Zoekresultaten 12111-12120 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2537

    GZ-psycholoog wordt onder meer verweten dat er een opdracht tot diagnostiek en behandeling van de minderjarige dochter van klaagster is aangenomen zonder toestemming van klaagster en dat klaagster niet door haar is geïnformeerd. Bovendien wordt de GZ-psycholoog een verwijt gemaakt ten aanzien van de inhoud van het zorgplan. Vanwege de vervangende toestemming van de rechter hoefde de GZ-psycholoog geen toestemming te vragen aan klaagster. De GZ-psycholoog had vanuit haar rol als regiebehandelaar zich ervan dienen te vergewissen of en zo ja welke informatie aan klaagster werd gegeven. Bij het opstellen van het zorgplan is niet gewerkt conform de richtlijn uit de beroepscode 2015 van het NIP. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:221 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-616/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Dat verweerder zich zowel door klaagster als via een toevoeging heeft laten betalen, is niet gebleken. Wel heeft verweerder verschillende aan klaagster toekomende bedragen verrekend met een nog openstaande nota en verdere werkzaamheden, zonder klaagster daarover (en over de verdere financiële aspecten van de zaak) goed te informeren. Dit heeft geleid tot veel verwarring bij klaagster. Klacht in zoverre gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:88 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682568 / DW RK 20/196

    Beslissing op verzet. Bij de executie van een vonnis is niet relevant aan welk bedrijf een gerechtsdeurwaarder is verbonden. De gerechtsdeurwaarder staat ingeschreven in het register van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en is op grond van de Gerechtsdeurwaarderswet gerechtigd zijn werkzaamheden te verrichten, onafhankelijk aan welk bedrijf hij is verbonden. De kamer verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:205 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-425/DB/OB

    Advocaat heeft, mede gelet op de (persoonlijke) omstandigheden niet zodanig lang gewacht met de aanpak van de zaak, dat haar daarvan tuchtrechtelijk een verwijt valt te maken. Het valt een advocaat tuchtrechtelijk niet aan te rekenen dat hij op grond van later ontvangen bewijsstukken op een eerder ingenomen standpunt ten aanzien van de verjaring van een vordering terugkomt. Het staat een advocaat vrij om een cliënt te adviseren van een procedure af te zien, als die advocaat geen goede gronden ziet om die procedure met succes te voeren.Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-629/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in arbeidszaak. Verweerder is tekort geschoten in de communicatie met klager: hij heeft niet gereageerd op klagers e-mails/terugbelverzoeken, heeft nagelaten de rechtbank te informeren over klagers wens mondeling gehoord te worden en heeft de uitspraak te laat aan klager doorgestuurd. In de kern allemaal communicatieve fouten, alle kennelijk het gevolg van het feit dat verweerder herstellende was van Covid-19 en nog onvoldoende in staat was zijn praktijk te voeren. Verweerder had dit beter en zorgvuldiger moeten regelen en heeft dit ook erkend. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:89 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/679049 / DW RK 20/42

    De gerechtsdeurwaarder heeft klager te kennen gegeven dat hij ter zake van het leggen van conservatoir beslag op roerende zaken de woning van klager moest binnentreden. Klager heeft aangegeven dat hij niet aanwezig kon zijn. De gerechtsdeurwaarder is vervolgens de woning binnen gegaan op grond van het bepaalde in artikel 444 Rv in samenhang met de artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden. De gerechtsdeurwaarder heeft niet aan klager heeft meegedeeld dat hij tevens opdracht had om een proces-verbaal van constatering op te maken. De bescherming van het huisrecht is geregeld in artikel 12 van de Grondwet. Ingevolge het eerste lid is binnentreden zonder toestemming van de bewoner alleen geoorloofd in de gevallen bij of krachtens de wet bepaald, door hen die daartoe bij of krachtens de wet zijn aangewezen. Het tweede lid bepaalt dat voor het binnentreden overeenkomstig het eerste lid voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van het binnentreden zijn vereist, behoudens bij de wet gestelde uitzonderingen. Nu de gerechtsdeurwaarder klager niet heeft geïnformeerd dat hij van zijn opdrachtgever ook de opdracht had gekregen om een proces-verbaal van constatering op te maken, heeft hij in strijd met artikel 12 van de Grondwet gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2439

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft met zijn advies tot re-integratie voor een beperkt aantal uren per week voldoende oog gehad voor het welzijn van klager als werknemer. Hij kon onder de omstandigheden zonder nader onderzoek redelijkerwijs tot het oordeel komen dat bij klager sprake was van spanningsklachten als gevolg van een arbeidsconflict met de werkgever en niet van een burn-out. Het college merkt verder op dat de opmerkingen van de bedrijfsarts over koffiedrinken en e-mails lezen moeten worden gezien als een advies in het kader van de verzuimbegeleiding en niet als een opdracht aan klager. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2436

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. In het kader van verzuimbegeleiding mag een bedrijfsarts –­ anders dan bij een vrijwillig consult op verzoek van de werknemer – ook zonder toestemming van de werknemer bepaalde informatie aan de werkgever verstrekken. Zij heeft niet meer informatie gegeven dan voor het genoemde doel noodzakelijk was. Het college heeft geen aanknopingspunten waaruit volgt dat de adviezen niet ook aan klager zijn gestuurd of dat de bedrijfsarts haar verantwoordelijkheid hierin niet heeft genomen. Het college is van oordeel dat de bedrijfsarts met het bespreken van behandelmogelijkheden een juiste invulling heeft gegeven aan haar rol als bedrijfsarts. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:281 Raad van Discipline Amsterdam 21-077/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht in alle onderdelen ongegrond. Niet gebleken dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van belangenverstrengeling omdat verweerster behalve advocaat ook werkzaam is als rechter-plaatsvervanger is geen sprake. Van het dwingen tot bijstandsfraude is niet gebleken. Van een kernopdracht is niet gebleken. Verweerster heeft haar declaratie pas naar klaagster gestuurd na beëindiging van haar werkzaamheden en na overleg met de deken en de Raad voor Rechtsbijstand.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2441

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager is gezien door de arts voor een medische keuring in verband met de verlenging van zijn rijbewijs na zijn 75ste verjaardag. Niet kan worden gezegd dat de arts het cognitief vermogen van klager onjuist of lichtvaardig heeft beoordeeld. Het is voorts niet aan een keuringsarts om een inschatting te maken van de gevolgen die het CBR aan de beoordeling door de keuringsarts verbindt. Het is niet aan de keuringsarts om daar uitspraken over te doen tegenover een cliënt. De arts heeft juist contact opgenomen met het CBR om te bezien welke mogelijkheden er waren voor een heroverweging. Zij heeft hem, waar zij kon, geholpen. De arts is niet te kort geschoten in haar informatieplicht aan klager. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.