Zoekresultaten 11401-11410 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.284

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is in het ziekenhuis bevallen van haar zoon. Bij de bevalling is een totaalruptuur ontstaan. Verweerster heeft bij de bevalling geassisteerd. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij slechte nazorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1008

    Klacht tegen neuroloog. Klager heeft in 2017 voor het eerst de polikliniek neurologie van het ziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is bezocht met gevoels- en coördinatiestoornissen en het gevoel minder kracht te hebben. Hij is meermalen op consult geweest en door verschillende artsen/arts-assistenten gezien. De neuroloog is hoofd van de afdeling neurologie en als supervisor en regiebehandelaar bij de eerste twee consulten betrokken geweest. Uiteindelijk is in een ander ziekenhuis de diagnose CIDP, een vorm van demyeliniserende polyneuropathie, gesteld. Klager verwijt de neuroloog onder meer dat er onvoldoende lichamelijk onderzoek is gedaan, verkeerde conclusies zijn getrokken en dat er geen goede afstemming is geweest tussen een aantal afdelingen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt in beroep dat de neuroloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als supervisor tevens hoofd/regiebehandelaar bij het tweede consult van klager. De klacht wordt alsnog gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de neuroloog wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:55 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1023

    Klacht tegen neuroloog. Klager heeft in 2017 voor het eerst de polikliniek neurologie van het ziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is bezocht met gevoels- en coördinatiestoornissen en het gevoel minder kracht te hebben. Hij is meermalen op consult geweest en door verschillende artsen/arts-assistenten gezien. Uiteindelijk is in een ander ziekenhuis de diagnose CIDP, een vorm van demyeliniserende polyneuropathie, gesteld. Klager verwijt de neuroloog in de kern dat hij bij het tweede EMG-onderzoek alleen de vraag heeft beantwoord of sprake was van een axonale neuropathie of een demyeliniserende neuropathie. Hij heeft toen ten onrechte niet ook gekeken of wellicht sprake was van CIDP en hierover ten onrechte geen contact opgenomen met de behandelend artsen van de afdeling algemene neurologie, aldus klager. Het Centraal Tuchtcollege acht deze klachtonderdelen (net als het Regionaal Tuchtcollege) ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1009

    Klacht tegen neuroloog. Klager heeft in 2017 voor het eerst de polikliniek neurologie van het ziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is bezocht met gevoels- en coördinatiestoornissen en het gevoel minder kracht te hebben. Hij is meermalen op consult geweest en door verschillende artsen/arts-assistenten gezien. Uiteindelijk is in een ander ziekenhuis de diagnose CIDP, een vorm van demyeliniserende polyneuropathie, gesteld. Klager verwijt de neuroloog met klachtonderdeel 4 dat wat tijdens een consult in 2018, waarbij de neuroloog als supervisor betrokken was, is besproken niet overeenstemt met de aantekeningen daarvan in het patiëntendossier. Omdat het Centraal Tuchtcollege niet kan vaststellen wat er tijdens dat consult is gezegd, kan de klacht op dit punt niet gegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:56 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.275

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster werd in 2009 opgenomen in het ziekenhuis bij een zwangerschap van 37 weken en 4 dagen, omdat bij een echo was vastgesteld dat sprake was van een groeiachterstand van de baby en te weinig vruchtwater, waarbij mogelijk sprake was van placenta-insufficiëntie. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij nalatig en onprofessioneel heeft gehandeld en niet adequaat heeft ingegrepen tijdens de bevalling, waarbij de baby levenloos werd geboren. Daarnaast verwijt klaagster de verpleegkundige dat zij de klachten van klaagster bagatelliseert. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de verpleegkundige, maar oordeelt op grond van verzachtende omstandigheden de maatregel van waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1010

