Zoekresultaten 19701-19710 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:51 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.185

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Klaagster verwijt verweerster dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en patiënte ten onrechte niet heeft doorverwezen en voorts dat het medisch dossier onjuiste vermeldingen kent en dat verweerster het beroepsgeheim heeft geschonden door niet te waarborgen dat derden geen gesprekken over patiënten tussen de collega van verweerster en de assistente konden horen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op het punt van de gestelde diagnose gegrond verklaard en aan verweerster een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.186

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de overleden moeder van klaagster, hierna patiënte. Klaagster verwijt verweerster dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en patiënte ten onrechte niet heeft doorverwezen en voorts dat het medisch dossier onjuiste vermeldingen kent en dat verweerster het beroepsgeheim heeft geschonden door hoorbaar voor derden met een assistente over patiënte en/of klaagster te praten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op het punt van de gestelde diagnose gegrond verklaard en aan verweerster een waarschuwing opgelegd. Het beroep van klaagster slaagt op het punt van het voor derden hoorbaar overleg voeren met de assistente, maar het Centraal Tuchtcollege ziet geen aanleiding een zwaardere maatregel op te leggen en handhaaft de waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/365 en 2018/342

    Klager verwijt verweerder, huisarts, onder meer dat hij de hoofdpijnklachten van klager niet grondig dan wel te laat heeft onderzocht en hem niet serieus heeft genomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.296

    Klacht tegen orthopedisch chirurg die klaagster drie keer heeft geopereerd. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij niet zorgvuldig heeft gehandeld door de uitslagen van diverse preoperatieve bloedonderzoeken niet te beoordelen en naar aanleiding van deze uitslagen geen nadere actie te ondernemen. Voorts verwijt klaagster de chirurg dat hij haar niet heeft voorgelicht over alternatieve operatietechnieken, dat hij de tweede operatie technisch onjuist heeft uitgevoerd en postoperatief onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de door haar geuite klachten. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-726 18-727

    Klacht en gekoppelde dekenklacht over het optreden van advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Naar het oordeel van de raad is van het klachtwaardig spreken van onwaarheid door verweerder (gedragsregel 30 oud) in de gegeven omstandigheden geen sprake geweest, omdat verweerder, in zoverre al vereist, heeft onderzocht, althans navraag heeft gedaan bij zijn cliënt over de situatie betreffende de ondertekening van de overeenkomst van opdracht aan de makelaar. De toelichting van de cliënt van verweerder hoefde verweerder niet op voorhand aan te merken als zodanig onaannemelijk dat hij daarvan zonder verder onderzoek niet mocht uitgaan. Dat het door verweerder hierover namens zijn cliënt in de civiele procedure ingenomen standpunt uiteindelijk in rechte een onhoudbaar standpunt is gebleken, doet daaraan niet af. Als partijdige belangenbehartiger mocht verweerder dan ook naar het oordeel van de raad namens zijn cliënt het standpunt met toelichting bij zijn producties in de brief van 19 december 2016 aan de rechtbank innemen zoals hij dat heeft gedaan. De verdere (deken)klacht, dat verweerder in een processtuk de feiten heeft verdraaid door daarin te suggereren dat klaagster “eigenmachtig” de gezamenlijke woning te koop had gezet, is een minder gelukkige woordkeuze geweest, maar daarmee heeft verweerder naar het oordeel van de raad, gelet op zijn toelichting ter zitting, niet beoogd de rechter op het verkeerde been te zetten en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. (Deken)klacht in zoverre ongegrond. Gegronde (deken)klacht nu verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar onwaarheid heeft gesproken jegens klaagster door de rechtbank bij zijn uitstelverzoek te informeren dat dat met instemming van de (advocaat) van klaagster was. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling nieuw.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.416

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de overleden moeder van klager, hierna patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard nu vier leden van het gezin aangeven dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met de wensen van patiënte en het college het daarmee niet aannemelijk acht dat klager met zijn klacht de veronderstelde wil van patiënte tot uitdrukking laat komen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.498

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft bij klaagster een heupoperatie uitgevoerd. Nadien bleek dat letsel was ontstaan aan de nervus ischiadicus. Klaagster heeft hier nog steeds klachten van. Zij verwijt verweerder – onder meer – dat de zenuwbeschadiging het gevolg is van een onjuiste positionering van geplaatste klemmen of steunen. Voorts verwijt zij verweerder dat zij voorafgaand aan de operatie niet is gewezen op het risico van zenuwbeschadiging. Het Regionaal Tuchtcollege heeft deze klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze delen van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:56 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/337629 / KL RK 18/68

    Beslissing van de voorzitter waarbij de klacht kennelijk niet-ontvankelijk wordt verklaard vanwege termijnoverschrijding en het ne-bis-in-idembeginsel. Verder heeft de voorzitter beslist om klager de toegang tot het tuchtrecht te ontzeggen, omdat er naar het oordeel van de voorzitter sprake is van misbruik van het klachtrecht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.042

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verweerder heeft op 8 maart 2007 voor de tweede keer bij klaagster een zogenoemde PLIF-operatie uitgevoerd. De klacht houdt onder meer in dat verweerder geen deugdelijke anamnese heeft afgenomen, geen inzicht heeft gegeven in de noodzaak van de operatie en niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij voor deze techniek heeft gekozen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen gegrond en legt aan verweerder de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege komt tot een ander oordeel en vernietigt de bestreden beslissing voor zover deze betrekking heeft op deze klachtonderdelen en op de opgelegde maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/318

    Klager verwijt verweerster eigenrichting door hem te verdenken van, beschuldigen van en veroordelen voor een strafbaar feit, het voorspellen van het plegen van strafbare feiten en de eigen voorspellingen als absoluut te beschouwen. Het afleggen van een valse verklaring en het plegen van valsheid in geschrifte. Kennelijk ongegrond