ECLI:NL:TGZRSGR:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-009
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSGR:2018:80 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-05-2018 |
| Datum publicatie: | 29-05-2018 |
| Zaaknummer(s): | 2018-009 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Ongegronde klacht tegen een tandarts. Het College is van oordeel dat de tandarts in redelijkheid tot zijn voorstel kon komen om tot extractie over te gaan, in combinatie met een frameprothese. De tandarts mocht in redelijkheid tot de afweging komen zich niet te kunnen vinden in de adviezen van een kaakchirurg en twee andere tandartsen ten aanzien van het gebit van klager. Daarbij komt dat endodontische behandeling in casu extra gecompliceerd was als gevolg van de aanwezige kronen, de smalle wortels en de parodontale situatie van het onderfront twijfelachtig was. Klager heeft toestemming gegeven voor de door verweerder voorgestelde behandeling. Klacht afgewezen. |
Datum uitspraak: 29 mei 2018
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag heeft de volgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A ,
wonende te B,
klager,
tegen:
C , tandarts,
werkzaam te B,
verweerder,
gemachtigde: mr. N.M.H. Hoekstra, werkzaam te Utrecht.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 12 januari 2018
- het verweerschrift met bijlagen
- de aanvullende stukken, te weten
* een e-mail van D met 3 bijlagen d.d. 11 april 2018;
* een e-mail van D met 1 bijlage d.d. 12 april 2018;
* een e-mail van E (tandarts F) met 1 bijlage (pati ëntenkaart) d.d. 12 april 2018;
* een e-mail van E (tandarts F) met 3 bijlagen d.d. 12 april 2018;
* een brief van D d.d. 9 april 2018;
* een brief van mr. Hoekstra van 28 maart 2018:
* de begroting van G, ontvangen op 30 maart 2018.
1.2 De partijen hebben afgezien van de mogelijkheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.
1.3 De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 17 april 2018. De partijen, van wie verweerder werd bijgestaan door zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.
2. De feiten
2.1 Klager, geboren in 1934, is jarenlang onder behandeling geweest bij tandarts F te B. In 2016 had klager zich tevens ingeschreven bij de praktijk van verweerder, maar daar had klager verder geen vervolg aan gegeven.
2.2 Op 29 juni 2017 is klager bij tandarts F geweest voor een periodieke controle. Tandarts F heeft toen genoteerd “periodieke controle 42 endo poging kom niet verder”. Vervolgens heeft tandarts F klager een verwijsbrief meegegeven voor de kaakchirurg in het H, met als toelichting:
“Gaarne Uw hulp bij deze patiënt.
M.i. apiacale zwarting aan de radices onderfront,geen klachten. Apexen? Gaarne advies therapie. (endo zien ik niet zitten gezien de kronen)
Bijzonderheden:nee ”
2.3 Naar aanleiding van deze verwijzing heeft klager een andere tandartspraktijk bezocht, D, welke praktijk een begroting voor een behandeling heeft opgesteld, bestaande uit wortelkanaalbehandelingen voor de elementen 31, 32, 41 en 42. Van dit consult zijn de volgende aantekeningen gemaakt:
“Patient hier ivm second opinie. onlangs zijn bij eigen tandarts foto gemaakt, daar is bij de 41, 42, 31 en 32 periapicale radiolucentie te zien.
De eigen ta wou de elementen extraheren. De patient ziet het niet zitten en vroeg naar de opties.
Ik heb besproken dat ze alle 4 met een endodontische behandeling behandeld kunnen worden.
Hij heeft geen pijn op het moment. (…) ”
2.4 Naar aanleiding van de verwijzing door F heeft klager tevens verweerder bezocht op 11 juli 2017. In het door verweerder bijgehouden medisch dossier staat over dat consult vermeld:
“ppo Periodiek preventie onderzoek
Dhr geeft aan vorige week nog bij zijn vorige TA te zijn geweest voor een pijnklacht, deze heeft dhr doorgestuurd naar KC tbv oplossing apicale ontstekingen onderfront. Dhr is daar nog niet geweest want vertrouwde het niet maar heeft nog wel steeds klachten. Veel tst aanwezig + gegeneraliseerde diepe pockets -> advies paro-behandelingen bij [..], parostartbrief meegegeven, Brug OF onder de kronen veel caviteiten, in de 42 is al een endostart geprobeerd echter volgens patiënt geen resultaat. kanalen bij overige onderfrontelementen niet zichtbaar door obliteratie. Fors gereduceerd parodontium en apicale ontstekingen OF. 32-42 niet meer te redden -> advies immPPO. Afspraak bij [….] bespreken, tevens oude frame BK beoordelen. sk
=X21Orthopantomogram
2*xrbw Bitewing foto ”
2.4 Op 13 juli 2017 heeft klager vervolgens de kaakchirurg bezocht. Van dit consult is een ‘verslag tandarts’ opgemaakt, waarin is vermeld:
“Op 13/7/17 zagen wij uw patiënt(e): wegens parodontitis en apicale granulomen onderfront Advies paroprobleem oplossen en een geopend element endodontisch afbehandelen”
2.5 Op 21 juli 2017 heeft klager verweerder bezocht voor een tweevlaksrestauratie. Over dat consult staat in het dossier vermeld: “23 mb Tweevlaksrest. Composiet anam Medische anamnese”.
