Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 118 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.012

    Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster heeft een ziekenhuis en een behandelaar aansprakelijk gesteld omdat zij meent dat er een medische fout is gemaakt. De verzekeraar van het ziekenhuis heeft de gynaecoloog, destijds gynaecoloog in een ander ziekenhuis en daarnaast medisch adviseur, verzocht op basis van het medisch dossier van klaagster een medisch advies uit te brengen. Klaagster heeft eerst de verzekeraar en daarna de gynaecoloog om inzage in het door hem opgestelde advies gevraagd maar heeft geen inzage gekregen. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat hij geen inzage heeft gegeven in het door hem opgestelde advies terwijl hij daartoe wel verplicht was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster en wijst het verzoek tot kostenveroordeling af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.049

    Klacht tegen internist. Klager lijdt sinds 2000 aan FMF, een ernstige chronische nierziekte en is daarvoor onder vanaf 2007 tot en met 2009 onder behandeling geweest bij de internist. Klager verwijt haar dat hij zij nalatig is geweest en dat hij hierdoor zijn beide nieren is kwijtgeraakt en een niertransplantatie heeft moeten ondergaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.004 en c2020.009

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 27 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Beide partijen komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege herformuleert de vaste rechtspraak over de taken en verantwoordelijkheden van verschillende zorgverleners bij de behandeling van één patiënt, verklaart beide beroepen deels gegrond, vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht, deels op andere gronden, gedeeltelijk gegrond. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten in beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:30 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.023

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur voor de uitgestelde operatie is klaagster gezien door verweerder. Deze heeft tijdens het spreekuur telefonisch met zijn supervisor overlegd. Het bloed van klaagster is opnieuw onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en een maand later is klaagster geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.078

    Klacht tegen arts-assistent in opleiding (AIOS). Klager heeft zich op verwijzing van de huisarts gemeld bij de SEH. Daar is bloed afgenomen en een afspraak gemaakt voor de polikliniek interne, waarna klager naar huis is gegaan . De volgende dag heeft klager zich opnieuw bij de SEH gemeld. De AIOS had toen dienst. Na onderzoek heeft zij telefonisch advies ingewonnen van een internist en een neuroloog (beiden eveneens aangeklaagd). Klager kreeg pijnmedicatie en er werd een afspraak gemaakt voor de polikliniek neurologie. Later moest klager geopereerd worden en is bij klager de diagnose syndroom van Lemierre gesteld. Klager verwijt de AIOS dat hij op de SEH niet de zorg heeft gekregen die hij had mogen verwachten. Volgens klager had hij toen in persoon door de internist en de neuroloog gezien moeten worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.017

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een collega van verweerder is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerder betrokken als anesthesioloog. Postoperatief is verweerder eenmalig telefonisch benaderd door een verpleegkundige in verband met hevige pijnklachten van klaagster. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:37 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.005

    Klacht tegen gynaecoloog. De baby van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht, bestaande uit 11 onderdelen, gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de verschillende gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:31 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.024

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur is klaagster gezien door verweerder. Deze heeft tijdens het spreekuur telefonisch contact opgenomen met de cardioloog en nog geen akkoord gegeven voor de operatie. De operatie is uiteindelijk, op advies van de cardioloog, uitgesteld. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.079

    Klacht tegen internist. Klager heeft zich op verwijzing van de huisarts gemeld bij de SEH. Daar is bloed afgenomen en een afspraak gemaakt voor de polikliniek interne, waarna klager naar huis is gegaan . De volgende dag heeft klager zich opnieuw bij de SEH gemeld. De AIOS (eveneens aangeklaagd) had toen dienst. Na onderzoek heeft zij telefonisch advies ingewonnen van de internist en een neuroloog (eveneens aangeklaagd). Klager kreeg pijnmedicatie en er werd een afspraak gemaakt voor de polikliniek neurologie. Later moest klager geopereerd worden en is bij klager de diagnose syndroom van Lemierre gesteld. Klager verwijt de internist dat hij toen niet de zorg heeft gekregen die hij had mogen verwachten. Volgens klager had hij toen in persoon door de internist en de neuroloog gezien moeten worden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.018

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerster als anesthesioloog in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een collega van verweerster is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerster betrokken als anesthesioloog in opleiding. Klager verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.