Zoekresultaten 13781-13790 van de 46834 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264f

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Voor wat betreft de opname overweegt het college dat beklaagde heeft gehandeld conform het protocol van het ziekenhuis en de NVOG-richtlijn “Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap”. Dit protocol vermeldt bij matige zwangerschapshypertensie: “Afhankelijk van de bloeddruk en foetale parameters klinische of frequente poliklinische controle”. Dat beklaagde voor het eerste (de opname) heeft gekozen valt naar het oordeel van het College binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264i

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een verloskundige. In het klaagschrift hebben klagers in diverse, verschillende, klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Wat klagers echter in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is uit het klaagschrift niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264b

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Gezien het feit dat de bloeddruk op 15 december 2018 lager was in vergelijking met die van 5 dagen ervoor, was er voor beklaagde geen reden om klaagster op te nemen. Hoewel er een discrepantie lijkt te zijn tussen het niet opnemen van klaagster terwijl de medicatie wel is verhoogd, is er geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen; de behandeling was er in de dagen ervoor op gericht de bloeddruk te verlagen. In korte tijd is met het ophogen van de medicatie een lagere bloeddruk gerealiseerd. Het College acht de beslissing van beklaagde om klaagster niet op te nemen verdedigbaar. Verder zijn er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat beklaagde de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen. Ook in het natraject is hier niet van gebleken, voor zover klagers daarover hebben geklaagd. Beklaagde heeft waar nodig steeds uitleg gegeven en heeft klagers begeleid in het natraject. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-046

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Vaststaat dat beklaagde het medisch dossier van klager heeft ingezien terwijl zij geen behandelrelatie met hem had en klager haar daartoe ook geen toestemming had verleend. Zij had dus geen recht op inzage in het patiëntendossier van klager. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Omdat b eklaagde ter zitting inzicht heeft getoond in het laakbare van haar handelen door haar werkgever disciplinair is gestraft , wordt geen maatregel opgelegd. Publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2020:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2019/02

    Met het Veterinair Tuchtcollege is het College van oordeel dat, gelet op de klachten waarmee de hond werd aangeboden in combinatie met de door de dierenarts beschreven bevindingen, het veterinair handelen van de dierenarts nog binnen de grenzen van de redelijke bekwame beroepsuitoefening is gebleven. Verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264c

    Ongegronde klacht tegen een arts. Beklaagde is slechts kort bij de behandeling van klagers betrokken. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde niet overeenkomstig de professionele standaard heeft gehandeld dan wel anderszins verwijtbaar nalatig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-071

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Beklaagde heeft zich gedurende een aantal maanden geldbedragen van aan zijn zorg toevertrouwde cliënten op onrechtmatige wijze toegeëigend. Het College is van oordeel dat beklaagde door zich wederrechtelijk geld van kwetsbare en van hem afhankelijke cliënten toe te eigenen, ver buiten de professionele grenzen is gegaan die hij als verpleegkundige/persoonlijk begeleider in acht had te nemen. Nu beklaagde niet ter zitting is verschenen, heeft hij niet kunnen toelichten wat de stand van zaken is omtrent behandeling van zijn psychische problematiek. Informatie aan de hand waarvan het College in staat wordt gesteld de kans op herhaling in te schatten en te beoordelen in welke mate beklaagde inzicht toont in de laakbaarheid van zijn gedrag en de gevolgen van dat gedrag voor de benadeelde cliënten, ontbreekt. Onder deze omstandigheden acht het College het niet verantwoord om beklaagde na enige tijd terug te laten keren in zijn beroep als verpleegkundige. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register en publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264h

    Ongegronde klacht tegen een kinderarts. Het College is van oordeel dat niet is gebleken van onvolkomenheden in het handelen van beklaagde. De reanimatie is volgens de Richtlijn ‘Reanimatie van pasgeborenen’ verlopen. Bovendien heeft beklaagde de uitkomst van bepaling bloedgas en lactaat afgewacht en betrokken bij het besluit om de reanimatie te staken. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen F2019/03

    Klacht tegen bekkenfysiotherapeut. Klaagster verwijt beklaagde dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld, onzorgvuldig en onbevoegd een niet-erkende behandeling (de NIMOC-methode) heeft toegepast en onvoldoende is voorgelicht over het risico dat de klachten konden verergeren door de behandeling. Daarnaast verwijt klaagster beklaagde onvoldoende dossierverslaggeving en onzorgvuldig declareren. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond. Beklaagde heeft na anamnese en lichamelijk onderzoek een passende en milde behandeling toegepast, zoals blijkt uit het dossier, waarvoor beklaagde is opgeleid. Niet gebleken is dat de verergering van klachten bij klaagster aan beklaagde toe te rekenen is noch dat beklaagde op onzorgvuldige of afwijkende wijze zorg heeft gedeclareerd.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-264e

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk tegen een arts. In het klaagschrift hebben klagers verschillende klachten tegen verschillende zorgverleners van het ziekenhuis geuit. Uit het medisch dossier blijkt niet dat beklaagde betrokken is geweest bij de behandeling van klaagster. Wat klagers in dit verband precies van beklaagde hadden verwacht of wat volgens klagers de (verwijtbare) rol van beklaagde hierin is geweest, is niet duidelijk geworden. Beklaagde kan zich hiertegen onvoldoende verweren. Het klaagschrift voldoet daarom niet aan de eisen van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 van het Tuchtrechtbesluit BIG. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.