We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TACAKN:2026:58 Accountantskamer Zwolle 25/3131 Wtra AK

ECLI: ECLI:NL:TACAKN:2026:58
Datum uitspraak: 06-07-2026
Datum publicatie: 06-07-2026
Zaaknummer(s): 25/3131 Wtra AK
Onderwerp:
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht. Het accountantskantoor waarvoor betrokkene werkt, heeft voor klagers opdrachten uitgevoerd (samenstellen jaarrekening, aangifte Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting (IB/Vpb), btw-aangifte). Het accountantskantoor is een buitengerechtelijk incassotraject gestart tegen klagers nadat een aantal facturen niet werd betaald. Het valt betrokkene niet tuchtrechtelijk te verwijten dat zijn kantoor het geschil over de facturen niet voorlegt aan de Raad voor Geschillen van de NBA, maar aan de civiele rechter. Voor het overige is de klacht naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende door klagers onderbouwd.

ACCOUNTANTSKAMER

UITSPRAAK van 6 juli 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 21 oktober 2026 ontvangen klacht met nummer 25/3131 Wtra AK van

1. X1 B.V.

2. X2 B.V.

3. X3 EU B.V.

4. X4 B.V.

5. X5 B.V.

6. X6 V.O.F.

7. X7 GROUP BV.

8. X8 HOLDING B.V.

K L A G E R S

advocaat: mr. A.C. Engel te Rotterdam

t e g e n

Y

accountant-administratieconsulent

kantoorhoudende te [plaats1]

B E T R O K K E N E

advocaat: mr. J.F.M. Heuvelmans te ‘s-Hertogenbosch

1.             De procedure

1.1.        De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het klaagschrift met bijlagen
  • het verweerschrift met bijlagen
  • de op de zitting overgelegde pleitaantekeningen van beide partijen.

1.2.        De klacht is behandeld op de openbare zitting van 24 april 2026. Voor klagers is [A] verschenen, samen met [B]. Betrokkene is ook verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. 

2.             De uitspraak samengevat

Waarover gaat deze zaak?

2.1.        Het accountantskantoor waarvoor betrokkene werkt, heeft voor klagers opdrachten uitgevoerd (samenstellen jaarrekening, aangifte Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting (IB/Vpb), btw-aangifte). Het accountantskantoor is een buitengerechtelijk incassotraject gestart tegen klagers nadat een aantal facturen niet werd betaald.

2.2.        Volgens klagers zijn belastingaangiftes te laat ingediend. Daardoor moesten zij een verzuimboete en rentevergoeding betalen aan de Belastingdienst van bijna € 14.000. In de uitvoering van de opdracht heeft betrokkene veel fouten gemaakt en hij heeft slecht gecommuniceerd. De incassoprocedure had volgens klagers via de Raad voor Geschillen van de NBA moeten verlopen. Omdat het accountantskantoor een procedure is begonnen bij de rechtbank, maken klagers onnodig veel kosten.

De beslissing van de Accountantskamer

2.3.        De klacht is geheel ongegrond. Betrokkene is met klagers algemene voorwaarden overeengekomen. Krachtens die voorwaarden is een procedure bij de Raad voor Geschillen uitgesloten. Daaraan is niets verwijtbaars; bij het verstrekken van de opdrachten hebben klagers daarmee ingestemd. Voor het overige is de klacht naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende door klagers onderbouwd.

3.             De feiten

3.1.        Betrokkene is sinds 1996 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Hij is verbonden aan [accountantskantoor1] in [plaats1], dat sinds januari 2026 deel uit maakt van de [C]-group.

3.2.        Een aantal klagers maakt deel uit van een vennootschapsstructuur, zoals hieronder is weergegeven.

TABEL

3.3.        In een ongedateerde offerte heeft [accountantskantoor1] de volgende werkzaamheden geoffreerd voor de boekjaren 2019 en 2020: samenstellen en deponeren jaarrekeningen, opstellen en indienen van de aangiften inkomstenbelasting (IB) en vennootschapsbelasting (Vpb). De offerte gaat uit van het uitvoeren van de werkzaamheden voor de gehele groep en is ondertekend door de opdrachtgevers [X7], [X6] en [X4] zonder datering. In deze offerte wordt [D], partner bij [accountantskantoor1], voorgesteld als het vaste aanspreekpunt. Betrokkene is de senior manager accountancy en [E] de assistent-accountant[1]. [voornaam1] ([achternaam1]-)[achternaam2] zal als fiscalist betrokken zijn bij de opdracht.

