Zoekresultaten 20841-20850 van de 46834 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/292

    Klager, die werkzaam is als dakwachtmonteur, verwijt de bedrijfsarts onder andere dat deze hem onterecht en zonder overleg met de behandelend artsen heeft geadviseerd zijn werkzaamheden in eigen werk te hervatten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:49 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-972/DH/DH

    Verweerder onttrekt zich aan dekentoezicht. Zaak hangt samen met 17-805/DH/DH en 18-139/DH/DH/TUL

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-381

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft in de correspondentie met klagers niet het vertrouwen gewekt dat het op zijn derdengeldrekening ontvangen bedrag van de garantsteller (ter voorkoming van een faillissement) zou worden doorbetaald aan klaagster sub 1. Geen eigen betalingsverplichting verweerder. Geen misleiding van deken en klagers door verweerder door te stellen dat hij in de door klagers aangegeven periode geen gelden had ontvangen, terwijl verweerder wist op een later moment wel gelden te hebben ontvangen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/328

    Klaagster is DES-dochter en bekend met atenatale DES-expositie. De klacht houdt in dat verweerder (gynaecoloog in de zaak 17/328) tijdens de in 2013 verrichte laparoscopische vaginale uterusextirpatie wegens ernstige afwijkingen (VAIN III, CIN III,CIN II) onnodig en zonder haar toestemming een deel van haar vagina heeft weggenomen. Klaagster verwijt beide gynaecologen bovendien dat zij hierover na de operatie onvoldoende met haar hebben gecommuniceerd. Verweerster (gynaecoloog in de zaak 17/327) verwijt zij voorts dat zij een onjuiste de uitslag van de dieptemeting van de vagina in het dossier heeft genoteerd. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-545

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klagers zijn niet-ontvankelijk in hun klacht die ziet op het handelen van verweerder tijdens een bespreking in 2006. Uit een brief die in 2006 namens klagers (door hun toenmalige advocaat) is verzonden volgt dat klagers toen al met het vermeend verwijtbaar handelen bekend waren of bekend moeten worden verondersteld. Dat klagers zich die brief niet kunnen herinneren of destijds niet hebben gezien zoals zij hebben gesteld, doet daaraan niet af. Verjaring ex art. 46g lid 1 sub a Advocatenwet. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:50 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-139/DH/DH/TUL

    overtreding algemene voorwaarde, zie zaken 17-805/DH/DH en 17-972/DH/DH/D

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:35 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-355

    Directe advocaat-cliëntrelatie tussen klagers en verweerder ontbreekt (verweerder heeft in het verleden niet voor klagers rechtstreeks opgetreden), zodat geen sprake kan zijn van een tegenstrijdig belang (Gedragsregel 7). Klacht op dat onderdeel ongegrond. De raad oordeelt klagers in de overige klachtonderdelen niet-ontvankelijk nu deze klachtonderdelen de belangen van de stichting raken en niet (direct) die van klagers, afzonderlijk of tezamen. Het meerderheidsaandeel van klagers in de stichting (van 85% van de obligaties) maakt niet dat zij ‘vereenzelvigd’ kunnen worden met de stichting of dat zij daarmee een voldoende rechtstreeks belang hebben bij de onderhavige klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:51 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-668/DH/RO

    klacht tegen advocaat wederpartij gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/369

    Klagers verwijten de gynaecoloog dat deze inadequaat heeft gehandeld door de zorg tijdens de bevalling van klaagster van een tweeling (monocholereale, biamniotische gemelli) over te laten aan een AIOS. Volgens klagers had een eerdere spoedsectio het overlijden van de tweeling mogelijk kunnen voorkomen. De klacht heeft tevens betrekking op de nazorg. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-213

    Verzet ongegrond. Advocaat wederpartij mocht stellingen innemen en feiten poneren zoals gedaan als partijdig advocaat.