende te [plaats1]

B E T R O K K E N E

1.             De procedure

1.1.        Klager heeft op 3 april 2026 een klaagschrift met 11 bijlagen ingediend.

1.2.        De Accountantskamer heeft dezelfde dag een brief naar klager gestuurd en hem verzocht de klacht aan te vullen.

1.3.        Omdat binnen de gestelde termijn geen reactie van klager is ontvangen, heeft de Accountantskamer op 22 april 2026 en 20 mei 2026 een rappel naar klager gestuurd.

1.4.        Op 16 juni 2026 heeft klager een aanvullend klaagschrift met twee bijlagen naar de Accoutantskamer gestuurd.

2.             De klacht

2.1.        De Accountantskamer heeft in haar brief van 3 april 2026 een samenvatting van de klacht gegegeven en klager gevraagd daarop te reageren. Klager heeft niet expliciet gereageerd op deze samenvatting, maar heeft in zijn aanvullend klaagschrift (onder 3c Wat verwijt u de accountant?) wel zijn verwijt richting betrokkene geherformuleerd. Uitgaande van deze herformulering komt de klacht van klager op het volgende neer.

2.2.        Klager verwijt betrokkene dat hij binnen het accountantskantoor meldingen en/of beschuldigingen over klager heeft geuit zonder voldoende feitelijke grondslag. Hierdoor heeft betrokkene volgens klager gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid, zorgvuldigheid, objectiviteit en professionaliteit.

3.             De beoordeling

3.1.        Het handelen of nalaten van betrokkene moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

3.2.        Als naar het oordeel van de voorzitter van de Accountantskamer een klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan de voorzitter de zaak zonder zitting afdoen.[1]

3.3.        Als uitgangspunt geldt dat het aan klager is om feiten en omstandigheden te stellen en

- bij gemotiveerd verweer - aannemelijk te maken, die tot het oordeel kunnen leiden dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

3.4.        Klager heeft in zijn klaagschrift zeer beperkt informatie gegeven over de feiten en omstandigheden waarop de klacht betrekking heeft. Klager heeft enkel vermeld dat hij en betrokkene werkzaam zijn (geweest) bij hetzelfde acountantskantoor, dat zij hebben samengewerkt bij een controleopdracht en dat betrokkene bewust valse aantijgingen tegen klager heeft gedaan in de context van de uitvoering van een professionele dienst met het doel een ontslagprocedure te forceren.

3.5.        In verband daarmee heeft de Accountantskamer in haar brief van 3 april 2026 het volgende aan klager bericht.

“(…)Aanvulling klacht

Het klaagschrift is niet compleet. Het volgende ontbreekt.

- Het klachtenformulier beoogt de klager te helpen op een gestructureerde manier een klacht in

te dienen, voorzien van onderbouwing. U hebt bij onderdeel b. niet beschreven wat er is

gebeurd. Hierdoor is niet duidelijk op welke feiten de klacht is gebaseerd. Daarom moet u in

een aanvullend klaagschrift duidelijk opschrijven wat is er gebeurd en wanneer was dat?

Probeer de gebeurtenissen zo feitelijk mogelijk te beschrijven en deze zoveel mogelijk te

onderbouwen met bewijsstukken (bijlagen). Ook moet u duidelijk verwijzen naar de passages

in de bijlagen die uw stelling of standpunt onderbouwen. Als een bijlage uit meer pagina’s

bestaat, moet u ook naar de juiste pagina verwijzen. De Accountantskamer kan bijlagen

waarnaar niet duidelijk is verwezen buiten beschouwing laten. (…)”

3.6.        In zijn aanvullend klaagschrift heeft klager (nog steeds) niet verwezen naar de door hem overgelegde bijlagen. De voorzitter laat deze bijlagen daarom buiten beschouwing. Het is namelijk niet aan haar om zelfstandig in deze bijlagen op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor de klacht.[2] 

3.7.        In het aanvullend klaagschrift heeft klager nauwelijks meer informatie gegeven over de gebeurtenissen waarop de klacht ziet. De voorzitter is daarom van oordeel dat klager onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om te kunnen oordelen dat betrokkene tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

3.8.        De klacht zal kennelijk ongegrond worden verklaard. 

4.             De beslissing

De voorzitter van de Accountantskamer:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2026.

_________                                                                                                                       __________

secretaris                                                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Op grond van artikel 39, derde lid, Wtra kan tegen deze uitspraak binnen 6 weken na verzending daarvan verzet worden gedaan. Het verzet kan worden gericht aan de Accountantskamer (adres: Postbus 10067, 8000 GB  Zwolle).

[1] Artikel 39 lid 1 Wtra

[2] Zie ECLI:NL:CBB:2016:117.