ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165
Datum uitspraak: 16-12-2025
Datum publicatie: 18-12-2025
Zaaknummer(s): Z2025/8152
Onderwerp: Niet of te laat verwijzen
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf. 


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing van 16 december 2025 op de klacht van:

A en B,

wonende in C,

klagers,

tegen

D,

arts,

destijds werkzaam in C,

verweerster, hierna ook: de arts,

gemachtigde: mr. C. Riemens, werkzaam in Zwolle.

1. De zaak in het kort
 

1.1     Klagers beklagen zich erover dat de arts nalatig is geweest bij de zorg voor hun overleden zoontje. Zij stellen dat tijdig en juist handelen van de arts geleid had tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Dit had de kansen op een betere uitkomst aanzienlijk kunnen vergroten.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierna licht het college dat toe.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 februari 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen.

2.2     De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
 

2.3     De zaak is behandeld op de openbare zitting van 7 november 2025. Klagers zijn verschenen. Verweerster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde. Zowel klagers als de gemachtigde van verweerster hebben pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd. De standpunten van partijen zijn daarna nog mondeling toegelicht.
 

3. De feiten

3.1     Klagers zijn de ouders van E, geboren in augustus 2023 en overleden in oktober 2023. Op 15 augustus 2023 zijn klagers met E naar de huisarts geweest vanwege minder goed drinken, zweten en slapheid. De huisarts noteerde in het dossier:

“S Info: LB:dronk voorheen goed, nu drinkt hij sinds vanmorgen niet, wel plasluiers en niet spugen. Zweten in nek. Oogt ook slap

O gezond ogende zuigeling, cor/pulm geen bijzonderheden, refill 3 seclijkt goed gesatuteerd

E  minder drinken lijkt nu geen acute pathol

P uitleg per dag even kijken hoe het gaat,zn morgen nog even kijken do gewichtscontr.”

3.2     Op 17 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige een huisbezoek afgelegd. In het dossier is het volgende vermeld:

“Terugkerende anamnese: bijzonderheden

Anamnese

HB gebracht bij ouders, E en zus F. Het gaat goed in gezin. F is heel gek met haar broertje. Moeder voelt zich goed. E is in het ziekenhuis geboren na een zeer snelle bevalling. M geeft kunstvoeding. Dit is een bewuste keus. Krijgt 70ml per keer a 7 keer. Ouders zijn afgelopen dinsdag bij de ha geweest omdat E lage temp (35,9) had en zweette. Ha kon niets bijzonders ontdekken. E drinkt wel minder goed dan voorheen. M heeft het idee dat hij vanaf vandaag weer iets beter gaat drinken. Gewicht vandaag: 3700 gr. E zou in de kraamdagen 380 gr zijn gegroeid? en bij vertrek kraamverzorgster op een gewicht van 3870 gr zitten. Dat zou inhouden dat hij in een paar dagen tijd 370 gr is gegroeid (van 3500 tot 3870). Besproken om per dag 600 ml te geven. Woensdag weer wegen, ouders bellen als het niet goed gaat en E niet goed drinkt. Evt ander speentje proberen met groter gat. Drinkt nl telkens maar kleine beetjes.


Voeding en eetgedrag

E drinkt de laatste tijd maar 40ml per keer en valt dan in slaap. In de kraamdagen dronk hij prima. Tijdens hb gekeken hoe E drinkt. Hij meldde zichzelf voor de voeding door flink te huilen. Dronk vervolgens in een paar minuten 40ml weg, waarbij er veel voeding langs zijn mondje liep.>> Advies: andere fles of spenen gaan gebruiken en ander tussendoor pauzes inlassen zodat hij langer over de voeding doet.
 

