Zoekresultaten 12151-12160 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/34
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:45
Klacht tegen neuroloog. Beklaagde heeft bij klaagster een lumbaalpunctie verricht om te onderzoeken of er sprake was van een neuroborreliose. Na deze punctie had klaagster geen aandrang voor mictie en ook geen passagegevoel bij mictie. Daarnaast gaf zij pijn aan in de rug en toenemende doofheid van het linkerbeen. Op een nog diezelfde dag gemaakte (spoed)MRI waren degeneratieve veranderingen van de LWK zichtbaar met op niveaus L3-L4 en L4-L5 een stenose. De klacht ziet onder meer op het informed consent voorafgaand aan de punctie. Klaagster meent dat zij vooraf geïnformeerd had moeten worden over de bij haar ontstane complicaties. Deze complicaties doen zich echter zeer zelden voor en waren dus niet te verwachten. Beklaagde treft geen verwijt dat hij klaagster hierover niet vooraf heeft geïnformeerd. Ook overigens slaagt de klacht niet. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-243
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 19-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:249
Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen een stafjurist van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2021:228 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210152
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 06-12-2021
- ECLI:NL:TAHVD:2021:228
Beroep artikel 60b Advw-schorsing. Volgens de deken betracht verweerster in jeugdzorgzaken geen dan wel onvoldoende professionele distantie tot haar cliënten en functioneert zij daardoor niet naar behoren. Bovendien voldoet verweerster volgens de deken niet aan de professionele standaard, gelet op de standpunten die zij inneemt en de juridische middelen die zij inzet. Het hof stelt voorop dat verweerster, die zich als advocaat wil inzetten om misstanden in de jeugdzorg aan de orde te stellen, de vrijheid heeft om zich als advocaat activistisch op te stellen en daarbij ook uitlatingen mag doen die jeugdzorg dan wel de rechterlijke macht onwelgevallig zijn. Echter, ook binnen deze context geldt onverminderd dat een advocaat bij de uitoefening van zijn beroep dient te handelen in overeenstemming met de kernwaarden voor de advocatuur, waaronder de kernwaarde onafhankelijkheid ten opzichte van haar cliënten, en daarnaast eerbied voor de rechterlijke macht dient te betrachten (respectievelijk artt. 10a en 3 Advw). Het hof acht de stelling van de deken dat verweerster met de wijze waarop zij in rechte optreedt niet voldoet aan de professionele standaard, onvoldoende onderbouwd, zeker nu de deken (nog) geen onderzoek heeft verricht in individuele dossiers van verweerster. Het hof deelt de zorgen van de deken echter als het gaat om verweersters beroepshouding en de doorwerking hiervan in de wijze waarop zij optreedt in rechte. Dit heeft een negatieve invloed op haar praktijkvoering en in zoverre acht het hof artikel 60b Advw van toepassing op verweersters optreden. Gelet op het voorgaande ziet het hof op dit moment nog onvoldoende aanleiding voor een verbod voor verweerster om op te treden in jeugdzorg-gerelateerde zaken. Verweersters beroep tegen de door de raad opgelegde maatregel is in zoverre gegrond. Naar aanleiding van de hiervoor geuite zorgen van het hof over de beroepshouding van verweerster en het effect hiervan op haar optreden in rechte, acht het hof niettemin de tijdelijke voorziening geboden van praktijkbegeleiding door een ervaren advocaat op het gebied van jeugdzorg-gerelateerde zaken voor de duur van 1 jaar en op kosten van verweerster. Vernietiging voor zover het de getroffen voorziening betreft.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3193
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 08-12-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Naar het oordeel van het college gaven de anamnese en het lichamelijk onderzoek geen reden om aanvullend onderzoek te doen naar de buikklachten van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2021:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/35
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 07-12-2021
- ECLI:NL:TGZRGRO:2021:46
