Zoekresultaten 38871-38880 van de 46750 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3144 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3923/12.57(60b)

    De deken vraagt primair schorsing ex artikel 60b, subsidiair een onderzoek ex artikel 60c. Tegelijk dient de deken een dekenklacht in. Verweerder heeft in een bepaalde periode belangen behartigd van een cliënt in strafzaken, die eerder strafrechtelijk was veroordeeld. Verweerder is zeer nauwe banden met de cliënt aangegaan en is in een situatie geraakt waarin hij door de cliënt werd afgeperst en waarin hij zijn onafhankelijkheid als advocaat heeft prijs gegeven. Verweerder heeft zich tot de deken gewend voor raadt. In dat kader zijn meerdere gesprekken gevoerd. Verweerder heeft de contacten met de cliënt verbroken. Circa 11 maanden daarna wordt het schorsingsverzoek ingediend. De raad overweegt dat vaststaat dat tegen verweerder geen klachten zijn ingediend over diens optreden als advocaat, ook niet nadat de contacten met de cliënt waren verbroken en dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat verweerder ten tijde van de indiening van het schorsingsverzoek of daarna tijdelijk of blijvend geen blijk gaf zijn praktijk behoorlijk te kunnen uitoefenen. Het primaire verzoek wordt afgewezen. Het subsidiaire verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard, daar het niet is ingediend bij de voorzitter van de raad, maar bij de voltallige raad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3157 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3986/12.120

    Het stond verweerder vrij zijn visie aan klager weer te geven ten aanzien van de door klager ingediende klachten. Verweerder heeft immers als taak bij het vervullen van zijn functie van deken om te trachten kennelijk niet-ontvankelijke of kennelijk ongegronde klachten zoveel als mogelijk af te doen zonder dat deze tot een procedure bij de raad leiden. Uit de stukken volgt niet dat verweerder in redelijkheid niet tot zijn oordeel is kunnen komen Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3138 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3870/12.4

    Klager heeft geen andere gronden aangevoerd in zijn verzet dan een herhaling dan wel uitwerking van zijn klacht. Verweerder heeft aangevoerd dat klagers klacht niet ziet op vermeend tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, maar dat klager beoogt het advies van verweerder inhoudelijk te laten toetsen. Een dergelijke toetsing moet desgewenst op basis van de geschillenregeling worden opgelost. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3100 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3717/11.119

    Verzet. Geen gronden aangevoerd. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3170 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3827/11.229

    Verweerder heeft ondanks diverse toezeggingen daartoe niets voor klaagster gedaan. Klacht gegrond. Maatregel: berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3151 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3863/11.266

    Tussenbeslissing. Klacht van de vader van klaagster als haar gemachtigde terzake van de behandeling door verweerster van een BOPZ-zaak voor klaagster. De klacht wordt door de deken en de plaatsvervangend voorzitter van de Raad aangemerkt als een klacht van de gemachtigde (vader) van klaagster en wordt om die reden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. In het verzet wordt geoordeeld dat de klacht door de vader namens klaagster is ingediend. Het verzet wordt in een tussenbeslissing gegrond verklaard, waarbij aan verweerster de gelegenheid wordt geboden stukken in het geding te brengen tot haar verdediging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3164 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3993/12.127b

    Uit de stukken is niet gebleken dat verweerder kennelijk onjuist is opgetreden en heeft geadviseerd, als gevolg waarvan de belangen van klager zijn geschaad of hadden kunnen worden geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3145 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3789/11.191

    Klacht over optreden van verweerder als advocaat van klaagsters wederpartijen. Verweerder heeft klaagster namens meerdere vennootschappen gedagvaard in een financieel geschil. Een van de vennootschappen behoort niet meer tot het concern van de overige eisende vennootschappen en blijkt geen schuldeiser jegens klaagster te zijn. Verweerder brengt een verklaring van de procespartij in het geding waaruit blijkt dat, hoewel die partij geen schuldeiser is, klaagster, indien veroordeeld door de rechtbank, bevrijdend aan die procespartij kan betalen. Klaagster heeft enkel formeel verweer gevoerd, geen inhoudelijk verweer. De rechtbank wijst de vordering jegens alle eiseressen toe. Klacht dat verweerder zonder opdracht van de bedoelde procespartij klaagster ook namens die procespartij heeft gedagvaard, het vonnis heeft laten betekenen en de deurwaarder geïnstrueerd heeft. Gelet op de door verweerder in het betreffende geding overgelegde verklaring dat klaagster bevrijdend aan de betrokken procespartij kon betalen komt de raad tot het oordeel dat klaagster geen belang heeft bij de klacht. Ten overvloede overweegt de raad dat, indien klaagster ontvankelijk zou zijn geweest, de klacht ongegrond zou zijn verklaard, daar verweerder, die heeft toegegeven zich te hebben vergist, die vergissing heeft hersteld door het in het geding brengen van stukken op grond waarvan klaagster, indien zij zou worden veroordeeld bevrijdend kon betalen. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2012:YG2301 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2011-244

    Klager verwijt de huisarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld en niet de zorg heeft betracht die van hem gevergd mag worden door onvoldoende vragen te laten stellen door de assistente omtrent de gezondheid van patiënte, door na te laten om klager zelf te woord te staan en zich goed te laten informeren omtrent de gezondheid van patiënte. Voorts verwijt klager de arts dat hij geen reanimatie aanwijzingen heeft gegeven, maar de assistente aan de telefoon heeft gelaten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA3135 Raad van Discipline Amsterdam 12-229A

    Voorzittersbeslissing. Klachten tegen advocaat in hoedanigheid van curator in faillissement kennelijk ongegrond. Klager kan verweerders standpunt dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen klager en de failliet bestrijden in en civiele procedure.