We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZCTG:2020:229 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.302

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2020:229
Datum uitspraak: 18-12-2020
Datum publicatie: 18-12-2020
Zaaknummer(s): c2019.302
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de aangeklaagde psychiater dat zij tegen klager als (voormalig) onderzochte heeft gelogen en/of in een tuchtrechtelijke procedure opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring heeft afgelegd, en dat de psychiater valsheid in geschrifte heeft gepleegd, heeft laten plegen, dan wel op enigerlei wijze hierbij betrokken is geweest. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep omdat de voorzitter heeft verzuimd ook de tweede klacht te behandelen en wijst de zaak terug naar het Regionaal Tuchtcollege.

C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E

voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2019.302 van:

A., wonende te B., appellant, klager in eerste aanleg,

tegen

C., psychiater, werkzaam te D., verweerster in beide instanties,

gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniëls, advocaat verbonden aan

Stichting VvAA Rechtsbijstand te Utrecht.

1.         Verloop van de procedure

A. – hierna klager – heeft op 2 juli 2019 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen C. – hierna de psychiater – een klacht ingediend. Bij voorzittersbeslissing van

30 september 2019, onder nummer 19/263, is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Klager is van die beslissing tijdig in beroep gekomen. De psychiater heeft een verweerschrift in beroep ingediend.

De zaak is in beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 13 november 2020, waar zijn verschenen klager, in persoon, en de psychiater, in persoon en bijgestaan door mr. Daniëls. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht. Klager heeft dat gedaan aan de hand van notities die aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.

2.         Beslissing in eerste aanleg

De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft aan de beslissing het volgende ten grondslag gelegd.

“ 2.     DE KLACHT

Volgens klager heeft aangeklaagde tegen hem als (voormalig) onderzochte gelogen en/of in een tuchtrechtelijke procedure opzettelijk in strijd met de waarheid een verklaring afgelegd.

3.                  DE OVERWEGINGEN

3.1.      Klager klaagt thans over het niet de waarheid spreken door aangeklaagde in (een) eerdere tuchtklachtprocedure(s), in welke procedure(s) het verwijt van klager (onder meer) was dat aangeklaagde – ondanks herhaalde verzoeken daartoe – niet de officiële (ongewijzigde) definitieve versie heeft verstrekt van door klager opgevraagde stukken. Het gaat daarbij om stukken die ten grondslag hebben gelegen aan de door aangeklaagde opgestelde Pro Justitia rapportage over klager.

3.2.      Dit is de zevende klacht tegen aangeklaagde betreffende haar handelen in het kader van de aan haar verstrekte opdracht om over klager een Pro Justitia-rapportage uit te brengen (te weten - naast de onderhavige klacht met nummer 2019/63 - de tuchtklachtprocedures met nummers: 2016/007, 2016/273, 2017/006, 2017/261, 2017/329 en 2018/453, waarover ook het Centraal Tuchtcollege in hoger beroep driemaal uitspraak heeft gedaan: C2016/497, C2017/433 en C2019/016).

3.3.      Het doel van het medische tuchtrecht is het vergroten van de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg. Dit doel wordt niet (langer) gediend met het behandelen van deze klacht. Het lijkt inmiddels toch vooral een persoonlijke strijd van klager tegen (onder meer) verweerster. Het is niet (langer) gepast deze persoonlijke strijd te faciliteren. Het tuchtrecht is hier niet voor bedoeld. Zelfs als verweerster de fout zou hebben gemaakt die klager haar verwijt, levert dit geen belang op in de zin en strekking van de Wet BIG. De klacht zal dan ook als van kennelijk onvoldoende belang niet in behandeling worden genomen. Klager zal niet worden ontvangen in zijn klacht.

4.                  DE BESLISSING

De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

4.         Beoordeling van het beroep

            Procedure

4.1       Klager heeft in beroep beroepsgronden geformuleerd tegen de procedure die de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft gevolgd. Klager wil met zijn beroep primair bereiken dat de voorzittersbeslissing door het Centraal Tuchtcollege wordt vernietigd en de zaak ter (her)behandeling naar het Regionaal Tuchtcollege wordt terugverwezen. Subsidiair verzoekt klager het Centraal Tuchtcollege zijn klacht gegrond te verklaren en aan de psychiater een maatregel op te leggen. 

4.2       De psychiater heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het Centraal

Tuchtcollege primair om klager niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klacht. Meer primair verzoekt zij het Centraal Tuchtcollege de klacht op beide onderdelen kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair verzoekt de psychiater het Centraal Tuchtcollege klager niet-ontvankelijk te verklaren in het tweede klachtonderdeel. Meer subsidiair is de psychiater van oordeel dat de verwijten feitelijke grondslag missen en daarom (kennelijk) ongegrond zijn. Nog meer subsidiair verzoekt de psychiater het Centraal Tuchtcollege om de klacht op beide onderdelen (kennelijk) ongegrond te verklaren.

                        Beoordeling van het beroep

4.3       Klager is van mening dat hem geen volwaardige klachtbehandeling in eerste aanleg is geboden. Hij voert hiertoe onder andere aan dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege ten onrechte is uitgegaan van één klachtonderdeel, terwijl de klacht bij gewijzigd klaagschrift uit twee klachtonderdelen bestaat.

4.4       Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat in de voorzittersbeslissing waarvan beroep is verzuimd een beslissing te nemen op de tweede klacht, zoals geformuleerd in het gewijzigde klaagschrift. Het voorgaande betekent dat de bestreden voorzittersbeslissing niet in stand kan blijven.

4.5       De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) bepaalt in artikel 73 lid 9, dat indien het Centraal Tuchtcollege tot oordeel komt dat de in eerste aanleg gegeven beslissing niet kan worden gehandhaafd, het deze beslissing vernietigt en de zaak zelf afdoet.

4.6       Desgevraagd heeft klager ter terechtzitting evenwel uitdrukkelijk verklaard geen afstand te willen doen van een instantie en er niet mee in te stemmen dat ook het tweede klachtonderdeel ter terechtzitting inhoudelijk door het Centraal Tuchtcollege wordt besproken. Het Centraal Tuchtcollege zal de zaak daarom terugverwijzen naar het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam, teneinde alsnog de beide klachten te behandelen.    

5.         Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan beroep en opnieuw rechtdoend:

wijst de zaak terug naar het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam om alsnog de beide klachten te behandelen.

Deze beslissing is gegeven door: E.J. van Sandick, voorzitter, H. de Hek en A.R.O. Mooy, leden-juristen en G.T. Blok en I.A. de Boer leden-beroepsgenoten, en E. van der Linde, secretaris.

       Uitgesproken ter openbare zitting van 18 december 2020.

                        Voorzitter   w.g.                                 Secretaris  w.g.