Zoekresultaten 39491-39500 van de 48204 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2467 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.137
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 04-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2467
De echtgenoot respectievelijk vader van klagers, hierna de patiënt, is na een verblijf van enkele maanden in het ziekenhuis in verband met een CVA, overgeplaatst naar een revalidatiecentrum, alwaar verweerster als verpleegkundige werkzaam is in de nachtdienst. De patiënt had een tracheacanule om door te ademen die op de dag voorafgaande aan de nachtdienst van de verpleegkundige verwijderd was. Tijdens de nachtdienst heeft de verpleegkundige bemerkt dat de patiënt stervende was. De reanimatieprocedure is in gang gezet en de patiënt is met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd, alwaar hij na 10 dagen op de intensive care verpleegd te zijn geweest, is overleden. De klacht van klagers bestaat uit zes onderdelen en de kern van de klacht betreft de vraag of de verpleegkundige terecht heeft aangenomen, zoals zij stelt dat de patiënt wel onrustig maar niet benauwd is geweest. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het bestaan van benauwdheid niet aannemelijk is geworden en dat de verpleegkundige de instructies van de arts heeft opgevolgd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3540 Raad van Discipline Arnhem 12-192
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 09-11-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3540
Klacht tegen optreden eigen advocaat. Klager heeft bijna 3 jaar gewacht om bezwaar te maken tegen het feit dat zijn advocaat hem niet op de hoogte had gesteld van uitkomst van bezwaarprocedure over aanvraag bijzondere bijstand. Verweerder ontkent dat klager niet op de hoogte is gebracht. Voorzitter wijst klacht als van onvoldoende gewicht af.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3534 Raad van Discipline Arnhem 12-141
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 14-09-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3534
voorzittersbeslissing. Klacht dat advocaat haar cliënt (in een familiezaak) niet voldoende heeft geïnformeerd over de kosten van rechtsbijstand en heeft nagelaten een inschatting te maken van de kosten in relatie tot de kans op succes is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2461 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.303
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 04-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2461
Rapport BMA-arts in het kader van een beoordeling ex art. 64 Vreemdelingenwet. Klager stelt, samengevat weergegeven, dat de BMA-arts ten onrechte heeft geconcludeerd dat het uitblijven van een behandeling niet zal leiden tot een noodsituatie op korte termijn, dat zij ten onrechte niet heeft onderzocht wat de individuele effecten zijn van de terugkeer van klager naar het land van herkomst. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de zorgvuldigheid die de BMA-arts jegens de aanvrager van een verblijfsvergunning verschuldigd is meebrengt dat, indien in een individueel geval de gegevens in het dossier van de aanvrager voor de BMA-arts aanleiding moeten zijn gerede twijfel te hebben over de effectiviteit voor de aanvrager van de zorg in het land van herkomst, de BMA-arts zo mogelijk daarnaar nader onderzoek verricht, bijvoorbeeld door (nadere) raadpleging daaromtrent van een deskundige, dat zou kunnen zijn een vertrouwensarts in dat land. Indien geen nader onderzoek wordt of kan worden verricht, dient de arts in zijn rapportage in ieder geval melding te maken van die gerede twijfel. Het Centraal Tuchtcollege realiseert zich dat de effectiviteit van een behandeling afhankelijk is van tal van factoren. Het Centraal Tuchtcollege realiseert zich ook dat een BMA-arts omtrent diverse factoren geen (deugdelijk onderbouwde) uitspraak kan doen, reeds omdat de arts omtrent die factoren onvoldoende kennis of deskundigheid bezit. Dat neemt echter niet weg dat het tot de professionele verantwoordelijkheid van de BMA-arts behoort in de rapportage onder ogen te zien of er gerede twijfel kan bestaan over de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst, met name gelet op de aard van het trauma en de omstandigheden waaronder dat is veroorzaakt, althans gelet op die omstandigheden waaromtrent de arts wel geacht kan worden zich uit te laten. In dit geval heeft de BMA-arts het juiste onderzoek gedaan en kon zij op grond van de beschikbare gegevens komen tot de conclusie in haar rapport. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak in eerste aanleg, waarmee de opgelegde maatregel komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3528 Raad van Discipline Arnhem 12-117
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3528
Klacht dat verweerder zonder toestemming van klager een schikkingsvoorstel naar de wederpartij heeft gezonden, dat vervolgens door de wederpartij is geaccepteerd. Ongegrond. Niet onaannemelijk dat klager daadwerkelijk aan verweerder toestemming heeft gegeven voor verzending van de brief. Niet komen vast te staan dat verweerder het schikkingsvoorstel zonder toestemming van klager heeft verzonden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2468 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.157
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 04-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2468
De aangeklaagde gezondheidszorgpsycholoog, is directeur van een Dyslexie instituut. De klacht heeft betrekking op de training van klagers minderjarige dochter in verband met dyslexie binnen dat instituut. Klager verwijt de gz-psycholoog: 1. dat de behandeling van klagers dochter van een dusdanig laag niveau is gebleken dat van enige goede kwaliteit geen sprake is; 2.dat hij geen aantoonbare betrokkenheid heeft getoond; 3. dat hij onverantwoord de lopende behandeling heeft onderbroken; 4.dat klagers dochter persoonlijk is gedagvaard; 5. dat het medisch dossier onjuist is (de dyslexieverklaring en het onderzoek zijn niet rechtsgeldig ondertekend). Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3541 Raad van Discipline Arnhem 12-191
