We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZCTG:2026:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2974

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:138
Datum uitspraak: 06-07-2026
Datum publicatie: 06-07-2026
Zaaknummer(s): C2025/2974
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een tandarts. De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met dit oordeel en verwerpt het beroep van klager.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2974 van:

A., wonende in B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,
gemachtigde: mr. M.K. Struwe, werkzaam in Amsterdam,

tegen

C., tandarts,
werkzaam in D.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de tandarts,
gemachtigde: mr. A.F. Maatje, werkzaam in Amsterdam.

1.         De zaak in het kort
1.1       De tandarts is werkzaam bij een praktijk gespecialiseerd in tandheelkundige spoedgevallen. Klager heeft zich tot de praktijk gewend in verband met plotselinge kiespijn. De tandarts heeft bij klager het eerste deel van een endodontische behandeling uitgevoerd. 
 

1.2       Klager verwijt de tandarts dat zij de endodontische behandeling onzorgvuldig heeft uitgevoerd omdat er een zenuwdeel zou zijn achtergebleven in de kies waardoor klager veel pijn had. Daarnaast verwijt hij de tandarts dat zij gebrekkig is geweest in haar nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel.

2.         Verloop van de procedure in beroep

2.1       Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 1 augustus 2025 met nummer A2024/7683 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:189). De tandarts heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

2.2       De zaak is op de zitting van 10 juni 2026 behandeld. Partijen en hun gemachtigden waren daar aanwezig. De spreekaantekeningen die mr. Struwe heeft gebruikt zijn toegevoegd aan het dossier van het Centraal Tuchtcollege.

3.         Feiten

3.1       Het Centraal Tuchtcollege gaat bij de beoordeling van het beroep uit van de volgende feiten:

3.2       De tandarts is werkzaam bij E., een praktijk voor tandheelkundige spoedgevallen (hierna: de praktijk).

3.3       Klager heeft in de avond van 1 oktober 2023 de praktijk bezocht met kiespijn. De tandarts heeft een röntgenfoto gemaakt en is daarna begonnen met een endodontische behandeling aan element 45. De tandarts heeft het kanaalstelsel gereinigd en daarna afgevuld met Calcipast. Verder heeft zij een antibioticum (amoxicilline 500 mg) voorgeschreven. Hierna is nogmaals een röntgenfoto gemaakt.

3.4       Op 2 oktober 2023 belde klager naar de praktijk vanwege aanhoudende pijnklachten. De assistent heeft met de tandarts overlegd en de tandarts heeft klager paracetamol met codeïne voorgeschreven.  

3.5       Op 3 oktober 2023 kon klager in verband met de aanhoudende pijnklachten bij zijn eigen tandarts terecht. Deze tandarts heeft toen de endodontische behandeling van element 45 voortgezet.

3.6       Op 10 oktober 2023 heeft klager een klacht ingediend bij de praktijk. De praktijk heeft pas op 11 maart 2024 voor het eerst op de klacht gereageerd.

4.         Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over?

1. Klager verwijt de tandarts dat zij:

  1. niet heeft gezien dat er nog een zenuwdeel zat;
  2. geen reactie heeft gegeven in het natraject op de klachten van klager en dat zij zich niet

toetsbaar opstelde.

4.2       Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is het niet eens met deze beslissing. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren.

4.3       De tandarts heeft verweer gevoerd. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep van klager te verwerpen.

Toetsingskader

4.4       De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Inhoudelijk oordeel

4.5       Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de behandeling van de zaak in beroep geen aanleiding geeft tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege en neemt wat het Regionaal Tuchtcollege onder ‘5. De overwegingen van het college’ heeft overwogen hier over.

4.6       Naar aanleiding van de behandeling van de zaak in beroep wil het Centraal Tuchtcollege nog het volgende benadrukken. Klager had na de behandeling op 1 oktober 2024 veel pijn. Volgens klager werd die pijn veroorzaakt door een zenuwdeel dat was achtergebleven in het kanaal. Ook in beroep is niet vast komen te staan dat er een zenuwdeel is achtergebleven. Het Centraal Tuchtcollege merkt op dat, mocht er wel een zenuwdeel zijn achtergebleven, dit naar alle waarschijnlijkheid niet de oorzaak is geweest van de door klager ervaren pijn. De tandarts kan geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van het feit dat de door klager bij de praktijk ingediende klacht niet adequaat is opgepakt. Anders dan klager betoogt lag de verantwoordelijkheid voor de effectieve en laagdrempelige klachten- en geschillenbehandeling bij de praktijk en niet bij de tandarts.

Conclusie

4.7       Het Centraal Tuchtcollege komt tot de conclusie dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht terecht ongegrond heeft verklaard. Dit betekent dat het beroep van klaagster wordt verworpen.

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg: verwerpt het beroep.

Deze beslissing is genomen door R.C.A.M. Philippart, voorzitter, L. van Dijk en R. Prakke-Nieuwenhuizen,

leden-juristen, en R.A. Koolhoven en B. van Noordenne, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door

K.M. ten Pas, secretaris.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2026.

                        Voorzitter w.g.                                                 Secretaris w.g.