Zoekresultaten 39191-39200 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2564 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.006

    De tandarts, heeft bij klaagster vier implantaten in de bovenkaak geplaatst met een sinuslift rechts en links. De implantaten stonden niet parallel en de prothese was esthetisch niet juist en ook na aanpassing door een tandtechnisch laboratorium is de positie van de voortanden en de vorm niet goed geworden. De tandarts heeft toen toegezegd een nieuwe prothese te maken. Dat is vanwege zijn plotselinge vertrek uit de praktijk niet gebeurd. Klaagster verwijt de tandarts dat hij 1. de implantaten op ondeugdelijke wijze heeft geplaatst en 2. geen goede prothese heeft geleverd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt de maatregel van schorsing van inschrijving voor de duur van twee maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, op. Het Centraal Tuchtcollege acht het eerste klachtonderdeel gegrond en wijst het tweede klachtonderdeel af. Niet gebleken is dat de tandarts ten aanzien van het leveren van de prothese tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2558 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.337

    Intrekking van de klacht na beëindiging van het onderzoek van de zaak ter terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege niet mogelijk op basis van artikel 73 lid 7 juncto artikel 65 lid 10 Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2565 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.083

    Klager verwijt de huisarts dat hij naar aanleiding van de klachten van zijn vrouw ten onrechte heeft volstaan met onder meer het verwijzen naar twee specialisten; nader onderzoek, een MRI-scan of een verwijzing naar een andere specialist zou aangewezen zijn geweest. Ook zou ten onrechte een second opinion zijn geweigerd. Klachten ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2559 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.397

    Klacht tegen tandarts. Klager is op enig moment niet op een afspraak verschenen en is op zoek gegaan naar een andere tandarts. Klager verwijt de tandarts dat deze hem medische zorg heeft onthouden en geen moeite heeft gedaan voor het vinden van een nieuwe tandarts voor klager. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het hoger beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2566 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.095

    Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat deze wreed met haar is omgegaan en haar heeft mishandeld. Het Regionaal Tuchtcollege beoordeelt het gedrag van de kaakchirurg in meerdere opzichten als onzorgvuldig, ongewenst handtastelijk en daarmee onprofessioneel en legt de maatregel van waarschuwing op. Het beroep van de kaakchirurg slaagt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2560 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.406

    Psychiater heeft een psychiatrisch rapport uitgebracht over de ex-echtgenote van klager inzake de vraag of de ex-echtgenote een direct gevaar is voor haar omgeving of voor het uit hun huwelijk geboren kind. Klager verwijt de psychiater in het psychiatrisch rapport een waardeoordeel te hebben gegeven waarvan zij zich als behandelend psychiater had moeten onthouden, zich in dat rapport in een belangenconflict tussen klager en haar cliënte heeft begeven en in het rapport zonder noodzaak onwaarheden over hem heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege acht klager ontvankelijk en verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2567 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.136

    Klager verwijt de huisarts dat hij gedreigd heeft de politie in te schakelen/de politie heeft ingeschakeld toen de moeder van klager uit het ziekenhuis teruggebracht werd naar huis. De feiten die aan die klachten ten grondslag liggen zijn niet komen vast te staan. Klachten verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2561 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.412

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat zij a) in afwijking van de eerdere beoordelingen, klaagster voor 40 uur per week arbeidsgeschikt met (geringe) beperkingen heeft geacht b)tot dit oordeel is gekomen terwijl klaagster onder invloed van een onaanvaardbare dosis Ritalin was en verweerster aldus heeft verzuimd haar waarnemingen te corrigeren voor de onderliggende ‘fybromyalgie’ en derhalve niet is gekomen tot een medisch juiste vaststelling van alle beperkingen en c) ten onrechte geen beperkingen heeft aangenomen van de beweeglijkheid van hoofd en nek, terwijl klaagster een prothese tussen twee nekwervels heeft. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen. Voor zover door klaagster voor het eerst in hoger beroep klachten naar voren zijn gebracht, overweegt het Centraal Tuchtcollege dat hier geen kennis van kan worden genomen. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2555 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.325

    Klacht tegen de voorzitter van de Raad van Bestuur, BIG-geregistreerd arts, van het ziekenhuis waarin de zoon van klager is opgenomen en overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk omdat het handelen van de arts als voorzitter van de raad van bestuur niet valt onder de werkingssfeer van art. 47 Wet BIG. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat artsen in een bestuurlijke of leidinggevende functie, zoals die waarvan in het onderhavige geval sprake is, in beginsel voor hun handelen tuchtrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn. Enig (ander) handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg (de tweede tuchtnorm) kan tot een tuchtrechtelijke veroordeling leiden wanneer het handelen voldoende weerslag heeft op het belang van de individuele gezondheidszorg. In het onderhavige geval beoordeelt het Centraal Tuchtcollege de afstand tussen de bestuurlijke positie van de arts enerzijds en het verweten handelen of nalaten anderzijds als dermate groot, dat de arts voor dit handelen of nalaten niet tuchtrechtelijk aansprakelijk gehouden kan worden. Het beroep van klager wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2013:YG2568 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.141

    Klacht tegen psychiater. De klacht houdt in dat de psychiater klager slechts vijf minuten heeft gesproken en ongezien medische beoordelingen heeft gegeven en foute/valse diagnoses heeft gesteld en de verkeerde persoon heeft onderzocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.