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 07-11-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3541
Voorzittersbeslissing; klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Het tuchtrecht is er niet voor om kwesties die reeds langs civielrechtelijke weg zijn beslecht nogmaals te toetsen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3535 Raad van Discipline Arnhem 12-154
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 28-09-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3535
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat over onbehoorlijke dienstverlening in procedure tot indiening van een klaagschrift ex art. 12 Sv en weigeren dossier over de dragen is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2462 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.304
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 04-12-2012
- ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2462
Rapport BMA-arts in het kader van een beoordeling ex art. 64 Vreemdelingenwet. Klager stelt, samengevat weergegeven, dat het medisch advies van de BMA-arts onzorgvuldig dan wel onvolledig is, omdat daarin geen rekening is gehouden met de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst en omdat zij niet is ingegaan op medisch relevante punten. Daarnaast heeft de BMA-arts volgens klager een onzorgvuldig reisadvies gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat de zorgvuldigheid die de BMA-arts jegens de aanvrager van een verblijfsvergunning verschuldigd is meebrengt dat, indien in een individueel geval de gegevens in het dossier van de aanvrager voor de BMA-arts aanleiding moeten zijn gerede twijfel te hebben over de effectiviteit voor de aanvrager van de zorg in het land van herkomst, de BMA-arts zo mogelijk daarnaar nader onderzoek verricht, bijvoorbeeld door (nadere) raadpleging daaromtrent van een deskundige, dat zou kunnen zijn een vertrouwensarts in dat land. Indien geen nader onderzoek wordt of kan worden verricht, dient de arts in zijn rapportage in ieder geval melding te maken van die gerede twijfel. Het Centraal Tuchtcollege realiseert zich dat de effectiviteit van een behandeling afhankelijk is van tal van factoren. Het Centraal Tuchtcollege realiseert zich ook dat een BMA-arts omtrent diverse factoren geen (deugdelijk onderbouwde) uitspraak kan doen, reeds omdat de arts omtrent die factoren onvoldoende kennis of deskundigheid bezit. Dat neemt echter niet weg dat het tot de professionele verantwoordelijkheid van de BMA-arts behoort in de rapportage onder ogen te zien of er gerede twijfel kan bestaan over de effectiviteit van de behandeling in het land van herkomst, met name gelet op de aard van het trauma en de omstandigheden waaronder dat is veroorzaakt, althans gelet op die omstandigheden waaromtrent de arts wel geacht kan worden zich uit te laten. In het onderhavige geval had de arts nader onderzoek dienen te verrichten naar – althans meer uitdrukkelijk melding moeten maken van – de angst van klager voor militairen in het land van herkomst. Nu het een feit van algemene bekendheid is dat de politieke situatie aldaar instabiel is, hetgeen zich regelmatig uit in gewapende conflicten, had het in de rede gelegen dat de verzekeringsarts zich rekenschap had gegeven van het feit dat klager met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal worden geconfronteerd met militairen en/of met personen in militaire kleding. Uit de medische achtergrondinformatie ten aanzien van klager kan naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege worden afgeleid dat confrontatie met militairen een contra-indicatie zou kunnen zijn voor een effectieve behandeling van klager, mede gelet op wat blijkens het dossier van klager de mogelijke gevolgen zijn wanneer klager onverhoeds wordt geconfronteerd met een situatie die bij hem heftige angst opwekt. In het verlengde hiervan had de verzekeringsarts niet zonder meer kunnen afzien van het persoonlijk onderzoeken van klager. Zij had zich althans nader moeten (laten) inlichten over de aard van de angst en de mogelijke gevolgen van confrontatie met militairen op de effectiviteit van een behandeling van klager. Dit brengt overigens, anders dan het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen, nog niet met zich dat zij in alle gevallen klager had dienen op te roepen voor een persoonlijk onderzoek; ook was het mogelijk geweest dat zij de expertise van een deskundige collega had ingewonnen. Zonder nadere toelichting, die de verzekeringsarts echter niet heeft gegeven, kan niet worden aangenomen dat de verzekeringsarts voldoende rekenschap heeft gegeven van de persoonlijke situatie van klager in relatie tot de beantwoording van vragen 5a en b die de IND haar heeft voorgelegd.
-
ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3529 Raad van Discipline Arnhem 12-120
- Datum publicatie: 05-12-2012
- Datum uitspraak: 19-11-2012
- ECLI:NL:TADRARN:2012:YA3529
Klacht dat verweerder klaagster niet goed heeft bijgestaan in arbeidsgeschil, in het bijzonder klaagster heeft geadviseerd om niet met werkgever over voorstel beëindiging in overleg te treden; dat heeft de rechter in de ontbindingsprocedure haar aangerekend. Ongegrond. Advocaat heeft bij de behandeling van een zaak de leiding en dient vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van cliënt het beste zijn gediend. Wel moet advocaat de cliënt duidelijk maken hoe hij te werk wil gaan en waartoe hij wel of niet bereid is. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is in het algemeen pas sprake als de advocaat kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad. Nu het voorstel van werkgeverszijde heel ver af stond van hetgeen verweerder goed gemotiveerd aan redelijke vergoeding had begroot is niet onbegrijpelijk en ook aanvaardbaar dat verweerder heeft geadviseerd af te zien van verder onderhandelen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3949
- Pagina: 3950
- Pagina: 3951
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten