Zoekresultaten 20841-20850 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/41

    Klacht tegen bedrijfsarts. Verweerder wordt verweten dat hij in strijd met zijn beroepsgeheim en zonder toestemming van klager de werkgever van klager heeft geïnformeerd over diens medicatiegebruik en in vervolg hierop de werkgever actief heeft geadviseerd in dat verband de loondoorbetaling van klager op te schorten. Volgens verweerder had hij hiervoor toestemming van klager en was het destijds, in 2011, niet ongeoorloofd de werkgever te informeren zoals verweerder deed. Het college is allereerst niet gebleken van enige toestemming van klager. Voorts oordeelt het college dat het een bedrijfsarts ook in 2011 niet was toegestaan een werkgever medische informatie over de werknemer te verschaffen en dat verweerder derhalve zijn beroepsgeheim jegens klager heeft geschonden. Met betrekking tot het advies van verweerder aan de werkgever van klager om de loondoorbetaling op te schorten heeft het college geoordeeld dat dit – ook in 2011 – onzorgvuldig was. Adviseren over loondoorbetaling behoort uitdrukkelijk niet tot de taak van de bedrijfsarts. Het is de werkgever die op basis van informatie van de bedrijfsarts over de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer de medische belastbaarheid c.q. medische mogelijkheid tot werkhervatting van de werknemer, beoordeelt of de werknemer bij verzuim recht heeft op doorbetaling. Conclusie: klacht gegrond met als maatregel berisping.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:68 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1839

    Gz-psycholoog. Klacht: geen neuropsychologisch onderzoek verricht voor hersenoperatie en klaagster alleen gezien bij intake. College: gegrond. Neuropsychologisch onderzoek was uitgangspunt. Er kon niet worden uitgegaan van voldoende relevantie onderzoek uit 2004. Klaagster was toen 19 jaar oud en heeft ondertussen relevante ontwikkeling doorgemaakt. Geen verslaglegging in dossier. Onvoldoende inzicht in eigen handelen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-384/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder had toegezegd om klager terug te bellen en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet te woord te staan toen klager op verweerders kantoor verscheen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1833

    Gz-psycholoog. Klacht: verweerster had niet mogen rapporteren over klaagster, de dochter van de gemachtigde van klaagster, gezien de professionele relatie tussen verweerster en de gemachtigde van klaagster (1), rapport voldoet niet aan de eisen (2 en 3), ondeugdelijke methodiek en geen inzage- en correctierecht aangeboden (4). College: (1) gegrond omdat er sprake was van een conflictueuze situatie, (2) en (3) ongegrond, (4) gegrond wat betreft niet melden inzage- en correctierecht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-612/DH/RO

    60ab Aw (primair) afgewezen. 60b Aw (subsidiair) toegewezen. Verweerder is niet in staat zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen en is onvoldoende bereikbaar voor de deken. de financiële situatie van het kantoor van verweerder is zorgwekkend en staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-255

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Onder meer niet gebleken dat de verzekeringsarts geen of onvoldoende onderzoek heeft verricht of onjuist gerapporteerd heeft. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:237 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.498

    Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht behelst drie klachtonderdelen ter zake van de inhoud van de rapportage, de onderliggende rapportages en de aanpak van het onderzoek en de termijnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege wijst hier een tussenbeslissing waarin twee van de drie klachtonderdelen worden afgewezen. Van belang is de overweging van het College dat het College het onwenselijk acht dat er binnen de forensische setting een ander invulling wordt gegeven aan het begrip ‘werkaantekeningen’ en daarmee aan de regel omtrent het medisch dossier, zonder dat daar regelgeving aan ten grondslag ligt die voor onderzochten kenbaar is. Ter zake van het derde klachtcategorie over de inhoud van de rapportage acht het College zich nog onvoldoende voorgelicht en wordt een aanvullend vooronderzoek gelast.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-027b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts (in opleiding tot oogarts). Klaagster is geopereerd door een oogarts, de arts in opleiding tot oogarts heeft geassisteerd tijdens de operatie. Onduidelijk is gebleven of tijdens het preoperatieve gesprek onbetwistbaar is besproken dat klaagster niet door een leerling geopereerd wilde worden en dat zij ook geen leerlingen aan haar wilde. Hierover verschillen partijen van mening. Het ontbreken van verslaglegging van het preoperatieve gesprek levert in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057

    Verzet tegen de beslissing van de voorzitter van het hof dat de Advocatenwet aan appellanten niet de mogelijkheid biedt om in hoger beroep te komen van de beslissing van de raad, nu appellanten niet behoren tot de in artikel 56 lid 1 Advocatenwet genoemde personen en voor derde partijen geen rechtsgang bij het hof is. Het verzet is ongegrond. Appellanten zijn in de klachtprocedure geen partij. Voor zover appellanten in hun verzetschrift een zelfstandig verzoek hebben gedaan te mogen tussenkomen in de hoger beroepsprocedure tussen klager en verweerder, wordt dat afgewezen. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid dat een derde tussenkomt in een tussen andere partijen aanhangige klachtprocedure.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-969/DH/DH

    Verzet ongegrond. Klacht naar aanleiding van een klager onwelgevallig, negatief cassatieadvies.