ECLI:NL:TGZCTG:2014:73 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.233
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2014:73 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-03-2014 |
| Datum publicatie: | 04-03-2014 |
| Zaaknummer(s): | c2013.233 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager verwijt de psychiater dat zij tekort is geschoten in zijn behandeling doordat zij tot op heden weigert hem het medicijn Fluanxol voor te schrijven. De psychiater heeft hem daarvoor in de plaats het medicijn Leponex (clozapine) voorgeschreven, maar klager heeft te kennen gegeven hevig last van de bijwerkingen van dat medicijn te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. |
C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2013.233 van:
A., verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum
B. te C., appellant, klager in eerste aanleg,
tegen
D., psychiater, werkzaam te C., verweerder in beide instanties,
gemachtigde: mr. M.R. Gans.
1. Verloop van de procedure
A. - hierna: de klager - heeft op 27 september 2012 bij het Regionaal Tuchtcollege te Groningen tegen D. - hierna: de psychiater - een klacht ingediend. Bij beslissing van 7 mei 2013, onder nummer G2012/99 heeft dat College de klacht ongegrond verklaard en afgewezen. Klager is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend
De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 30 januari 2014, waar zijn verschenen de klager en de psychiater, laatstgenoemde bijgestaan door mr. M.R. Gans.
2. Beslissing in eerste aanleg
Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn voormelde beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.
“2. Vaststaande feiten
Voor de beoordeling van de klacht gaat het College uit van de volgende feiten, die als erkend dan wel enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist vaststaan.
Klager werd, in het kader van een TBS-maatregel met bevel tot verpleging, op
27 februari 2006 opgenomen in het Forensisch Psychiatrisch Centrum E.. Op 14 juni 2012 is hij overgeplaatst naar het Forensisch Psychiatrisch Centrum B., waar hij thans verblijft. Vanaf het moment dat klager is opgenomen, heeft hij achtereenvolgens verschillende soorten antipsychotica voorgeschreven gekregen. In het FPC B. heeft verweerster klager – als zijn psychiater – het middel Leponex (clozapine) voorgeschreven.
3. De klacht
De klacht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
Klager verwijt verweerster dat zij tekort is geschoten in zijn behandeling doordat zij tot op heden weigert hem het medicijn Fluanxol voor te schrijven. Verweerster heeft hem daarvoor in de plaats het medicijn Leponex (clozapine) voorgeschreven, maar klager heeft te kennen gegeven hevig last van de bijwerkingen van dat medicijn te hebben.
4. Het verweer
Verweerster heeft verklaard dat klager tijdens zijn behandeling meermalen van medicatie is gewisseld, omdat de toegepaste medicatie steeds onvoldoende effectief bleek te zijn. Aanpassing was dan ook noodzakelijk. Thans krijgt hij clozapine voorgeschreven. Dit medicijn is geïndiceerd en klager heeft dat ook geaccepteerd. De dosering ervan wordt bepaald conform een daarvoor opgesteld opbouwschema. Voor zover klager last heeft van bijwerkingen, geldt dat deze tijdelijk van aard zijn. Verweerster heeft klager medicatie voorgeschreven ter beperking van de bijwerkingen. Fluanxol is onvoldoende effectief.
5. Beoordeling van de klacht
Klager heeft tijdens zijn opnamen in diverse forensisch psychiatrische centra waarin hij is verpleegd, verschillende medicatie voorgeschreven gekregen. Er kan van worden uitgegaan dat geen van die medicijnen voldoende resultaat gaf en dat het medicijn clozapine goede resultaten geeft Voorts heeft verweerster klager andere medicatie voorgeschreven ter bestrijding van de door klager als hinderlijk ervaren bijwerkingen. Het College is van oordeel dat aldus niet valt in te zien dat verweerster hem inadequate medicatie heeft voorgeschreven. Hij heeft tegenover de stellingen van verweerster niet aannemelijk gemaakt dat Clozapine geen geïndiceerd middel voor hem zou zijn en dat hij op het middel Fluanxol beter zou reageren.
De klacht dient dan ook ongegrond te worden verklaard.”
3. Vaststaande feiten en omstandigheden
Voor de beoordeling van het hoger beroep gaat het Centraal Tuchtcollege uit van de feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder 2. De feiten opgenomen.
4. Beoordeling van het hoger beroep
4.1 Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager verworpen als zijnde ongegrond. Klager kan zich in dit oordeel niet vinden en heeft daartoe in hoger beroep zijn stellingen herhaald en nader toegelicht. De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
4.2 De behandeling in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het College in eerste aanleg, zodat het beroep moet worden verworpen.
5. Beslissing
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
verwerpt het beroep.
Deze beslissing is gegeven door: mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, mr. P.J. Wurzer en
mr. A. Smeeïng-van Hees, leden-juristen en drs. A.C. Allertz en drs. M. Drost, leden-beroepsgenoten en mr. F.C. Burgers, secretaris en uitgesproken ter openbare zitting van
4 maart 2014. Voorzitter w.g. Secretaris w.g.