ECLI:NL:TGZRZWO:2014:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 103/2013

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2014:22
Datum uitspraak: 04-03-2014
Datum publicatie: 04-03-2014
Zaaknummer(s): 103/2013
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie:   Klacht tegen huisarts betreffende ongevraagde visite. Klacht kennelijk ongegrond.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE TE ZWOLLE

Beslissing d.d. 4 maart 2014 naar aanleiding van de op 19 maart 2013 bij het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle ingekomen klacht van

A , wonende te B,

k l a g e r

-tegen-

C , huisarts, werkzaam te B,

gemachtigde: mr. S.J. Berkhoff-Muntinga,

v e r w e e r s t e r

1.      HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het college heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

-         het klaagschrift;

-         het verweerschrift met de bijlagen;

-         de repliek;

-         de dupliek;

-         het proces-verbaal van het op 22 oktober 2013 gehouden mondeling vooronderzoek;

-         het huisartsenjournaal zoals ontvangen op 12 februari 2014.

2.      FEITEN

Op grond van de stukken dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.

Klager is van april 2012 tot en met september 2012 ingeschreven geweest in de praktijk van verweerster.

Klager is bekend met diabetes mellitus en met een schizofrene stoornis waarvoor hij medicatie gebruikt. Verder lijdt klager, volgens zijn zeggen, aan chronische oververmoeidheid. Hij heeft de praktijk van verweerster verlaten omdat hij de praktijk niet goed lopend kon bereiken en hij er niet goed kon parkeren. De uitschrijving uit de praktijk is in goede harmonie verlopen.

Verweerster heeft klager vlak voor vertrek uit de praktijk thuis bezocht omdat zij zich zorgen maakte of hij zijn medicatie wel goed innam. Verweerster had eerder ook telefonisch met klager haar zorgen over het innemen van de medicatie besproken.

Op 17 maart 2013 ontving verweerster van klager een brief waarin hij haar meedeelde dat hij een klacht had ingediend bij het tuchtcollege over haar huisbezoek en een schikkingsvoorstel deed. Zij diende een bij een notaris opgestelde brief aan klager te sturen waarin zij zou toegeven dat zij een fout had gemaakt. Bovendien diende zij, nadat zij de (aangetekende) brief aan klager had gestuurd, voor 1 mei 2013 een bedrag van €10.000,- op de rekening van klager over te maken.

Verweerster heeft klager op 21 maart 2013 geschreven dat zij met het schikkingsvoorstel niet akkoord gaat maar wel met hem in gesprek wil gaan. 

3.      HET STANDPUNT VAN KLAGER EN DE KLACHT

Klager verwijt verweerster -zakelijk weergegeven- dat zij klager heeft lastiggevallen terwijl zij wist dat hij oververmoeid was. Zijn angst dat hij vanwege oververmoeidheid krankzinnig is geworden is gegrond.

Verder verwijt hij verweerster dat zij hem, toen hij de deur voor haar open deed, vroeg of hij de wolken kon zien.

Ook verwijt klager verweerster dat zij de mogelijkheid uitsluit dat de diagnose verkeerd is gesteld. En ten slotte verwijt hij verweerster dat zij niet heeft verhinderd dat hij een huurovereenkomst heeft gesloten met de woningstichting. 

4.      HET STANDPUNT VAN VERWEERSTER

Verweerster voert -zakelijk weergegeven- aan dat de tegen haar ingediende klacht ongegrond is. Voor zover nodig wordt hierna nog specifiek op het verweer ingegaan.

5.      DE OVERWEGINGEN VAN HET COLLEGE

5.1               

Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekening houdend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Verweerster heeft op eigen initiatief contact met klager opgenomen omdat zij zich zorgen maakte over hem. Daarmee heeft verweerster gehandeld overeenkomstig de in de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg YG2757 van 26 maart 2013 neergelegde zorgplicht. Dat siert verweerster en ter zake past dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt.

5.3

Verweerster heeft aangegeven dat zij heeft gevraagd hoe het met klager ging. Niet is vast komen te staan dat verweerster klager heeft gevraagd of klager de wolken kon zien, nog daargelaten of dit tuchtrechtelijk verwijtbaar zou zijn geweest.

Voorts valt niet in te zien waarom verweerster niet mocht uitgaan van de juistheid van een door een psychiater gestelde psychiatrische diagnose/classificatie.

5.4

Verder ziet het college niet in hoe verweerster had moeten verhinderen dat klager de huurovereenkomst sloot.

5.5

Gelet op het voorgaande is de klacht kennelijk ongegrond en dient als volgt te worden beslist.

6.    DE BESLISSING

Het college wijst de klacht af.

Aldus gedaan in raadkamer op 4 maart 2014 door mr. A.L. Smit, voorzitter, J.M. Komen en G.W.A. Diehl, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2014 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.                                                                                                   

      voorzitter

      secretaris

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:

a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij niet-ontvankelijk is verklaard;

b. degene over wie is geklaagd;

c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.