Zoekresultaten 19641-19650 van de 48280 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 153/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:40
Klacht tegen huisarts ongegrond. Klacht over niet serieus nemen oogklachten, uitlatingen in telefoongesprek en bemiddelingsgesprek. Klaagster is verwezen door collega van verweerder. Klaagster was al jaren in de praktijk bekend en bij ongerustheid had zij een duidelijke en stellige geruststelling nodig. De uitlatingen van verweerder moeten in dat licht gezien worden. Het klachtonderdeel omtrent beschuldiging van verweerder in de richting van klaagster omtrent chantage en bedreiging mist feitelijke grondslag. Afwijzing klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 187/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:34
Klacht tegen verloskundige. Informed consent. Partijen verschillen van mening over de omvang en duur van de echo waarvoor klagers toestemming hebben verleend.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646341/ DW RK 18/197
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:8
Klacht van de toezichthouder (BFT) over participatie van een derde in een gerechtsdeurwaardersorganisatie. Door de wijze waarop die participatie is vormgegeven, is er sprake van verstrengeling, die gecombineerd met de wijze waarop wordt gefinancierd, de jaarlijkse aflossing daarvan en de indirecte deelname in het kantoor, een objectieve schijn wekt van (financiële) afhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarders ten aanzien van de derde, hetgeen voor de gerechtsdeurwaarder niet is toegestaan. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat de klacht is ingediend buiten de daarvoor geldende wettelijke termijn van drie jaar, de klacht is ingediend in strijd met handhavingsbeleid van het BFT, de gerechtsdeurwaarders mochten vertrouwen op eerder goedgekeurde ondernemingsplannen, de gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming, de indirecte opdrachtgeversregeling als opgenomen in de Verordening 2010 in strijd is met het Unierecht en de mededingingswet, worden allemaal verworpen. De klacht wordt gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren. De kern van de beslissing berust op de grond dat de wetgever zich van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat (financiële) participatie van derden (anderen dan gerechtsdeurwaarders) in gerechtsdeurwaarderskantoren op gespannen voet staat met de onafhankelijke positie van de gerechtsdeurwaarder. Participatie in gerechtsdeurwaarderskantoren door anderen dan gerechtsdeurwaarders zou als hoofdregel moeten worden uitgesloten omdat deelname van participanten die indirect bij opdrachten aan het kantoor betrokken zijn, zich niet verhoudt tot de positie van de gerechtsdeurwaarder en zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Het beeld zou kunnen ontstaan dat de betrokken gerechtsdeurwaarders zich in zekere mate vereenzelvigen met hun opdrachtgever/participant. Alleen dat is al schadelijk voor het publieke vertrouwen in de ambtsvervulling door de gerechtsdeurwaarder en moet daarom worden vermeden. Het toestaan van dergelijke participaties tast de geloofwaardigheid aan van het rechtsstelsel, waarin de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder een belangrijk aspect is voor de acceptatie van het stelsel door de maatschappij. gerechtsdeurwaarder een door de Kroon benoemde ambtenaar is die in die functie openbaar gezag uitoefent.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2019:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 137/2018
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TGZRZWO:2019:35
Klacht over huisarts, die ook buurman van klaagster is. Huisarts zou onzorgvuldig tijdens een visite hebben gehandeld door klaagster niet goed te onderzoeken en medicatie voor te schrijven, waaraan klaagster verslaafd is geraakt. Toezegging om ’s avond nogmaals langs te komen, zou huisarts niet hebben nageleefd en hij zou klaagster stelselmatig hebben lastig gevallen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGDKG:2019:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/646346/ DW RK 18/198
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 18-01-2019
- ECLI:NL:TGDKG:2019:9