Groei: bijzonderheden

Gewicht: 3,7
Conclusie

Drinken gaat niet geweldig. Vrijdag contact met ouders om te horen hoe het gaat. Woensdag weer wegen. Indien ouders het idee hebben dat het niet goed gaat, dan bellen ze en dan E graag maandag wegen. Overleg met collega G gehad over situatie. Besloten om toch ook morgen weer te gaan wegen en daarna maandag.”


Op 18 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige weer een huisbezoek gebracht. In het dossier is voorzover van belang het volgende vermeld:
Terugkerende anamnese: bijzonderheden

Anamnese

Vandaag E weer gewogen. Hij weegt nu 3750 gr maar heeft (helaas) wel net een gedeelte van de fles opgedronken. Ouders vertellen dat het idee hebben dat het beter met hem gaat. Ze houden bij wat hij drinkt en dat is ongeveer 500ml per 24 uur. Het is wat minimaal. Hij drinkt nog geen volle flesjes. Drinkt vaak 40 of 55ml en heeft 1x een fles van 110 ml leeg gedronken. Ouders denken dat hij toch een dipje heeft gehad op het moment dat ze met hem bij de ha zijn geweest. M vertelt dat hij zich ook zelf meldt voor de voedingen. E oogt niet als een hele “volle” baby, maar heeft goede kleur en is alert. Heeft geen moeite met ademhalen, geen intrekkingen. Temperatuur blijft nu ook goed.
Voeding en gedrag: E komt krap aan de 500 ml per 24 uur. Hij drinkt nog wel kleine beetjes per keer
.

Voeding en eetgedrag

E komt krap aan de 500 ml per 24 uur. Hij drinkt nog wel kleine beetjes per keer.

Groei: bijzonderheden

Gewicht 3,75

Conclusie

Ouders hebben geen zorg en vinden dat het beter gaat met E . Er vanuit gaand dat het geboortegewicht klopt en met de groei die E nu laat zien, lijkt er ook geen reden tot zorg. De gewichten vanuit de kraamzorg blijven wat bijzonder. Afgesproken dat ik woensdag kom wegen. Als het in het weekend niet goed gaat, dan bellen ouders maandag. Dan graag collega (H is op de hoogte) laten wegen.”

Op 23 augustus 2023 heeft de jeugdverpleegkundige nogmaals een huisbezoek afgelegd. In het dossier is het volgende vermeld:
“Terugkerende anamnese:bijzonderheden

Anamnese

HB gebracht om te wegen. E is goed gegroeid. Weegt nu 3880 gr. Ouders zijn opgelucht.
Voeding en eetgedrag

E drinkt rond de 500 ml per 24 uur. Heeft wat moeite met de flessen leeg te drinken. Ouders hebben wel het idee dat het steeds beter gaat.

Groei: bijzonderheden

Gewicht 3.88”

  1. 3.3     Op 1 september 2023 heeft de arts E gezien op het consultatiebureau. Van dit consult is voor zover van belang het volgende in het dossier vermeld:
  1. “vragenlijst baby: geen bijzonderheden
    1. (…) denk je dat je kind tevreden is? Ja
      Vind je dat je kind goed eet en/of drinkt? Ja
      (…)
      Groei: bijzonderheden
      Gewicht 3.82
      hoofdomtrek 36.7
      Lengte 54.4
      Bijzonderheden groei E nog op de weegschaal van de JV gelegd, daarop 3.78kg
      Terugkerende anamnese: bijzonderheden
      Anamnese

Drinken gaat beter. Ouders hebben het idee dat hij groeit. Krijgt 100 ml aangeboden, drinkt de laatste dagen de fles leeg binnen een half uur. 65-100 ml. Meldt zichzelf voor de voeding. 1x in de nacht voor voeding. Plassen en poepen gaat goed. Alert. Spuugt niet. Gaat goed met moeder, goed herstel. Grote zus is helemaal blij, weinig jaloers. Krampjes+ infacol gebruik. Moeder gaat temp vandaag nog meten. Heupanamnese negatief. 3-5-11
Voeding en gedrag