    Klacht tegen neuroloog. Klager heeft in 2017 voor het eerst de polikliniek neurologie van het ziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is bezocht met gevoels- en coördinatiestoornissen en het gevoel minder kracht te hebben. Hij is meermalen op consult geweest en door verschillende artsen/arts-assistenten gezien. Uiteindelijk is in een ander ziekenhuis de diagnose CIDP, een vorm van demyeliniserende polyneuropathie, gesteld. Klager meent dat hij te laat naar de polikliniek voor neuromusculaire aandoeningen is verwezen en verwijt de neuroloog dat zij als hoofd van dat specialisme geen zorg heeft gedragen voor protocollen waarin een moment van overdracht van patiënten naar haar specialisme is opgenomen. Verder verwijt klager de neuroloog dat er geen goede afstemming is tussen de afdelingen algemene neurologie, klinische neurofysiologie en NMA en dat de organisatie van deze laatste onderafdeling niet op orde was. Tweede tuchtnorm. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:57 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.279

    Klacht tegen plastisch chirurg, werkzaam in een particuliere kliniek. De plastisch chirurg heeft medio 2018 bij klaagster een borstlift en -vergroting met prothesen uitgevoerd. Na de operatie kreeg klaagster veel klachten en was onder meer sprake van tepelnecrose. Klaagster is toen door de huisarts voor behandeling verwezen naar een ziekenhuis. Klaagster verwijt de plastisch chirurg onder meer dat zij vooraf niet is geïnformeerd over mogelijke complicaties waaronder tepelnecrose, dat hij de tepelnecrose niet heeft onderkend, dat hij haar noodzakelijke medische zorg heeft onthouden, onzorgvuldig/onhygiënisch heeft gehandeld, tekort is geschoten in communicatie en bejegening en een onvolledige en onjuiste verslaglegging in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond en deels ongegrond, schorst de bevoegdheid van de plastisch chirurg voor de duur van drie maanden, veroordeelt hem in de vastgestelde proceskosten en bepaalt dat deze beslissing in geanonimiseerde vorm zal worden gepubliceerd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart zowel het principaal en incidentele beroep ongegrond, schorst de plastisch chirurg voor drie maanden, veroordeelt hem tot betaling aan klaagster in de vastgestelde reis en proceskosten en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2045-2021-042

    Gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager verwijt beklaagde dat hij onzorgvuldig te werk is gegaan en een verkeerde beslissing heeft genomen door klager 100% beter te verklaren. Het college is van oordeel dat beklaagde gezien de omstandigheden in redelijkheid niet tot de keuze van een 100% betermelding heeft kunnen komen. Zowel in financiële zin als voor wat betreft mogelijkheden voor het vinden van werk werd klager hierdoor benadeeld. Voor deze keuze van beklaagde bestonden onvoldoende medische argumenten, naar het oordeel van het college. Beklaagde had ervaring in deze rol als bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding in eigen-risico situaties en was op de hoogte van de moeizame relatie tussen klager en ex-werkgever. Van een ervaren bedrijfsarts op dat gebied mag worden verwacht dat hij weet welke vergaande consequenties een uitspraak ‘volledig arbeidsgeschikt’ heeft ter vermindering van de schadelast van de ex-werkgever en ten nadele van de ziektewetrechten van de ex-werknemer. Ook in de bedrijfsgeneeskundige nazorg is beklaagde tekortgeschoten. Gelet op de ingrijpende gevolgen van een 100% hersteldverklaring moeten verder hoge eisen worden gesteld aan de instemming van de werknemer met een dergelijk beleid. Klacht gegrond verklaard, schorsing voor de duur van drie maanden en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.282

    Klacht tegen arts. Klaagster is in het ziekenhuis bevallen van haar zoon en werd daarbij begeleid door verweerster, destijds werkzaam als anios gynaecologie. Bij de bevalling is een totaalruptuur ontstaan. De supervisor van verweerster heeft de ruptuur op de verloskamer gehecht. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – onvoldoende zorg bij de bevalling en bij de controle daarna. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg, verklaart de klacht gegrond op het punt van de nazorg, legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.283

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is in het ziekenhuis bevallen van haar zoon en werd daarbij begeleid door een anios gynaecologie. Bij de bevalling is een totaalruptuur ontstaan. Verweerster heeft, als supervisor van de anios, de ruptuur op de verloskamer gehecht. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij hierbij niet goed heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.