Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 21-30 van de 44 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2021/19

    Klacht tegen chirurg. Klaagster is met een gebroken ruggenwervel opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde werkt. Na een paar dagen opname en conservatief beleid bleek dat er toch een operatie nodig was vanwege een complicatie. Klaagster verwijt (onder anderen) beklaagde dat hij in diverse opzichten tekortgeschoten is jegens klaagster tijdens de opname waardoor het onnodig lang heeft geduurd voordat de complicatie werd ontdekt met alle gevolgen van dien. Het college deelt de verwijten niet en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle G2021/18

    Klacht tegen chirurg. Klaagster is met een gebroken ruggenwervel opgenomen geweest in het ziekenhuis waar beklaagde werkt. Na een paar dagen opname en conservatief beleid bleek dat er toch een operatie nodig was vanwege een complicatie. Beklaagde was tot aan de operatie de hoofdbehandelaar van klaagster. Klaagster verwijt (onder anderen) beklaagde dat hij in diverse opzichten tekortgeschoten is jegens klaagster tijdens de opname, waardoor het onnodig lang heeft geduurd voordat de complicatie werd ontdekt met alle gevolgen van dien. Zo was er volgens klaagster geen sprake van ‘informed consent’ ten aanzien van het conservatieve beleid en was de verslaglegging hier en daar gebrekkig. Deze twee verwijten deelt het college en worden beklaagde als hoofdbehandelaar aangerekend. De overige verwijten deelt het college niet. De klacht is dus gedeeltelijk gegrond. Beklaagde krijgt hiervoor een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1168

    Klacht tegen een psychiater. Klager was werkzaam als politieagent. In een brief van het Korps landelijke politiediensten van 2008 is vermeld dat hij in diensttijd PTSS heeft opgelopen. In het kader van een procedure om te bekijken of klager voor een IVA-uitkering in aanmerking komt heeft de verzekeringsarts van het UWV de psychiater gevraagd een rapport over klager uit te brengen. Klager is het niet eens met hoe het onderzoek is verlopen en met de in het rapport getrokken conclusies. Klager verwijt de psychiater dat hij in zijn rapport tot de conclusie is gekomen dat sprake zou zijn van overdrijving van de klachten en dat de eerder gestelde diagnoses ADD en PTSS niet bevestigd kunnen worden, dat het rapport slordig is opgesteld en dat de psychiater in het rapport gebruik heeft gemaakt van knip- en plakwerk. Het Regionaal Tuchtcollege acht de eerste twee klachtonderdelen gegrond, het derde klachtonderdeel ongegrond, legt aan de psychiater een berisping op en bepaalt dat de beslissing zal worden gepubliceerd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de psychiater tegen deze beslissing en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1167

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is behandeld door een behandelteam, waarbij de gz‑psycholoog als regiebehandelaar betrokken was. Op enig moment is aan klaagster meegedeeld dat de behandelingsovereenkomst met haar werd beëindigd. Klaagster verwijt de gz-psycholoog onder meer dat hij, nadat was besloten tot deze beëindiging, geen zorg heeft gedragen voor continuering van de noodzakelijke psychologische zorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster over genoemd klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:149 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1042

    Klacht van tandarts tegen collega-tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij:1. een patiënt opzettelijk in de waan heeft gebracht of gelaten dat de mondhygiënist van klager een verkeerde diagnose had gesteld en verzuimd heeft een status te maken;2. daarmee bedrog heeft gepleegd door deze patiënt een valse verklaring te laten opstellen;3. deze verklaring in tuchtrechtelijke procedures tegen klager heeft ingebracht en daarmee voordeel geniet uit oneerlijke mededingen;4. geen berouw of zelfinzicht heeft getoond;5. een gewoonte maakt van het mislieden van patiënten voor parodontologie.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1, 4 en 5 en verklaart klachtonderdelen 2 en 3 kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep. 

