Zoekresultaten 1-10 van de 15389 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102
- Datum publicatie: 24-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:183
Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9591
- Datum publicatie: 23-09-2026
- Datum uitspraak: 23-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164
Klacht tegen een dermatoloog. Klager maakt de dermatoloog een groot aantal verwijten, waaronder dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over een proctoscopie, het onderzoek zonder verdoving heeft uitgevoerd, onvoldoende verslag heeft gedaan, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van zijn klachten en schade heeft veroorzaakt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de dermatoloog op basis van de destijds beschikbare informatie mocht uitgaan van perianaal eczeem, de proctoscopie een passende onderzoeksmethode was en de later vastgestelde zeldzame auto-immuunziekte ten tijde van de behandeling niet hoefde te worden vermoed. Ook kan de dermatoloog geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van de gestelde vertraging bij de afgifte van het medisch dossier.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9969
- Datum publicatie: 21-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:220
Voorzittersbeslissing. De klacht is onvoldoende duidelijk om in behandeling te kunnen nemen, zo is onder andere onbekend tegen wie de klacht zich richt. In de (gevraagde) aanvulling van de klacht noemt klager een andere zorgverlener en een andere behandeling dan in zijn initiële klaagschrift.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8895
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:148
Klacht tegen psychotherapeut. De ex-partner van klaagster (hierna: patiënt) is bij de psychotherapeut onder behandeling geweest. Van deze behandeling heeft de psychotherapeut op 6 februari 2025 een ontslagbrief opgesteld en aan de huisarts gezonden. In deze brief worden onder meer uitlatingen gedaan over klaagster. Klaagster maakt de psychotherapeut hierover verschillende verwijten. Naar het oordeel van het college betreft het hier enkel de weergave van het subjectieve verhaal van patiënt en blijkt uit de brief niet van enig eigen oordeel van de psychotherapeut. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:299 Hof van Discipline 's Gravenhage 260150
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:299
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waar de deken om heeft verzocht, in te dienen. Dat heeft klager, ondanks dat de deken hem daartoe meerdere malen de gelegenheid heeft gegeven, onvoldoende met feitelijke gegevens concreet gemaakt. Hierdoor heeft de deken niet kunnen beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet is voldaan, zodat de deken gegronde redenen had om het verzoek af te wijzen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:295 Hof van Discipline 's Gravenhage 260242
- Datum publicatie: 18-09-2026
- Datum uitspraak: 18-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:295
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De medisch tuchtrechtelijke procedure waarvoor klager bijstand van een advocaat wenst, is een procedure waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat verplicht is gesteld. Die situatie doet zich hier niet voor. De wenselijkheid om over een advocaat te beschikken, is niet het wettelijke criterium om voor toewijzing van een advocaat in aanmerking te komen. De deken hoefde in de afwijzingsbeslissing dan ook niet nader op de persoonlijke omstandigheden van klager in te gaan.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9731, 9732, 10106, 10107, 10108 Wraking
- Datum publicatie: 16-09-2026
- Datum uitspraak: 16-09-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:163
Wrakingsverzoek. Volgens verzoekster is de onpartijdigheid van het college ernstig in het geding, blijkend uit objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid en actieve procedurele bewijsverijdeling. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9130
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:219
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en met de instelling heeft besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9128
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:217
Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht. Het college overweegt dat verweerster, hoewel slechts eenmalig betrokken bij de zorg voor klaagster en niet aanwezig bij het lichamelijk onderzoek, zij wel als beleid voor de nacht de optie van inwendig onderzoek heeft overwogen en dit ook met de instelling is besproken. De behandelaren van klaagster hebben de dag erna kennisgenomen van deze optie en besloten tot het verrichten van het lichamelijk onderzoek. Dat verweerster deze optie heeft onderzocht en besproken is echter gelet op de omstandigheden navolgbaar en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9129
- Datum publicatie: 15-09-2026
- Datum uitspraak: 15-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:218
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster was opgenomen in een GGZ-instelling vanwege onder meer suïcidaliteit en zelfbeschadigend gedrag. Klaagster verwijt verweerster dat bij haar – zonder wettelijke grondslag – onder dwang inwendig lichamelijk onderzoek is verricht en de arts medeverantwoordelijk was voor dit beleid. Het college stelt vast dat de lezingen van partijen over de uitvoering van het lichamelijk onderzoek uiteenlopen. De vraag die vervolgens voorligt is of het schouwen van de holtes dient te worden gezien als inwendig onderzoek. Het college oordeelt van niet. Verder is het gelet op de omstandigheden navolgbaar dat is overgegaan tot het schouwen van het lichaam. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
- Pagina: 1
- Pagina: 2
- ...
- Pagina: 1539
- Volgende pagina zoekresultaten