Zoekresultaten 35101-35110 van de 48250 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2014:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-003

    Klacht tegen een arts (arrestantenzorg). De arts heeft zonder blaastest of ander onderzoek, uitsluitend gebaseerd op een geur, geconcludeerd dat klager 6 tot 8 uur moest ontnuchteren, met het – verstrekkende – gevolg dat klager de nacht in een politiecel heef moeten doorbrengen. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2014:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 089/2013

    Klacht tegen huisarts over openingstijden praktijk, onbekende waarnemer, weigering samen te werken met door klager gewenste apotheek en communicatie en bejegening. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2014:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.233

    Klager verwijt de psychiater dat zij tekort is geschoten in zijn behandeling doordat zij tot op heden weigert hem het medicijn Fluanxol voor te schrijven. De psychiater heeft hem daarvoor in de plaats het medicijn Leponex (clozapine) voorgeschreven, maar klager heeft te kennen gegeven hevig last van de bijwerkingen van dat medicijn te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2014:67 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.112

    Klager is de vader van een minderjarige zoon. Op verzoek van de moeder, die het gezag over de minderjarige uitoefent en op advies van de school is het kind onderzocht met de vraag of sprake kon zijn van een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Klager verwijt de aangeklaagde gz-psycholoog : 1. Dat de gz-psycholoog naar een diagnose heeft toegeschreven door het stelselmatig toevoegen van belastende informatie en het achterhouden van informatie; 2. De gz-psycholoog heeft onvoldoende informatie verstrekt over de behandeling en heeft gelogen, onder meer tegen de klachtencommissie. RTG Eindhoven: wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het hoger beroep van klager richt zich tegen de ongegrondverklaring door het Regionaal Tuchtcollege van het eerste klachtonderdeel. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2014:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 20128/286Vp

    Klager is de werkgever van verweerder. Klager verwijt de verpleegkundige, die als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkzaam was bij klager, dat hij seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond bij zijn cliënten. Schorsing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2014:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2012-174b

    Gemiste diagnose Borrelia-besmetting (ziekte van Lyme) bij dochter van klaagster na kamp. Roodheid en irritatie bij de navel. Ongeacht de vraag of klaagster tegenover de huisarts al dan niet melding had gemaakt van tekenbeten bij haar dochter, had de arts verder navraag moeten doen naar omstandigheden of voorvallen tijdens het kamp, die als mogelijke oorzaak van de verschijnselen zouden kunnen worden geduid. De arts heeft geen duidelijke instructies aan klaagster gegeven over wat te doen als het voorgeschreven middel (tegen eczeem) niet effectief zou blijken. Gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2014:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 103/2013

    Klacht tegen huisarts betreffende ongevraagde visite. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2014:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.255

    Verweerster, verpleegkundige, heeft via een uitzendbureau een nacht gewerkt in een door klaagster geëxploiteerd verpleeghuis. De ochtend na die nacht is een bewoonster van de afdeling waar verweerster werkzaam was dood in haar bed aangetroffen. Uit het ingestelde justitieel onderzoek is enerzijds gebleken dat er geen aanleiding bestond verweerster te vervolgen wegens nalatigheid en anderzijds dat verweerster tijdens haar werkzaamheden in het verpleeghuis medicatie heeft gestolen uit de apotheek en dat zij heeft verklaard dat zij verslaafd is aan drugs (cocaïne). Verweerster bleek in 2003 strafrechtelijk veroordeeld wegens diefstallen in andere verzorgingshuizen. Klaagster heeft het dienstverband met verweerster daarop beëindigd. Klaagster verwijt verweerster dat haar gedragingen in strijd zijn met het algemeen belang van de individuele gezondheidszorg. Klaagster stelt dat verweerster zich niet alleen schuldig heeft gemaakt aan diefstal maar daarbij ook gebruik heeft gemaakt van het feit dat zij als verpleegkundige toegang had tot de medicatie. Voorts levert naar het oordeel van klaagster de verslaving van verweerster een ernstig beletsel op om als verpleegkundige te kunnen functioneren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en vastgesteld dat bij uitspraak van gelijke datum onder nummer 12/475Vp de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register ex artikel 3 Wet BIG is bevolen en legt daarom geen aparte maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2014:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.128

    Klaagster is met klachten aan haar rechterheup (ontstaan na een val van een trapje 2,5 jaar eerder) bij de aangeklaagde fysiotherapeut, onder behandeling gekomen. Na twee series van vier behandelingen heeft klaagster zich tot een orthopedisch chirurg gewend waarna drie maanden later een heupprothese bij klaagster is geplaatst. Klaagster verwijt de fysiotherapeut - zakelijk weergegeven - dat hij haar ten onrechte heeft voorgehouden dat zij na 4 à 5 behandelingen van haar klachten af zou zijn, onzorgvuldig jegens haar heeft gehandeld waardoor haar klachten zijn verergerd en geen uitleg heeft gegeven over de uitgevoerde behandelingen. Het RTG de klacht ongegrond verklaard en afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2014:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-086a

    Klacht van de Inspectie tegen de arts in een medisch centrum met beperkte mogelijkheden. Klacht dat de arts patiënt vanuit het ziekenhuis heeft toegelaten is ongegrond; de arts mocht gelet op de overdracht menen dat niet verdere diagnostiek, maar slechts observatie nodig was. Wel is de klacht gegrond dat de arts niet een specialist heeft ingeschakeld na een aanval bij patiënt tijdens observatie met een kort verlaagd of afwezig bewustzijn. Berisping.