We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19651-19660 van de 47879 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-804

    Essentie: klager is ex artikel 46g lid 1 sub a ontvankelijk in zijn klacht, aangezien na indiening van zijn bemiddelingsverzoek bij de deken, redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat hij eerder de klacht zou indienen dan hij heeft gedaan, terwijl ook is gebleken van een in tijd voortdurend (beweerd) klachtwaardig handelen of nalaten door verweerder. Verweerder heeft na overdracht van een zaak met de toevoeging aan hem niet binnen een redelijke termijn op verzoeken van klager om een verrekeningsvoorstel te doen, gereageerd. Pas jaren later, nadat klager een bemiddelingsverzoek bij de deken heeft ingediend, heeft verweerder voor het eerst inhoudelijk gereageerd. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder zich op deze manier niet welwillend jegens klager gedragen en aldus niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 17 (oud). Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-172

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de wonden van de zoon van klaagster na een aanval door een hond zelf te behandelen en te hechten. De huisarts heeft hierbij in overweging genomen dat de dichtstbijzijnde SEH van een ziekenhuis met plastische chirurgie op een uur afstand rijden was. Het voorschrijven van medicatie had zorgvuldiger gekund, maar niet voldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:128 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/616280 / DW RK 16/1065

    Beslissing op verzet. Met de stelling van klager dat hij de brief van de gerechtsdeurwaarder van 2 maart 2016 eerst op 8 maart 2016 heeft ontvangen, kan niet worden vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Met de gegeven termijn van vijf dagen om te reageren heeft de gerechtsdeurwaarder evenmin tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. De kamer constateert dat klager enkel nieuwe klachten in verzet heeft aangevoerd. Klager kan daarin niet worden ontvangen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.551

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:135 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625476 / DW RK 17/277

    Beslissing op verzet. Klager mocht er gelet op de e-mail van de schuldeiser van 15 juni 2015 vanuit gaan dat er geen vordering meer op hem bestond. Indien de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een executoriale titel op een ander overgaat, kan de executie eerst worden voortgezet na betekening van deze overgang aan de geëxecuteerde, aldus art. 431a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Eerst bij exploot van 21 juli 2016 is klager van de cessie, die overigens niet gedateerd is, op de hoogte gebracht. Verzet en klacht gegrond. Gerechtsdeurwaarder sub 1 wordt de maatregel van berisping opgelegd. Omdat aan gerechtsdeurwaarder sub 2 eerder in een andere klacht van gelijke strekking de maatregel van berisping is opgelegd, ziet de kamer aanleiding om deze gerechtsdeurwaarder thans een geldboete op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-181

    Verweerster is op ernstige wijze tekortgeschoten in de zorg voor klaagster ex artikel 46 Aw door vanaf medio 2015 gedurende twee jaar, ondanks herhaalde toezeggingen, niets voor klaagster te doen in haar echtscheidingsprocedure en daarover bovendien bij voortduring te liegen. De raad rekent verweerster ook aan dat zij, nadat zij haar fouten jegens klaagster noodgedwongen heeft toegegeven eind maart 2017, daarna bij de dossieroverdracht en bij de schadeafhandeling bij de verzekeraar ook niet met de nodige voortvarendheid heeft opgetreden en daarmee geen inzicht heeft getoond in het door haar toedoen veroorzaakte ernstige financiële en emotionele leed bij klaagster. De raad is gebleken dat verweerster inmiddels hulp heeft gezocht bij professionele derden en heeft ingestemd met tijdelijke begeleiding van een door de deken voorgedragen coach, in principe tot eind 2018. Vanwege de instabiele en zorgelijke (persoonlijke) situatie krijgt verweerster als bijzondere voorwaarde opgelegd dat zij gedurende een jaar telkens tweemaandelijks dient te rapporteren aan de deken over door haar in onderhanden dossiers verrichte werkzaamheden. Indien verweerster daarin volgens de deken tekortschiet, dan wel binnen de proeftijd van twee jaar anderszins in strijd handelt met artikel 46 Aw, zal de voorwaardelijke schorsing van 12 weken worden omgezet in een onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 199/2018

    Klacht tegen een huisarts omdat hij voor zijn patiënte een verklaring heeft opgesteld die zij in een procedure over alimentatie heeft gebruikt. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 134/2018

    Klacht tegen chirurg over het aan een chirurg in opleiding overlaten van een (galblaas-)operatie. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/217

    Klacht tegen plastisch chirurg die klaagster heeft beoordeeld in het kader van een second opinion. Klaagster voelt zich onheus bejegend en stelt dat verweerster de risico's voor de door haar gewenste operatie heeft overdreven. Deels gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:3 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-643/DB/ZWB

    Advocaat heeft voormalig cliënt van kantoorgenoot bijgestaan. Verzekeringszaak waarin die advocaat de rechtsbijstandsverzekeraar van de voormalige cliënt van zijn kantoorgenoot tegen die voormalige cliënt bijstond vloeide direct voort uit de arbeidsrechtelijke zaak waarin zijn kantoorgenoot de voormalige cliënt had bijgestaan. Advocaat heeft in appel in twijfel gebracht of de voormalige cliënt van zijn kantoorgenoot aan de advocaat wel opdracht had verstrekt om een procedure tegen de rechtsbijstandsverzekeraar van die cliënt aanhangig te maken. De stelling van de advocaat was feitelijk onjuist en nodeloos grievend. Beroep op ervaring uit voormalig decanaat is tuchtrechtelijk niet verwijtbaar. Klacht (gedeeltelijk) gegrond, berisping