Zoekresultaten 141-150 van de 48142 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/7971

    Klacht tegen een bedrijfsarts in opleiding. Ongegrond. De bedrijfsarts in opleiding wordt verweten dat hij het opzettelijk heeft doen voorkomen alsof klaagster zou hebben tegengewerkt bij de beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid en re-integratiemogelijkheden, dat hij klaagster na een vertrouwensbreuk niet heeft gewezen op de mogelijkheid contact op te nemen met zijn supervisor en dat hij niet persoonlijk heeft gereageerd op een aansprakelijkheidsstelling. Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De rapportage over het eerste spreekuur gaf feitelijk juist weer dat geen contact tot stand was gekomen en dat daardoor geen beoordeling kon plaatsvinden. Tijdens het tweede spreekuur kon evenmin een beoordeling plaatsvinden, omdat uitsluitend de partner van klaagster het woord voerde en klaagster zelf niet aan het gesprek deelnam. Ook bestond geen verplichting om klaagster actief op de supervisor te wijzen en mocht verweerder het incident tijdens het reguliere supervisieoverleg bespreken. Ten slotte was het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de aansprakelijkheidsstelling via de advocaat van de instelling werd afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:183 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9545

    Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over de betrokkenheid van de psychotherapeut bij de familie van klager. Uit de door klager overlegde mailwisseling tussen hem en de psychotherapeut blijkt dat klager de psychotherapeut een groot aantal vragen voorlegt waarin hij opheldering vraagt over de grenzen tussen diens rol als vriend en als professional, maar klager noemt daarin geen feitelijke handelingen die zouden duiden op tuchtrechtelijk verwijtbaar gedrag. Ook overigens blijkt naar het oordeel van de voorzitter niet dat er sprake is van handelen dat in strijd is met wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar hoort te doen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9034

    Klacht tegen een bedrijfsarts. Gegrond. De bedrijfsarts wordt verweten dat hij in een rapportage aan de werkgever van klaagster medische gegevens heeft opgenomen zonder haar toestemming. Het college oordeelt dat de bedrijfsarts hiermee zijn beroepsgeheim en geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Hoewel de bedrijfsarts de ernst van de problematiek van klaagster wilde benadrukken, had hij dit moeten doen zonder medische kwalificaties of andere vertrouwelijke informatie te verstrekken. Het college rekent de bedrijfsarts aan dat hij onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij een kerntaak van zijn beroep en slechts beperkt blijk heeft gegeven van zelfreflectie op zijn handelen. De klacht wordt gegrond verklaard. Gelet op de ernst van de schending van het beroepsgeheim legt het college de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:184 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9009

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter overweegt dat hij op basis van het dossier niet kan vaststellen of aanleiding heeft om te veronderstellen dat de psychiater klaagster onheus of onbehoorlijk heeft bejegend. De psychiater ontkent dat dit zo is en deze beschuldigingen zijn niet concreet toegelicht of onderbouwd. De voorzitter kan bij deze tegenstrijdige lezing van de feiten zonder nadere bevestiging van de lezing van klaagster niet in het nadeel van de psychiater uitgaan van wat klaagster over de bejegening heeft gezegd. Dit betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat de psychiater tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:185 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9695

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:186 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/10049

    Voorzittersbeslissing. Nu klaagster de verkeerde beklaagde heeft aangeschreven en er geen aanknopingspunten zijn voor het achterhalen welke beklaagde klaagster wel bedoelt, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:239 Hof van Discipline 's Gravenhage 260048

    Het hof komt tot het oordeel dat verweerder de hem in de klacht verweten gedragingen niet heeft begaan en de raad buiten de klachtomschrijving is getreden. Immers, de klacht luidt dat verweerder vanaf februari 2024 heeft opgetreden voor E. B.V., terwijl hij in de periode van 2016 tot 2019 als 'onafhankelijk advocaat' heeft opgetreden voor c.q. gesprekken heeft geleid tussen klaagster en E. B.V. om te komen tot onderlinge samenwerking, hetgeen een belangenconflict oplevert. Wat er zij van de werkzaamheden die verweerder van 2016 tot 2019 voor (een van de) partij(en) heeft verricht, deze werkzaamheden hadden niet ten doel om ‘te komen tot onderlinge samenwerking’. Vanaf 2012 was er namelijk al sprake van een samenwerking tussen klaagster en verweerder. Al hetgeen die werkzaamheden verder zouden hebben behelsd en of deze mogelijk een tegenstrijdig belang zouden kunnen opleveren, valt dan ook buiten het bereik van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8887

    Klacht tegen zes zorgverleners uit een ggz-instelling. De klager verweet de zorgverleners dat het beroepsgeheim was geschonden doordat informatie was gedeeld met de voormalig werkgever van klager en de politie. Het tuchtcollege heeft twee psychiaters en twee gz-psychologen hiervoor een waarschuwing gegeven. De klachten tegen een andere psychiater en een verpleegkundige werden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-422/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Een klacht over de deken wordt kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-447/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. De voorzitter verklaart een klacht van de eigen advocaat kennelijk ongegrond.