3.4.        Vanaf boekjaar 2020 is de opdracht uitgebreid voor [X1], [X2] en [X3] EU. Dit is vastgelegd in een opdrachtbevestiging per brief van 5 februari 2021 die is ondertekend door de opdrachtgevers [X3] EU, [X2], [X1]. Betrokkene is sinds de opdrachtverlening partner geworden bij [accountantskantoor1] en heeft de eindverantwoordelijkheid voor de dienstverlening.

3.5.        Als [A] per e-mail van 12 mei 2025 informeert naar de status van de werkzaamheden voor de diverse ondernemingen, laat [E] per e-mail van 13 mei 2025 om 11:27 uur weten dat de stukken afgerond zijn, maar dat [accountantskantoor1] betaling verlangt van de openstaande facturen.

In reactie daarop laat [A] in haar e-mail van 13 mei 2025 13:05 uur weten dat [B] (boekhouder) veel tijd kwijt is met het herstellen van de fouten die [accountantskantoor1] maakt.

Betrokkene laat daarop (om 13:15 uur) weten dat hij geen verdere discussie voert over de facturen en dringt aan op betaling.

[B] legt in zijn bericht van 15:35 uur uit dat er onduidelijkheid is over de hoogte van de facturen, omdat de tarieven met ingang van 2025 verhoogd zijn. Daarom is een aantal facturen niet betaald. Verder bestaat er een verschil tussen de openstaande posten en de opgave van [accountantskantoor1] en beschikt [B] niet over de facturen van [X5].

Betrokkene dringt in zijn e-mail van 16:02 uur alsnog aan op betaling gelet op de ouderdom van de facturen.

3.6.        Daarna zijn nog berichten uitgewisseld tussen [A] en [E], waaruit naar voren komt dat de geplande werkzaamheden door [accountantskantoor1] worden opgeschort vanwege het niet betalen van de facturen en waarin [A] aandringt op creditering van voorschotnota’s.

3.7.        Uiteindelijk zegt [A] de overeenkomst met [accountantskantoor1] op in haar e-mailbericht van 23 mei 2025:

‘Ik zie dat wij geen enkel stuk verder komen in onze correspondentie. Ik vreesde dat dit gebeurde en is er weer inhoudelijk niet gereageerd op mijn email/vraag van maandag, maar blijft het draaien om de “niet betaalde facturen” ik vrees eerlijk gezegd ook dat wij inhoudelijk niets meer van jullie zullen ontvangen “Die Hoffnung stirbt zuletzt”, bij deze nogmaals in de bijlage de beschikkingen die ik maandag al stuurde.

Gezien een voortzetting van de samenwerking op deze manier voor ons niet meer prettig is, zien wij ons helaas dan ook genoodzaakt de samenwerking met [accountantskantoor1] te beëindigen. Ik wil jullie vragen, alle evt. nog openstaande werkzaamheden t/m 2023, binnen nu en 2 weken, uiterlijk 6 juni 2025, af te handelen, zodat de samenwerking in Exact officieel beëindigd kan worden.

Mocht blijken dat de werkzaamheden uit 2023 dan nog steeds niet afgehandeld zijn, zien wij ons genoodzaakt ook deze werkzaamheden uit te besteden aan en ander accountant en de kosten aan jullie door te belasten.

Bij deze wil ik jullie nogmaals vragen alle voorschotfacturen uit 2024 & 2025 te crediteren. Dit betreft volgende bedrijven:

[X2] BV

[X3] EU BV

[X1] BV

[X5] BV

[X4] BV

[X7]

[X6]’.

