Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 31-40 van de 40 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2282-2020-112a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft gesteld dat het niet aan hem was om medicatie voor te schrijven, maar aan de beklaagde psychiater in de zaak 2020-112c. Wel heeft de verpleegkundige getracht met klager tot overeenstemming te komen over de medicatie-inname van klager, maar dit is niet gelukt. De medicatietoediening zonder toestemming van klager was toegestaan op grond van de zorgmachtiging. Van poging tot doodslag is voorts op generlei wijze gebleken. Geen sprake van frauduleuze rapportage. De plaatsing van klager in een behandelkliniek was voorzien in de zorgmachtiging. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2568-2020-141

    Klaagster kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht tegen verpleegkundige die palliatieve zorg aan moeder van klaagster heeft verleend, omdat zij niet de veronderstelde wil van haar moeder vertegenwoordigt. Klacht niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:92 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2023-2020-150a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Niet is gebleken dat de arts klaagster geestelijk heeft mishandeld. Ook geen blijk van smaad en laster. De arts heeft voldoende aangetoond dat zij zicht en controle had op het medicijngebruik van klaagster. De behandelovereenkomst is voorts zorgvuldig beëindigd. Klacht is in het geheel onvoldoende onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2287-2020-112c

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft gesteld dat zij medicatie heeft voorgeschreven en toegediend aan klager ter bestrijding van zijn psychotische klachten. Hiertoe is pas overgegaan na diverse gesprekken met klager. Deze gesprekken leidden niet tot overeenstemming inzake de medicatie-inname. De medicatietoediening zonder toestemming van klager was toegestaan op grond van de zorgmachtiging. De voorgeschreven medicatie was in overeenstemming met de vigerende richtlijnen. Geen aanleiding om aan te nemen dat de medicatietoediening kan worden gelijkgesteld met een poging tot doodslag. Geen sprake van frauduleuze rapportage. De plaatsing van klager in een behandelkliniek was voorzien in de zorgmachtiging. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2512

     

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 209/2020

    Klacht van nabestaande tegen verpleegkundige over (onder meer) bejegening en discussie boven het bed van patiënt, die palliatief met morfine werd behandeld, waarbij beklaagde antwoord gaf op een vraag van de familie over de dosering van de morfine, waarbij het woord euthanasie viel. Tevens klacht dat de medicatie niet goed was ingezet en over gebrek aan communicatie met klaagster na het overlijden van patiënt.  Het college oordeelt dat niet objectief kan worden vastgesteld dat de communicatie in het bijzijn van patiënt onzorgvuldig of niet respectvol was, hoewel het wellicht verstandiger was geweest de vraag buiten het bijzijn van de patiënt te beantwoorden. Het medicatiebeleid was door de huisarts ingezet en behoorde niet tot de verantwoordelijkheid van beklaagde. Niet kan worden vastgesteld dat beklaagde eerder op de hoogte was van onvrede klaagster dan na kennisneming van de tuchtklacht. Klachten ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.068

        Klacht tegen neuroloog. De neuroloog heeft in 2016 heeft bij klaagster de diagnose MS gesteld. Klaagster verwijt de neuroloog in de kern onder meer dat hij niet al in 2010, maar pas in 2016 de diagnose MS heeft gesteld en dat hij ten onrechte de behandelrelatie heeft beëindigd, onder de onjuiste overweging dat klaagster niet behandelbaar was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel betreffende het beëindigen van de behandelrelatie gegrond en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de neuroloog ook op het punt van de monitoring van klaagster vanaf 2010 in de zorg voor klaagster is tekortgeschoten en acht het beroep van klaagster in zoverre gegrond. Dit college ziet hierin echter geen aanleiding om aan de neuroloog een zwaardere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 232/2020

    Klaagster was bij beklaagde voor (een intake voor) een EMDR-traject. Na de intake is door beklaagde meegedeeld dat een EMDR-traject op dat moment niet kon worden gestart. Het college berispt beklaagde. Het had op de weg van beklaagde gelegen eerst stil te staan bij de huidige klachten, leefsituatie en gemoedstoestand van klaagster, voordat zij startte met de proefinterventie. Zij had klaagster ook beter moeten voorbereiden op de proefinterventie en deze niet moeten starten terwijl eigen (differentiaal) diagnostische overwegingen en een voorlopige beschrijvende diagnose ontbraken. Het door beklaagde bijgehouden dossier voldoet niet aan de norm zoals verwoord in artikel 7:454 lid 1 BW. In het dossier van beklaagde mist informatie die voor een goede hulpverlening noodzakelijk is. De onderbouwing door beklaagde van haar besluitvorming en advies in het dossier is onvoldoende. Voorts is het dossier gesloten en gedeclareerd met een DBC vallend onder de productgroep “langdurende of intensieve behandeling” in plaats van met een DBS uit de productgroep diagnostiek. Volgt berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:75 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2127-2020/247

    Klager heeft een uitgebreide klacht ingediend tegen de bedrijfsarts (20 klachtonderdelen). Klager verwijt de bedrijfsarts onder meer dat 1) hij een second opinion heeft geweigerd, 2) hij niet professioneel heeft gehandeld in zijn communicatie, 3) hij niet de behandelend artsen van klager heeft geraadpleegd, 4) de inhoud van de schriftelijke stukken niet overeenkomt met de gesprekken, 5) hij het verzoek om acute hulp heeft geweigerd en 6) hij klager niet heeft gewezen op de klachtenprocedure. Verweerder heeft gemotiveerd verweerd gevoerd en verzocht de klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen. Deels Gegrond, geen maatregel

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/2486

    Internist wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de richtlijn Palliatieve sedatie van de KNMG. Er is niet aan de eisen van informed consent voldaan. Ook wordt de internist verweten dat hij geen/onvoldoende rekening heeft gehouden met de zeggenschap van klaagster als eerste contactpersoon en (geregistreerd) partner van de (overleden) patiënt. Internist heeft gehandeld in overeenstemming met richtlijn. Palliatieve sedatie was geïndiceerd. Wel sprake van informed consent, gehandeld conform wens van de op dat moment wilsbekwame patiënt. Ongegrond.