Zoekresultaten 1371-1380 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:231 Raad van Discipline Amsterdam 25-756/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft terecht aangevoerd dat op haar als advocaat de plicht rust om (uitsluitend) de belangen van haar cliënten te behartigen. Dat klager het inhoudelijk niet eens is met het standpunt dat verweerster namens haar cliënten heeft verkondigd, betekent nog niet dat verweerster daarmee in strijd met gedragsregel 8 (of 21 Rv) heeft gehandeld. Daarvan is pas sprake als verweerster bewust onjuiste informatie naar voren heeft gebracht. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. De vraag of het standpunt dat verweerster namens haar cliënten heeft ingenomen inhoudelijk juist is of dat klager gelijk heeft, valt buiten de reikwijdte van dit tuchtrechtelijk geschil.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:225 Raad van Discipline Amsterdam 25-306/A/A

    Raadsbeslissing; klacht is ongegrond. Verweerster heeft niet klachtwaardig gehandeld door na te laten klager en zijn gemachtigde te informeren over haar benoeming als raadsheer-plaatsvervanger bij het hof waar het hoger beroep aanhangig was tussen klager en de cliënt van verweerster. Verweerster mocht er op vertrouwen dat vanwege de ‘niet inzet’ afspraak en de aantekening daarvan in het externe register nevenfuncties haar enkele benoeming als raadsheer-plaatsvervanger geen omstandigheid was die een risico zou kunnen opleveren voor de onpartijdigheid van het hof.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

    Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:226 Raad van Discipline Amsterdam 25-571/A/NH/D

    Raadsbeslissing; dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Verweerster heeft bij herhaling tegen haar kantoorgenoten, waaronder haar patroon, gelogen over haar bezoeken aan cliënten. Door het liegen over de kerndienstverlening van de advocaat, namelijk rechtsbijstand aan de cliënt, heeft verweerster niet alleen ernstig onprofessioneel en onbetrouwbaar gehandeld ten opzichte van haar kantoorgenoten, maar is zij bovendien vergaand tekortgeschoten in haar zorgplicht ten opzichte van de cliënten die op haar bijstand rekenden. Door dit handelen heeft verweerster de in artikel 46 van de Advocatenwet neergelegde betamelijkheidsnorm en de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden, en daarmee het vertrouwen in de advocatuur ondermijnd. Gelet op het feit dat verweerster spijt heeft betuigd en ten tijde van de verwijtbare gedragingen nog in opleiding was, is een berisping met kostenveroordeling passend geacht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:227 Raad van Discipline Amsterdam 25-450/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:228 Raad van Discipline Amsterdam 25-281/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zonder de schriftelijk vastgelegde expliciete instemming van klaagster zijn facturen te verrekenen met het aan klaagster uitgekeerde schikkingsbedrag dat op de derdengeldenrekening van verweerder is gestort. Ook heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door afspraken met klaagster over het wel of niet hoger beroep instellen niet schriftelijk vast te leggen, waardoor achteraf discussie is ontstaan over de vraag of klaagster met het instellen van hoger beroep heeft ingestemd. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en veroordeling in de proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8659

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster werd vanwege een cyste in haar knieholte doorverwezen naar verweerder. Zij verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een MRI-centrum. Het college komt tot het oordeel dat verweerder ten aanzien van beide klachtonderdelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:229 Raad van Discipline Amsterdam 25-715/A/A

    Voorzittersbeslissing; verweerster heeft geen beschuldigingen geuit zonder bewijs. Verweerster heeft onbetwist aangevoerd dat de schriftelijke reactie waarnaar klaagster verwijst een persoonlijke bief van de ex-partner aan de rechtbank betreft en dat de ex-partner ter zitting zelf wel naar voren heeft gebracht dat klaagster volgens hem zou kampen met borderline problematiek. Dit waren niet de bewoordingen van verweerster en kunnen derhalve niet aan verweerster worden toegerekend. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 250440

    Het hof stelt vast dat de klacht niet is geconcretiseerd. Ook is de door klager geformuleerde klacht niet onderbouwd. Op grond van de inhoud van de klacht is niet duidelijk waar onderzoek naar zou moeten worden gedaan. Daarom zal het hof de klacht niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8555

    Klacht tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster is binnen de GGZ ruim een jaar onder behandeling geweest bij de verpleegkundige. De verpleegkundige voerde wekelijks therapiegesprekken met klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij haar professionaliteit heeft overschreden door een grensoverschrijdende relatie met haar aan te gaan en (behandel)informatie van (ex-)cliënten te delen met klaagster. Het college oordeelt dat de verpleegkundige onvoldoende professionele distantie heeft in haar behandelrelatie met klaagster en zij haar beroepsgeheim heeft geschonden.