 krijgt 100 ml aangeboden, drinkt de laatste dagen de fles leeg binnen een half uur. 65-100 ml. Meldt zichzelf voor de voeding.
(…)
Functioneren: geen bijzonderheden
bijzonderheden ontlasten/plassen/zindelijkheid gaat goed voldoende plasluiers op een dag.
Algemene indruk: bijzonderheden
Anders   Moeder in tranen als ze de groeicurve ziet. Alerte, niet zieke zuigeling.
Huid Haar Nagels: geen bijzonderheden
Toelichting bijzonderheden huid/haar/nagels Rustig en normaal van aspect. Geringe mate wat bleek.
(…)
Hartonderzoek bijzonderheden
Bijzonderheden harttonen S1-S2, systolische souffle, punctum max 3-4e ICR links
lever niet vergroot
Milt niet vergroot
A. femoralis rechts +
A. femoralis links +
(…)
Conclusie en vervolgstappen: bijzonderheden
conclusie

Afgevallen op KV, drinken gaat echter wel beter. Tevens een souffle. Voor beide extra controle over een week, indien onvoldoende groei voortzet i.c.m. aanwezigheid souffle, dan verwijzing KA. Geen indicatie heupecho, 3-5-11 schema. Voor nu advies om extra voeding aan te bieden. Bij twijfel trekken ouders aan de bel. Moeder geadviseerd vandaag nog wel de temperatuur in ieder geval 1 x te meten.”

3.4     Op 8 september 2023 zag de arts E nogmaals op het consultatiebureau. Van dit consult is het volgende in het dossier genoteerd:

“Groei: geen bijzonderheden

    1. gewicht 3.97
      Terugkerende anamnese: bijzonderheden
      Anamnese

Buikgriep gehad in het gezin, inclusief E. Zijn overgestapt op nutrilon i.p.v kruidvat en bieden extra voedingsmomenten aan
Hartonderzoek: bijzonderheden
Bijzonderheden harttonen

S1-S2, souffle punctum max 3e ICR links, geen voortgeleiding
Conclusies en vervolgstappen: bijzonderheden
Conclusie

150g aangekomen in 1 week met een buikgriepvirus erbij. T.a.v. groei nu goede groei, controle z.n. tussentijds bij ISU en verder 8wk consult reguliere controle. I.o.m. moeder verwijzing KA ter uitsluiting pathologie hart i.v.m souffle.

3.5     Op 8 september 2023 heeft de arts E verwezen naar het I vanwege souffle, de eerdere niet goede groei en de leeftijd. Zij voegde bij haar verwijsbrief de groeicurves toe en noteerde in haar verwijsbrief het volgende:

“Overige journaalinformatie

Drinken ging in eerste instantie moeizaam, met tips en adviezen gaat dat nu beter. Groei bleef wat achter, afgelopen week goede groei laten zien. Bij 3wk consult hoorde ik een souffle. I.v.m groei en souffle een week later afgesproken met voedingsadviezen, daarop goede groei, ondanks een buikgriep. Souffle blijft aanwezig. Familiair niet cardiaal belast. Drinkt de fles nu ook goed, geen inspanningsintollerantie. LO: S1-S2 souffle, 2-3e ICR links, graad 2-3, geen voortgeleiding, a. femoralis beiderzijds krachtig aanwezig. C/souffle B/Gezien eerder niet helemaal goed gegroeid en leeftijd kind toch graag uw beoordeling en advies t.a.v. de souffle”

3.6     Op 15 en 22 september 2023 is E tijdens het inloopspreekuur gewogen door een assistent. Hij woog toen respectievelijk 4,095 kg en 4,175 kg. Op 22 september 2023 is het dossier geopend door de jeugdverpleegkundige en de arts om de groei te checken.

