Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-9 van de 9 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1101

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is eind 2019 een aantal keren bij de huisarts geweest met klachten van duizeligheid en nekklachten. Bij het laatste consult heeft de huisarts klaagster verwezen naar de neuroloog voor een beoordeling zonder delay. De neuroloog stelde een HNP C3-C4 met wortelcompressie links, C4-05 wortelcompressie beiderzijds en myelopathie rondom niveau C3-C4. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en dat hij niet adequaat heeft gehandeld. Volgens klaagster heeft de huisarts haar te laat doorverwezen naar een neuroloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1189

    Klacht tegen huisarts. Klager melde zich op de HAP omdat er iets in zijn rechteroog terecht was gekomen. De behandeling van de AIOS heeft niet tot een succesvolle verwijdering van het corpus alienum geleid. Vervolgens heeft de huisarts zelf pogingen ondernomen. Toen er ineens helder vocht vrijkwam en klager aangaf veel minder te zien, heeft de huisarts de behandeling gestaakt. Klager is diezelfde avond door een oogarts gezien en is nadien meerdere keren geopereerd. Dit heeft niet tot volledig herstel van het zicht van klagers oog geleid. De klacht houdt in dat de huisarts I) een onervaren AIOS zonder goede supervisie klagers oog niet volgens de NHG-standaard heeft laten behandelen, II) klager vervolgens zelf verwijtbaar, verkeerd en onzorgvuldig, niet volgens de NHG-standaard heeft behandeld, III) klager niet volgens de NHG-standaard direct, op zijn verzoek naar een oogarts heeft doorverwezen, IV) niet adequaat heeft gehandeld door af te gaan op het (onjuiste) advies van de telefonisch geraadpleegde oogarts, en V) klager aan zijn lot heeft overgelaten door hem zonder doorverwijzing naar huis te willen sturen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen I, II, III en V ongegrond verklaard, klachtonderdeel IV gegrond verklaard en aan de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep, hetgeen meebrengt dat de dat de maatregel van waarschuwing in stand blijft.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022.1239 + 1240

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Klaagster is gedurende een week voor een klinische behandeling in een traumacentrum opgenomen geweest. Verweerder heeft het opnamegesprek met haar gevoerd en dezelfde dag in de middag op haar eerste traumabeeld een exposure-behandeling toegepast. Bij de rest van de klinische behandeling is verweerder niet meer betrokken geweest. Nadat zij uit het traumacentrum was ontslagen heeft klaagster een LinkedIn-connectie verzoek gestuurd aan onder anderen verweerder. Verweerder heeft dit verzoek geaccepteerd en via deze weg hebben klaagster en verweerder veelvuldig persoonlijke berichten met elkaar gedeeld. Na vier dagen is het contact op initiatief van klaagster verbroken. Klaagster heeft zes klachtonderdelen geformuleerd waarmee zij verweerder grensoverschrijdend gedrag verwijt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard, aan de gz-psycholoog een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 12 maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, verklaart het klachtonderdeel waarmee verweerder seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt verweten ongegrond en bevestigt de gegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de maatregel van schorsing voor de duur van 12 maanden, maar bepaalt dat deze schorsing voor de duur van 8 maanden in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd, met een proeftijd van twee jaar. Het Centraal Tuchtcollege gelast, evenals het Regionaal Tuchtcollege publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1150

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een dochter uit een inmiddels verbroken relatie. Op basis van een advies van de Raad voor de Kinderbescherming heeft de rechtbank besloten tot eenmaal in de veertien dagen begeleide omgang tussen klager en zijn dochter. Vanaf die datum zijn er tussen klager en de moeder onder begeleiding meerdere gesprekken geweest en hebben er meerdere begeleide bezoeken plaatsgevonden.Klager verwijt verweerster dat zij de beroepscode voor psychologen op 30 punten heeft geschonden met als gevolg dat er geen goede omgang tussen klager en zijn dochter tot stand is gekomen. Klager stelt dat hij en zijn dochter hierdoor ernstige psychische schade hebben opgelopen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de verweerster niet bij de gesprekken betrokken is geweest en heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wat betreft de niet-ontvankelijkverklaring, verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1179

    Klacht tegen tandarts. Klaagster had een partiële prothese in de boven- en onderkaak en wilde naar een vaste constructie. Klaagster heeft met de tandarts afgesproken dat de tandarts twee implantaten in de onderkaak zou plaatsen zodat daar een nieuwe prothese (klikgebit) zou kunnen worden geplaatst. Tijdens de ingreep is vanwege de complexiteit de behandeling gestaakt. Klaagster is daarna doorverwezen naar de kaakchirurg. Klaagster klaagt over de prothesen die de tandarts heeft laten maken en die niet goed pasten, over het voorafgaande informed consent, over onvoldoende vooronderzoek en het niet maken van foto’s om de dikte van het kaakbot te bepalen, over het binnen te korte tijd na elkaar maken van kaakoverzichtsfoto’s, over de onzorgvuldig uitgevoerde behandeling en plaatsing van de implantaten, over haar geleden (immateriële) schade, over het onzorgvuldig informeren van klaagster over de aanleiding voor het staken van de ingreep, over onzorgvuldige dossiervoering en over het niet verstrekken van het patiëntendossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (gedeeltelijk) gegrond verklaard, de klacht voor het overige ongegrond verklaard en de tandarts voor het gegrond verklaarde deel van de klacht de maatregel van berisping opgelegd. De tandarts is tijdig van die beslissing in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3475

    Klacht tegen klinisch psycholoog. Beklaagde zou onvoldoende adequaat hebben gehandeld ten aanzien van het verlengen van het verblijf van klager in gemeentelijke crisisopvang. Tevens zou hij niet adequaat hebben gereageerd op e-mail waarin klager meldde dat hij duizenden euro’s had vergokt. Hierdoor is geen passende oplossing geboden voor het acute gokprobleem en heeft klager veel geld verloren. Het college oordeelt dat beklaagde niet verantwoordelijk was voor het regelen en eventueel verlengen van de tijdelijke crisisopvang. Wat betreft het ontstane  gokgedrag van klager oordeelt het college dat beklaagde adequaat heeft gehandeld door de woonbegeleiding weer op orde te krijgen. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022-4066

    Klacht tegen dermatoloog kennelijk ongegrond. Beklaagde heeft een juiste behandeling ingezet en de controleafspraken gemaakt zoals in de geldende richtlijn stond. Er was geen reden om klager eerder te verwijzen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4067

    Klacht tegen dermatoloog kennelijk ongegrond. Beklaagde is niet direct betrokken geweest bij de zorg aan klager. De verantwoordelijkheid als voorzitter van een vakgroep gaat niet zo ver dat een beslissing van een arts om iemand niet te verwijzen door beklaagde op eigen initiatief nog een keer had moeten worden beoordeeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2021/3627

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat deze zich heeft laten chanteren en misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van klaagster. Ook zou de huisarts aangifte hebben gedaan bij de politie en geknoeid hebben met de medicatie van klaagster. Ten aanzien van de vier klachtonderdelen oordeelt het college dat de verwijten niet door klaagster worden onderbouwd en dat de juistheid daarvan evenmin uit het medisch dossier volgt. De klacht is in zijn geheel kennelijk ongegrond.