2.6 Op 31 juli 2017 heeft klager de tandprotheticus bezocht. De tandprotheticus heeft een immediaat frame gemaakt.
2.7 Op 17 augustus 2017 heeft klager verweerder bezocht voor de uitvoering van de behandeling. Over dit consult staat vermeld:
“32 excm Gecompl. extractie met opklap
brugverbinding doorgeslepen, kroon afgebroken bij extr, wortelrest chirurgisch verwijderd.
32 =H21 Kosten hechtmateriaal
31 ex Extractie
41 ex Extractie
42 excm Gecompl. extractie met opklap
brugverbinding doorgeslepen, kroon afgeborken bij extr, wortelrest chirurgisch verwijderd.
42 =H21 Kosten hechtmateriaal
=P34 Frame prothese 1-4 elem.
4*=P40 Toeslag verv. elem. immediaatproth. ”
3. De klacht
Klager verwijt verweerder zakelijk weergegeven dat verweerder zich niets gelegen heeft laten liggen aan de adviezen van zijn collega’s en een onjuiste beslissing heeft genomen door vier ondertanden van klager te trekken.
4. Het standpunt van verweerder
Verweerder heeft de klachten en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.
5. De beoordeling
5.1 De klacht luidt in wezen dat verweerder niet naar klager heeft geluisterd, een onjuist behandelplan heeft opgesteld en zich niets heeft aangetrokken van de adviezen van de kaakchirurg, van F en van D. Verder heeft verweerder aan klager een verwijzing onthouden voor een endodontoloog. Verweerder heeft de elementen 31, 32 en 41, 42 onnodig verwijderd en een frameprothese geplaatst, waardoor klager onnodig klachten heeft gekregen. Gezien klagers leeftijd en het ontbreken van pijnklachten had verweerder voor een andere behandeling moeten kiezen, zo stelt klager.
5.2 Het College overweegt als volgt. Verweerder heeft toegelicht dat er sprake was van fors gereduceerd botniveau, grote kronen bij de bestaande brugconstructie op relatief smalle en korte wortels, caviteiten onder de kroonranden die grotendeels onder het tandvlees zaten en ontstekingen bij de wortelpunten die door de kaakchirurg waren geduid als apicale granulomen. Het College is van oordeel dat verweerder onder deze omstandigheden in redelijkheid het behandelplan kon opstellen dat hij heeft gemaakt. Dat ook tandarts F een behandeling geïndiceerd achtte, blijkt uit zijn ‘endopoging’ op 29 juni 2017 en zijn verwijsbrief naar de kaakchirurg. Ook de kaakchirurg en de praktijk D hebben een behandeling geadviseerd, zij het endodontische behandelingen. Het College is echter van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot zijn voorstel kon komen om tot extractie over te gaan, in combinatie met een frameprothese. Gezien de smalle wortels en de overige problematiek was het risico op verlies van de elementen na een endodontische behandeling nog steeds aanwezig. De leeftijd van klager was voor het behandelplan van verweerder geen contra-indicatie.
5.3 Ter zitting is gebleken dat er enige verwarring bestaat over de vraag op welke datum klager bij D is geweest. Klager stelt dat hij ná het consult bij verweerder, dus ná 11 juli 2017, bij D is geweest. De patiëntenkaart van D vermeldt echter een consult op 4 juli 2017, terwijl ook de begroting van D die datum vermeldt. Op basis daarvan acht het College aannemelijk dat dit consult op 4 juli 2017 heeft plaatsgevonden. Uit de stukken en de toelichting van partijen ter zitting blijkt voldoende dat verweerder op 11 juli 2017 zijn behandelplan heeft toegelicht en dat hij voorafgaand aan de uiteindelijke behandeling op 17 augustus 2017 ook met klager heeft besproken waarom hij het behandelplan van de kaakchirurg en D niet ondersteunde. Klager zelf stelt in zijn brief van 5 oktober 2017 dat hij heel duidelijk aan verweerder het advies van de kaakchirurg en de twee tandartsen heeft uitgelegd. Dit steunt het betoog van verweerder dat hij van die adviezen heeft kennis genomen maar dat hij zich daar niet in kon vinden. Het College is van oordeel dat verweerder in redelijkheid tot deze afweging kon komen. Daar komt bij dat endodontische behandeling in deze situatie extra gecompliceerd was als gevolg van de aanwezige kronen en de smalle wortels en ook de parodontale situatie van het onderfront twijfelachtig was. Klager heeft toestemming gegeven voor de door verweerder voorgestelde behandeling, hetgeen ook blijkt uit het feit dat klager de tandprotheticus heeft bezocht op 31 juli 2017 en een afspraak heeft gemaakt voor het uitvoeren van de behandeling op 17 augustus 2017, terwijl niet is gebleken dat klager op 17 augustus 2017 aan verweerder zou hebben gezegd dat hij alsnog van de door verweerder voorgestelde behandeling afzag. Het is het College voorts niet gebleken dat de behandeling niet lege artis heeft plaatsgevonden.
5.3 De conclusie is dan ook dat verweerder met betrekking tot de klacht geen verwijt zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid onder a, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg kan worden gemaakt. De klacht zal dan ook als ongegrond worden afgewezen.
6. De beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag beslist als volgt:
wijst de klacht af.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.E.B. ter Heide, voorzitter, mr. E.B. Schaafsma-van Campen, lid-jurist, M.M.L.F. Smulders, H.W. Luk en J.M.W. Croes, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door mr. R.C. Kruit, secretaris en uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2018.
voorzitter secretaris
Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voor zover de klacht is afgewezen, of voor zover hij/zij
niet-ontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de
volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hem toevertrouwde
belangen aangaat.
Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.