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3736

    Klacht tegen een internist-intensivist. Klager is de partner van een overleden patiënte. Klager verwijt verweerster dat zij nalatig is geweest in het onderzoek en in de behandeling van de patiënte. Verweerster heeft volgens klager het ziektebeeld niet serieus onderzocht, heeft de patiënte met medicatie in slaap gebracht en heeft verder geen actie ondernomen. Het college overweegt dat het behandelbeleid van verweerster adequaat was. Dat verweerster bij de behandeling van de patiënte nalatig of te afwachtend zou zijn geweest, is het college niet gebleken. Het is juist dat verweerster de patiënte met medicatie in slaap heeft gebracht. Het college begrijpt dat dit erg aangrijpend is geweest voor klager. Dit is echter gebruikelijk bij een intubatie en dit kan verweerster dan ook niet worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.068

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klaagster is door haar huisarts naar verweerster doorverwezen voor behandeling in verband met angst- en dwangklachten. Bij deze behandeling was een psychiater als regiebehandelaar betrokken. De klacht heeft betrekking op de behandeling, doorverwijzing en dossiervoering door verweerster. Klaagster verwijt verweerster verder dat zij klaagsters privacy heeft geschonden en invloed heeft uitgeoefend op andere hulpverleners. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2021/3572

    Longarts. Kleincellige longkanker. Klacht: Tijdens telefonisch consult verzoek om second opinion afgewezen. Als toch second opinion, zou arts behandeling staken en zouden de gevolgen voor patiënt zijn. Andere klachtonderdelen ingetrokken.College: geen weigering mee te werken aan second opinion. Longarts mocht second opinion afraden (geen andere behandeling in Nederland, noodzaak snel starten behandeling en fysieke toestand). Gedurende second opinion niet starten chemotherapie niet verwijtbaar. Arts heeft ter zitting goede uitleg gegeven. Dit had toen beter gekund, maar dat is niet het tuchtrechtelijk toetsingskader. Ongegrond. Geen voortzetting in algemeen belang andere klachtonderdelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:144 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.278

    Klacht tegen een revalidatiearts. Klager lijdt aan scoliose. In 2014 is klager verwezen naar een revalidatiecentrum. De revalidatiearts was betrokken bij de multidisciplinaire behandeling van klager, naast andere specialismen. Klager de beklaagde revalidatiearts dat hij had moeten zien dat de Cobbse hoeken bij zijn scoliose groter waren dat in het dossier vermeld was, dat hij verkeerde informatie over klagers scoliose heeft geleverd aan het UWV, dat hij op basis van de informatie van de podoloog had moeten weten dat klagers stand verslechterd was, en dat hij de mogelijkheid om geopereerd te worden niet heeft benoemd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de informatieverstrekking aan het UWV gegrond en legt daarvoor een waarschuwing op, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. De revalidatiearts is in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog in het geheel ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1166

    Klacht tegen psychiater. Klager is ambtenaar en heeft bezwaar gemaakt tegen zijn ontslag. De bezwaarcommissie heeft klager in het gelijk gesteld en, omdat klager op grond van het toen geldende ambtenarenrecht niet ontslagen had mogen worden zonder onderzoek te verrichten naar de vraag of de ongeschiktheid een medische oorzaak had. De aangeklaagde psychiater heeft in opdracht van de werkgever een psychiatrische expertiserapportage opgesteld. Klager verwijt de psychiater in dat verband onder meer dat de rapportage op onvolledige en op onjuiste informatie is gebaseerd (klachtonderdeel 3), dat de psychiater heeft nagelaten klager te wijzen op het blokkeringsrecht (klachtonderdeel 4) en dat de psychiater de opmerkingen van klager op de conceptrapportage niet heeft verwerkt in/als bijlage heeft gehecht aan de definitieve rapportage (klachtonderdeel 5). Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 3 gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de psychiater de maatregel van berisping opgelegd. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. De psychiater heeft beroep ingesteld tegen de gegrondverklaring van klachtonderdeel 3 en de opgelegde maatregel. Klager heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 4 en 5. Het Centraal Tuchtcollege komt net als het Regionaal Tuchtcollege tot gegrondverklaring van klachtonderdeel 3 en ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 4 en 5. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg voor zover daarin de maatregel van berisping is opgelegd, en legt aan de psychiater de maatregel van waarschuwing op.