4.             De klacht

4.1.        Betrokkene heeft volgens klagers gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels.

4.2.        Klagers verwijten betrokkene het volgende:

1. De belastingaangiftes zijn te laat ingediend.

2. De opdracht is slecht uitgevoerd, er worden fouten gemaakt.

3. Betrokkene schiet te kort in de communicatie.

4. Betrokkene weigert mee te werken aan de geschillenprocedure bij de Raad voor Geschillen van de NBA.

5.             De beoordeling

5.1.        De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van betrokkene aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Het is daarbij aan de klagende partij om haar verwijten niet alleen goed te omschrijven, zodat het voor de aangeklaagde accountant en de Accountantskamer duidelijk is waarover het verwijt gaat. Ook moet de klagende partij waar mogelijk de verwijten onderbouwen met documenten, zoals e-mailberichten of overeenkomsten. Dat draagt bij aan het aannemelijk maken van het verweten handelen of nalaten. Naarmate de klagende partij het verwijt aannemelijker heeft gemaakt, mag van de aangeklaagde accountant een steeds zwaardere en concretere betwisting worden verlangd.

Klachtonderdeel 1. De belastingaangiftes zijn te laat ingediend.

5.2.        Klagers hebben aangevoerd dat zij een verzuimboete en rente aan de Belastingdienst hebben moeten betalen van in totaal € 13.905. Dat komt volgens hen omdat de jaarstukken veel fouten bevatten en betrokkene de aangiftes niet tijdig heeft ingediend. Betrokkene is hierdoor tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens klagers en heeft geen rekening gehouden met hun belangen. Dat is volgens klagers in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

5.3.        De Accountantskamer stelt het volgende voorop. Als een belastingplichtige te laat of geen belastingaangifte doet, of de verschuldigde belasting te laat betaalt, kan de Belastingdienst een verzuimboete opleggen. Dat is een straf vanwege het niet nakomen van een fiscale verplichting. Belastingrente is geen straf, maar een vergoeding voor renteverlies van de Belastingdienst doordat het bedrag aan belasting later wordt vastgesteld of betaald.

5.4.        In de praktijk maken fiscale dienstverleners gebruik van een uitstelregeling (de zogenoemde beconregeling (uitstelregeling voor belastingconsulenten)). Daarmee wordt door de fiscale dienstverlener voor meerdere klanten tegelijk uitstel gevraagd voor het doen van aangiften IB/Vpb, op voorwaarde dat de fiscale dienstverlener zich aan een bepaald inleverschema houdt. Fiscale dienstverleners kunnen namelijk niet voor al hun klanten tegelijk aangifte doen in het aangewezen belastingaangiftetijdvak, omdat dit er vaak te veel zijn. Het gevolg voor klanten van de fiscale dienstverleners is dat er – met toestemming van de Belastingdienst – later belastingaangifte wordt gedaan. De klant ontloopt daardoor een verzuimboete, maar is onder omstandigheden wel belastingrente verschuldigd. De belastingrente is te vermijden door ervoor te zorgen dat de voorlopige aanslagen zoveel mogelijk aansluiten bij de realiteit, zodat na de definitieve aanslag geen belasting meer is verschuldigd (en dus ook geen belastingrente).

5.5.        Klagers hebben in hun klaagschrift in het geheel niet omschreven welke aangiften niet tijdig zouden zijn ingediend. Uit de door klagers overlegde bijlagen blijkt de Accountantskamer dat het bedrag bestaat uit € 11.148 belastingrente en een verzuimboete van € 2.757 opgelegd aan [X4] bij beschikking van 31 juli 2021. Flex Force heeft die boete gekregen, omdat zij de aangifte Vpb 2018 niet voor 1 juli 2020 had ingediend. Op dat moment had [accountantskantoor1] echter de opdracht nog niet gekregen om de aangifte te verzorgen, de opdracht is pas in juli 2020 aan [accountantskantoor1] gegeven. Het valt daarom niet in te zien dat betrokkene voor de verzuimboete een verwijt is te maken. Voor het overige geldt dat de betreffende vennootschappen in de beconregeling waren geplaatst en betrokkene gemotiveerd heeft betwist dat zijn kantoor te late aangiften (leidend tot een verzuimboete) heeft gedaan, hetgeen door klagers vervolgens niet (nader) is onderbouwd. Mogelijk dat klagers met hun klacht het oog hebben op de verschuldigde belastingrente, maar daarvoor geldt, zoals hiervoor is toegelicht, dat klagers het zelf in de hand hebben gehad de belastingrente te vermijden door een verzoek om (verhoging van) voorlopige aanslagen in te dienen. Gesteld noch gebleken is dat het verzorgen van verzoeken om voorlopige aanslagen onderdeel vormde van de opdracht van betrokkene. Kortom, dat door toedoen van betrokkene klagers een verzuimboete en rente zijn verschuldigd, is niet komen vast te staan. Klachtonderdeel 1 is ongegrond. Bij deze stand van zaken laat de Accountantskamer in het midden of betrokkene vaktechnische verantwoordelijkheid draagt voor de fiscale werkzaamheden, zoals hij heeft betwist.

