Zoekresultaten 38851-38860 van de 46283 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.077

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde revalidatiearts werkzaam is geweest. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. De klacht houdt in dat de arts er een aandeel in heeft gehad dat onder valse voorwendsels en valse medische opgaven bij de rechter een ontslag is geforceerd. Klager voert ook aan dat de arts patiënten laat behandelen door een niet BIG-geregistreerde psycholoog. Het RTG wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2012:YG2182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2011/125

    Huisarts. Klager verwijt huisarts zijn inmiddels overleden echtgenote te laat te hebben doorverwezen en niet eerder tot spoedopname te zijn overgegaan. Ook wordt huisarts verweten onnodig kwetsende tekst in verwijsbrief te hebben opgenomen. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.003

    Klager verwijt arts dat zonder zijn toestemming bij zijn meerderjarige dochter een trachestoma is geplaatst. RTG oordeelt dat ter uitvoering van de behandelingsovereenkomst toestemming van een patiënt nodig is (art.7:450 lid 1 BW) tenzij er sprake is van wilsonbekwaamheid (art.7:465 BW) of van een noodsituatie (art.7:466 BW). Patiënte was in coma en niet in staat tot redelijke waardering van haar belangen althans wilsonbekwaam. Dan moet behandelend arts bepalen jegens wie de verplichtingen jegens de patiënt moeten worden nagekomen. De nakoming dient voor alles verenigbaar te zijn met de zorg van een goed hulpverlener. Dit kan in uitzonderingsgevallen er toe leiden dat de wilsuiting van vertegenwoordiger indien kennelijk niet in het belang van de patiënt niet hoeft te worden gevolgd. In dit geval was arts met een beroep op goed hulpverlenerschap gerechtigd en mogelijk zelf gehouden om de uitdrukkelijke wens van klager niet over te gaan tot het plaatsen van een tracheostoma niet te volgen. RTG wijst de klacht af. In beroep bevestigt het CTG het oordeel van het RTG. Beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.078

    Klager is de vader van patiënte. Patiënte was in een vegetatief laagbewuste toestand tengevolge van een meningococcensepsis opgenomen in het revalidatiecentrum waar de aangeklaagde als revalidatiearts werkzaam is. Het doel was om met vroege intensieve neurorevalidatie een verbetering van haar neurologisch toestand te bereiken. Men besloot tot stopzetting van de behandeling, omdat men binnen de revalidatie-instelling van mening was dat patiënte minimale vooruitgang liet zien. Klager heeft zich daartegen verzet, maar uiteindelijk is patiënte met toestemming van de kortgeding rechter en met indicatie CIZ ontslagen. Klager is van mening dat patiënte doorverwezen had moeten worden naar een regulier revalidatiecentrum, hetgeen (onder anderen) de arts opzettelijk heeft tegengehouden. Patiënte had niet opgenomen moeten worden in de instelling waarheen zij is overgeplaatst. Dat is niet de juiste plek. Zij wordt daar aan haar lot overgelaten. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2883 Raad van Discipline Amsterdam 12-038A

    Verzetzaak. Klacht over advocaat wederpartij. Klager stelt dat advocaat feiten als juist heeft gepresenteerd terwijl hij wist dat ze onjuist waren en bewijsstukken zou hebben gefabriceerd. Verzet gegrond , klacht ongegrond .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2884 Raad van Discipline Amsterdam 11-325A

    Klacht over eigen advocaat. Vrijheid om zich terug te trekken. Verweerster kon zich niet verenigen met de keuze van haar cliënt om een wrakingsverzoek in te dienen en heeft de zaak daarom neergelegd. Klager is van mening dat zijn advocaat hem had moeten bijstaan en desgewenst een vervanger had moeten regelen, alsmede dat haar dienstverlening onder de maat was en dat zij op zijn geld uit was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2885 Raad van Discipline Amsterdam 11-326A

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder zou, samengevat, onjuist hebben geadviseerd over te volgen procedure en slecht bereikbaar zijn geweest. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2886 Raad van Discipline Amsterdam 11-301A

    Klacht over advocaat wederpartij. Vermeend handelen in strijd met Gedragsregel 7 lid 4 door op te treden voor cliënt die voorheen deel uitmaakte van een maatschap waarvoor verweerder eerder zou hebben opgetreden. Niet feitelijk is komen vast te staan dat dat het geval geweest is. Echter er is ook sprake van de uitzonderingssituatie van Gedragsregel 7 lid 5 zodat optreden ook in dat geval geoorloofd was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2887 Raad van Discipline Amsterdam 12-167A

    Voorzittersbeslissing. Klacht 10 jaar na verlening rechtsbijstand kennelijk niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2881 Raad van Discipline Amsterdam 12-172A

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Geen sprake van onnodig dreigende, dan wel intimiderende bewoordingen in de sommatiebrief van verweerster aan klagers. Klacht kennelijk ongegrond