Klacht tegen neuroloog. Klaagster heeft (bij een andere neuroloog) een lumbaalpunctie ondergaan om een neuroborreliose uit te sluiten. Na deze punctie had klaagster geen aandrang voor mictie en ook geen passagegevoel bij mictie. Daarnaast gaf ze pijn aan in de rug en toenemende doofheid van het linker been. Beklaagde heeft een (spoed)MRI laten maken. Hierop werd een stenose gezien op de niveaus L3-L4 en L4-L5. De volgende ochtend was de uitval van de sensibiliteit toegenomen. Beklaagde heeft overleg gevoerd met een neurochirurg in een ander ziekenhuis over een operatie om de zenuw meer ruimte te geven. Beklaagde heeft hier vervolgens met klaagster over gesproken. Klaagster is uiteindelijk overgeplaatst naar het andere ziekenhuis en aldaar geopereerd. De klacht komt er in de kern op neer dat klaagster onvoldoende door de neuroloog is geïnformeerd over de operatie. De neuroloog heeft met klaagster het doel en de noodzaak van de operatie besproken en daarbij geen verkeerde informatie verstrekt of een verkeerd beeld van de noodzaak gegeven. Het bespreken van de risico’s en mogelijke complicaties van de operatie was voorbehouden aan de neurochirurg die de operatie zou uitvoeren. Beklaagde mocht er daarom vanuit gaan dat de neurochirurg klaagster voorafgaand aan de operatie hierover zou informeren. Het kan beklaagde dan ook niet tuchtrechtelijk worden verweten dat zij zelf een en ander niet met klaagster heeft besproken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2341-2021-011
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 08-12-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist-hematoloog. Het college stelt vast dat de lezingen van klaagster en de beklaagde over de gegeven voorlichting over de risico’s en de mogelijke bijwerkingen van de voorgeschreven chemotherapie volstrekt uiteen lopen. Dat brengt mee dat niet kan worden vastgesteld of beklaagde klachtwaardig heeft gehandeld. Het beleid om naar aanleiding van de door klaagster gemelde klachten in haar arm en schouder eerst de beeldvormende evaluatie af te wachten en de keuzes omtrent het infuus het al dan niet plaatsen van een PICC-lijn, zijn naar het oordeel van het College medisch navolgbare keuzes en haar niet tuchtrechtelijk te verwijten. Het college kan niet vaststellen dat beklaagde geen empathie en compassie heeft getoond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:250 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-290
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 02-08-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:250
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3105
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 08-12-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:142
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. Op basis van het operatieverslag en het beeldvormend materiaal kan niet kan worden vastgesteld dat er tijdens de operatie te veel botmateriaal is weggehaald. Klacht over dossiervoering is gegrond. Op basis van de in het medisch opgenomen gegevens kan niet goed kan worden beoordeeld wat er tijdens en rond de operatie heeft plaatsgevonden. Het college oordeelt dat de toezegging dat klager aanwezig mocht zijn bij het overleg tussen de behandelend artsen kennelijk berust op een misverstand, waarvoor beklaagde niet verantwoordelijk kan worden gehouden. Het college kan niet vaststellen of, en zo ja in hoeverre de klacht over ontslag uit ziekenhuis zonder afbouw medicatie betrekking heeft op de verantwoordelijkheid van beklaagde. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-312
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 19-07-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:251
Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerster in haar hoedanigheid van klachtenfunctionaris in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3104
- Datum publicatie: 09-12-2021
- Datum uitspraak: 08-12-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:143
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. De eerste operatie is op het verkeerde niveau uitgevoerd, namelijk op niveau L4-L5 in plaats van L3-L4. Uit het overgelegde beeldvormend materiaal blijkt dat voorafgaand aan de operatie het operatieniveau niet goed was bepaald. Tijdens de operatie heeft positiebepaling plaatsgevonden met behulp van een klemmetje. Ondanks het plaatsen van dit klemmetje is het verkeerde niveau geopereerd. Het komt het College voor dat beklaagde tijdens de operatie moet zijn gebleken dat de op niveau L4-L5 aangetroffen hernia kleiner was dan op grond van het voorafgaande onderzoek en de ernstige fysieke klachten te verwachten was. In ieder geval heeft beklaagde toen niet gekozen voor een heroriëntatie wat betreft het te opereren niveau, maar heeft hij de operatie voortgezet. Dit klachtonderdeel is gegrond. Gelet op de feiten en omstandigheden verklaart het college de klacht over te laat starten met vervolgonderzoek ongegrond. Klacht over de tweede operatie is ook ongegrond. Uit de operatieverslagen kan niet worden opgemaakt dat er te veel bot is verwijderd. Klacht over dossiervoering is gegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1215
- Pagina: 1216
- Pagina: 1217
- ...
- Pagina: 4816
- Volgende pagina zoekresultaten