Zoekresultaten 14411-14420 van de 47364 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/373
- Datum publicatie: 08-10-2020
- Datum uitspraak: 08-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:120
Klager dient een klacht in tegen een psychiater met het verwijt dat hij ten onrechte de diagnose van persoonlijkheidsstoornis bij klager heeft gesteld en dat hij klager onheus heeft bejegend. Verweerder voert verweer. Naar het oordeel van het college heeft verweerder voldoende onderbouw dat sprake is van een onbehandelde persoonlijkheidsstoornis. De diagnose is tijdens het hele behandeltraject diverse keren gesteld en benoemd. Verweerder heeft de diagnose ook zelf onderzocht en bevestigd op basis van observaties en gesprekken met klager. De klachten van klager worden afgewezen als ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:122 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-453
- Datum publicatie: 08-10-2020
- Datum uitspraak: 20-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:122
Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij zonder enig voorafgaand overleg een verzoekschrift voor omgang heeft ingediend bij er rechtbank. Verweerster doet een beroep op de in regel 6 lid 2 genoemde uitzonderingssituatie. De raad is van oordeel dat in deze zaak een dergelijke situatie zich niet voordoet. De inhoud van de zich in het dossier bevindende correspondentie tussen klaagster en de cliënt van verweerster waaruit zou blijken dat er niet tot afspraken kon worden gekomen over de in het verzoekschrift genoemde onderwerpen, is niet een uitzonderlijke geval als bedoeld in deze gedragsregel. Ook het verzoek van de cliënt van verweerster om voorafgaand aan het indienen van het verzoekschrift hierover niet te communiceren, levert - zonder bijkomende omstandigheden – niet de genoemde uitzonderingssituatie op. De raad komt dan ook tot de conclusie dat verweerster gedragsregel 6 lid 2 had dienen na te leven en (de advocaat van) klaagster van het voornemen om een verzoekschrift in te dienen, kennis te geven. Bij dit oordeel heeft de raad mede in aanmerking genomen dat er in zaken waarbij een kind betrokken is bijzondere prudentie dient te worden betracht. Klacht is in zoverre gegrond. De klacht is voor het overige ongegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-515
- Datum publicatie: 08-10-2020
- Datum uitspraak: 07-09-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:123
Raadsbeslissing. Geheimhoudingsplicht van een advocaat. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan doorbreking van de geheimhoudingsplicht gerechtvaardigd zijn. Het als vereffenaar van een nalatenschap achterhalen van een declaratie die vanuit de nalatenschap is betaald, is geen zeer uitzonderlijk geval. Klager heeft als vereffenaar andere, meer geëigende, middelen tot zijn beschikking om de door hem gewenste informatie boven tafel te krijgen. Klacht voor een deel ongegrond en voor een deel niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:124 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-284 19-285
- Datum publicatie: 08-10-2020
- Datum uitspraak: 22-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:124
Verzetbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De raad is, anders dan de voorzitter, van oordeel dat klagers hun stelling dat verweerster het betreffende audiobestand wel degelijk heeft ontvangen, niet dermate weinig hebben onderbouwd dat deze klachtonderdelen als kennelijk ongegrond konden worden afgedaan. Verzet is op deze onderdelen van de klacht gegrond. De raad oordeelt vervolgens dat het voldoende aannemelijk is geworden dat verweerster het audiobestand heeft ontvangen. Daargelaten of verweerster bij de ontvangst van het tekstbericht feitelijk ook heeft kennisgenomen van het audiobestand, zij had niet zo stellig mogen beweren dat zij het audiobestand niet heeft ontvangen. Deze bewering was in strijd met de werkelijkheid en is haar tuchtrechtelijk te verwijten. In zoverre is de klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:125 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-201
- Datum publicatie: 08-10-2020
- Datum uitspraak: 02-06-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:125
Gedragsregel 21 lid 3 heeft betrekking op het optreden van de advocaat van de wederpartij en ziet voornamelijk op civiele en bestuursrechtelijke procedures, waarin sprake is van een procedure op tegenspraak. Met een wederpartij wordt niet bedoeld de Officier van Justitie in een strafzaak noch een deken die in het algemeen belang een bezwaar tegen een advocaat aan de tuchtrechter voorlegt. Het is de taak van een deken om de tuchtrechter zo volledig mogelijk te informeren en om op grond van ontvangen signalen nader onderzoek te doen naar de handelwijze een advocaat.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2020:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/472
- Datum publicatie: 07-10-2020
- Datum uitspraak: 07-10-2020
- ECLI:NL:TGZRAMS:2020:119
Klacht tegen vaatchirurg. Klaagster verwijt verweerder onder meer - ondanks diverse onderzoeken op één dag - niet tijdig een diagnose te hebben uitgesloten alsmede dat na de diagnose (TOS-syndroom) niet direct een behandeling is gestart. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2020:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19159
- Datum publicatie: 07-10-2020
- Datum uitspraak: 07-10-2020
- ECLI:NL:TGZREIN:2020:47
Verpleegkundige. 17 klachtonderdelen, waaronder het doen van negatieve uitspraken over het functioneren en de deskundigheid van klager in zijn functie als huisarts, het zonder toestemming inzien van het dossier van een overleden patiënte, schending van het medisch beroepsgeheim, het doen van uitspraken over een patiënte die de deskundigheid van de verpleegkundige te buiten gaan en het betichten van klager van een ernstig strafbaar feit zonder betrokken te zijn geweest bij de behandeling van patiënte. College: Eén klachtonderdeel wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het college is van oordeel dat klaagster niet-ontvankelijk is voor zover dat klachtonderdeel ziet op het toebrengen van schade aan ‘de familie’, waarbij het college de term ‘familie’ aldus begrijpt dat klagers zèlf zijn geschaad. Eén klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Het college is van oordeel dat het verweerder tuchtrechtelijk kan en moet worden verweten dat hij het dossier van de overleden patiënte heeft ingezien de dag voordat hij als getuige door de politie werd gehoord in verband met het overlijden van de patiënte. Verweerder was immers niet betrokken geweest bij de behandeling van de patiënte en had uit dien hoofde geen reden om het dossier in te zien. Het op handen zijnde verhoor bij de politie vormde daarvoor geen rechtvaardiging. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk gegrond, waarschuwing. Publicatie in Staatscourant en tijdschrift Nursing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-242/DH/RO/D
- Datum publicatie: 06-10-2020
- Datum uitspraak: 21-09-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:152
Verweerder heeft de kernwaarden integriteit en vertrouwelijkheid heeft geschonden doordat hij in een strafzaak waarin hij als advocaat voor de verdachte optrad degene die werd aangemerkt als slachtoffer heeft benaderd en gesproken.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-192/DH/RO
- Datum publicatie: 06-10-2020
- Datum uitspraak: 14-09-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:146
Klacht over de kwaliteit van dienstverlening ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-029/DH/RO
- Datum publicatie: 06-10-2020
- Datum uitspraak: 28-09-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:159
Beslissing op verzet: verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1441
- Pagina: 1442
- Pagina: 1443
- ...
- Pagina: 4737
- Volgende pagina zoekresultaten