Klachtonderdeel 2. De opdracht is slecht uitgevoerd, er worden fouten gemaakt.

5.6.        Klagers beklagen zich over de slechte uitvoering van de opdracht. Volgens klagers waren veel fouten vermijdbaar als betrokkene het dossier maar zorgvuldig had behandeld. Vanwege de vele fouten hebben klagers veel extra kosten moeten maken, omdat de boekhouder ([B]) veel tijd kwijt was met het constateren en aankaarten van deze fouten. Om die reden hebben klagers en [E] in februari 2025 een gesprek gevoerd, waarbij [E] verbetering heeft beloofd. Die beloofde verbetering is echter uitgebleven.

5.7.        Betrokkene heeft aangevoerd dat enige onderbouwing van dit klachtonderdeel ontbreekt. Betrokkene weet daardoor niet waartegen hij zich moet verweren. De jaarrekeningen zijn jaar op jaar goedgekeurd, vastgesteld en gedeponeerd. Ze hebben ook als basis gediend voor de aangifte Vpb, waarop geen commentaar is gekomen van de Belastingdienst. Daarom betwist betrokkene dat sprake is van een slechte uitvoering van de opdracht en dat er veel fouten zijn gemaakt in de jaarrekening.

5.8.        Dit klachtonderdeel is ongegrond. De Accountantskamer treft noch in de stellingen van klagers in het klaagschrift noch in de overgelegde producties een voldoende feitelijke onderbouwing van dit klachtonderdeel. Ter zitting hebben klagers weliswaar een aantal voorbeelden gegeven van volgens hen slechte uitvoering van de werkzaamheden, maar dat is te laat. Klagers hebben deze voorbeelden bovendien niet onderbouwd aan de hand van ingediende stukken. De beginselen van een behoorlijke tuchtprocedure, waaronder het verdedigingsbeginsel, brengen mee dat de klagende partij alle onderdelen van een klacht op een zodanig tijdstip moet aanvoeren én onderbouwen dat de betrokken accountant in staat is zich hierop naar behoren te verweren. Klagers hebben die beginselen geschaad.

Klachtonderdeel 3. Betrokkene schiet te kort in de communicatie.

5.9.        Klagers nemen het betrokkene kwalijk dat hij niet terugbelde als klagers daarom vroegen. Ook reageerde hij niet op schriftelijke verzoeken. Dit terwijl klagers afhankelijk waren van betrokkene voor de tijdige verwerking van hun financiële stukken.

5.10.      Betrokkene voert aan dat ook dit klachtonderdeel niet is onderbouwd. Daarbij wijst betrokkene erop dat hij niet het eerste aanspreekpunt was van klagers. Zij wisten hem ook steeds goed te vinden. Klagers hebben nooit geklaagd over de tekortschietende communicatie met [E] of met betrokkene. De e-mailconversaties die klagers hebben overgelegd wijzen daar ook niet op. Daaruit blijkt namelijk dat klagers steeds reactie kregen op hun vragen.

