Zoekresultaten 39191-39200 van de 46281 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2037 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.219

    Klacht tegen sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Klager heeft gedurende meer dan drie jaar ongeveer driewekelijks een gesprek gehad met de verpleegkundige, verweerder, in het kader van begeleiding bij het omgaan met de persoonlijkheidsstructuur en het motiveren voor intensievere behandeling. Het door klager gemaakte verwijt van onvoldoende verslaglegging is door het Regionaal Tuchtcollege gegrond bevonden en in eerste aanleg is daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager is in beroep gekomen van de ongegrond bevonden klachtonderdelen welke de strekking hebben dat verweerder naar het oordeel van klager tekort is geschoten in de begeleiding en behandeling van klager. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2026 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 161/2011

    Tussenbeslissing. Klacht tegen tandarts. Beide partijen verschijnen niet ter zitting en het dossier is incompleet. College houdt behandeling aan en verzoekt partijen aanvullende gegevens over te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2031 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.034

    Klaagster verwijt psychiater, tevens aangeklaagd als psychotherapeut dat zij haar niet heeft behandeld volgens door beroepsgroep vastgestelde normen, zich heeft schuldig gemaakt aan onprofessioneel en grensoverschrijdend gedrag, haar beroepsgeheim heeft geschonden en ten onrechte verzoeken om afschrift medische dossiers heeft geweigerd. RTG verklaart de samen beoordeelde klachtonderdelen 1 en 2 grotendeels gegrond, het derde klachtonderdeel ongegrond en het vierde klachtonderdeel gegrond en legt de maatregel van schorsing van twee maanden op. In beroep oordeelt CTG van oordeel te zijn dat de psychiater bij de behandeling van klaagster onvoldoende professionele distantie in acht heeft genomen door klaagster financiële middelen te verstrekken en het laten verrichten van administratieve werkzaamheden in haar praktijk waarbij klaagster bovendien inzage kon hebben in persoonsgegevens van andere patiënten. Dit gebrek aan professionele distantie moet de psychiater tuchtrechtelijk ernstig aangerekend worden, evenals haar weigering om desgevraagd het medisch dossier van klaagster af te geven. Het CTG is, zij het met een enigszins andere motivering, met het Regionaal Tuchtcollege van oordeel dat er bij verweerster sprake is geweest van onprofessioneel handelen en dat de klacht in zoverre grotendeels gegrond is. Rekening houdend met het feit dat de psychiater in haar lange loopbaan niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld wordt volstaan met het opleggen van de maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2038 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.288

    Klager verwijt de psychiater dat hij niet bevoegd was tot het verrichten van het gevraagde onderzoek. Daarnaast heeft de psychiater de gezondheid en het arbeidsvermogen van klager beoordeeld op een wijze die niet in overeenstemming is met de professionele eisen, zo stelt klager. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het repport op een aantal punten niet aan de professionele maatstaven voldoet zoals deze onder meer zijn vastgelegd in de destijds geldende Richtlijn psychiatrische rapportage van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard; er wordt geen maatregel opgelegd omdat de psychiater op dat moment al meer dan vijf jaren zijn beroep niet meer uitoefent. Zowel klager als de psychiater komen in hoger beroep. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het onderhavige rapport, gelet op het doel waarvoor het is uitgebracht, een voldoende heldere indeling heeft en voldoende logisch, overzichtelijk en inzichtelijk is. Voorts is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de in het rapport vervatte anamnese voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan niet worden staande gehouden dat de arts bij het stellen van zijn diagnose en het aannemen van functionele beperkingen bij klager als keuringsarts is te kort geschoten. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond, vernietigt de beslissing in eerste aanleg en wijst de klacht alsnog af. Het beroep van klager wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2032 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.052

    Klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij conclusies heeft getrokken na een gesprek met klager van ongeveer twee uren waarbij die conclusies haaks staan op de conclusies van eerdere behandelaars en de huidige behandelend psychiater; dat zij deze afwijkende conclusies niet, althans niet deugdelijke motiveert; dat zij geen contact heeft opgenomen met de huidige behandelaar van klager hoewel dit wel geïndiceerd was en dat zij in het rapport een onjuiste aanhef heeft gebruikt. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2039 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.289

    Klager verwijt de psychiater dat hij niet bevoegd was tot het verrichten van het gevraagde onderzoek. Daarnaast heeft de psychiater de gezondheid en het arbeidsvermogen van klager beoordeeld op een wijze die niet in overeenstemming is met de professionele eisen, zo stelt klager. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het repport op een aantal punten niet aan de professionele maatstaven voldoet zoals deze onder meer zijn vastgelegd in de destijds geldende Richtlijn psychiatrische rapportage van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard; er wordt geen maatregel opgelegd omdat de psychiater op dat moment al meer dan vijf jaren zijn beroep niet meer uitoefent. Zowel klager als de psychiater komen in hoger beroep. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het onderhavige rapport, gelet op het doel waarvoor het is uitgebracht, een voldoende heldere indeling heeft en voldoende logisch, overzichtelijk en inzichtelijk is. Voorts is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de in het rapport vervatte anamnese voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan niet worden staande gehouden dat de arts bij het stellen van zijn diagnose en het aannemen van functionele beperkingen bij klager als keuringsarts is te kort geschoten. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond, vernietigt de beslissing in eerste aanleg en wijst de klacht alsnog af. Het beroep van klager wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2717 Raad van Discipline Arnhem 12-21

    Verweerder heeft onvoldoende onderkend dat na de fout van zijn kantoorgenoot sprake was van een belangentegenstelling tussen klaagster en het kantoor, die het nodig maakte dat zijn optreden in een cassatieprocedure tot herstel van die fout expliciet met klaagster werd besproken. Het lag op de weg van verweerder om klaagster erop te wijzen dat zij onafhankelijk advies kon vragen. Het was immers niet denkbeeldig dat wanneer de cassatieprocedure in het nadeel van klaagster zou worden beslist het eigen belang van verweerder bij een zo laag mogelijke vaststelling van de schade in botsing kon komen met dat van klaagster bij een zo hoog mogelijke schadevaststelling. A is gegrond, b en c ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2022 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2011

    Raadkamerbeslissing.Klacht tegen huisarts vanwege achterwege laten lichamelijk onderzoek bij mogelijke verdenking van seksueel misbruik bij jong kind en niet doorverwijzen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0260 Accountantskamer Zwolle 11/1868 Wtra AK

    Falende klachten over een persbericht dat door betrokkene is uitgebracht in reactie op onjuiste uitlatingen door klaagster over een rapport uitgebracht door de organisatie van betrokkene. Gelet op de aard van de beschuldigingen en het meermalen publiekelijk uiten daarvan, heeft betrokkene met zijn reactie de voor hem geldende grenzen van subsidiairiteit en proportionaliteit niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2710 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 33 - 2012

    Klacht tav verrekening van declaraties met derdengelden niet -ontvankelijk nu hierop al eerder door de raad is beslist. Niet komen vast te staan dat verweerder stukken achteraf en dus valselijk heeft opgemaakt. Klacht ongegrond.