Zoekresultaten 12101-12110 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:218 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-840/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:91 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/677844 / DW RK 20/3

    Beslissing op verzet. De kamer is het eens met de oorspronkelijke beslissing waarin is overwogen dat klager heeft nagelaten zijn nieuwe adres tijdig door te geven aan de BRP, waardoor hij geen kennis heeft gekregen van het vonnis. Dit kan de gerechtsdeurwaarder niet worden verweten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-751/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van ne bis in idem, gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-838/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over schending privacy door opnemen persoonlijke gegevens kennelijk ongegrond. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:86 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/688981 / DW RK 20/430

    Beslissing op verzet. De kamer is het eens met de oorspronkelijke beslissing. Ter zitting hebben klagers nog aangevoerd dat in 2018 maandelijks is gemeld dat de beslagvrije voet niet juist was. Ook is in maart 2019 een brief op poten gestuurd naar het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Klagers hebben echter nagelaten stukken te overleggen waar dit uit blijkt. Nu klagers stellingen worden betwist door de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder, oordeelt de kamer dat de beslissing op juiste gronden is genomen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-752/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van ne bis in idem, gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-530/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat in strafzaak ongegrond. Dat er geen contact in persoon is geweest voorafgaand aan de zitting, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat klager minder/onvoldoende voorbereid was op de zitting is niet concreet onderbouwd. Dat verweerder geen hoger beroep heeft ingesteld is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu de verantwoordelijkheid voor het in de gaten houden van de termijn daarvoor bij klager lag. Klager had tijdig moeten aangeven in hoger beroep te willen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:87 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675437 / DW RK 19/611

    Beslissing op verzet. Klager heeft pas ter zitting de gronden van zijn verzet kenbaar gemaakt. De kamer heeft de gerechtsdeurwaarder in een tussenbeslissing gevraagd in te gaan op deze gronden aangezien de gerechtsdeurwaarder niet ter zitting was verschenen, in de terechte veronderstelling dat er geen gronden van het verzet waren ingediend. De kamer had echter behoefte aan een inhoudelijk verweer op klagers klacht waardoor de klacht alsnog kon worden beoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:204 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-542/DB/ZWB

    Advocaat in hoedanigheid van advocaat van de wederpartij. Advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich, na leugenachtige verklaringen van zijn cliënt aan de wederpartij, niet als advocaat van die cliënt terug te trekken. Advocaat heeft, tegen de achtergrond van de leugenachtige verklaringen van zijn cliënt, misleidende informatie aan de wederpartij verstrekt en daardoor de belangen van die wederpartij nodeloos geschaad. Tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen betreft de integriteit van de advocaat, waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.Klacht gegrond, berisping, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:227 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-785/DH/DH/D

    Tussenbeslissing op dekenbezwaar. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit door in correspondentie en in een waarnemingsovereenkomst de naam dan wel de hoedanigheid van een derde valselijk te vermelden. Verzet is op dat onderdeel gegrond. Ten aanzien van de vraag of verweerder ook in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde vertrouwelijkheid heeft de raad bij tussenbeslissing nadere informatie nodig over een overgelegde geheimhoudingsovereenkomst. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.