5.11.      De Accountantskamer overweegt het volgende. Uit de overgelegde e-mailconversatie blijkt dat [E] en betrokkene steeds hebben gereageerd op de e-mailberichten van [A]. Hierin is dus geen grond gelegen voor het verwijt dat betrokkene is tekortgeschoten in de communicatie. Andere voorbeelden van tekortschietende communicatie hebben klagers niet gegeven. Daarom is dit klachtonderdeel onvoldoende onderbouwd en daarmee ongegrond.

Klachtonderdeel 4. Betrokkene weigert mee te werken aan de geschillenprocedure bij de Raad voor Geschillen van de NBA.

5.12.      Klagers hebben hun geschil over de facturen voorgelegd aan de Raad voor Geschillen van de NBA. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat de Raad niet bevoegd is over het geschil te oordelen. Dat is een onbegrijpelijke opstelling van betrokkene, zo stellen klagers, nu een procedure bij de gewone rechter onnodig kostenverhogend werkt en tijdrovend is.

5.13.      Betrokkene heeft betoogd dat op de overeenkomst van opdracht met klagers de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [accountantskantoor1] zijn bedongen. In artikel 9.2 van deze voorwaarden is opgenomen dat geschillen voortvloeiend uit de overeenkomst van opdracht worden voorgelegd aan de rechtbank Oost-Brabant, zittingslocatie ’s-Hertogenbosch. [accountantskantoor1] doet niet mee aan de geschillenprocedure van de Raad. De uitkomst van de beoordeling door de Raad wordt neergelegd in een bindend advies en is daarmee niet vatbaar voor hoger beroep. Dat is voor [accountantskantoor1] onaanvaardbaar en reden om in de algemene voorwaarden te kiezen voor het voorleggen van geschillen aan de rechtbank. Klagers wisten dit bij de opdrachtverlening. Klagers hebben zichzelf onnodig op kosten gejaagd door de in het vooruitzicht gestelde incassoprocedure niet af te wachten maar uit eigen beweging een geschil te beginnen bij de Raad, zo stelt betrokkene.

5.14.      De Accountantskamer is van oordeel dat dit klachtonderdeel ongegrond is. Deelname aan de geschillenbeslechting door de Raad is vrijwillig[2]. Klagers kunnen betrokkene niet kwalijk nemen dat [accountantskantoor1] voor geschillenbeslechting bij de rechtbank heeft gekozen. Volgens artikel 17 van de Grondwet kan niemand immers tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter, die de wet hem toekent. Daarbij komt dat klagers hebben ingestemd met de contractuele uitsluiting van de geschillenbeslechting bij de Raad. Dat is een civielrechtelijke keuze, die slechts onder bijzondere omstandigheden tuchtrechtelijke verwijtbaarheid zou meebrengen (zie de uitspraak van het CBb van 24 februari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:57). Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een accountant zich met het oog op de fundamentele beginselen anders zou moeten opstellen kan onder meer sprake zijn indien de accountant bewust een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen of indien de accountant in sterke mate verweten kan worden dat hij een onjuist of misleidend standpunt heeft ingenomen. Bijzondere omstandigheden hebben klagers niet gesteld en zijn de Accountantskamer ook niet gebleken. Het enkele feit dat een gerechtelijke procedure kostbaar is, legt daarvoor naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende gewicht in de schaal. Van een onjuist of misleidend standpunt is niet gebleken.

6.             De beslissing

De Accountantskamer:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. J.N. Bartels en mr. P. Volker (rechterlijke leden) en drs. J.C. Scheper RA en C.M. Verdiesen AA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. C.J.H. Terwal, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2026.

_________                                                                                                                       __________

secretaris                                                                                                                           voorzitter

Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, dan kunt u daartegen in hoger beroep gaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven binnen 6 weken na de dag van verzending van de uitspraak.

U kunt digitaal hoger beroep instellen op Mijn.rechtspraak.nl. Meer informatie over in beroep gaan vindt u op de website Rechtspraak.nl.

Als u uw beroepschrift op papier wilt indienen, dan kunt u dit samen met een kopie van deze uitspraak sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.

[1] [E] is sinds [datum] 2024 ingeschreven als accountant-administratieconsulent in het NBA-register.

[2] Zie ook artikel 5, zesde lid, van de  Verordening op de Raad voor Geschillen.