Zoekresultaten 12031-12040 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0026

    Klacht tegen een GZ-psycholoog. Klager en zijn echtgenote waren de weekendpleegouders van een jeugdig meisje dat onder voogdij stond van een gecertificeerde instelling. Het meisje verbleef in een gezinshuis van een jeugdhulpaanbieder waar de GZ-psycholoog werkzaam was. Het meisje wilde op een gegeven moment niet meer naar haar weekendpleegouders omdat klager een seksueel getinte opmerking zou hebben gemaakt en haar op een ongepast manier zou hebben aangeraakt. Naar aanleiding hiervan heeft de psycholoog een gesprek gevoerd met klager. Klager verwijt de psycholoog zakelijk weergegeven dat zij hem heeft beschuldigd, dat zij feitelijke onjuistheden heeft vermeld, informatie heeft achterhouden en de procedure nodeloos heeft vertraagd. Klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:93 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/707056 / DW RK 21/410 LvB/SM

    Vast is komen te staan dat diverse tekortkomingen in de financiële administratie van de gerechtsdeurwaarders hebben geleid tot een onjuiste berekening van de bewaringspositie per 31 december 2018 en 31 december 2019. Door onder meer de voorschotten niet juist in de administratie te verwerken hebben de gerechtsdeurwaarders onvoldoende inzicht gehad in de financiële positie van het kantoor en heeft een bewaringstekort kunnen ontstaan. Nu alle klachtonderdelen gegrond worden verklaard is aan alle gerechtsdeurwaarders de maatregel van een schorsing (van twee weken) opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2021/14

    Klacht over een door beklaagde afgelegde verklaring over het kind van klaagster in relatie tot de omgang met vader. Beklaagde geeft over de situatie in haar verklaring een eigen oordeel. Zij verklaart immers dat de gedragsproblemen voortkomen uit het feit dat het kind de vader mist en dat de contacten te kort zijn. Daarmee heeft beklaagde zich begeven op een terrein dat niet tot haar expertise als (huis)arts behoort. Dat zij heeft aangegeven dat zij 'geen kinderpsycholoog' is, geeft aan dat beklaagde zelf ook weet dat dit haar deskundigheid te buiten gaat. Het gaat dan ook niet aan daarover – in de woorden van beklaagde - 'iets te roepen' in een verklaring als onafhankelijk arts. Het handelen van beklaagde is niet professioneel. Dat het naar zeggen van beklaagde een vriendendienst was maakt het voorgaande niet anders, reeds niet omdat betrokkene deze verklaring niet kenbaar als 'vriend' heeft opgesteld maar zich daarin ‘onafhankelijk arts’ noemt, wat zij, gelet op de persoonlijke relatie met de vader ontegenzeggelijk niet was. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:94 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/707056 / DW RK 21/410 LvB/SM

    Herstelbeslissing behorende bij de beslissing van de Kamer van 20 december 2021 waarbij de beklaagde gerechtsdeurwaarders voor de duur van twee weken zijn geschorst.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0030

    Klacht tegen chirurg. Klager verwijt beklaagde de prothese niet diep genoeg in de heupkom te hebben geplaatst, dat de steel van de prothese te klein is en dat de prothese te breed is waardoor de spier die eromheen moet nu te kort is. Het college oordeelt dat de heupcup, conform de preoperatieve planning, op de juiste anatomische plaats in de rand van de heupkom is geplaatst en dat de heupsteel goed is ingebracht. Met betrekking tot klachtonderdelen 2. en 3. is het college van oordeel dat de verwijten van klager - op grond van de postoperatieve röntgenbeelden – niet aannemelijk is geworden. De heupbreedte is thans na de operatie dezelfde als ervoor en is tevens overeenkomstig hetgeen preoperatief was gepland. Dit geldt eveneens voor de steel van de prothese die zowel preoperatief als postoperatief dezelfde afmeting heeft. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:287 Raad van Discipline Amsterdam 21-551/A/NH

    Raadsbeslissing. Verschillende klachtonderdelen over eigen advocaat. Niet is gebleken dat verweerder klagers heeft gewaarschuwd dat de kosten opliepen tot een aanzienlijk hoger bedrag dan het voorschotbedrag. De raad is derhalve van oordeel dat verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 46 Advocatewet, zoals uitgewerkt in gedragsregel 17, derde lid. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond verklaard. Voorts heeft de raad overwogen dat verweerder in strijd met gedragsregel 17, vijfde lid, klagers niet heeft gewezen op de toepasselijke kantoorklachtenregeling en de overige mogelijkheden om het geschil op te lossen. Dit klachtonderdeel is daarom ook gegrond verklaard. De andere klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:288 Raad van Discipline Amsterdam 21-553/A/NH

    Raadsbeslissing. Verschillende klachtonderdelen over eigen advocaat. De raad stelt vast dat klagers tegen verweerder en zijn kantoorgenoot identieke klachten hebben ingediend. Verweerder heeft aangevoerd dat hij met de in de klachtonderdelen genoemde handelingen geen bemoeienis heeft gehad. De raad is van oordeel dat - mede gelet op de standpunten van de partijen - in onvoldoende mate is gebleken dat verweerder betrokken is geweest bij het gestelde klachtwaardige handelen. Dat betekent dat de klacht in alle onderdelen ongegrond zal worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/23

    Gegronde klacht over optreden arbo-arts. Het college is van oordeel dat het door beklaagde verrichte onderzoek naar aanleiding van de ziekmelding van klager onzorgvuldig is geweest. Uit de summiere verslaglegging blijkt niet dat beklaagde de omstandigheden en problematiek in casu voldoende heeft uitgevraagd. Verder is naar het oordeel van het college gebleken dat beklaagde niet wist wat een second opinion inhield en hoe de procedure in gang kan worden gezet, terwijl dit wel van hem in zijn functie als arbo-arts mocht worden verwacht. Het college legt een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:289 Raad van Discipline Amsterdam 21-621/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klagers verwijten verweerder dat hij zich zonder toestemming van klagers ten overstaan van de rechter inhoudelijk heeft uitgelaten over de gevoerde schikkingsonderhandelingen. Voor de beantwoording van de vraag of verweerder ten opzichte van klagers gedragsregel 27 heeft geschonden acht de raad de volgende omstandigheden van belang. Er was sprake van een lopend onderhandelingsproces tussen partijen, waarbij de rechter betrokken was. Al eerder is deze procedure was door klager(s) informatie over schikkingsonderhandelingen in het geding gebracht en de nadere zitting was gepland om (verder) te spreken over de mogelijkheid van een minnelijke regeling tussen partijen. Vóór deze zitting heeft verweerder zijn eerste e-mail gestuurd. Klager was het met de inhoud van die e-mail niet eens en heeft verweerder verzocht om de rechtbank mede te delen dat zijn bericht misleidend was. Daarop heeft verweerder zijn tweede e-mail gestuurd. De raad is van oordeel dat de mededelingen van verweerder gelet op de aard van de procedure waarin ze zijn gedaan en het feit dat ze (deels) zijn gedaan op verzoek van klagers, niet in strijd zijn met gedragsregel 27. Dat betekent dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht ongegrond zal worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0055

    Klager klaagt over de door beklaagde opgestelde medische rapportage die volgens klager niet aan de daarvoor te stellen eisen voldoet. Het college is van oordeel dat het rapport, gegeven de ratio en reikwijdte van een medisch haalbaarheidsonderzoek, aan de toetsingscriteria voldoet . Voorts is het college van oordeel dat de gang van zaken omtrent het aanpassen van het honorarium geen tuchtrechtelijk verwijt oplevert. De klacht is ongegrond.