Zoekresultaten 1-10 van de 48558 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-765/AL/GLD

    Tussenbeslissing van de raad met gegrond verzet met de overweging dat de klacht op een zitting wordt behandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-616/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van executeur ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:329 Hof van Discipline 's Gravenhage 260228

    Beklag artikel 13 ongegrond. Herhaald verzoek. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/41

    Klacht over notaris over zijn handelwijze in 2016 is bij voorzittersbeslissing direct afgewezen wegens verstrijken van de klachttermijn. Klaagster stelt dat zij vanaf 2016 lange tijd kwetsbaar en afhankelijk was en dat zij pas recent na langdurige en intensieve begeleiding daadwerkelijk inzicht heeft gekregen in de situatie waarin zij toen verkeerde en de context van de gestelde handelwijze van de notaris. Kamer oordeelt dat de voorzitter terecht heeft overwogen dat de wettelijke klachttermijn niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter en dat deze niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van een belangenafweging. Mede gelet op de ratio van de klachttermijn is de kamer van oordeel dat de klachttermijn niet pas is gaan lopen toen klaagster – die bij het passeren van de betreffende akte aanwezig is geweest – zich realiseerde dat de notaris mogelijk een tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Verzet tegen voorzittersbeslissing ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:123 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-306/DB/OB

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:330 Hof van Discipline 's Gravenhage 260225

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het is aan klager om de deken voldoende concrete feiten en omstandigheden te verstrekken waaruit blijkt welk geschil aan de orde is, welke procedure wordt beoogd en waarom voor die procedure bijstand door een advocaat noodzakelijk is. Gelet op wat klager aan informatie over zijn vordering aan de deken heeft verstrekt heeft de deken het verzoek terecht afgewezen. De deken heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de door klager gewenste procedure een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij heeft de deken ook het negatieve advies van de rechtsbijstandsverzekeraar van klager mogen meewegen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:331 Hof van Discipline 's Gravenhage 260121

    Klager heeft op 22 februari 2026 een herhaald verzoek tot inschrijving als advocaat gedaan bij de Raad van de Orde. De raad heeft primair besloten het verzoek tot inschrijving buiten behandeling te laten omdat dit nieuwe verzoek is ingediend binnen een jaar nadat een eerder verzoek van klager van 8 juli 2025 definitief is geweigerd. Op grond van artikel 2 lid 9 Advocatenwet (hierna: Advw) wordt een nieuw verzoek door de raad buiten behandeling gelaten, indien dit is ingediend binnen een jaar nadat de beslissing van de raad (de weigering van het in behandeling nemen van de inschrijving) op het eerdere verzoek onherroepelijk is geworden. De beslissing van de raad, d.d. 23 september 2025, op het eerdere verzoek van klager van 8 juli 2025 is met de uitspraak van dit hof van 13 februari 2026 onherroepelijk geworden, zodat het herhaalde verzoek van klager van 22 februari 2026 binnen een jaar na 23 september 2025 is ingediend. Tegen het buiten behandeling laten van een verzoek tot inschrijving op grond van artikel 2 lid 9 Advw staat, anders dan bij een weigering om een verzoek tot inschrijving in behandeling te nemen, op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 1 Advw, echter niet de mogelijkheid van beklag open. Het hof verklaart het beklag dan ook niet-ontvankelijk. Het hof komt niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beklag voor zover het zich richt tegen de subsidiaire weigering van het verzoek door de raad op grond van artikel 4 lid 1 onder b Advw.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-732/AL/NN

    Klacht over een deken. Gegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:244 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9642

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts zonder oplegging van maatregel. Verweerster heeft bij klager een kunststofbrug geplaatst. Klager verwijt de tandarts dat aan hem onvoldoende informatie is verstrekt voorafgaand aan een behandeling. Volgens klager is geen sprake geweest van informed consent en shared decisionmaking. Het college oordeelt dat uit wat is opgetekend in het dossier en wat ter zitting is besproken, volgt dat de tandarts de verschillende behandelopties met klager heeft besproken en dat klager toestemming heeft gegeven voor de uitgevoerde behandelingen. Voor zover de klacht ziet op het bespreken van de verschillende behandelopties en de aantekening daarvan in het dossier, is deze dus ongegrond. Voor zover de klacht gaat over het financiële aspect van shared decision making is deze gegrond. De tandarts heeft niet goed inzichtelijk gemaakt wat op de lange termijn de kosten zouden worden en heeft daarop ook onvoldoende regie gevoerd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9873

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar zoon, die is overleden door suïcide. Klaagster verwijt de psychiater dat zij als regiebehandelaar de verzoeken van haar zoon om een psycholoog en een second opinion heeft genegeerd en daarnaast de ophoging van de medicatie onvoldoende heeft gemonitord. Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.