Zoekresultaten 13201-13210 van de 46787 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-273
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 12-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:238
Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld doordat zij zich schriftelijk tot de rechter heeft gewend zonder van haar bericht aan de rechter een afschrift aan klager of diens gemachtigde te sturen. In zoverre is de klacht gegrond. Naar het oordeel van de raad is niet gebleken dat klager door verweersters handelwijze is benadeeld. Immers, de rechter heeft de gewraakte brief bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten en klager is bij vonnis d.d. 5 december 2018 in het gelijk gesteld. De raad stelt voorts vast dat de wijze waarop het bepaalde in artikel 22 lid 3 Rv in de rechtspraktijk moet worden toegepast nog niet is uitgekristalliseerd. Op grond van deze omstandigheden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel. Veroordeling betaling griffierecht aan klager.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-374/DH/DH
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:194
Verweerder heeft ondanks herhaalde verzoeken van klager en ondanks zijn eigen toezeggingen te lang gewacht met het starten van een procedure bij de Nationale Ombudsman. Gegrond zonder maatregel
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-809/DH/RO
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:200
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-030/DH/DH
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 30-11-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:188
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-202
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 05-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:232
Naar het oordeel van de raad was de welbewuste strategische keuze van verweerder om getuigen niet voorafgaand of tijdens hun voorlopige getuigenverhoor te confronteren met mogelijke relevante passages uit de van zijn cliënt/klager ontvangen transcripties en overige relevante documenten, niet in het belang van klager. Met zijn keuze om een voorlopige getuigenverhoor te houden had verweerder naar het oordeel van de raad dat verhoor zodanig moeten inrichten en voorbereiden dat daarmee het hoogst haalbare doel van een voorlopig getuigenverhoor, het inschatten van de maximaal haalbare kansen van een bodemprocedure, zouden worden bereikt. Dat heeft verweerder in de gegeven omstandigheden niet voldoende gedaan. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2020:58 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/74
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 26-11-2020
- ECLI:NL:TDIVTC:2020:58
Dierenarts wordt verweten bij de castratie van een paard en de nazorg nalatig te hebben gehandeld. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2020:13 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2020/01
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 18-12-2020
- ECLI:NL:TDIVBC:2020:13
Paard. Niet is gebleken van een diergeneeskundige noodzaak en de daarvoor vereiste onderbouwing voor de door de dierenarts toegepaste zeer hoge doseringen Procapen, waarmee hij niet alleen is afgeweken van de registratiebeschikking maar ook van hetgeen in het Formularium Paard wordt geadviseerd. In zoverre heeft de dierenarts tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld en is het beroep gegrond. Geen oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:239 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-659
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 12-10-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:239
Verzet. Anders dan de voorzitter is de raad van oordeel dat de op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet geldende termijn van drie jaar nog niet was verstreken op het moment van indiening van de klacht, zijnde 18 september 2018. De raad is op grond van het voorgaande van oordeel dat het verzet, voor zover dat ziet op het oordeel van de voorzitter over klachtonderdeel a, gegrond is. De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden tegen het oordeel van de voorzitter over klachtonderdeel b niet slagen. Beoordeling klachtonderdeel a: De raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van het feit dat hij na het formuleren van een schikkingsvoorstel de door klager tegen hem in rechte ingestelde vorderingen heeft betwist. Naar het oordeel van de raad is klachtonderdeel a op grond van het voorgaande ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-132/DH/DH
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:195
Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2020:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-408/DH/RO
- Datum publicatie: 23-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRSGR:2020:201
Verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1320
- Pagina: 1321
- Pagina: 1322
- ...
- Pagina: 4679
- Volgende pagina zoekresultaten