Zoekresultaten 61-70 van de 14310 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7705

    Klacht tegen een huisarts ongegrond. Verweerder is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij de organisatie. Verweerder heeft de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over de (opvolging van) zorg na het beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7743

    Klacht tegen orthopedagoog-generalist deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. De klacht heeft betrekking op de zoon van klagers, die beschermd woont bij een zorginstelling. Verweerster is bij de zorginstelling werkzaam als gedragswetenschapper en stuurt op de woonlocatie van de zoon van klagers het team aan. Daarnaast is zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van behandeling en diagnostiek en medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de integrale zorg. Klagers klagen, mede namens hun zoon, onder meer over de behandeling van hun zoon en houden verweerster verantwoordelijk voor het weinige contact met hun zoon. Ook verwijten zij haar dat zij slecht bereikbaar is voor hen. Ten aanzien van de klachtonderdelen die betrekking hebben op de zoon oordeelt het college dat klagers niet-ontvankelijk zijn. Dit heeft te maken met de curatele van de zoon. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7973

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was gedurende een periode van acht jaar in behandeling bij de psychotherapeut. In juni 2021 liep de behandeling vast en nam de psychotherapeut contact op met de huisarts van klaagster om hierover te overleggen. Klaagster wilde vervolgens een brief waarin stond dat zij de behandeling wilde beëindigen persoonlijk overhandigen bij de praktijk (aan huis) van de psychotherapeut, waarop hij de politie belde. Nadien hadden klaagster en de psychotherapeut nog meerdere keren contact. Klaagster verwijt de psychotherapeut, samengevat, het schenden van zijn beroepsgeheim en onheuse bejegening. Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:304 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8619

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts, in opleiding tot bedrijfsarts. Klaagster verwijt de arts onprofessioneel en nalatig handelen. Het college is van oordeel dat uit de verslagen blijkt dat de arts wist wat er speelde op het werk van klaagster en dat er gesprekken en mediation hadden plaatsgevonden. De mate van hulp en bevestiging die klaagster van de arts verwachtte, behoort niet tot zijn taken. De arts heeft opvolging gegeven aan de verzoeken van klaagster voor zover dit passend was binnen zijn bevoegdheden. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8690

    Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager stond ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van verweerder. Klager bezocht meerdere keren het spreekuur van verweerder. Klager verwijt de huisarts, onder meer, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het voorschrijven van medicatie. Ook zou verweerder volgens klager ongepast op hem hebben gereageerd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:305 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7962

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster heeft een consult gehad bij de arts vanwege een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij in strijd met de waarheid heeft gerapporteerd en verzuimd heeft om klaagster te informeren dat zij zich ook kon wenden tot haar supervisor. Het college overweegt dat van een (opzettelijk) onjuiste rapportage niet is gebleken. Verder bestaat er geen verplichting om cliënten actief te wijzen op de mogelijkheid om zich te wenden tot de eindverantwoordelijke bedrijfsarts als daar geen concrete aanleiding voor is. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8407

    Klaagster verwijt de tandarts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verwijderen van een tand. Volgens klaagster heeft de tandarts ten onrechte geen röntgenfoto gemaakt, geen uitleg gegeven en geen rekening gehouden met haar spierziekte. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:303 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8723

    Deels gegronde klacht tegen een chirurg. Voor wat betreft de aanvullende klacht betreffende het verstrekken van informatie over de seksuele geaardheid van klaagster, geldt dat deze meer dan tien jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden. Klaagster is in dit onderdeel van de klacht (c) niet-ontvankelijk. Klachtonderdeel b over de schending van het medisch beroepsgeheim is ongegrond. Klachtonderdeel a ziet op onzorgvuldig/onjuist handelen van verweerder, omdat hij misbruik heeft gemaakt van de afhankelijkheid van klaagster en haar seksueel heeft misbruikt in haar woning en in de praktijk van de fysiotherapeut. Dit klachtonderdeel is gegrond. Hoewel de verklaringen van klaagster over de seksuele handelingen het college niet onaannemelijk voorkomen, kan het college niet onomstotelijk vast stellen dat deze (alle) hebben plaatsgevonden. De rechtbank heeft in de strafzaak de fysieke seksuele handelingen bewezenverklaard, tegen dit vonnis loopt thans hoger beroep. Noch daargelaten de uitkomst van het hoger beroep, is het college van oordeel dat ook zonder dat onherroepelijk komt vast te staan dat de betreffende fysieke seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, verweerder de grenzen van een professionele beroepsuitoefening ernstig heeft overschreden. Door klaagster het nummer van zijn privé-telefoon te geven, toe te laten dat het appverkeer een privékarakter met ook seksueel getinte apps kreeg en daarin ook een actieve rol te spelen, heeft verweerder volstrekt miskend dat er in de relatie tussen arts en zijn patiënt geen ruimte is om een dergelijke (intieme) relatie aan te gaan. Volgt een deels voorwaardelijke schorsing van negen maanden met oplegging van bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8152

    Klacht tegen arts van het consultatiebureau. Klagers stellen dat de arts niet zorgvuldig heeft gehandeld door de JGZ richtlijn hartafwijkingen niet te volgen. Zij heeft het zoontje van klagers te laat doorverwezen waardoor hem de kans op een betere afloop is ontnomen. Het college neemt bij de beoordeling van de klacht het medisch dossier tot uitgangspunt. Verder wijst het college erop dat de toetsing van het handelen/nalaten van verweerster moet plaatsvinden in het licht van wat haar op dat moment bekend was en bekend kon zijn. Het gaat bij de beoordeling dus om de kennis van dat moment en niet om de kennis achteraf.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8659

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg kennelijk ongegrond. Klaagster werd vanwege een cyste in haar knieholte doorverwezen naar verweerder. Zij verwijt verweerder, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en haar ten onrechte niet heeft doorverwezen naar een MRI-centrum. Het college komt tot het oordeel dat verweerder ten aanzien van beide klachtonderdelen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.