Op 4 oktober 2023 is E gezien door een kinderarts in het I. Deze heeft E verwezen naar het J in K. In de verwijzing schrijft deze onder conclusie: “jongen van 2 maanden met wisselende tachypnoe en matige groei bij niet voelbare liespulsaties. Echografisch matige LV functie en MI. RV Normaal. Geen goed overzicht van coarctatietraject. Beeld past het meest bij coarctatie. Mogelijk ALCAPA.”
Op 5 oktober 2023 werd E in K gediagnostiseerd met twee aangeboren afwijkingen: coarctatio aortae en Aberrante Linker coronair Arterie uit de Pulmonale Arterie (ALCAPA). Hij werd vanaf de polikliniek opgenomen en op 6 oktober 2023 geopereerd. Na de operatie bleef E afhankelijk van de hart-longmachine. Gedurende die periode ontwikkelde zich een bloedprop in zijn brein met ernstige neurologische schade tot gevolg. De combinatie van ernstige neurologische schade en de onzekere toekomst met betrekking tot de ventrikelfunctie, die elkaar beïnvloeden maakte dat de continuering van de behandeling niet in het belang van E was. In overleg met de familie hebben de specialisten besloten de behandeling te staken. E is in oktober 2023 overleden. De arts heeft hier na haar vakantie kennis van genomen en heeft contact opgenomen met klagers om haar medeleven te betuigen.

4. De klacht en de reactie van de arts
 

4.1     Volgens klagers heeft de arts onzorgvuldig/onjuist gehandeld, omdat zij:

  1. Medische richtlijnen voor doorverwijzing niet heeft nageleefd;
  2. Geen spoedverwijzing heeft georganiseerd;
  3. De medische beslissing heeft overgelaten aan klagers;
  4. De kans gemist heeft op vroege interventie door geen spoedige doorverwijzing.

4.2     De arts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Zij is van mening dat er op 1 september 2023 geen reden was om E met spoed te verwijzen. Zij heeft met klaagster toen twee opties besproken: doorverwijzen of nog een week afwachten. In het kader van shared decision making sprak zij met klaagster af over een week een extra consult bij E te doen. Zij heeft hierbij de JGZ-richtlijn ‘Vroegtijdige opsporing aangeboren hartafwijkingen 0-19 jaar’ gevolgd. Op 8 september 2023 wilde de arts ondanks het feit dat de groei inmiddels goed was, E verwijzen om een pathologische ruis uit te sluiten. De verwijzing werd in samenspraak met klaagster gemaakt. Zij heeft in haar verwijsbrief de voorgeschiedenis van het aanvankelijk slechte drinken en de groei vermeld en daarbij de groeicurve meegestuurd. Met de kennis die zij toen had was er onvoldoende feitelijke grondslag om E met spoed te verwijzen. Hij maakte ook op 8 september een alerte indruk en hij zag niet blauw of grauw. Evenmin maakte hij een zieke of slappe indruk.

Het overlijden van E heeft de arts erg aangegrepen. Zij vraagt zich af of zij in de gegeven omstandigheden anders had moeten handelen en of het overlijden van E met een spoedverwijzing te voorkomen was geweest. Zij begrijpt heel goed dat klagers de morele plicht voelen om haar handelen voor te leggen aan het tuchtcollege. Zij hoopt dat de uitkomst van deze procedure, hoe die ook moge luiden, klagers verder helpt bij de verwerking van hun verlies.

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college


De criteria voor de beoordeling

5.1     Het college stelt voorop dat het oog heeft voor het verdriet van klagers die hun zoontje zijn verloren. Dit neemt echter niet weg dat de beoordeling van de tegen verweerster ingediende klacht moet plaatsvinden binnen het toetsingskader van de tuchtrechtelijke procedure. Bij de tuchtrechtelijke toetsing van beroepsmatig handelen gaat het niet om het geven van een antwoord op de vraag of het handelen van verweerster beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of zij bij haar beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij houdt het college rekening met de wetenschappelijke inzichten op het moment van de zorgverlening en met de toen voor verweerster geldende beroepsnormen en professionele standaarden. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier als uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.


