Zoekresultaten 1-10 van de 48598 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:232 Raad van Discipline Amsterdam 26-285/A/NH
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:232
Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager in een van haar stukken het Münchhausen-by-proxy-syndroom toegedicht, zonder dat hieraan een medische diagnose ten grondslag lag. Naar het oordeel van de raad diende de vermelding van dit syndroom, ook al was dat tussen haakjes gezet, geen kennelijk doel en was daarmee onnodig en grievend. Het gaat hier bovendien om een familierechtzaak, waarbij een advocaat – vanwege de vaak hoog oplopende emoties en gevoelige verhoudingen – de nodige terughoudendheid moet betrachten om escalatie te voorkomen. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:233 Raad van Discipline Amsterdam 26-194/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:233
Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een eerdere klachtprocedure aan de orde is geweest. De overige klachtonderdelen verklaart de raad ongegrond, omdat het aldaar gestelde is betwist en ook niet nader is onderbouwd. Hetgeen verweerder door klager wordt verweten kan daarom niet worden vastgesteld.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:341 Hof van Discipline 's Gravenhage 260158
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:341
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een procedure denkt te kunnen bereiken. Daarom onvoldoende kans van slagen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:234 Raad van Discipline Amsterdam 26-164/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:234
Verzet. In de voorzittersbeslissing heeft de voorzitter overwogen dat klaagster heeft nagelaten concrete passages uit de overgelegde correspondentie aan te wijzen die als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt. De raad kan zich met die overweging verenigen. Het is namelijk aan klaagster om concreet aan te geven welke bewoordingen als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt en dat heeft ze naar het oordeel van de voorzitter nagelaten. Het enkel overleggen van stukken waaruit de voorzitter zelf zou moeten afleiden wat klaagster als grievend zou kunnen aanmerken is een onjuiste opvatting van de taak van de raad in het klachtrecht. De overige verzetgronden missen iedere feitelijke grondslag. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:342 Hof van Discipline 's Gravenhage 260235
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 23-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:342
Beklagzaak. Artikel 13 Advocatenwet. Herhaaldelijk verzoek om aanwijzing. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:235 Raad van Discipline Amsterdam 26-091/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:235
Raadsbeslissing; klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Van de gestelde tuchtrechtelijk verwijtbare handelingen is de raad niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:236 Raad van Discipline Amsterdam 26-739/A/A
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:236
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een geschil tussen een consument en een webshop over de gang van zaken rondom het retourneren van een bestelling kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:231 Raad van Discipline Amsterdam 26-688/A/NH
- Datum publicatie: 23-10-2026
- Datum uitspraak: 19-10-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:231
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. Verweerder was niet gehouden om klager bij te staan in zaken waarin hij dat niet heeft toegezegd. Het stond verweerder vrij om prioriteit te geven aan een lopende procedure in plaats van aan een andere zaak van klager. Verweerder was niet gehouden om gevolg te geven aan het verzoek van klager om tot wraking over te gaan. Verweerder heeft zich niet onnodig kwetsend over klager uitgelaten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:340 Hof van Discipline 's Gravenhage 260339
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:340
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. De voorzitter begrijpt uit de van klaagster ontvangen stukken dat zij in feite een herbeoordeling van de onderliggende klachtzaak wenst, nadat haar klacht door de raad vanwege overschrijding van de termijn waarbinnen een klacht over een advocaat kan worden ingediend niet-ontvankelijk is verklaard en klaagsters verzet daartegen ongegrond. Om dat te bereiken stelt klaagster dat sprake is van nieuw aan het licht gekomen tuchtrechtelijke misstanden aan de zijde van de betrokken advocaat. Nu is gebleken dat de deken de klacht niet opnieuw in behandeling zal nemen, dient klaagster een klacht over de deken in. De voorzitter van het hof is van oordeel dat klaagster daarmee op een oneigenlijke manier dezelfde tuchtprocedure tegen een advocaat nogmaals probeert te starten, wat misbruik van klachtrecht oplevert.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:336 Hof van Discipline 's Gravenhage 260341
- Datum publicatie: 22-10-2026
- Datum uitspraak: 22-10-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:336
Klacht over deken niet verwezen op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om het hof te verzoeken te interveniëren in een lopend klachtonderzoek van een deken. Het hof heeft daartoe ook geen wettelijke bevoegdheid. Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over de deken laten toetsen door de raad. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken onder de aandacht van de raad brengen en aanvoeren dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan de deken.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 4860
- Volgende pagina zoekresultaten