Klacht van de toezichthouder (BFT) over participatie van een derde in een gerechtsdeurwaardersorganisatie. De gerechtsdeurwaarders wordt verweten dat zij geen zorg hebben gedragen voor een gebalanceerde opdrachtgeversportefeuille op grond waarvan zij zich in alle gevallen onafhankelijk tegenover opdrachtgevers op kan stellen. Bij alle afgesloten contracten is een derde indirect betrokken. Nagenoeg alle omzet van de gerechtsdeurwaarders wordt verkregen van een drietal opdrachtgevers, waarvan de derde (mede)eigenaar is. Ook is er sprake van een (financiële verstrengeling tussen de gerechtsdeurwaarders en de derde waarmee een objectieve schijn van afhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarders wordt gewekt, hetgeen voor de gerechtsdeurwaarders niet is toegestaan. De door de gerechtsdeurwaarders gevoerde (ontvankelijkheids-) verweren, dat geen rekening wordt gehouden met de jonge leeftijd van het kantoor, de klacht zich niet verhoudt met eerdere goedgekeurde toetsingsverslagen en adviezen, twee gerechtsdeurwaarders in loondienst zijn en geen zeggenschap hebben over de structuur van de onderneming en dat de klacht prematuur is ingediend, worden verworpen. De klacht wordt bij gebreke van verder inhoudelijk verweer gegrond verklaard, maar er wordt geen maatregel opgelegd vanwege het feit dat het een principiële procedure betreft, waarbij voor de eerste keer een inhoudelijk tuchtrechtelijk oordeel wordt gegeven over de participatie van derden in gerechtsdeurwaarderskantoren.
-
ECLI:NL:TACAKN:2019:14 Accountantskamer Zwolle 18/736 Wtra AK
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 22-02-2019
- ECLI:NL:TACAKN:2019:14
Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding drie- en zesjaarstermijn. Ontvankelijk deel van de klacht ziet op de aangifte inkomstenbelasting 2013. Betrokkene heeft de door klagers overlegde gegevens niet, dan wel onvoldoende geverifieerd, en heeft zich er zodoende onvoldoende van vergewist dat hij een juiste aangifte inzond. Klacht op dit punt gegrond, voor het overige ongegrond. Maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/447
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 14-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:20
klager verwijt verweerster dat zij incompetent is op neurologisch gebied van lumbale stenose, zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en klager ten onrechte niet heeft doorverwezen. Tevens verwijt klager verweerster dat zij gebrekkig heeft gecommuniceerd, onvoldoende informatie heeft verstrekt aan klager en zich onvoldoende heeft ingespannen om een oplossing te vinden voor het medisch probleem en pijn van klager. Zij heeft onjuiste feiten vermeld in haar verslag aan de huisarts. Klager vindt ook dat er fysieke en emotionele schade is toegebracht door disfunctioneren van verweerster. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:210 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624667
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-09-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:210
Beslagvrije voet: klaagster heeft op 23 december 2016 het formulier geretourneerd. De gerechtsdeurwaarder heeft daar pas op 31 januari 2017 op gereageerd. Dit heeft te lang geduurd. Klaagster is hierdoor in financiële problemen geraakt. Maatregel berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2019:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/305
- Datum publicatie: 22-02-2019
- Datum uitspraak: 21-02-2019
- ECLI:NL:TGZRAMS:2019:21
klaagster verwijt verweerster dat zij klaagster niet op het eerste verzoek het dossier heeft verstrekt en dat het dossier diverse onjuistheden bevat, die klaagster gerectificeerd wil zien. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGDKG:2018:205 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 624225
- Datum publicatie: 21-02-2019
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGDKG:2018:205
Klacht over betekening bankbeslag buiten de termijn van 475i Rv zonder valide reden is gegrond. Dat klager geen belang had bij betekening omdat hij al wist van het beslag doet niet al aan het wettelijk vereiste te betekenen. Beslag had ook aan klager betekend moeten worden aangezien het een schuld van de echtgenote betrof en beslag werd gelegd op een gemeenschappelijke rekening. Maatregel: berisping.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1964
- Pagina: 1965
- Pagina: 1966
- ...
- Pagina: 4828
- Volgende pagina zoekresultaten