Klachtonderdelen a), b) en d) Medische richtlijnen niet naleven, niet organiseren spoedverwijzing en kans op vroege interventie missen

5.2     Gelet op de samenhang ziet het college aanleiding om klachtonderdelen a, b en d gezamenlijk te behandelen. Klagers stellen dat verweerster richtlijnen voor doorverwijzing niet heeft nageleefd en geen spoedverwijzing heeft georganiseerd. Hierdoor is de kans gemist op vroege interventie. Het college oordeelt hierover als volgt. Verweerster heeft E twee keer gezien: op 1 september en op 8 september 2023. Het college toetst het handelen van verweerster aan de op dat moment geldende richtlijn ‘JGZ richtlijn hartafwijkingen’, verder de richtlijn te noemen. Verweerster had zich voorafgaand aan het consult op

1 september 2023 ingelezen in het dossier en was op de hoogte van de eerdere bevindingen van de jeugdverpleegkundige. Er was eerder sprake geweest van moeizaam drinken. Uit de notities van de verpleegkundige van 18 en 23 augustus 2023 bleek dat het wat beter ging met drinken en dat E goed gegroeid was, hoewel hij wel wat moeite bleef houden met het leegdrinken van zijn flesjes. De temperatuur was goed, er was geen moeite met ademhalen en E was alert. Verweerster heeft tijdens het consult op 1 september 2023 de anamnese afgenomen en de gebruikelijke controles gedaan. Het gewicht was 3,82 kg. E bleek te zijn afgevallen ten opzichte van de vorige meting op 23 augustus 2023 (3,88 kg). Uit de anamnese bleek echter dat het drinken beter ging. Verweerster heeft dit ook genoteerd in het dossier. Uit het lichamelijk onderzoek volgde dat er sprake was van een souffle. Verweerster voelde dat de a. femoralis beiderzijds krachtig pulseerden. Het beslisschema behorend bij de richtlijn schrijft voor dat indien er hartgeruis (souffle) aanwezig is en er sprake is van inspanningsintolerantie bij een kind jonger dan 6 maanden er een spoedverwijzing moet volgen naar een kinderarts/-cardioloog. Inspanningsintolerantie bij voeding en of activiteiten wordt in de richtlijn als volgt nader toegelicht:
Eerste jaar: tijdens voeden en of huilen
snel vermoeid
transpireren
snelle ademhaling (tachypneu)
Wel honger, maar krijgt fles niet leeg
stopt met drinken aan de borst
grauwe of blauwe huidskleur

Op basis van de bevindingen van verweerster zoals die genoteerd zijn in het dossier waren er tijdens het consult van 1 september 2023 geen aanwijzingen voor inspanningsintolerantie. Uit de anamnese bleek immers dat het drinken beter ging. Er was geen sprake van snel vermoeid zijn, transpireren of snelle ademhaling. Zweten en ondertemperatuur was weliswaar op 15 augustus 2023 genoteerd door de huisarts, maar dit leek eenmalig want het werd daarna en ook tijdens het consult niet benoemd of waargenomen. Hoewel E geen hele volle flessen dronk, was er geen sprake van honger hebben en de fles niet leegkrijgen. Verweerster constateerde bij lichamelijk onderzoek dat E in geringe mate wat bleek zag. Ter zitting heeft zij toegelicht dat E geen blosjes had, maar er was geen sprake van een grauwe of blauwe huidkleur. Verweerster heeft haar bevindingen en de opties met klaagster besproken. Samen hebben zij er op dat moment voor gekozen om nog even te wachten met een verwijzing en na een week nogmaals een controle te doen. Het college is van oordeel dat niet gesteld kan worden dat verweerster hiermee is afgeweken van de richtlijn. Er was op dat moment geen aanleiding voor een spoedverwijzing. De richtlijn schrijft voor dat bij twijfel over de aard van het geruis bij zuigelingen een vervolgafspraak kan worden gemaakt. Verweerster heeft zorgvuldig gehandeld door voedingsadviezen te geven, te adviseren nog een keer de temperatuur op te meten en bij twijfel aan de bel te trekken en een vervolgafspraak voor over een week te maken.
 

