Zoekresultaten 13781-13790 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:122 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-674/DB/ZWB

    Klacht tegen voormalig deken is niet ingediend binnen de termijn zoals bepaald in artikel 46g lid 1 sub a en daarom in alle onderdelen niet-ontvankelijk Klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:266 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-510

    Voorzittersbeslissing tegen advocaat in hoedanigheid van de voorzitter van het bestuur van het advocatenkantoor waar mr. C als advocaat/partner heeft gewerkt. Klager heeft zich eerder beklaagd over handelen van mr. C waarover tuchtrechtelijk is geoordeeld. Onvoldoende gesteld door klager in welke zin verweerster een tuchtrechtelijk verwijt treft. Evenmin is de voorzitter gebleken dat verweerster in haar hoedanigheid van voorzitter van de kantoororganisatie onvoldoende (functionerende) controle heeft om overmatig declareren door een partner te voorkomen; ook daartoe is onvoldoende door klager gesteld. Kennelijk ongegrond. 

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:260 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-851

    De raad oordeelt het verzet ongegrond. Geen aanleiding voor getuigenverhoor.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/165

    Klager verwijt verweerster, psychiater, onder meer dat zij hem de juiste behandeling heeft onthouden, niet adequaat heeft gereageerd op zijn hulpvraag en hem niet goed heeft geinformeed over de moelijke behandelingen. Klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:254 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-462

    Raadsbeslissing. Klaagster verwijt verweerster dat zij, in haar hoedanigheid van advocaat, klaagster heeft benaderd in de echtscheidingskwestie waarin klaagster was verwikkeld met haar ex-partner (de broer van verweerster), terwijl haar ex-partner werd bijgestaan door een andere advocaat. Ook verwijt verweerster dat verweerster zich onnodig grievend heeft uitgelaten. De raad is van oordeel dat het in beginsel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is om namens iemand op te treden die al een (andere) advocaat heeft. De raad is voorts van oordeel dat niet is gebleken dat de door verweerster gebruikte woorden onnodig grievend zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-104

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft op 22 november 2019 aangegeven dat zij, gezien de opspelende emoties, niet toe was aan de EMDR behandeling. Deze EMDR-behandeling is daarom op 22 november 2019 (tijdelijk) gestopt. Uit het behandeldossier is niet gebleken dat dit klaagster wordt aangerekend als een uitvlucht om de behandeling niet door te hoeven zetten. Voorts is tijdens de consulten regelmatig geïnformeerd naar het cannabis gebruik van klaagster. Op 31 januari 2020 wordt in het dossier voor de eerste maal melding gemaakt van het feit dat klaagster pijnklachten heeft en daardoor het stoppen met blowen uitstelt. Uit het behandeldossier blijkt niet dat beklaagde deze klachten heeft weggewuifd. Zij heeft de gevolgen van het blijven blowen benoemd en klaagster op haar eigen keuzes gewezen. De overige klachtonderdelen zijn ook kennelijk ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:267 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-512

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet gehandeld in strijd met een verdelingsvonnis waarin een notaris is benoemd tot vereffenaar van een nalatenschap. Verweerder diende gelet op dat vonnis als partijdige belangenbehartiger in het belang van de rechten van zijn cliënten executoriaal beslag onder klager te leggen. Gebleken is dat verweerder pas na de beslaglegging op de hoogte is gekomen van de eerder door klager aan de notaris toegezegde medewerking aan het vonnis, terwijl verweerder daarna meteen het beslag onder klager heeft laten opheffen. Kennelijk ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/208

    Klaagster dient een klacht in tegen een verzekeringsarts met het verwijt dat hij ondeugdelijk onderzoek heeft gedaan, ook door te overleggen met de bedrijfsarts, een ondeugdelijke rapportage heeft gemaakt, de lichamelijke pijnklachten van klaagster heeft gebagatelliseerd, niet onafhankelijk is overgekomen tijdens het controleren van een SMO (sociaal-medisch onderzoek) bij een UWV collega-arts door opnieuw zijn eigen oordeel weer te accorderen etc. Verweerder voert verweer. Naar het oordeel van het college kan overleg tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts aangewezen zijn om tot een juist en afgewogen oordeel tek omen. Het college is niet gebleken dat verweerder steken heeft laten vallen bij zijn onderzoek. Daarnaast is het college van oordeel dat verweerder de raportage die in het kader van de WIA-beoordeling door een collega is opgesteld, mocht contraseigneren. Van het constraseigneren van een eigen oordeel is, anders dan klaagster meent, geen sprake. De kaders waarbinnen een deksundigenonderzoek en een beoordeling van een aanvraag om een WIA-uitkering plaatsvinden zijn verschillend. Het collge verklaart de klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:261 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-004

    De raad oordeelt het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:274 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-605

    Voorzittersbeslissing over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat. Met klager gemaakte financiële afspraken schriftelijk duidelijk vastgelegd en vragen van klager daarover snel en duidelijk beantwoord (Regel 16). Verweerster heeft de door klager betaalde voorschotnota op de eindnota in mindering gebracht. Het stond haar vrij om wegens wanbetaling een incassoprocedure tegen klager te starten. Niet gebleken dat de door verweerster verrichte werkzaamheden niet aan de kwaliteitseisen hebben voldaan. Klager heeft met concept-stukken niet ingestemd en die werkzaamheden, na onttrekking door verweerster, bij zijn opvolgend advocaat neergelegd. Klachten kennelijk ongegrond.