Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 40 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2021/1022

    Klacht van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een fysiotherapeut. IGJ verwijt de fysiotherapeut onder meer dat hij tijdens de behandelrelatie niet de professionele distantie heeft gehouden tot patiënte en ernstig seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond, legt op de maatregel van doorhaling en schorst bij wijze van voorlopige voorziening met onmiddellijke ingang de bevoegdheid van de fysiotherapeut om de aan zijn inschrijving in het BIG-register verbonden bevoegdheden uit te oefenen. De fysiotherapeut komt hiertegen in beroep. In deze tussenbeslissing geeft het Centraal Tuchtcollege alleen een oordeel over de uitgesproken voorlopige voorziening. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de schorsing. De fysiotherapeut mag in afwachting van de eindbeslissing zijn beroep niet uitoefenen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.254

     

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 20140

      Huisarts, die zich heeft bekwaamd in manuele therapie, wordt verweten dat hij klager niet goed en ondeskundig behandeld heeft. Relatie tussen de door verweerder gegeven behandeling en de gestelde toename van de klachten kan niet worden vastgesteld. Ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2640-2020-180a

    Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft erkend dat hij klager een verkeerd medicijn – antidepressivum in plaats van oestrogeen – heeft voorgeschreven. Hij heeft nagelaten een extra controle uit te oefenen. Uit het gesprek met klager is niet gebleken dat de uroloog communicatief of anderszins tekort geschoten is. Dat de uroloog geen herhaalrecept meer heeft uitgeschreven nadat de zorg aan een ander ziekenhuis is overgedragen en na intern overleg binnen het MDO, met de raad van bestuur en de klachtenfunctionaris, is juist zorgvuldig. Klacht deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2641-2020-180b

    Hoe de communicatie tijdens het consult is verlopen kan het College niet vaststellen. Het is begrijpelijk dat de ingangsvraag van klager niet volledig duidelijk was en tijd heeft gekost voor beklaagde om dit te verduidelijken. De door beklaagde gestelde vragen acht het College passend. Niet vast komen te staan dat beklaagde zou hebben gelogen over de plaats van het semenonderzoek. Het is niet verwijtbaar dat beklaagde is vergeten lichamelijk onderzoek te doen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/2325-2020-165

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Alles overziend getuigen de keuzes rond de medicatie niet van tekortschietende of onzorgvuldige zorg van beklaagde. Het College acht goed mogelijk dat de afname van urineproductie samenhing met het ernstige infectiebeeld. Plasmedicatie was wegens het sepsisbeeld met een lage bloeddruk juist gecontra-indiceerd. Dat beklaagde toen een klinische verslechtering optrad niet is overgegaan op het toedienen van zuurstof of andere ingrijpende behandelingen vindt het College in het licht van het met de familie

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2570-2020-121b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Het was juist in het belang van patiënte om samen met de behandelend oncoloog het beleid af te stemmen. De lage dosering Enalapril is niet onzorgvuldig, omdat het een nieuw middel was voor patiënte waarvan de reactie niet direct duidelijk was. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2325-2020-121a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Hoewel doxorubicine hartfalen kan veroorzaken, is het voorschrijven van dit middel onder de gegeven omstandigheden niet onzorgvuldig geweest. Ook nadat geconstateerd werd dat sprake was van hartfalen, heeft de internist zorgvuldig gehandeld. Er was ook geen noodzaak om een longarts te consulteren. Daarnaast kan op medische gronden worden besloten tot een behandelbeperking als er geen hoop meer is op genezing van de onderliggende aandoening. Een niet-reanimeren beleid op deze grond is een beslissing van de behandelend arts(en) die uiteraard wordt besproken met de patiënte, maar die niet afhankelijk is van instemming van de patiënt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.230

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster heeft op verzoek van de verzuimcoach van haar werkgeefster contact met de bedrijfsarts. Er was op dat moment geen sprake van een ziekmelding. De reden voor het contact was dat klaagster zich al jarenlang 7 tot 10 keer per jaar ziekmeldt. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onprofessionele en onheuse bejegening, dat zij zich heeft opgesteld als belangenbehartiger van de werkgever en op de stoel van de werkgever is gaan zitten, dat zij de werkgever van klaagster heeft aangezet tot het weren van klaagster op het werk en het op non-actief zetten van klaagster, terwijl zij arbeidsgeschikt is en wil werken, dat zij een wig heeft gedreven tussen klaagster en haar werkgever, en dat zij niet voldoende moeite heeft gedaan zich een juist en volledig beeld te vormen van klaagsters medische situatie door de rapportage van de medisch specialist ter zijde te schuiven, dan wel onjuist te interpreteren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen 3 en 5 gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd en klachtonderdelen 1, 2 en 4 ongegrond verklaard. Het beroep van de bedrijfsarts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdelen 3 en 5 en tegen de hoogte van de opgelegde maatregel. Het incidenteel beroep van klaagster richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1 en 2 en bevat een nieuw klachtonderdeel 6. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het principaal beroep van de bedrijfsarts gedeeltelijk slaagt, verklaart klachtonderdeel 5 alsnog ongegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 125/2020

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Aan klager is een tbs-maatregel opgelegd. Beklaagde is werkzaam in de kliniek waar klager sinds mei 2019 verblijft. Hier is zij enige tijd bij de behandeling van klager betrokken geweest en ook heeft ze als behandelcoördinator gewerkt op de afdeling waar klager is opgenomen geweest. Klager maakt beklaagde een groot aantal verwijten. Beklaagde is hierop in het verweerschrift uitvoerig en gemotiveerd ingegaan. Het verweer wordt ondersteund door de bij de stukken overgelegde bijlagen. Het college kan zich vinden in het in het verweerschrift opgenomen verweer en de daaraan verbonden conclusie dat de klacht ongegrond is. De door klager na het verweerschrift ingestuurde stukken kunnen niet tot de vaststelling leiden dat beklaagde de verweten handelen wel heeft gedaan. Dit betreft namelijk grotendeels door klager zelf geschreven stukken die veelal niet goed te volgen zijn en waarvan de relevantie voor de tuchtklachten zonder nadere toelichting (die ontbreekt) niet altijd duidelijk is. Klacht kennelijk ongegrond.