5.3     Verweerster zag E op 8 september 2023 weer. De souffle was nog steeds aanwezig. Verweerster heeft ter zitting toegelicht dat zij twijfelde over wat zij hoorde. Zij wist niet zeker of het hartgeruis pathologisch was of niet. Ondanks dat hij net als de rest van het gezin buikgriep had gehad, was E aangekomen. Ook tijdens dit consult waren er geen aanwijzingen dat er sprake was van inspanningsintolerantie. Verweerster heeft ervoor gekozen om vanwege de souffle en de eerder wat achtergebleven groei te verwijzen naar de kinderarts/-cardioloog. Het college acht deze beslissing op basis van haar bevindingen van dat moment verdedigbaar.

Bij de beoordeling van het handelen van verweerster is het college afgegaan op wat in het medisch dossier is opgenomen. Zoals gezegd ziet het college daarin niet dat sprake was van inspanningsintolerantie die tot een spoedverwijzing had moeten leiden. Volgens klagers was daar echter duidelijk wel sprake van. Klagers hadden een sterke focus op het gewicht van

E en ter zitting gaven zij onder meer ook aan dat zij een zeer intensief ‘flessenregime’ hanteerden om E genoeg te laten drinken. Tegelijkertijd wilden zij ook heel graag dat het goed ging met E. Mogelijk kan dit laatste verklaren waarom de grote zorgen over E die zij ter zitting zeiden te hebben ervaren niet bij verweerster terecht gekomen zijn.

5.4     Uit het voorgaande volgt dat klachtonderdelen a,b en d ongegrond zijn.


Klachtonderdeel c) medische beslissing neerleggen bij klagers

5.5     In klachtonderdeel c beklagen klagers zich erover dat verweerster de medische beslissing tot doorverwijzing bij klagers heeft neergelegd. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat er sprake is geweest van shared decision making. Dit is in de hedendaagse geneeskunde gebruikelijk. Verweerster heeft op 1 september 2023 in samenspraak met klaagster besloten om niet op dat moment een verwijzing te doen. Dat betekent niet dat zij de keuze om al of niet door te verwijzen bij klaagster heeft neergelegd. Zoals eerder overwogen was er op dat moment volgens de richtlijn geen noodzaak voor een (spoed)verwijzing. De twee opties die verweerster met klaagster heeft besproken waren dus allebei verdedigbaar. Zij heeft op dat moment ook al in het dossier genoteerd dat bij de volgende controle eventueel wel een doorverwijzing zou volgen. De stelling van klagers dat de verwijzing op 8 september 2023 pas geregeld werd op hun eigen aandringen, blijkt niet uit het dossier en kan dan ook niet worden gevolgd. Verweerster heeft in het verweerschrift ook uitgelegd dat als de verwijzing alleen op verzoek van klagers was geweest, dat op de verwijzing zichtbaar was geweest. Het voorgaande betekent niet dat het college meer waarde hecht aan de woorden van verweerster dan aan die van klagers. Bij gebrek aan andere objectieve informatie moet het college afgaan op wat uit het dossier blijkt. Dit klachtonderdeel is ongegrond.


Slotsom

5.6     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

 
6.         De beslissing
 

Het college verklaart de klacht ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door F.P Dresselhuys-Doeleman, voorzitter, W.R. Kastelein, lid-jurist, A.S.M. Kraak, A.A.M. Leebeek-Groenewegen en C.B.M. Dechesne, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door K.M. Dijkman, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.

secretaris                                                                                           voorzitter


 

Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.