Zoekresultaten 20671-20680 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:245 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.036

    Klager was patiënt bij één van de tandartsen van de tandheelkundige kliniek waarvan verweerder, tandarts, klinisch directeur is. Klager verwijt verweerder dat hij: 1. klager een afpersings-/dreigende/intimiterende/chanterende brief heeft geschreven, waarin hij heeft aangegeven dat hij bij een ongegrond verklaring van de klacht de tijd en inspanning van de tandarts bij klager in rekening zou worden gebracht, met het doel dat klager de klacht tegen de tandarts zou intrekken; 2. de brief van 27 maart 2017 aangetekend heeft verzonden, waarbij niet duidelijk was wie de afzender was; 3. de naam van klager op de website van klachtenkompas heeft vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat hetgeen de tandarts door klager wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:252 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.122

    Klacht tegen huisarts. Klager was als patiënt ingeschreven in de huisartsenpraktijk waar de huisarts tot aan zijn pensionering werkzaam was. Klager verwijt de huisarts het onrechtmatig intrekken van de jachtakte op 19 december 2012, omdat hij hem in de steek heeft gelaten door geen onderzoek te laten verrichten door een psychiater, waar klager recht op had. Voorts verwijt hij verweerder dat hij klager, bij het huisbezoek van 4 december 2013 betitelde als een spraakwaterval. Hij heeft ten onrechte in het dossier genoteerd dat klager een persoonlijkheidsstoornis had en een narcistisch type was en dat hij brieven had geschreven die nogal warrig en vol grammaticale onjuistheden waren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:134 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-348/DB/ZWB

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet ter zitting van de rechtbank te verschijnen, door de uitspraak van de rechtbank pas na een rappel van klagers en na bijna 4 weken aan klagers toe te sturen, door het dossier van klagers niet tijdig conform de afspraak toe te sturen aan hun nieuwe advocaat en door onjuiste mededelingen te doen over de termijn van hoger beroep en de instantie waar het beroep moest worden ingesteld. Gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden voorwaardelijke schorsing van één week. Proceskostenveroordeling. Verkorting termijn ex art. 8a Advocatenwet tot twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:246 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.056

    Klaagster verwijt de aangeklaagde tandarts dat hij middels een verborgen camera in de woning van zijn oom een pornofilm van klaagster heeft gemaakt. De tandarts zou dit hebben gedaan om te voorkomen dat klaagster de erfenis van de oom zou ontvangen. Als gevolg van deze pornofilm zou de kantonrechter hebben geoordeeld dat klaagster een vrouw van lichte zeden is die nergens recht op heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat hetgeen de tandarts door klaagster wordt verweten geen handelen betreft dat valt onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze uitspraak en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:247 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.460

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft vanaf enig moment regelmatig zijn PSA-waarde door de huisarts laten bepalen in verband met het feit dat zijn vader aan prostaatkanker is overleden. Klager verwijt verweerder niet adequaat te hebben gereageerd op de stijging van de PSA-waarde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het beroep van klager slaagt. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt het tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de huisarts, gedurende langere periode en in afwijking van hetgeen de richtlijn voorschrijft, klager niet heeft doorverwezen naar een uroloog voor nader onderzoek. De klacht wordt in beroep alsnog gegrond bevonden. Het Centraal Tuchtcollege legt aan de huisarts de maatregel van berisping op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:248 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.012

    Klacht tegen arts, destijds huisarts in opleiding. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid samen met haar eveneens aangeklaagde supervisor (C2018.014) tijdens een visitedienst in de nacht van vrijdag op zaterdag bezocht. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen en het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:249 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.013

    Klacht tegen huisarts. De klacht betreft de inmiddels overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Verweerster heeft patiënte in verband met benauwdheid tijdens een visitedienst op zaterdag bezocht. De nacht tevoren was patiënte door twee andere artsen bezocht. Patiënte was delirant. Verweerster heeft opname in een verpleeghuis voor patiënte geregeld. Klaagster verwijt verweerster dat zij patiënte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond nu verweerster niet met klaagster heeft besproken of er een onderliggende medische oorzaak voor de toestand van patiënte kon zijn. Voorts heeft zij nagelaten daar verder onderzoek naar te doen terwijl zij ook niet met klaagster heeft overlegd over de keuze tussen opname in een verpleeghuis of, vanwege de onduidelijkheid over de oorzaak van het delier, ziekenhuisopname. Aan de huisarts wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:192 Raad van Discipline Amsterdam 18-647/A/A/D

    Verzoek ex artikel 60b Advocatenwet. Financiële situatie van kantoor van verweerder is uitermate zorgwekkend. Niet valt te verwachten dat verweerder op korte termijn in staat zal zijn om zijn liquiditeitspositie te verbeteren en schulden af te lossen. Dit staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg. Verzoek om verweerder met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd te schorsen toegewezen. Benoeming waarnemer bij wege van voorziening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 277-2017

    Raadkamerbeslissing. In verband met het voornemen tot toepassing van een dwangbehandeling op grond van Pwb is verweerder gevraagd om een second-opinion. Volgens klaagster heeft verweerder ten onrechte de diagnose psychose gesteld, heeft hij haar ten onrechte dwangmedicatie voorgeschreven en is de second-opinion onvoldoende onderbouwd. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:186 Raad van Discipline Amsterdam 18-550/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.